Aanbesteden in Europa

Een rechtsvergelijkend onderzoek naar de aanbestedingsregelgeving
in 14 EU-lidstaten




Van Doorne NV, Amsterdam

Gijs Verberne
Marnix de Meij
Philip Juttmann









www.van-doorne.com

Opgesteld in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken


Amsterdam, 11 september 2006
- 1 -


HOOFDSTUK 1 INLEIDING EN SAMENVATTING
1 . 1
Aanleiding tot het onderzoek
Op 1 december 2005 is in Nederland het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten
(Bao) van 16 juli 2005 in werking getreden. Daarmee heeft Nederland de nieuwe Europese
aanbestedingsrichtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG (hierna respectievelijk "Richtlijn" en
"Richtlijn Speciale Sectoren", of gezamenlijk "de Richtlijnen") geïmplementeerd. De termijn voor
implementatie is inmiddels - op 31 januari 2006 - verstreken.
Het Ministerie van Economische Zaken (hierna: "het Ministerie") is momenteel bezig met de
voorbereiding van nieuwe wet- en regelgeving, die verdere invulling moet geven aan de regels
voor de aanbesteding van overheidsopdrachten. Het gaat hierbij zowel om een verdere
uitwerking van in het Bao geregelde onderwerpen als aanvullende regels voor onderwerpen die
niet in het Bao zijn geregeld. Met het oog op deze voorgenomen nieuwe wet- en regelgeving wil
het Ministerie een systematisch en overzichtelijk beeld krijgen van de manier waarop andere EU-
lidstaten een aantal onderwerpen binnen het aanbestedingsrecht heeft geregeld.
1 . 2
Onderwerp van het onderzoek
Dit rapport betreft met name de volgende specifieke aspecten van het aanbestedingsrecht:
proportionaliteit, integriteit, opdrachten onder de aanbestedingsdrempels en geheime opdrachten.
Daarnaast zal kort worden ingegaan op een aantal overige onderwerpen, zoals innovatie en de
positie van het midden- en kleinbedrijf. Het rapport geeft een zo volledig mogelijk beeld van de
bestaande en voorgenomen wet- en regelgeving en instrumenten op deze deelgebieden in 14 EU-
lidstaten, te weten de overige 'oude' lidstaten: België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk,
Griekenland, Ierland, Italië, Luxemburg, Oostenrijk, Portugal, Spanje, het Verenigd Koninkrijk
en Zweden.

Het rapport ziet zowel op de Richtlijn als op de Richtlijn Speciale Sectoren. Uit de
onderzoeksresultaten blijkt echter dat de onderzoekslanden nauwelijks afwijkende regels kennen
voor speciale sectoren. In de analyse van de onderzoeksresultaten in hoofdstuk 3 van dit rapport
zal daarom slechts worden verwezen naar de regelgeving voor speciale sectoren, indien deze
afwijkt van de regels voor aanbestedingen in de 'normale' sectoren.
- 2 -


1 . 3
Samenvatting
Slechts vier van de veertien onderzoekslanden hebben de Richtlijnen tijdig geïmplementeerd.
Inmiddels is ook in Italië en Ierland de implementatie afgerond. In de overige onderzoekslanden
staat implementatie gepland in de loop van 2006 en 2007. In verschillende landen zijn al wel
wetsvoorstellen beschikbaar. De wijze van implementatie verschilt nogal. In Denemarken zijn de
Richtlijnen bijvoorbeeld in twee afzonderlijke besluiten direct van toepassing verklaard.
Oostenrijk daarentegen heeft de nieuwe Richtlijnen aangegrepen om een geheel nieuwe
aanbestedingswet op te stellen.

De bestaande implementaties en wetsvoorstellen sluiten in veel gevallen aan bij de bewoordingen
van de Richtlijnen. Gevolg hiervan is dat de implementaties op bepaalde punten weinig
toevoegen aan de tekst van de Richtlijnen.

Dit is bijvoorbeeld het geval met het onderwerp proportionaliteit. De meeste onderzoekslanden
sluiten voor de formulering van de uitsluitings- en selectiecriteria in hun (voorstellen tot)
implementatie nauw aan bij de bepalingen van de Richtlijnen. Bepaalde landen geven wel aan dat
de aanbestedende diensten bij de vaststelling van selectiecriteria rekening moeten houden met
proportionaliteit, maar wat dit concreet inhoudt valt uit de wetgevingen niet af te leiden (zie
3.2.2). Van veel groter belang voor het onderwerp proportionaliteit zijn de verschillende nationale
erkennings- en certificeringssystemen, die in paragraaf 3.4 zullen worden besproken. Anders dan
in de algemene wetgeving, zijn in deze systemen vaak wel concrete normen voor de
proportionaliteit van selectiecriteria te vinden.

Bij het onderwerp integriteit valt op dat verschillende onderzoekslanden een meer uitgebreide lijst
van uitsluitingsgronden hebben opgenomen dan de Richtlijnen geven. Uit de rechtspraak van het
Hof van Justitie van de EG blijkt echter dat het de vraag is of het vaststellen van al deze
uitsluitingsgronden een toelaatbare invulling van de Richtlijnen vormt of dat sprake is van een
ontoelaatbare aanvulling. Dat laatste lijkt in een beperkt aantal landen het geval te zijn. Ook de
wijze waarop inschrijvers hun integriteit kunnen aantonen verschilt van land tot land. In sommige
landen kan worden volstaan met een eigen verklaring waarin de onderneming aangeeft dat de
uitsluitingsgronden niet op hem van toepassing zijn. Andere landen verlangen daarentegen
officiële documenten, zoals een verklaring omtrent het gedrag of een uittreksel uit het
- 3 -


strafregister. Het schema is paragraaf 3.3.6 geeft per land aan welke documenten zijn vereist om
de integriteit aan te tonen.

In tegenstelling tot Nederland kennen veel van de onderzoekslanden wel regels voor
aanbestedingen met een waarde onder de Europese drempelbedragen. Deze regels vinden hun
basis overigens in de meeste gevallen niet zozeer in de (voorstellen tot) implementatie van de
Richtlijnen, maar in de al bestaande nationale wetgeving. De regels voor opdrachten onder de
drempels komen aan de orde in paragraaf 3.5.

Uit paragraaf 3.6 blijkt dat op het gebied van enkele overige onderzochte onderwerpen, zoals de
bevordering van innovatie en de positie van het midden- en kleinbedrijf, weinig is geregeld. Het
toezicht op de naleving van aanbestedingsregels ten slotte geschiedt in de meeste gevallen door
de burgerlijke en/of bestuursrechter. Vier van de onderzoekslanden kennen een afzonderlijke
aanbestedingsautoriteit.
- 4 -


HOOFDSTUK 2 ONDERZOEKSOPZET
Om een beeld te krijgen van de beschikbare regels op de genoemde deelgebieden, is een
uitgebreide questionnaire verstuurd aan in het aanbestedingsrecht gespecialiseerde advocaten in
de onderzoekslanden. Het betreft uitsluitend advocaten met een ruime ervaring en expertise op
dit vakgebied, voor wie het aanbestedingsrecht deel uitmaakt van hun dagelijkse praktijk. De door
deze advocaten opgestelde antwoorden op de questionnaire vormen de basis van dit rapport,
tezamen met de op verzoek verstrekte aanvullende inlichtingen daarop. Daarnaast hebben de
auteurs van dit rapport waar mogelijk direct de buitenlandse aanbestedingswetgeving
geraadpleegd. Ten slotte zijn ook diverse websites binnen de onderzoekslanden bronnen van
informatie geweest. In bijlage 1 is een (niet-limitatieve) opsomming gegeven van op het
aanbestedingsrecht gerichte websites.

Ten behoeve van de overzichtelijkheid zijn de resultaten van het onderzoek in het volgende
hoofdstuk niet per land, maar per onderwerp weergegeven. Zo kan snel worden gezien of de
onderzoekslanden op de genoemde deelgebieden regels hebben aangenomen en zo ja, hoe die
regels zijn vormgegeven. Daarbij is zoveel mogelijk geprobeerd deze regels niet als geïsoleerde
bepalingen te behandelen, maar ze te plaatsen in de context van de algemene aanbestedingsregels
die in die landen van kracht zijn. In paragraaf 3.1 zal een begin worden gemaakt met het schetsen
van die context.


- 5 -


HOOFDSTUK 3 ANALYSE VAN DE ONDERZOEKSRESULTATEN
3 . 1
Juridisch kader in de onderzoekslanden
Hoewel de implementatietermijn van de Richtlijnen op 31 januari 2006 is verstreken, is de
implementatie in de meeste onderzoekslanden nog niet afgerond. Slechts vier van de veertien
onderzoekslanden hebben de Richtlijnen tijdig geïmplementeerd en per 1 augustus 2006 zijn daar
niet meer dan twee landen bijgekomen. Om die reden is het hieronder gegeven overzicht van
relevante aanbestedingsregels in de onderzoekslanden afkomstig van verschillende bronnen: de
implementatie van de Richtlijnen, de 'oude' aanbestedingsregels en/of (concept) wetsvoorstellen.
Hieronder zal eerst per land worden aangegeven of de Richtlijnen zijn geïmplementeerd en op
welke bronnen het in dit hoofdstuk gegeven overzicht van de regels is gebaseerd.
België: De Richtlijnen zijn in België nog niet geïmplementeerd. Wel is een wetsontwerp ter
implementatie van 12 januari 2006 beschikbaar. Naar verwachting zal de nieuwe wet in de zomer
of het najaar van 2006 van kracht worden. Deze nieuwe wet zal nog wel nader invulling moeten
krijgen door een aantal Koninklijke Besluiten. In onderstaande rapportage is al zoveel mogelijk
uitgegaan van de nieuwe wetgeving. Daarnaast is de rapportage gebaseerd op de nu geldende
Belgische wetgeving inzake overheidsopdrachten:
-
de Wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten
-
Het Koninklijk Besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor
aanneming van werken, leveringen en diensten en concessies van openbare werken
-
het Koninklijk Besluit van 10 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor
aanneming van werken, leveringen en diensten in de sectoren water, energie, vervoer en
telecommunicatie
-
het Koninklijk Besluit van 26 september 1996 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels
en van de concessies voor openbare werken.

Daarnaast zijn door de Belgische Eerste Minister en de bevoegde Waalse minister circulaires
gepubliceerd, die richtsnoeren bevatten voor de aanbestedende overheden bij het toepassen van
de betrokken regels. Deze regels zijn in beginsel bindend voor de overheden in geheel België,
respectievelijk Wallonië.

- 6 -


Denemarken: Het Deense aanbestedingsrecht is voornamelijk geregeld in Wet no. 600 van 30
juni 1992 (zoals gewijzigd bij Wet no. 415 van 31 mei 2000) en twee krachtens die wet
vastgestelde Ministeriële besluiten van 16 september 2004, waarbij de Richtlijn (besluit no. 936)
en de Richtlijn Speciale Sectoren (besluit no. 937) worden geïmplementeerd (hierna gezamenlijk:
Deense Implementatiebesluiten). De Deense Implementatiebesluiten verklaren de Richtlijnen
direct van toepassing in Denemarken en voegen materieel gezien weinig toe aan de Richtlijnen.
Denemarken was dan ook het eerste land dat de Richtlijnen geïmplementeerd had. Eén niet-
verplicht onderdeel van de Richtlijnen is niet overgenomen: bij aanbestedingen voor werken kan
niet worden gekozen voor elektronische veilingen. De reden hiervoor lijkt gelegen in de aard van
de werkzaamheden: het beoordelen van (de bouwkundige en esthetische aspecten van) een
offerte voor een bouwwerk leent zich niet voor het uitdrukken in cijfers of percentages, en
derhalve niet voor een elektronische veiling zoals omschreven in de Richtlijn. In aanvulling op de
wetgeving heeft de Deense mededingingsautoriteit uitgebreide Richtsnoeren uitgebracht. Deze
Richtsnoeren geven een - niet bindende - toelichting op de bepalingen van de Richtlijnen.

Duitsland: Duitsland heeft de Richtlijnen nog niet geïmplementeerd. Er liggen wel
wetsvoorstellen, maar als gevolg van de recente verkiezingen zijn deze nog niet aangenomen. De
verwachting is dat in de huidige voorstellen nog verschillende wijzigingen zullen worden
aangebracht. Niettemin vormen deze voorstellen de basis van onderstaand overzicht. Waar de
huidige wetgeving regels kent die aanvullend zijn in vergelijking met de Richtlijnen, is ook deze
wetgeving in het overzicht meegenomen.
Finland: In Finland zijn de Richtlijnen nog niet geïmplementeerd. Dit zal naar verwachting niet
voor 1 januari 2007 gebeuren. Ook een wetsvoorstel ter zake is nog niet gepubliceerd. Wel
beschikbaar is een in november 2004 uitgebracht voorstel van een werkgroep, dat concepten
bevatte voor een nieuwe Aanbestedingswet (als implementatie van de Richtlijn) en
Aanbestedingswet voor de sectoren Water, Energie, Vervoer en Postdiensten (als implementatie
van de Richtlijn Speciale Sectoren). Hoewel het uiteindelijke wetsvoorstel af kan wijken van deze
concepten, is de verwachting dat zij in grote lijnen zullen worden overgenomen. Deze concept-
wetgeving vormt daarom de basis van het onderstaande overzicht.
- 7 -


Frankrijk: Frankrijk heeft de Richtlijnen geïmplementeerd in Ordonnance no. 2005-649 van 6 juni
2005 en Décret no. 2005-1742 van 30 december 2005, die de nodige wijzigingen hebben
doorgevoerd in de Franse aanbestedingswet, de Code des Marchés Publics 2004.
Griekenland: In Griekenland zijn de Richtlijnen nog niet geïmplementeerd. Ook is er nog geen
ontwerp voor nieuwe wetgeving gepubliceerd. De huidige Griekse aanbestedingsregelgeving is
derhalve nog gebaseerd op de oude richtlijnen.
Ierland: In Ierland is het implementatieproces van de Richtlijnen afgerond in de zomer van 2006.
In aanvulling op de implementatie van de Richtlijnen geldt als belangrijkste richtsnoer het in 1994
door het Ierse Ministerie van Financiën uitgebrachte Green Book, dat in 2004 werd aangevuld met
de Public Procurement Guidelines on Competitive Process.
Italië: In Italië is het implementatieproces onlangs afgerond. De nieuwe wetgeving, de Codice dei
contratti pubblici relativi a lavori, servizi e forniture
, beter bekend als de Testo unico lavori pubblici
("TULP") zal op 1 juli 2006 in werking treden. Wel zullen krachtens TULP nog enkele
aanvullende implementatieregelingen moeten worden opgesteld. In onderstaande beantwoording
zal vooral worden verwezen naar TULP. Met betrekking tot de onderwerpen die nog moeten
worden geregeld in de aanvullende implementatieregelingen, zal worden verwezen naar de nu nog
geldende 'oude' wetgeving: Wet L. 109/1994 en Presidentieel Besluit no. 34/2000.
Luxemburg: Luxemburg heeft de Richtlijnen nog niet geïmplementeerd. Ook is er nog geen
nieuwe conceptwetgeving. De huidige Luxemburgse wetgeving bestaat uit de Aanbestedingswet
van 30 juni 2003, zoals aangevuld door twee Groothertogelijke regelingen van 7 en 8 juli 2003.
Oostenrijk: In Oostenrijk zijn de Richtlijnen geïmplementeerd in de Bundesvergabegesetz 2006, die
op 1 februari 2006 in werking is getreden.
Portugal: Portugal heeft de Richtlijnen nog niet geïmplementeerd. Onderstaande beantwoording
is gebaseerd op de Portugese implementatie van de oude richtlijnen, die bestaat uit Wettelijke
Regeling 59/99 van 2 maart 1999, Wettelijke Regeling 163/99 van 14 september 1999 (houdende
wijzigingen op Wettelijke Regeling 59/99), Wettelijke Regeling 159/2000 van 27 juli 1999
(houdende wijzigingen op Wettelijke Regeling 59/99), Wettelijke Regeling 223/2001 van 9
augustus 2001 en Wettelijke Regeling 234/2004 van 15 december 2004.
- 8 -


Spanje: In Spanje zijn de Richtlijnen nog niet geïmplementeerd. De rapportage over Spanje is
gebaseerd op de oude Aanbestedingswet van 16 juni 2000. De aanbestedingsprocedures voor de
sectoren water, energie, transport en telecommunicatie zijn geregeld in een aparte wet van 30
december 1998.
Verenigd Koninkrijk: In het Verenigd Koninkrijk zijn de Richtlijnen geïmplementeerd in de
Public Contracts Regulation 2006 en de Utilities Contracts Regulation 2006, die beiden op 31 januari
2006 in werking zijn getreden.
Zweden: Zweden heeft de Richtlijnen nog niet geïmplementeerd. De nieuwe wetgeving wordt
op zijn vroegst in oktober 2006 verwacht en er ligt op dit moment nog geen wetsvoorstel. Wel is
een commissierapport beschikbaar (SOU 2005:22), dat voorafgaat aan het officiële wetsvoorstel
van de regering. Onderstaande beantwoording is in de eerste plaats gebaseerd op de huidige
Aanbestedingswet (1992:1528). Waar mogelijk zijn de antwoorden aangevuld met de voorlopige
plannen van genoemd commissierapport.
- 9 -


Tabel 1. Implementatie in de onderzoekslanden
Land
Geïmplementeerd?
(Verwachte) datum inwerkingtreding
Denemarken
Ja
1 januari 2005
Frankrijk Ja
1
september / 30 december 2005
Verenigd Koninkrijk Ja
31 januari 2006
Oostenrijk
Ja
1 februari 2006
Ierland
Ja
22 juni 2006
Italië
Ja
1 juli 2006
België Nee Zomer/najaar
2006
Zweden
Nee
Niet voor oktober 2006
Finland
Nee
Niet voor januari 2007
Duitsland Nee
N.n.b.
Griekenland Nee
N.n.b.
Luxemburg Nee
N.n.b.
Portugal Nee
N.n.b.
Spanje Nee N.n.b.
- 10 -


3 . 2
Proportionaliteit
3 . 2 . 1
Inleiding
Proportionaliteit speelt een rol bij de vaststelling van kwalitatieve selectiecriteria, met name die
met betrekking tot de economische en financiële draagkracht van inschrijvers (Artikel 48
Bao/artikel 47 Richtlijn) en de technische bekwaamheid en/of beroepsbekwaamheid (Artikel 49
Bao/artikel 48 Richtlijn). Ondernemers hebben aangegeven dat zij vaak geconfronteerd worden
met ervaringseisen en financiële eisen die in hun ogen niet in verhouding staan tot de omvang,
complexiteit of aard van de opdracht. In Nederland is het op dit moment in beginsel aan de
aanbestedende dienst om te bepalen wat proportioneel is. Teneinde gelijke kansen voor
ondernemers te waarborgen is het kabinet echter voornemens om normen voor proportionele
selectiecriteria vast te stellen ten aanzien van de eisen aan ervaring en financiële draagkracht van
ondernemers.

Hieronder zal worden uiteengezet hoe in de onderzoekslanden wordt omgegaan met het begrip
proportionaliteit en welke normen voor proportionele selectiecriteria kunnen worden herleid uit
de in die landen gebruikte certificerings- en erkenningssystemen.

3 . 2 . 2
Algemene bepalingen over proportionaliteit
In de onderzoekslanden is in algemene zin weinig vastgelegd over de proportionaliteit van
selectiecriteria. In de meeste landen zijn simpelweg de in artikel 47 en 48 van de Richtlijn
genoemde criteria overgenomen (of - in de landen die de Richtlijn nog niet geïmplementeerd
hebben - de vergelijkbare criteria in de oude richtlijnen). Aanbestedende diensten hebben
daardoor doorgaans een ruime discretionaire bevoegdheid bij het vaststellen van de benodigde
economische en financiële draagkracht en de eisen van technische en beroepsbekwaamheid.

Hoewel algemene regels over proportionaliteit dus veelal ontbreken, is in verschillende landen
wel invulling gegeven aan het begrip proportionaliteit door gebruik te maken van (al dan niet
verplichte) lijsten van erkende opdrachtnemers en prekwalificatie- en certificeringssystemen
(hierna gezamenlijk: certificeringssystemen). Deze certificeringssystemen, veelal bestaande uit
meerdere categorieën en/of klassen, stellen normen waaraan ondernemingen moeten voldoen,
indien zij in aanmerking willen komen voor een tot die categorie en/of klasse behorende
- 11 -


overheidsopdracht. Dergelijke systemen komen met name voor ten aanzien van opdrachten van
werk, maar in bepaalde landen gelden vergelijkbare systemen voor opdrachten van leveringen en
diensten.

De meeste certificeringssystemen bevatten niet alleen normen voor proportionele selectiecriteria,
maar ook over de integriteit van inschrijvers. Om die reden zullen certificeringssystemen
hieronder in paragraaf 3.4 worden behandeld, na de bespreking van het onderwerp integriteit in
paragraaf 3.3. In die paragraaf zal een korte omschrijving worden gegeven van de bestaande
certificeringssystemen en de daarin vervatte normen voor proportionele selectiecriteria. In deze
paragraaf volgen nog enkele algemene opmerkingen over het begrip proportionaliteit in de
wetgeving van de onderzoekslanden.

In België, Italië, Oostenrijk, het Verenigd Koninkrijk en Zweden is in algemene bewoordingen
gesteld dat aanbestedende diensten rekening moeten houden met proportionaliteit. Het begrip
proportionaliteit wordt in deze landen echter (behoudens de nog te behandelen
certificeringssystemen) niet verder uitgewerkt.

Een aantal landen heeft iets meer geregeld over de bewijsmiddelen die een aanbestedende dienst
mag verlangen als bewijs van voldoende economische en financiële draagkracht en/of technische
en beroepsbekwaamheid. In Frankrijk heeft de Minister van Economische Zaken bij Besluit van
26 februari 2004 (bijgevoegd als bijlage 2) een lijst vastgesteld die aangeeft welke informatie en
documenten een aanbestedende dienst mag verlangen bij de beoordeling van de technische en
beroepsbekwaamheid en de economische en financiële draagkracht. Genoemd worden
verklaringen over de omzetgegevens, het aantal medewerkers, hun opleiding en het materieel,
referenties en kwaliteitscertificaten. In verschillende branches zijn certificeringsorganisaties actief
die dergelijke kwaliteitscertificaten (een soort keurmerken) verstrekken.

In Duitsland mogen aanbestedende diensten de inschrijvers vragen om alle documenten met
betrekking tot de selectiecriteria, voor zover het onderwerp van de opdracht dat rechtvaardigt.
Daarbij moeten de aanbestedende diensten rekening houden met de gerechtvaardigde belangen
van de ondernemers bij de bescherming van hun bedrijfsgeheimen. Ten aanzien van de niet-
openbare procedure en de onderhandelingsprocedure geldt daarnaast dat de aanbestedende
dienst geen bewijsstukken mag verlangen, die samenvallen met de reeds voorliggende bewijzen.
- 12 -



3 . 3
Integriteit van de inschrijver
3 . 3 . 1
Inleiding
Met name als gevolg van de bouwfraude en de parlementaire enquête ter zake, staat het
onderwerp integriteit hoog op de agenda van de Nederlandse overheid. In de systematiek van het
aanbestedingsrecht komt dit onderwerp vooral terug in de opsomming van uitsluitingsgronden in
artikel 45 van de Richtlijn. Daarbij kan onderscheid worden gemaakt tussen de verplichte
uitsluitingsgrond van het eerste lid van dat artikel ("Van deelneming aan een overheidsopdracht
wordt uitgesloten [...]") en de optionele uitsluitingsgronden van het tweede lid ("Van deelneming
aan een opdracht kan worden uitgesloten [...]").

Hieronder wordt weergegeven hoe de onderzoekslanden omgaan met het onderwerp integriteit
en meer in het bijzonder hoe zij de criteria van artikel 45 van de Richtlijn hebben
geïmplementeerd. Daarbij zal afzonderlijk worden ingegaan op de criteria van lid 1 (paragraaf
3.3.2) en van lid 2 (3.3.3).

Op verzoek van het Ministerie is ook nagegaan welke aanvullende uitsluitingsgronden - naast de
in artikel 45 van de Richtlijn genoemde - de onderzoekslanden hebben vastgesteld (paragraaf
3.3.4). Daarbij moet echter wel worden verwezen naar de uitspraak van het Hof van Justitie EG
van 9 februari 2006 in de gevoegde zaken C-226/04 en C-228/04, La Cascina en Zilch. Het Hof
van Justitie EG overwoog in die zaak:

"Zoals de Commissie van de Europese Gemeenschappen terecht opmerkt, stelt de
betrokken bepaling [artikel 45 Richtlijn, red.] zelf enkel de grenzen van de
bevoegdheid van de lidstaten vast, in die zin dat deze geen andere uitsluitingsgronden

mogen vaststellen dan hierin zijn genoemd."
Het vaststellen van aanvullende uitsluitingsgronden is dus in strijd met de Richtlijnen. Wel
hebben de Lidstaten de ruimte om de bestaande uitsluitingsgronden zelf in wetgeving uit te
werken. Een dergelijke invulling van de uitsluitingsgronden is niet strijdig met de Richtlijnen.
- 13 -


Waar uitsluitingsgronden vallen binnen de omschrijvingen onder lid 1 en 2, kunnen zij als
toelaatbare invulling van die criteria worden beschouwd. Met name de criteria genoemd in artikel
45 lid 2 onder c) en d) lijken de ruimte te bieden voor een brede interpretatie. Het onder c)
genoemde criterium betreft een bij rechterlijke uitspraak vastgesteld delict in strijd met de
beroepsgedragsregels van de inschrijver (hierna te noemen: "criterium beroepsgedragsregels").
Het onder d) genoemde criterium betreft het hebben begaan van een ernstige fout in de
uitoefening van het beroep, vast te stellen op elke grond die de aanbestedende diensten
aannemelijk kunnen maken (hierna te noemen: "criterium ernstige fout"). Zowel de aanvullende
als de 'invullende' uitsluitingsgronden zullen worden behandeld in paragraaf 3.3.4.
Tot besluit van deze inleidende opmerkingen een kanttekening over de duur van uitsluitingen.
Net als in Nederland is in de meeste onderzoekslanden geen duur verbonden aan de uitsluiting
op grond van de hieronder genoemde gronden. Slechts in een aantal gevallen is die duur wel
vastgesteld. In die gevallen is dat hieronder expliciet in het rapport vermeld. In de overige
gevallen ligt de beslissing ter zake in beginsel bij de aanbestedende dienst zelf.

3 . 3 . 2
Artikel 45 lid 1 Richtlijn
Alle onderzoekslanden die artikel 45 lid 1 van de Richtlijn hebben geïmplementeerd (of die
wetsvoorstellen ter implementatie hebben opgesteld) hebben gekozen voor bewoordingen die
nauw aansluiten bij die van de Richtlijn. In de meeste landen wordt net als in Nederland
verwezen naar de relevante bepalingen van het nationale strafrecht. In het Verenigd Koninkrijk
omvat de uitsluiting ook de equivalenten van de in artikel 45 lid 1 van de Richtlijn genoemde
misdrijven in het nationale recht van andere staten. In Luxemburg en Portugal is de verplichte
uitsluitingsgrond van artikel 45 lid 1 van de Richtlijn in het geheel niet geïmplementeerd. In
België is artikel 45 lid 1 Richtlijn wel verwerkt in het voorstel voor de implementatiewetgeving,
maar voorstellen voor de verdere uitwerking hiervan bij Koninklijke Besluit ontbreken nog.
Op grond van de derde alinea van artikel 45 lid 1 van de Richtlijn kunnen lidstaten bepalen dat
om dwingende redenen van algemeen belang kan worden afgeweken van verplichte uitsluiting.
Verschillende landen hebben, net als Nederland, deze mogelijkheid om vanwege dwingende
redenen van algemeen belang af te wijken van de verplichte uitsluiting toebedeeld aan de
aanbestedende dienst zelf (Denemarken, Duitsland, Finland, Oostenrijk, Verenigd Koninkrijk,
Zweden).
- 14 -


Hoe het begrip 'dwingende redenen van algemeen belang' moet worden uitgelegd, is in geen van
deze landen verder uitgewerkt in de wetgeving. De toelichting bij de Finse conceptwetgeving
noemt als voorbeeld de situatie waarin als gevolg van een natuurramp dringend een opdracht
moet worden verleend en de enige gegadigde is veroordeeld voor één van de genoemde
misdrijven.
3 . 3 . 3
Artikel 45 lid 2 van de Richtlijn
De meeste landen hebben de in het tweede lid van artikel 45 van de Richtlijn genoemde
omstandigheden overgenomen als - door de aanbestedende dienst al dan niet te hanteren -
optionele uitsluitingsgronden (België, Denemarken, Duitsland, Finland, Ierland, Verenigd
Koninkrijk, Zweden). Daarbij is aangesloten bij de bewoordingen uit de Richtlijn. Ook de op de
oude richtlijnen gebaseerde wetgevingen van Griekenland, Luxemburg en Portugal kennen deze
optionele uitsluitingsgronden.
In enkele landen wordt geen onderscheid gemaakt tussen verplichte en optionele
uitsluitingsgronden. In Frankrijk zijn alle in de wetgeving genoemde gronden - te weten:
veroordeling voor bepaalde misdrijven, faillissement en het niet hebben betaald van belastingen
of sociale premies - verplichte uitsluitingsgronden. De Franse wetgever heeft de uitsluiting op
grond van een strafrechtelijke veroordeling beperkt tot veroordelingen die in de laatste vijf jaar
zijn uitgesproken. In Italië en Oostenrijk zijn alle in artikel 45 lid 2 van de Richtlijn genoemde
omstandigheden verplichte uitsluitingsgronden. In Oostenrijk kan hiervan worden afgezien om
dwingende redenen van algemeen belang of in het geval sprake is van slechts een geringe
betalingsachterstand van sociale premies of belastingen. Ook de Spaanse - op de oude richtlijnen
gebaseerde - wetgeving bevat enkel verplichte uitsluitingsgronden. Deze zullen in de volgende
paragraaf nader worden besproken.
3 . 3 . 4
Invulling van uitsluitingsgronden en aanvullende uitsluitingsgronden
De helft van de onderzoekslanden kent geen aan- of invullende uitsluitingsgronden naast de
gronden genoemd in artikel 45 lid 2 van de Richtlijn (België, Finland, Griekenland, Ierland,
Luxemburg, Verenigd Koninkrijk, Zweden). De overige landen hebben wel afwijkende
uitsluitingsgronden, zoals hieronder uiteengezet.
- 15 -


In Denemarken geldt de regel dat een overheidslichaam een opdracht niet mag gunnen aan een
inschrijver die een onbetaalde schuld heeft aan een overheidslichaam. Op het eerste gezicht valt
deze grond buiten de gevallen, zoals omschreven in artikel 45 lid 1 en 2 van de Richtlijn. ER lijkt
dus sprake van een - ontoelaatbare - aanvullende uitsluitingsgrond.

Duitsland kent een aantal in-/aanvullende uitsluitingsgronden. Aanbestedende diensten zijn
verplicht inschrijvers uit te sluiten die een illegale afspraak hebben gemaakt om de mededinging
in het kader van de betreffende aanbesteding te beperken of uit te sluiten. Daarbij moet worden
opgemerkt dat het betreffende wetsvoorstel nog niet geheel is uitgewerkt. Eén van de
onderwerpen die nog ter discussie staan, is de vraag welke bewijslast nodig is voor een dergelijke
uitsluiting: het enkele vermoeden van een dergelijke verboden afspraak, of een gerechtelijke
veroordeling. Daarnaast kan een inschrijver in Duitsland worden uitgesloten als blijkt dat
dezelfde persoon werkzaam is voor zowel de aanbestedende dienst als de inschrijver. Op grond
van de Gesetz zur Bekämpfung der Schwarzarbeit und illegalen Beschäftigung worden ondernemingen die
de regels inzake illegale tewerkstelling hebben overtreden voor een periode van drie jaar
uitgesloten van deelname aan aanbestedingen voor de verlening van opdrachten van werk. Ten
slotte zal in Duitsland een speciaal register worden ingericht voor corrupte ondernemingen. Deze
aanvullende gronden kunnen mogelijk worden geschaard onder het criterium ernstige fout en/of
het criterium beroepsgedragsregels.

Ook Frankrijk heeft de lijst met misdrijven in vergelijking tot de Richtlijn uitgebreid met
bepaalde overtredingen van arbeidswetgeving en belemmering van de rechtsgang. Mogelijk zou
de overtreding van arbeidswetgeving kunnen worden gerekend tot het criterium
beroepsgedragsregels. Wat de belemmering van de rechtsgang betreft is dit meer twijfelachtig.
In Italië geldt een aantal aanvullende verplichte uitsluitingsgronden. Deze zijn deels het gevolg
van de uitgebreide ervaring in Italië met georganiseerde misdaad en de harde aanpak daarvan. Het
betreft de volgende uitsluitingsgronden:
(i) De toepassing van misure de prevenzione. Dit zijn door de rechter opgelegde beperkingen aan
bijvoorbeeld ondernemers of bestuurders die een inschrijvende onderneming
vertegenwoordigen, wanneer die ondernemingen of personen worden vervolgd voor
bepaalde ernstige misdrijven, zoals aan de mafia gerelateerde misdaad of deelname aan een
criminele organisatie. Als voorlopige maatregel kan de rechter - in afwachting van de
- 16 -


afronding van een strafzaak - deze personen beperkingen opleggen, waaronder een verbod
om op aanbestedingen in te schrijven (en verder bijvoorbeeld het bevriezen van tegoeden,
etc.).
(ii) Overtreding van bepaalde wetgeving inzake fiduciaire eigendom. Deze wetgeving moet
voorkomen dat een persoon of onderneming die is uitgesloten van een aanbesteding daaraan
alsnog deelneemt via vennootschapsrechtelijke constructies. Op grond van de bedoelde
wetgeving moet altijd duidelijk zijn welke personen uiteindelijk achter een onderneming
schuil gaan. Inschrijvers die deze wetgeving overtreden worden uitgesloten van de
aanbesteding.
(iii) Overtreding van regels met betrekking tot de veiligheid op de werkvloer en andere uit
arbeidsovereenkomsten voortvloeiende verplichtingen;
(iv) Het hebben verstrekt van valse verklaringen ten aanzien van relevante voorwaarden voor de
deelname aan aanbestedingen in het voorafgaande jaar;
(v) Het niet kunnen overleggen van een verklaring inzake het voldoen aan bepaalde
verplichtingen ten aanzien van gehandicapte werknemers;
(vi) Het opgelegd hebben gekregen van bepaalde verboden of sancties die aan het contracteren
met overheidsinstellingen in de weg staan: indien een onderneming door een rechter wordt
veroordeeld wegens het begaan van een strafbaar feit, kan de rechter - naast de hoofdstraf -
als aanvullende straf een verbod opleggen om met de overheid te contracteren.

In Oostenrijk kunnen ondernemingen die veroordeeld zijn wegens het tewerkstellen van
buitenlandse werknemers zonder geldige werkvergunning worden uitgesloten van deelname aan
een aanbesteding. Het Ministerie van Financiën houdt een lijst bij met ondernemingen die als
onbetrouwbaar worden beschouwd vanwege schending van genoemde wetgeving. Deze lijst is
niet openbaar, maar een aanbestedende dienst kan bij het Ministerie nagaan of een inschrijver op
de lijst voorkomt. Deze 'onbetrouwbare' ondernemingen worden eveneens geschrapt uit het
Auftragnemerkadaster (zie hieronder, paragraaf 3.4).

In Portugal moeten inschrijvers worden uitgesloten die zijn veroordeeld wegens het niet
aanmelden van personeel waarvoor op grond van het Portugese recht belastingen en sociale
premies moeten worden afgedragen. Deze uitsluitingsgrond kan waarschijnlijk worden gezien als
een toelaatbare uitwerking van artikel 45 lid 2 sub e) en f) van de Richtlijn.

- 17 -


Artikel 20 van de Spaanse Aanbestedingswet van 16 juni 2000 geeft een meer uitgebreide lijst
van uitsluitingsgronden dan de Richtlijn. In de eerste plaats is de lijst met strafbare feiten van
artikel 45 lid 1 Richtlijn fors uitgebreid. De Spaanse wetgeving noemt ook misdrijven gericht
tegen het vaderland, economische delicten, verduistering, openbaarmaking van geheime
informatie, gebruik van geprivilegieerde informatie, misdrijven gericht tegen de
overheidsfinanciën of de sociale zekerheid, inbreuken op de rechten van werknemers of delicten
ten aanzien van de markt of consumenten. Daarnaast omvat het criterium beroepsgedragsregels
in de Spaanse wetgeving ook ernstige inbreuken op de marktwetgeving, overtredingen met
betrekking tot de integratie van gehandicapte werknemers en ernstige overtredingen met
betrekking tot sociale kwesties.

Daarnaast komt een onderneming in Spanje niet in aanmerking voor een overheidsopdracht
wanneer enige overeenkomst met de overheid door de schuld van de onderneming voortijdig is
beëindigd. Daarvan kan sprake zijn wanneer de onderneming de opdracht niet tijdig heeft
uitgevoerd of essentiële contractsvoorwaarden niet is nagekomen. Dit kan worden aangetoond
door een verklaring van de bij de beëindigde overeenkomst betrokken aanbestedende dienst.
Tegen de beslissing tot uitsluiting op deze grond kan de inschrijver beroep instellen bij de rechter.

Een andere uitsluitingsgrond in Spanje is de aanwezigheid van enige vorm van
belangenverstrengeling van bestuurders of andere betrokken natuurlijke personen (met inbegrip
van echtgenoten en andere naasten) en indien de inschrijver een boete opgelegd heeft gekregen
wegens het niet voldaan hebben aan belastingverplichtingen. Ten slotte worden inschrijvers ook
uitgesloten indien zij bij de aanvraag van een certificaat onjuiste gegevens hebben verstrekt. De
certificerende instantie bepaalt in dat geval de duur van de uitsluiting.

De duur van de uitsluiting wordt in Spanje bepaald door het Ministerie van Economische Zaken
en Financiën, wanneer deze volgt op een veroordeling wegens een strafbaar feit of wegens
overtreding van beroepsgedragsregels of marktwetgeving. Wanneer de uitsluiting het gevolg is
van de beëindiging van een overeenkomst met een aanbestedende dienst die aan een
onderneming is te wijten, of van de verstrekking door een onderneming van valse of onjuiste
informatie, wordt de duur van de uitsluiting vastgesteld door de betrokken aanbestedende dienst.
De periode van uitsluiting is doorgaans niet langer dan 5 jaar, of 8 jaar wanneer de uitsluiting van
een inschrijver volgt uit een onherroepelijke rechterlijke veroordeling.
- 18 -



3 . 3 . 5
Hoe wordt integriteit getoetst?
Net als in Nederland wordt in een aantal landen van de inschrijver verwacht dat deze aantoont
dat hij zich niet in een van de genoemde omstandigheden bevindt aan de hand van documenten
die vergelijkbaar zijn met de in artikel 45 lid 3 van de Richtlijn genoemde documenten (uittreksel
strafregister, getuigschrift overheidsinstantie, etc.). (België, Finland, Ierland, Luxemburg,
Oostenrijk, Verenigd Koninkrijk).
In sommige landen wordt in de wetgeving gewezen op de mogelijkheid om van de inschrijver een
eigenverklaring betreffende zijn persoonlijke situatie te verlangen. In Frankrijk en Italië is dit
zelfs verplicht. In Griekenland heeft de aanbestedende dienst een grote vrijheid om te bepalen
welk bewijs hij van inschrijvers verlangt. In de praktijk wordt meestal gevraagd om de hierboven
al genoemde documenten, maar soms volstaat ook een eigenverklaring van de inschrijver.
In sommige landen kan een specifiek certificaat of uittreksel worden verlangd. In Denemarken
is een certificaat van de Kamer van Koophandel een (overigens niet verplichte) manier voor een
inschrijver om aan te tonen dat de uitsluitingsgronden van artikel 45 lid 1 en lid 2, sub a, b, c, e en
f van de Richtlijn niet op hem van toepassing zijn. Een Engelse vertaling van dit certificaat is bij
dit rapport gevoegd als bijlage 3. In Duitsland moet een inschrijver bij opdrachten van werk
een uittreksel uit het Gewerbezentralregister overleggen om aan te tonen dat hij niet veroordeeld is in
verband met illegale arbeid.
In Italië is op het gebied van opdrachten van werk een onafhankelijke toezichthouder actief, de
Autorità di vigilanza sui lavori pubblici ("Autorità"). De Autorità ziet toe op de juistheid en
transparantie van aanbestedingsprocedures en de goede uitvoering van opdrachten. De Autorità
voert onder andere controles uit (soms onaangekondigd) bij ondernemingen naar de
aanwezigheid van technische en vakbekwaamheid, economische en financiële draagkracht en
integriteit. De Autorità houdt een overzicht bij van alle informatie met betrekking tot
aanbestedingsprocedures en inschrijvers, de Osservatorio. Daarnaast wordt een register
bijgehouden ("Casellario") met informatie over alle ondernemingen die beschikken over
certificaten, waaronder in voorkomend geval de uitsluitingen van aanbestedingen wegens
overtredingen van de relevante regels. Het Casellario is voor een ieder vrij toegankelijk op de
website van de Autorità (www.autoritalavoripubblici.it).
- 19 -



Het Spaanse Ministerie van Financiën houdt een lijst bij van ondernemingen die uitgesloten zijn
van deelname aan aanbestedingen. De lijst vermeldt de duur van, en de grond voor, de uitsluiting.
De meest voorkomende uitsluitingsgrond op die lijst is het verstrekt hebben van valse of onjuiste
informatie bij een aanbestedingsprocedure.
In de onderzoekslanden bestaan geen verder omschreven regels over de wijze waarop een
aanbestedende dienst de afgelegde verklaringen en geleverde informatie moet controleren. In het
Verenigd Koninkrijk kunnen aanbestedende diensten het Criminal Records Bureau (in Schotland:
Disclosures Office) raadplegen. Hier kan, op persoonsniveau, informatie worden opgevraagd met
betrekking tot eventuele veroordelingen van de betreffende persoon.

3 . 3 . 6
Schematische weergave
Bij het onderzoek naar integriteit onderscheidt het Ministerie vier kernvragen:
(i) Rust op de aanbestedende dienst een actieve verplichting om integriteit te toetsen?
(ii) Wie is belast met het actieve onderzoek naar de integriteit van de inschrijver? En welk
document geldt als bewijs dat de inschrijver aan de integriteitseis voldoet?
(iii) Waaraan moet worden getoetst: aan welk criterium/welke criteria moet de inschrijver
voldoen?
(iv) Hoe lang kunnen ondernemingen worden uitgesloten wegens een veroordeling?
Het Ministerie heeft daarbij aangegeven met name geïnteresseerd te zijn in de uitsluitingsgronden
van artikel 45 lid 1 (strafrechtelijke veroordelingen) en lid 2 sub c (beroepsgedragsregels) van de
Richtlijn. Onderstaande schema's (Tabel 2 en Tabel 3) geven een overzicht van de antwoorden
op de gestelde vragen met betrekking tot deze uitsluitingsgronden, ontleend aan de algemene
aanbestedingswet- en regelgeving in de onderzoekslanden.1

1 Omdat onderstaande schema's slechts gebaseerd zijn op de algemene regels kunnen zij op bepaalde punten afwijken van de schema's in paragraaf
3.4, waarin een overzicht wordt gegeven van de specifieke eisen die in sommige landen worden gesteld in het kader van erkennings- en
certificeringssystemen. Omdat die systemen niet in alle gevallen verplicht zijn en meestal alleen betrekking hebben op werken, worden zij in
onderstaande algemene overzicht buiten beschouwing gelaten.
- 20 -


De schema's geven aan dat geen van de onderzoekslanden een actieve onderzoeksplicht kent
voor de aanbestedende diensten. Als gevolg hiervan hebben aanbestedende diensten over het
algemeen een grote mate van vrijheid bij de toetsing van integriteit. Wel vindt in sommige
gevallen een actieve toetsing van integriteit plaats door de in paragraaf 3.4 te bespreken
erkennings- en certificeringsinstellingen. In dat geval is voor een zelfstandige toetsing door de
aanbestedende dienst vaak geen ruimte meer.
De periode van uitsluiting ten slotte is alleen in Frankrijk expliciet geregeld in de algemene
aanbestedingswetgeving. In enkele andere onderzoekslanden is die periode afhankelijk van de
regelgeving met betrekking tot de vermelding van strafbare feiten in het strafregister. In dat geval
kan een onderneming meestal niet meer worden uitgesloten, indien het betreffende strafbare feit
uit het strafregister is verwijderd.
- 21 -


Tabel 2. Artikel 45 lid 1 Richtlijn: strafrechtelijke veroordelingen

Land Onderzoeksplicht?
Wie toetst en welk
Criteria waaraan
Periode van
document geldt als
inschrijver moet
uitsluiting t.g.v.
bewijs?
voldoen
veroordeling
België
Artikel 45 lid 1 Richtlijn niet geïmplementeerd; geen vergelijkbare bepaling in geldende
wetgeving
Denemarken Nee

Ministerie van Justitie:
Geen veroordeling2
Zolang het strafbare
uittreksel strafregister
in strafregister
feit staat vermeld in

(kan tevens worden
het strafregister
opgevraagd door KvK
(hangt af van type
als onderdeel van
strafbaar feit)
officieel certificaat)
Duitsland Nee

Procureur-generaal
Geen veroordeling
Strafbare feiten
Bundesgerichtshof:
genoemd in
worden op zijn

verklaring omtrent het
verklaring omtrent
vroegst na 3 jaar
gedrag
het gedrag
(afhankelijk van het
strafbare feit3) niet
meer weergegeven in
de verklaring omtrent
het gedrag
Finland Nee

-Rechtsregistercentrale: Geen veroordeling
Zolang het strafbare
uittreksel strafregister
in strafregister
feit staat vermeld in
(alleen vereist als AD4
het strafregister
twijfelt aan integriteit)
(hangt af van type
strafbaar feit); het
- Inschrijver: eigen
uittreksel uit het
verklaring
strafregister is zes
maanden geldig
Frankrijk Nee
Inschrijver: eigen
Geen veroordeling
5 jaar (vanaf
verklaring
(eigen verklaring
veroordeling)
volstaat)
Griekenland Nee

-OM: uittreksel
Geen veroordeling
Niet geregeld in
justitiële documentatie
in justitiële
wetgeving
(AD bepaalt zelf
documentatie
welk bewijsmiddel
- Inschrijver: eigen
hij verlangt)
verklaring


2 Waar in deze kolom wordt gesproken van 'veroordelingen' worden uitsluitend bedoeld onherroepelijke veroordelingen voor de in artikel 45 lid 1
richtlijn genoemde strafbare feiten.
3 Een opsomming van termijnen is gegeven in artikel 33 van de Bundeszentralregistergesetz.
4 AD: aanbestedende dienst.
- 22 -


Ierland Nee

Inschrijver: verklaring
Geen veroordeling
Geen beperking in
onder ede voor een
(verklaring onder
wetgeving
(AD mag zelf
Commissioner of Oaths5
ede volstaat)
onderzoek doen
indien hij twijfelt
aan de integriteit
van een inschrijver)
Italië Nee

Inschrijver: eigen
Geen veroordeling
Geen beperking in
verklaring
wetgeving
(M.b.t. opdrachten
van werk doet
Autorità zelfstandig
onderzoek naar
integriteit - zie
hierboven in 3.3.5)
Luxemburg
Artikel 45 lid 1 Richtlijn niet geïmplementeerd; geen vergelijkbare bepaling in geldende
wetgeving
Oostenrijk Nee
- Politie/burgemeester: Geen veroordeling
Zolang het strafbare
uittreksel strafregister
in strafregister/
feit staat vermeld in
handelsregister
het strafregister/
- KvK: uittreksel
handelsregister (hangt
handelsregister
af van strafbaar feit)
Portugal
Artikel 45 lid 1 Richtlijn niet geïmplementeerd; geen vergelijkbare bepaling in geldende
wetgeving
Spanje Nee
Inschrijver: eigen
Geen veroordeling
Duur wordt bepaald
verklaring tegenover de voor in de wet
door het Ministerie
AD of een bevoegde
genoemde strafbare
van Economische
instelling/notaris
feiten
Zaken en Financiën
(zie 3.3.4)
V.K. Nee
- Inschrijver: eigen
Geen veroordeling
Zolang het strafbare
verklaring
in strafregister
feit staat vermeld in
het strafregister
- Criminal Records
(hangt af van type
Bureau/Disclosure
strafbaar feit en
Scotland: uittreksel
omstandigheden van
strafregister (AD is niet
het geval6)
verplicht hierom te
vragen)
Zweden
Artikel 45 lid 1 Richtlijn niet geïmplementeerd; geen vergelijkbare bepaling in geldende
wetgeving

5 Verschillende personen kunnen Commissioner of Oaths zijn, waaronder advocaten.
6 Bijvoorbeeld de leeftijd waarop het strafbare feit is gepleegd en de eventuele veroordeling voor andere strafbare feiten.
- 23 -


Tabel 3. Artikel 45 lid 2 sub c Richtlijn: schending beroepsgedragsregels

Land Onderzoeksplicht?

Wie
toetst? Criteria Tijdstip
België
Nee
- Gemeentebestuur:
- Verklaring van
Delict wordt op zijn
verklaring van goed
goed zedelijk gedrag vroegst na 3 jaar
(Bij erkenning van
zedelijk gedrag
(natuurlijke
(afhankelijk van type
aannemers toetst het (natuurlijke personen)
personen)
delict) niet meer
bevoegde Gewest of
vermeld in uittreksel
vereiste documenten - Justitie: uittreksel
- Geen
zijn verstrekt)
strafregister van
veroordeling7 in
rechtspersonen
strafregister
Denemarken Nee

Ministerie van
Geen veroordeling
Zolang het delict staat
Justitie/Kamer van
in strafregister
vermeld in het

Koophandel
strafregister (hangt af
van type delict)
Duitsland Nee

Procureur-generaal
Geen veroordeling
Delicten worden op
Bundesgerichtshof:
in handelsregister
zijn vroegst na 3 jaar

uittreksel
uit handelsregister
handelsregister
verwijderd
Finland Nee

- Rechtsregister-
Geen schending
Zolang het delict staat
centrale: uittreksel
beroepsgedrags-
vermeld in het
strafregister/boete
regels, vastgesteld
strafregister (hangt af
opgelegd aan
in (al dan niet
van type strafbaar
rechtspersoon
strafrechtelijk)
feit); het uittreksel uit
rechterlijk vonnis
het strafregister is zes
- Inschrijver zelf: eigen
(alleen vereist als
maanden geldig
verklaring
AD twijfelt aan
integriteit - anders
- AD: (toevallige)
volstaat eigen
kennis van vonnis,
verklaring); AD kan
waarin schending
ook zelf het bestaan
beroepsgedragsregels
van een dergelijk
wordt vastgesteld
vonnis aantonen
Frankrijk Nee
Inschrijver: eigen
Geen veroordeling
5 jaar (vanaf
verklaring
(eigen verklaring
veroordeling)
volstaat)
Griekenland Nee

-OM: uittreksel
Geen veroordeling
Niet geregeld in
justitiële documentatie
in justitiële
wetgeving
(AD bepaalt zelf
documentatie
welk bewijsmiddel
- Inschrijver: eigen
hij verlangt)
verklaring

7 Waar in deze kolom wordt gesproken van 'veroordelingen' worden uitsluitend bedoeld veroordelingen voor een delict dat in strijd is met de
beroepsgedragsregels.
- 24 -


Ierland Nee

Inschrijver: verklaring
Geen veroordeling
Geen beperking in
onder ede voor een
(verklaring onder
wetgeving
(AD mag zelf
Commissioner of Oaths
ede volstaat)
onderzoek doen
indien hij twijfelt
aan de integriteit
van een inschrijver)
Italië Nee
Inschrijver: eigen
Geen veroordeling
Geen beperking in
verklaring
wetgeving
Luxemburg Nee
Gerechtshof: uittreksel
Geen veroordeling
Zolang het delict staat
strafregister
vermeld in het
strafregister (hangt af
van type delict)
Oostenrijk Nee
- Politie/burgemeester: Geen veroordeling
Zolang het delict staat
uittreksel strafregister
in strafregister/
vermeld in het
handelsregister
strafregister/
- KvK: uittreksel
handelsregister (hangt
handelsregister
af van type delict)
Portugal
Artikel 45 lid 2 sub c Richtlijn niet geïmplementeerd; geen vergelijkbare bepaling in geldende
wetgeving
Spanje Nee
Inschrijver: eigen
Geen veroordeling
Duur wordt bepaald
verklaring tegenover de voor in de wet
door het Ministerie
AD of een bevoegde
genoemde strafbare van Economische
instelling/notaris
feiten
Zaken en Financiën
(zie 3.3.4)
V.K. Nee
- Inschrijver: eigen
Geen veroordeling
Zolang het delict staat
verklaring
in strafregister
vermeld in het
strafregister (hangt af
- Criminal Records
van type delict en
Bureau/Disclosure
omstandigheden van
Scotland: uittreksel
het geval8)
strafregister (AD is niet
verplicht hierom te
vragen)
Zweden Nee
Inschrijver: eigen
Geen veroordeling Niet geregeld in
verklaring (AD bepaalt
wetgeving
zelf of - en zo ja: welke
- bewijsstukken moeten
worden overgelegd)


8 Bijvoorbeeld de leeftijd waarop het delict is gepleegd en de eventuele veroordeling voor andere delicten.
- 25 -


3 . 4
Certificeringssystemen
Artikel 52 lid 1 van de Richtlijn bepaalt dat lidstaten officiële lijsten van erkende aannemers,
leveranciers of dienstverleners kunnen vaststellen of een systeem kunnen instellen van
certificering door publiekrechtelijke of privaatrechtelijke certificeringsinstellingen. Een voordeel
van dergelijke lijsten van erkende opdrachtnemers of certificeringen is dat de selectiecriteria van
artikel 45 tot en met 48 niet bij iedere afzonderlijke aanbesteding moeten worden vastgesteld en
beoordeeld. Dat betekent dat een aanbestedende dienst bij een aanbesteding enkel hoeft aan te
geven welke categorie en/of klasse certificering hij verlangt en dat een inschrijvende
onderneming zijn geschiktheid kan aantonen met een enkele verwijzing naar zijn certificering of
inschrijving op de lijst van erkende opdrachtnemers. In de meeste landen zijn de bestaande
certificerings- of erkenningssystemen overigens niet verplicht.

Zoals ook blijkt uit de toelichting bij artikel 53 van het Bao, heeft Nederland vooralsnog geen
gebruik gemaakt van de door artikel 52 van de Richtlijn gegeven mogelijkheid. Artikel 53 van het
Bao bepaalt slechts hoe aanbestedende diensten om moeten gaan met in andere lidstaten
verstrekte certificeringen of inschrijvingen op lijsten van erkende opdrachtnemers.

De bestaande certificeringssystemen9 geven inzage in de normen die in de onderzoekslanden
worden gesteld ten aanzien van de selectiecriteria. Deze normen zijn veelal neergelegd in
gedetailleerde regelingen of schema's, die - voor zover beschikbaar - bij dit rapport zijn gevoegd
als bijlagen 4 A t/m H. Hieronder volgt per land een nadere beschrijving van de bestaande
certificeringssystemen.

België:
België kent een erkenningssysteem voor aannemers van werken. Een onderneming kan een
'erkenning' verkrijgen, waaruit de technische en beroepsbekwaamheid en de economische en
financiële draagkracht van de onderneming blijkt. Het Belgische erkenningssysteem is vastgelegd
in de Wet van 20 maart 1991 houdende regeling van aannemers van werken. Het systeem gaat uit
van verschillende categorieën en ondercategorieën (die aangeven welke soort werkzaamheden het

9 Naast de term certificeringssysteem wordt ook wel gesproken van prekwalificatie-, erkennings- en classificatiesystemen. In het navolgende zal
zoveel mogelijk worden aangesloten bij de in het betreffende onderzoeksland zelf gebruikte benamingen. Als verzamelbegrip zal de term
certificeringssysteem gebruikt worden.

- 26 -


betreft) en klassen (die de waarde van de opdracht weergeven). Bij een aanbesteding geeft de
aanbestedende dienst aan welke categorie en welke klasse de opdracht betreft. Indien een
onderneming voor de betreffende categorie en klasse een erkenning heeft, is daarmee zijn
technische en beroepsbekwaamheid en de economische en financiële draagkracht aangetoond.
Erkende aannemers worden opgenomen in een databank van erkende aannemers, die voor een
ieder toegankelijk is via de website van het Belgische Ministerie van Economische Zaken
(www.mineco.fgov.be).

In bijlage 4A is een uitgebreide beschrijving opgenomen van de Belgische erkenningsregeling
inclusief een overzicht van de eisen waaraan een onderneming moet voldoen om een erkenning
te verkrijgen. Een erkenning is in beginsel vijf jaar geldig. De erkenning is in België overigens niet
verplicht. Een inschrijver zonder erkenning kan in een individuele aanbesteding aantonen dat hij
voldoet aan de eisen die gesteld worden om de gevraagde erkenning te verkrijgen.

In bijgaande schema's worden de eisen voor erkenning kort opgesomd en wordt aangegeven
welke bewijsmiddelen moeten worden aangeleverd. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de
laagste klasse (1) en hogere klassen. Voor buitenlandse ondernemingen geldt dat in plaats van de
genoemde bewijsmiddelen (ook) de equivalenten daarvan in andere EG-landen kunnen worden
verstrekt. Voor leveringen en diensten bestaat in België overigens geen erkenningssysteem.

Tabel 4. België: Erkenning van aannemers in klasse 1



Eisen
Verlangde bewijsmiddelen
Uitsluitingsgronden
(1) Geen faillissement, liquidatie of (1) Getuigschrift van de Griffie van de

gerechtelijk akkoord
bevoegde Rechtbank van Koophandel


(2) Geen veroordeling voor een (2) - Getuigschrift van goed zedelijk
misdrijf waarvan de aard de gedrag van het gemeentebestuur
beroepsmoraal van de aannemer (natuurlijke personen);
aantast
- Uittreksel strafregister der
rechtspersonen (rechtspersonen);
- Bewijs van goed zedelijk gedrag van
iedere bestuurder of zaakvoerder
- 27 -


(kapitaalvennootschappen);
- Bewijs van goed zedelijk gedrag van
iedere vennoot (personenvennoot-
schappen)
(allen maximaal 6 maanden oud)
Inschrijving
Inschrijving in het handels- of Afschrift van volledige inschrijving
handelregister/
beroepsregister / in de Kruispuntbank
beroepsregister
van Ondernemingen (KBO)

Financiële/
Geen eisen

economische
draagkracht
Technische/beroeps- Geen eisen

bekwaamheid
Overige eisen
- Eenmanszaak: nationaliteit EG- - Nationaliteitsbewijs van de aanvrager
lidstaat (of derde land waarmee EG
akkoord heeft gesloten)

- Vennootschap: opgericht zijn in - Oprichtingsakte + alle statuten-
overeenstemming met wetgeving van wijzigingen;
een EG-lidstaat; hoofdbestuur of - Samenstelling raad van bestuur + lijst
-vestiging binnen EG hebben; of van personen die bevoegd zijn de
maatschappelijke zetel in EG hebben vennootschap te binden.
mits de werkzaamheden werkelijk en
duurzaam verband houden met de
economie van een lidstaat (of derde
land waarmee de EG een akkoord
heeft gesloten)

Tabel 5. België: Aanvullende eisen voor erkenning in hogere klasse



Eisen
Verlangde bewijsmiddelen
Uitsluitingsgronden
(1) Voldaan hebben aan wettelijke (1) - Origineel attest van de Rijksdienst

verplichtingen inzake de sociale voor Sociale Zekerheid (RSZ)
zekerheid
( - Eventueel: getuigschrift van het

Fonds voor Bestaanszekerheid van de
- 28 -



Bouwvakarbeiders/Metaalbouw)
(2) Voldaan hebben aan fiscale (2) - Origineel getuigschrift van de
verplichtingen
Administratie van de directe belastingen
(maximum 2 maanden oud)
- Fotokopie van het laatste BTW-
rekeninguittreksel of een originele
verklaring van de BTW-administratie
dat de onderneming geen (niet-betwiste)
achterstallige BTW verschuldigd is

Inschrijving
Geen aanvullende eisen

handelregister/
beroepsregister
Financiële/
(1) Eigen vermogen: de erkenning in - Afschrift laatste goedgekeurde
economische
klasse 2 t/m 8 is mede afhankelijk van jaarrekening
draagkracht
het eigen vermogen (zie de als bijlage - Kopie van het verslag van de
4A opgenomen Tabel)
algemene vergadering waarbij de laatste

jaarrekening werd goedgekeurd

- Eigen verklaring omtrent de

vorderingen van de vennootschap op

vennoten, aandeelhouders, bestuurders

of zaakvoerders

- (Indien geen verplichting tot opstellen

van regelmatige boekhouding of

bekendmaking van jaarrekening: een

staat van alle goederen die de

gemeenschappelijke waarborg voor de

schuldeisers vormt, voor echt verklaard

door een accountant of bedrijfsrevisor)


(2) Solvabiliteitseis: ten minste 21,7%, (2) In voorkomend geval: het bewijs dat
of 14,3% (afhankelijk van soort de onderneming nog voldoende
onderneming) - zie de Nota solvabel is (zie Nota betreffende de
betreffende de solvabiliteitsratio, solvabiliteitsratio)
bijgevoegd in bijlage 4A.

- 29 -




(3) Omzeteis: de erkenning in klasse (3) - Eigen verklaring van de totale
2 t/m 8 is mede afhankelijk van de omzet gedurende de drie van de jongste
totale omzet aan werken tijdens drie acht jaren
van de jongste acht jaren (zie de Tabel - (Eventueel jaarrekeningen van de drie
in bijlage 4A)
betrokken jaren)

Technische/beroeps- (1) Aantal medewerkers: Erkenning in (1) - Verklaring over het gemiddeld
bekwaamheid
klasse 2 t/m 8 is mede afhankelijk van aantal arbeiders en kaderleden
het gemiddeld aantal arbeiders en gedurende drie semesters, vrij te kiezen
kaderleden gedurende drie semesters, uit de jongste vijf jaar
vrij te kiezen uit de jongste vijf jaar (zie - De RSZ-kwartaalaangiftes van die drie
de Tabel in bijlage 4A)
semesters

- Lijst van studie- en beroepsdiploma's

(+ kopie diploma's) van de aannemer

en/of het kaderpersoneel, in het

bijzonder van de verantwoordelijken die

de werken leiden


(2) Referenties van uitgevoerde werken (2) Lijst van de belangrijkste werken van
boven bepaald bedrag (openbaar of de jongste acht jaar en getuigschriften
privé) van de jongste acht jaar (zoals dat ze vakkundig en tot gehele
bepaald in de Tabel in bijlage 4A)
voldoening uitgevoerd werden,

ondertekend door de bouwheer (en

voor privéwerken ook door de

architect)

Overige eisen
- Eenmanszaak: nationaliteit EG- - Nationaliteitsbewijs van de aanvrager
lidstaat (of derde land waarmee EG
akkoord heeft gesloten)

- Vennootschap: opgericht zijn in - Oprichtingsakte + alle statuten-
overeenstemming met wetgeving van wijzigingen;
een EG-lidstaat; hoofdbestuur of
- Samenstelling raad van bestuur + lijst
-vestiging binnen EG hebben; of van personen die bevoegd zijn de
maatschappelijke zetel in EG hebben vennootschap te binden.
- 30 -


mits de werkzaamheden werkelijk en
duurzaam verband houden met de
economie van een lidstaat (of derde
land waarmee EG akkoord heeft
gesloten)



Duitsland:
Sinds kort kent ook Duitsland een systeem van prekwalificatie voor opdrachten van werk. Op
grond van een procedure die is vastgelegd in een leidraad van het Ministerie van Verkeer,
Bouwnijverheid en Volkshuisvesting, kunnen ondernemingen worden opgenomen op een lijst
met gekwalificeerde ondernemingen. Die lijst is onderverdeeld in verschillende categorieën van
werken. De aanbestedende dienst krijgt toegang tot die lijst. De eisen waaraan een aannemer
moet voldoen om op de lijst te worden opgenomen zijn uiteengezet in de bovengenoemde
Ministeriële leidraad, die (in vertaling) als bijlage 4B bij dit rapport is gevoegd. De prekwalificatie
wordt uitgevoerd door particuliere, onafhankelijke prekwalificatiebureaus.

Het Duitse prekwalificatiesysteem beoogt zowel de aanbestedende dienst als de inschrijver tijd en
kosten te besparen. Daarnaast moet dit systeem het beter mogelijk maken om illegale praktijken
in de bouwwereld te bestrijden. Net als in België hoeft een pregekwalificeerde aannemer bij
individuele aanbestedingen niet meer aan te tonen dat hij aan de gestelde eisen voldoet.
Overigens is prekwalificatie niet verplicht. Omdat het prekwalificatiesysteem zich nog in de
beginfase bevindt, is nog niets te zeggen over haar werking in de praktijk. In de gespecialiseerde
pers is over het algemeen positief gereageerd op deze ontwikkeling.

In onderstaand schema worden de eisen voor prekwalificatie, zoals vastgelegd in Bijlage 1 van de
Ministeriële leidraad, kort opgesomd en wordt aangegeven welke bewijsmiddelen moeten worden
aangeleverd. Het betreft met name uitsluitingsgronden. Wat de economische en financiële
draagkracht betreft, wordt in de prekwalificatieprocedure enkel gekeken naar omzetgegevens.
- 31 -


Tabel 6. Duitsland: prekwalificatie



Eisen
Verlangde bewijsmiddelen
Uitsluitingsgronden
(1) Geen faillissementsprocedure of (1) Eigen verklaring (update: jaarlijks)

vergelijkbare procedure/liquidatie



(2) Niet hebben begaan van een (2) Eigen verklaring. In geval van
ernstige fout, die twijfels oproept over twijfel: uittreksels Bundeszentralregister
de betrouwbaarheid als gegadigde (update: jaarlijks)
(voor uitgebreide lijst van

voorbeelden, zie Ministeriële leidraad,
Bijlage 1, no. 3)



(3) Geen inschrijvingen in het (3) Uittreksel uit het Gewerbezentral-
Gewerbezentralregister van overtreding register (update: om de 3 maanden)
van arbeidswetgeving die uitsluiting
rechtvaardigen, o.a. ten aanzien van
illegale arbeid (zie Ministeriële leidraad,
Bijlage 1, no. 4))



(4) Geen inschrijving in het (4) Eigen verklaring (update: jaarlijks)
Landeskorruptionsregister



(5) Voldaan hebben aan fiscale (5) Eigen verklaring en beschikking
verplichtingen
inzake vrijstelling conform de Wet op

de inkomstenbelasting (update:

conform geldigheid)


(6) Voldaan hebben aan verplichtingen (6) Eigen verklaring en verklaring van
ten aanzien van sociale verzekeringen
geen bezwaar van de sociale kassen

zoals bedoeld in de CAO (update:

jaarlijks)


(7) Voldaan hebben aan de wettelijke (7) Eigen verklaring (update: jaarlijks)
verplichting tot betaling van het
- 32 -


minimumloon



(8) Eisen voor inschakelen van (8) Eigen verklaring (update: jaarlijks)
onderaannemers (zie Ministeriële
leidraad, Bijlage 1, no. 9)



(9) Voldaan aan verplichting tot (9) Gewaarmerkte verklaring van geen
betaling van premies voor de wettelijke bezwaar van de wettelijke
ongevallenverzekering
ongevallenverzekering

Inschrijving
Inschrijving in het Handelsregister en - Aanmelding bedrijf
handelregister/
in het Beroepenregister van de plaats - Uittreksel Handelsregister
beroepsregister
van vestiging
- Inschrijving in het Beroepenregister
(ambachtsregister of Kamer van
Koophandel en Fabrieken)
(update: jaarlijks)

Financiële/
Totale omzet aan bouwwerkzaam- - Bevestiging registeraccountant/
economische
heden van de ondernemer in de laatste belastingadviseur of een dienovereen-
draagkracht
drie afgesloten boekjaren
komstig schriftelijk bevestigde jaar-
rekening of winst- en verliesrekening
- Eigen verklaring welk deel
betrekking heeft op het gebied
waarvoor prekwalificatie wordt
aangevraagd
(update: jaarlijks)

Technische/beroeps-
(1) In het eigen bedrijf conform (1) Minimaal drie referenties per
bekwaamheid
opdracht uitgevoerde werkzaamheden werkgebied (een referentie kan ook
in de laatste drie afgesloten boekjaren betrekking hebben op meerdere
voor een of meerdere te kwalificeren werkgebieden)
op zichzelf staande en/of

alomvattende werkzaamheden



(2) Het aantal arbeidskrachten dat in (2) Eigen verklaring (update: jaarlijks)
- 33 -


de laatste drie afgesloten boekjaren
gemiddeld in dienst was,
onderverdeeld naar loongroep, met
speciale vermelding van technisch
leidinggevend personeel



Finland:
In Finland vindt certificering plaats in de bouwsector door RALA, de Vereniging voor Kwaliteit
in de Bouw. RALA kent geen wettelijke basis, maar is gezamenlijk opgezet door de bouw- en
vastgoedsector. Binnen dit certificeringssysteem wordt een onderneming getoetst op zijn
juridische situatie en op zijn beroepsbekwaamheid. Bij de beoordeling van de juridische situatie
wordt gecontroleerd of de onderneming is ingeschreven in het handelsregister en de
belastingsregisters en wordt nagegaan of de onderneming aan zijn belasting- en sociale
verzekeringsverplichtingen heeft voldaan. De beroepsbekwaamheid wordt beoordeeld op grond
van het beschikbare materieel en personeel en op grond van (ten minste drie) referenties.
Afhankelijk van de categorieën werken die een onderneming uitvoert kunnen aanvullende eisen
worden gesteld. Als financiële eis geldt dat het kapitaal en de reserves van de onderneming ten
minste vijftig procent moeten zijn van het aandelenkapitaal. Deze toelatingseisen worden jaarlijks
door RALA gecontroleerd.


Frankrijk:
In Frankrijk bestaat al sinds 1949 een systeem van certificering voor bouwondernemingen door
het Organisme professionel de qualification et du certification du bâtiment, beter bekend als QUALIBAT.
Het QUALIBAT-systeem kent geen wettelijke basis, en is dus ook niet verplicht. In de praktijk
wordt een QUALIBAT-certificering echter algemeen geaccepteerd als een bewijs van kwaliteit.
Aanbestedende diensten verwijzen daarom in hun aanbestedingsdocumenten vaak naar een
vereiste certificering van QUALIBAT, waaraan overigens wel moet worden toegevoegd dat ook
certificaten van vergelijkbare instellingen worden geaccepteerd.

- 34 -


QUALIBAT toetst ondernemingen op de juridische situatie, de technische bekwaamheid en de
financiële draagkracht. De eisen waaraan een onderneming moet voldoen voor het verkrijgen van
een QUALIBAT-certificaat zijn weergegeven in een beschrijving, die is bijgevoegd als bijlage 4C
bij dit rapport. Een voorbeeld van een dergelijk certificaat is in die bijlage eveneens opgenomen.

Onderstaand schema geeft een kort overzicht van de informatie die moet worden verstrekt voor
de toekenning van een certificaat en geeft aan welke bewijsmiddelen moeten worden aangeleverd.
De verstrekte gegevens worden in het certificaat verwerkt.

Tabel 7.Frankrijk: QUALIBAT-kwalificatie



Te vertrekken informatie
Verlangde bewijsmiddelen
Uitsluitingsgronden
(1) Aansluiting bij de sociale instanties (1) Verklaringen van de URSSAF

en bewijs van betaling van premies
(Instantie voor inning van premies

voor sociale verzekeringen en

gezinsuitkeringen) en de Caisse de congés

Payés (Uitkeringsinstantie voor

vakantiegelden) van hooguit 3

maanden oud


(2) Bewijs van betaling van belastingen (2) Ondertekende eigen verklaring met
en heffingen
betrekking tot betaling van belastingen

en heffingen

Inschrijving
(1) Inschrijving in het Handelsregister (1) Uittreksel Handelsregister en/of
handelregister/
of in het Répertoire des métiers (Register inschrijving bij de Chambre des métiers
beroepsregister
van ambachten)
(Kamer van ambachten)


(2) Inschrijvingsnummer in het (2) INSEE-inschrijving (Nationaal
Répertoire national des entreprises instituut voor statistiek en economisch
(Nationaal register van
onderzoek): Siren (Ondernemings-
ondernemingen)
nummer) en NAF-code
(Nomenclatuur voor activiteiten)

- 35 -


Financiële/
(1) Verzekeringsdekking: Naam
(1) Verklaringen inzake verzekering
economische
verzekeringsmaatschappij(en) en polis- voor wettelijke aansprakelijkheid en
draagkracht
nummers
bedrijfsaansprakelijkheid voor het

lopende jaar


(2) Totale omzet en de omzet binnen (2) Cijfermateriaal over genoemde
de activiteit waarvoor zij kwalificatie omzetten + aanneemsom voor
aanvraagt voor de laatste twee onderaannemingen
volledige boekjaren
(Eventueel kan gevraagd worden om

balans of winst- en verliesrekening)
Technische/beroeps-
(1) Gegevens van de wettelijk (1) Afschrift van diploma's of andere
bekwaamheid
verantwoordelijke met betrekking tot bewijsstukken (indien de wettelijk
zijn beroepservaring
verantwoordelijke niet kan aantonen

over ervaring in de bouw te

beschikken, dient de technisch

verantwoordelijke over deze ervaring

te beschikken)


(2) Personele eisen:
(2) - Jaaropgaaf van salarissen voor
- Identiteit en vakbekwaamheid van de het jaar voorafgaand aan de
technisch verantwoordelijke, onder kwalificatieaanvraag
vermelding van zijn diploma's of - Opgave van genoemde gegevens
beroepservaring
voor de twee laatste boekjaren
- Aantal personen in dienst voor alle voorafgaand aan de aanvraag
activiteiten en in het bijzonder voor de
activiteiten waarvoor kwalificatie
wordt aangevraagd, met een

uitsplitsing van het aantal

leidinggevenden, technici/voorlieden,
arbeiders en leerlingen

- Namenlijst van leidinggevenden op
technisch vlak en ontwerpgebied
onder vermelding van diploma of
aantal jaren beroepservaring, functie
en cao-inschaling van elk van hen

- 36 -


- Totale loonsom en loonsom voor de
activiteiten waarvoor kwalificatie
wordt aangevraagd

- Totaal aantal gewerkte uren en het in
het kader van de activiteiten gewerkte
aantal uren

- Aantal door uitzendkrachten
gewerkte uren



(3) Beschikking over voldoende (3) Beschrijving van onroerend goed
ruimten en materiële middelen voor de en lijst van materieel en machines:
uitoefening van al haar activiteiten, en - Beschrijving kantoorruimten voor
meer in het bijzonder van de administratieve en technische
activiteiten waarvoor zij kwalificatie doeleinden en technische ruimten
aanvraagt.
(werkplaats, magazijn, opslag,
(Getoetst zal worden of middelen en voorraadruimte enz.)
materieel geschikt zijn voor de - Lijst van materieel en machines in
werkzaamheden waarvoor kwalificatie werkplaatsen en van bouwmaterieel,
wordt aangevraagd)
arbomateriaal en bedrijfsvoertuigen


(4) Lijst van gerealiseerde projecten
(4) Lijst van werken in de laatste vijf
(Getoetst zal worden of de in de jaar op het gebied waarvoor
referentielijst vermelde werken in kwalificatie wordt aangevraagd, onder
technische zin overeenkomen met de opgave voor elk van die werken van
definitie van de kwalificatie die in de de gegevens van de opdrachtgever en
nomenclatuur is vastgesteld. De de bouwdirectie, de belangrijkste
toetsing van bepaalde door de technische eigenschappen en de
onderneming uitgevoerde projecten bijbehorende bedragen exclusief
wordt rechtstreeks door de
belastingen
QUALIBAT verricht. Daarbij worden
rechtstreeks gesprekken gevoerd met Indien de onderneming nog geen lijst
een aantal opdrachtgevers of
van werken kan overleggen, kan zij
bouwdirecties van de lijst)
een voorlopige kwalificatie aanvragen


(5) Drie referentieprojecten die de (5) Voor drie referentieprojecten:
- 37 -


aannemer bijzonder representatief acht - Kwantitatief beschrijvend bestek
voor de kwalificatie.
- Foto's van het werk in de

verschillende uitvoeringsfasen van de

werkzaamheden

- Verklaring van de opdrachtgever,

bouwdirectie of technisch inspecteur


(6) Overzicht van in de laatste vijf jaar (6) Verklaring verzekerings-
gemelde schades in het kader van de maatschappij met betrekking tot
bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering
schades die zich hebben voorgedaan

in het kader van de bouwverzekering.

(7) Aanvullende technische eisen
afhankelijk van werkzaamheden


Griekenland:
Griekenland
kent een certificeringssysteem voor opdrachten van werk, waarin enerzijds
onderscheid wordt gemaakt tussen verschillende categorieën van werken (bijvoorbeeld bouw of
wegenbouw) en anderzijds tussen verschillende klassen van opdrachtnemers. Daarbij wordt
gekeken naar de vereiste technische en beroepsbekwaamheid en ervaring van de onderneming en
haar werknemers, het aantal werknemers en het beschikbare materieel. In het kader van dit
certificeringssysteem worden ook de integriteit en de financiële en economische draagkracht
getoetst. Voor leveringen en diensten bestaan in Griekenland vergelijkbare certificeringssystemen.
Voor buitenlandse ondernemingen geldt de verplichting om een certificaat te kunnen tonen niet.
Zij moeten wel aantonen dat zij voldoen aan de nationale equivalenten voor de gestelde eisen.


Italië:
In Italië voorziet de nieuwe wetgeving (TULP) in een systeem van erkenning, waarbij wordt
gekeken naar kwaliteit, economische en financiële draagkracht en technische en vakbekwaamheid.
Dit systeem moet echter nog worden uitgewerkt in lagere wetgeving. Deze erkenning zal gelden
voor opdrachten van werk met een waarde groter dan 150.000 euro.

- 38 -


Het Italiaanse erkenningssysteem voor opdrachten van werk is thans nog geregeld in Besluit nr.
34 van de President van de Republiek Italië van 25 januari 2000 (hierna: "Besluit 34"; bijgevoegd
als bijlage 4D). Op grond van Besluit 34 is erkenning verplicht voor de uitvoering van
opdrachten van werk met een waarde boven de 150.000 euro.10

Het bewijs van erkenning is voor een onderneming noodzakelijk en voldoende om aan te tonen
dat is voldaan aan de eisen die bij de gunning van openbare werken worden gesteld aan
technische bekwaamheid en financiële draagkracht. Het bewijs van erkenning wordt afgegeven
door een privaatrechtelijke erkenningsinstantie (een Società Organismi di Attestazione of SOA) en is
drie jaar geldig. Op verzoek van de onderneming kunnen de bevindingen van de SOA worden
gecontroleerd door de Autorità (zie 3.3.5).

Het erkenningssysteem kent dertien categorieën van algemene werken en vierendertig categorieën
van speciale werken (zie bijlage 1 van Besluit 34). Het bewijs van erkenning geeft aan binnen
welke categorie(en) een bedrijf openbare werken mag uitvoeren. Tevens worden bedrijven
onderverdeeld in klassen, die de maximale waarde aangeven van opdrachten waaraan een bedrijf
kan meedingen. De laagste klasse loopt tot en met 258.228 euro. De hoogste klasse (VIII) ziet op
opdrachten van meer dan 15.493.707 euro.

Besluit 34 bevat de eisen voor erkenning, die in onderstaand schema op hoofdlijnen worden
uiteengezet. Voor de precieze details met betrekking tot deze eisen (bijvoorbeeld de toepassing
daarvan op combinaties) wordt verwezen naar bijlage 4D. De Autorità stelt nadere regels met
betrekking tot de documentatie op basis waarvan de SOA's deze eisen moeten controleren.


10 Besluit 34 bepaalt tevens dat ondernemingen mogen deelnemen aan aanbestedingsprocedures voor werken van 150.000 euro of minder indien
zij voldoen aan een tweetal technisch-organisatorische eisen: (i) het bedrag van de rechtstreeks uitgevoerde werken in de laatste vijf jaren
voorafgaand aan de aankondigingsdatum van de aanbesteding is niet lager dan het bedrag van het beoogde contract; en (ii) de totale
personeelskosten zijn niet lager dan 15% van het bedrag van de werken die zijn uitgevoerd in de laatste vijf jaren voorafgaand aan de
aankondigingsdatum van de aanbesteding.
- 39 -


Tabel 8. Italië: Erkenningssysteem


Eisen
Uitsluitingsgronden
(1) Geen procedures ingesteld voor de toepassing van misure de prevenzione (zie

3.3.4) of van een beperkende maatregel zoals bepaald in artikel 10 van wet nr.
575 van 31 mei 1965 (dit betreft met name mafia-gerelateerde maatregelen)

(2) Geen veroordelingen op naam van de eigenaar, de wettelijke
vertegenwoordiger, de bestuurder of de technisch directeur bij een in kracht van
gewijsde gegaan vonnis voor misdrijven die de beroepsmoraal aantasten

(3) Er is niet op definitieve wijze vastgesteld dat overtredingen zijn begaan met
betrekking tot de voorschriften voor de wettelijke verplichtingen inzake sociale
zekerheid volgens de Italiaanse wetgeving of die van het land van vestiging

(4) Er is niet op definitieve wijze vastgesteld dat er onregelmatigheden bestaan
met betrekking tot de fiscale betalingsverplichtingen volgens de Italiaanse
wetgeving of die van het land van herkomst

(5) de onderneming is niet onderworpen aan faillissement, liquidatie of staking
van de activiteit / bevindt zich niet in staat van faillissement, surseance van
betaling en heeft geen gerechtelijk akkoord verkregen

(6) Er zijn geen ernstige fouten vastgesteld bij de uitvoering van openbare
werken

(7) Er is niet op definitieve wijze vastgesteld dat er ernstige overtredingen van
de voorschriften voor de ongevallenpreventie en arbeidsveiligheid zijn begaan

(8) de onderneming heeft zich niet schuldig gemaakt aan valsheid in geschrifte
met betrekking tot de voorwaarden voor de deelname aan een aanbesteding of
het verkrijgen van het bewijs van erkenning

Inschrijving
Inschrijving in het register van ondernemingen van de aangewezen kamers van
handelregister/
koophandel, industrie, landbouw en nijverheid, of in de handels- of
- 40 -


beroepsregister
beroepsregisters van het land van herkomst, met een uitdrukkelijke vermelding
van de ondernemingsactiviteit

Financiële/
(1) Uitgevoerd hebben van werken in elke categorie waarvoor de erkenning
economische
wordt aangevraagd en waarvan de waarde ten minste 90% bedraagt van de
draagkracht
waarde van de gevraagde klasse (aangetoond door middel van de certificaten
van werkuitvoering)

(2) Uitgevoerd hebben van een enkel werk in elke afzonderlijke categorie
waarvoor de erkenning wordt aangevraagd, waarvan de waarde ten minste 40%
bedraagt van het bedrag van de gevraagde erkenning of, als alternatief, met twee
werken in dezelfde categorie waarvan de totale waarde ten minste 55% van het
bedrag van de gevraagde kwalificatie is of, als alternatief, met drie werken in
dezelfde categorie waarvan de totale waarde ten minste 65% van het bedrag van
de gevraagde kwalificatie is11 (aangetoond door middel van de certificaten van
werkuitvoering)

Technische/beroeps-
(1) Onderneming moet beschikken over bedrijfskwaliteitssysteem volgens de
bekwaamheid
UNI EN ISO 9000-reeks (bewijsmiddel: kwaliteitscertificaat afgegeven door een
instelling die conform de Europese normen van de UNI CEI EN 45000-reeks
is geaccrediteerd voor certificering in de bouwsector)

(2) De onderneming heeft een technische directie die voldoet aan de eisen
gesteld in artikel 26 van Besluit 34 (o.a. opleidingsniveau)

(3) Minimum aantal kaderleden (waarvan ten minste de helft een universitair
diploma dient te hebben) van twee voor ondernemingen die voor de klassen I,
II, en III zijn ingedeeld, op vier voor ondernemingen van klasse IV en V en op
zes voor ondernemingen van klassen VI, VII en VIII12

11 De formulering van deze bepalingen in Besluit 34 is wat onduidelijk. Bij 1) lijkt het te gaan om het bedrag van iedere afzonderlijke klasse
waarvoor wordt ingeschreven, terwijl het bij 2) lijkt te gaan om de totale waarde van de aangevraagde erkenning.
12 Geldt voor de opdrachten genoemd in artikel 18 lid 7 van Besluit 34.
- 41 -



(4) Permanent beschikken over eigen, gehuurde of geleaste werktuigen,
bedrijfsmiddelen en technische voorzieningen13

(5) Beschikbaarheid passend gemiddeld personeelsbestand op jaarbasis,
aangetoond aan de hand van de totale personeelskosten bestaande uit salarissen
en vergoedingen, sociale premies en pensioenvoorzieningen. Dit bedrag mag
niet minder zijn dan 15% van de werkelijk gerealiseerde omzet aan werken en
het kostenaandeel voor werklieden moet ten minste 40% zijn

Overige eisen
Nationaliteit van EU-lidstaat, dan wel een verblijfplaats in Italië wanneer het
buitenlandse ondernemers of bestuurders betreft van rechtmatig opgerichte
vennootschappen in staten die gelijke rechten aan Italiaanse staatsburgers
toekennen


Oostenrijk:
In Oostenrijk kunnen ondernemingen zich inschrijven in een register van ondernemingen, het
Auftragnehmerkataster (www.ankoe.at). Opname in dit register is niet verplicht, maar een
onderneming die is opgenomen in dit register krijgt een bepaalde code, waarmee hij in iedere
aanbesteding - voor werken, leveringen of diensten - zijn beroepsbekwaamheid en
betrouwbaarheid kan aantonen. Om in het register te worden opgenomen moet een onderneming
de volgende documenten overleggen:
· Een bewijs van de bevoegdheid om zijn beroep uit te voeren (waar nodig);
· Verklaringen van de belastingdienst en de sociale zekerheid;
· Opgave van technische en beroepsbekwaamheid (bijv. materieel, kwalificatie werknemers);
· Opgave van de financiële draagkracht (Balans, bankverklaring, bewijs van verzekering door
een beroepsverzekeraar);
· Referenties;
· Uittreksel uit het handelsregister en het strafregister.
Een kort overzicht van de vereisten voor inschrijving in het register is opgenomen als bijlage 4E
bij dit rapport.

13 Deze permanente technische uitrusting wordt tevens in beschouwing genomen voor de waarde van de werkelijk gerealiseerde omzet
- 42 -



Portugal:
Ook Portugal kent voor opdrachten van werk een vergunningensysteem met een onderverdeling
naar categorieën (waarbij wordt gekeken naar de aard van het werk) en klasseringen (waarbij
wordt gekeken naar de financiële omvang van het werk). Ondernemingen die aan de gestelde
eisen voldoen kunnen een vergunning aanvragen, de zogenaamde "Alvará de Construção", die
wordt uitgegeven door het Instituto dos Mercados de Obras Públicas e Particulares e do Imobiliário
(IMOPPI; www.imoppi.pt). De vergunning is vereist voor de uitvoering van bouwactiviteiten
boven een bepaalde drempel, vastgesteld op 10% van de waarde van de laagste klasse. Voor de
uitvoering van bouwactiviteiten beneden die drempel volstaat een zogenaamde 'registertitel',
waarvoor minder strenge eisen gelden dan voor de vergunning.14 Het vereiste van een vergunning
of registertitel geldt niet alleen voor Portugese aannemers, maar ook voor aannemers die buiten
Portugal zijn gevestigd.

Het Portugese vergunningensysteem is neergelegd in een wet van 9 januari 2004 en verder
uitgewerkt in een aantal besluiten van 10 januari 2004 en een besluit van 20 december 2005. Deze
besluiten bepalen aan welke specifieke normen ondernemingen moeten voldoen om in
aanmerking te komen voor een Alvará. Deze wetgeving is (deels vertaald, deels in het Portugees)
bijgevoegd als bijlage 4F bij dit rapport.

Voor iedere categorie en klassering gelden afzonderlijke eisen ten aanzien van economische en
financiële draagkracht en het aantal werknemers, de opleiding van werknemers, referenties en het
materieel. De eisen ten aanzien van integriteit zijn voor alle klasseringen gelijk. In onderstaande
schema wordt een overzicht gegeven van deze eisen.

IMOPPI heeft veel ruimte bij de beoordeling van bouwbedrijven. Ook komt de IMOPPI ter zake
een aantal bevoegdheden toe. Het kan bijvoorbeeld de bevoegde autoriteiten verzoeken om de
jaarlijkse fiscale documentatie en kan van bedrijven eisen dat er een externe audit wordt
gehouden, indien dit naar behoren wordt beargumenteerd. Deze externe audit kan worden
verlangd van bedrijven die bevoegd zijn werkzaamheden uit te voeren in de drie hoogste
klasseringen.

14 Deze registertitel wordt geregeld in Ministeriéle beschikking nr. 14/2004, van 10 januari 2004 (opgenomen in Bijlage 4H) en zal verder buiten
beschouwing blijven.
- 43 -



Tabel 9.
Portugal: Vergunningensysteem


Eisen
Uitsluitingsgronden
(1) Geen veroordeling met kracht van gewijsde tegen individuele ondernemers

of wettelijke vertegenwoordigers van bedrijven tot onvoorwaardelijke
gevangenisstraf wegens een van de volgende misdrijven:
a) Bedreiging, dwang, gijzeling, ontvoering of slavernij;
b) Fraude of fraude in relatie tot werkzaamheden of arbeid;
c) Opzettelijk of onopzettelijk onvermogen, begunstiging van
schuldeisers of verstoring van openbare verkopen;
d) Vervalsing van documenten, indien uitgevoerd in het kader van
bouwactiviteiten;
e) Brandstichting, veroorzaken van explosies en andere zeer gevaarlijke
gedragingen, schade aan het milieu of vervuiling;
f) Overtreding van bouwvoorschriften, schade veroorzaken aan
installaties en verstoring van diensten;
g) Deelname aan een criminele organisatie;
h) Omkoping;
i) Overtredingen, indien uitgevoerd in het kader van bouwactiviteiten;
j) Actieve corruptie;
l) Handel in verdovende middelen en psychotropische substanties;
m) Fraude bij het verkrijgen van subsidie of toelage, verduistering van
toelagen, subsidies of toegekend krediet, fraude bij het verkrijgen van
krediet, misbruik van economische reputatie of actieve corruptie die het
internationale handelsverkeer schaadt;
n) Uitgave van ongedekte cheques;
o) Oneerlijke concurrentie, vervalsing of namaak en illegaal gebruik van
merken, indien uitgevoerd in het kader van bouwactiviteiten;
p) Misdrijven met betrekking tot het witwassen van kapitaal;
q) Belastingmisdrijven.

(2) Niet van toepassing zijn van de volgende situaties op individuele
ondernemers, bedrijven en hun wettelijke vertegenwoordigers:
a) Wettelijk of juridisch verbod tot het uitoefenen van handel en
- 44 -


wettelijk, juridisch of bestuurlijk verbod tot het uitvoeren van
bouwactiviteiten;
b) Onderwerp zijn geweest van bepaalde aanvullende sancties
c) Onderwerp zijn geweest van drie definitieve veroordelingen voor
opzettelijke illegale praktijken die sociaal zeer ernstig zijn;
d) Wettelijk vertegenwoordiger zijn geweest van een bedrijf of een
bouwbedrijf dat bij de uitoefening van het beroep is bestraft voor de
onder 1) genoemde misdrijven.

Financiële/
(1) Bouwbedrijven worden onderverdeeld in 9 klasseringen van bevoegdheden
economische
voor het uitvoeren van werken. Bedrijven met de laagste klassering mogen
draagkracht
slechts werken uitvoeren met een waarde tot 150.000 euro. Bedrijven met de
hoogste klassering zijn bevoegd tot het uitvoeren van werken van meer dan 15
miljoen euro.15

(2) Alleen bedrijven die kunnen aantonen dat ze beschikken over eigen
vermogen, omzet aan in bouwwerkzaamheden en financieel evenwicht volgens
de bepalingen van dit document, kunnen worden ingedeeld in een klasse hoger
dan 1.


Technische/beroeps-
(1) Beoordeling organisatiestructuur door IMOPPI aan de hand van:
bekwaamheid
a) Een organogram, waarin diverse functies worden onderscheiden,
vooral die van de directie, de administratie, productie en beheer van het
bouwwerk en het veiligheids- en kwaliteitsbeheer;
b) De ervaring in het uitvoeren van werkzaamheden van zichzelf of,
indien het gaat om bedrijven, van de managers en bestuurders,
gerefereerd aan de waarde en het belang van de belangrijkste
bouwwerken die zij hebben uitgevoerd of waaraan zij hebben
meegewerkt en de aard van dit meewerken.

(2) Beoordeling door IMOPPI van personeelsbestand aan de hand van:
a) Het aantal productiemedewerkers en hun respectievelijke
kennisniveau, specialisatie en professionele ervaring, alsmede hun

15 Voor een volledig overzicht van waardes zie Ministeriële beschikking nr. 1300/2005, van 20 december 2005 (opgenomen in Bijlage H).
- 45 -


beschikbaarheid voor het uitoefenen van functies binnen het bedrijf;
b) Het aantal medewerkers verbonden aan het managen van
arbeidsveiligheid, -hygiëne en gezondheid, op basis van de geldende
wetgeving;
c) Het aantal opzichters en werknemers per groep contractueel
betaalden.

Het minimale aantal productiemedewerkers, opzichters en werknemers
is vastgesteld in Ministeriële beschikking nr. 16/2004 van 10 januari
2004 (opgenomen in bijlage 4F)

(3) Beoordeling door IMOPPI van de technische middelen, waarbij rekening
wordt gehouden met in hoeverre het bedrijf beschikking heeft over de
installaties die het nodig heeft voor de activiteiten

(4) Beoordeling door IMOPPI van de ervaring van het bedrijf in het uitvoeren
van bouwwerken op basis van:
a) De uitgevoerde werken, per soort werkzaamheden;
b) De werken waar het mee bezig is, per soort werkzaamheden;
c) De noteringen die staan in het informatieregister over bouwbedrijven


Overige eisen
Nationaliteit van EU-lidstaat, dan wel een verblijfplaats in Italië wanneer het
buitenlandse ondernemers of bestuurders betreft van rechtmatig opgerichte
vennootschappen in staten die gelijke rechten aan Italiaanse staatsburgers
toekennen


Spanje:
In Spanje moet een onderneming om in te mogen schrijven op een aanbesteding voor werken of
diensten met een waarde van 120.202,42 euro (20 miljoen peseta's) of meer, beschikken over een
classificatie die wordt toegekend door de Junta Consultiva de Contratación Administrativa, de Spaanse
Raad van Advies voor Overheidsopdrachten. Op basis van deze classificatie worden
ondernemingen ingedeeld in een register van geclassificeerde bedrijven. Het Spaanse
classificatiesysteem is vastgelegd in hoofdstuk 2 van Wet 2/2000 en een uitvoeringsregeling
- 46 -


(Koninklijk Besluit 1098/2001 van 12 oktober 2001), die beiden (deels in vertaling) zijn
bijgevoegd in bijlage 4G.
Het register van geclassificeerde bedrijven is ingedeeld in elf verschillende (hoofd)groepen van
bouwwerkzaamheden (A t/m K) en elf (hoofd)groepen van diensten (L t/m V). Iedere
hoofdgroep is weer onderverdeeld in subgroepen. Ook maakt het register onderscheid tussen zes
categorieën, die zijn vastgesteld op basis van het gemiddelde bedrag op jaarbasis waarvoor
werken of diensten zijn gerealiseerd. Een bouwonderneming valt binnen Categorie A indien het
gemiddelde bedrag op jaarbasis niet hoger is dan 60.000 euro. De hoogste bouwcategorie (F) ziet
op bedragen hoger dan 2,4 miljoen euro. Voor diensten bestaan vier categorieën, waarvan de
laagste (A) minder dan 150.000 euro en de hoogste (D) 600.000 euro of hoger.

Om te worden geclassificeerd in een bepaalde subgroep voor werken moet een aannemer
aantonen dat hij de laatste vijf jaar de specifieke werkzaamheden van de subgroep heeft
uitgevoerd, of anders specifieke werkzaamheden van verwante subgroepen of van andere
subgroepen van dezelfde hoofdgroep, die complexer zijn wat betreft de uitvoering van de
werkzaamheden en waarvoor zwaardere apparatuur is vereist. Indien de onderneming niet in de
afgelopen vijf jaar specifieke werkzaamheden van de subgroep heeft uitgevoerd, moet hij
beschikken over voldoende financiële middelen, ervaren personeel en machines of apparatuur die
specifiek zijn bedoeld voor de in de subgroep bedoelde werkzaamheden.
De categorie in een subgroep wordt vastgesteld op basis van de maximale jaaromzet van de
aannemer in de afgelopen vijf jaar met betrekking tot de tot de subgroep behorende
werkzaamheden. Deze jaaromzet wordt vervolgens vermeerderd met een percentage van 20% tot
320%, afhankelijk van het personeelsbestand, de waarde van het machinepark, het eigen
vermogen en de bouwervaring van de aannemer. Deze factoren worden verwerkt in een formule,
de Bedrijfsindex,16 die wordt gebruikt voor de berekening van de categorie. De verkregen
categorie in een subgroep geldt tevens voor alle verwante subgroepen of subgroepen die hiervan
afhankelijk zijn.

16 De formule luidt: I = 1,2 + T + M + F + E, waarbij I = Bedrijfsindex, T = de graad van technologisering, M = de mechanisatiegraad, F = de
financiële index, en E = de algemene bouwervaring. De bedrijfsindex heeft een minimale waarde van 1,2 en een maximale waarde van 4,2 en
vormt de som van de verschillende elementen waaruit de index is samengesteld en die worden berekend op de in de artikelen 31 tot en met 34 van
Koninklijk Besluit 1098/2001 bepaalde wijze.
- 47 -


De categorie in een hoofdgroep wordt vastgesteld op de waarde van de op een na hoogste van de
categorieën, behaald in de tot die hoofdgroep behorende subgroepen. De behaalde categorie in
de hoofdgroep geldt weer voor alle subgroepen van die hoofdgroep, tenzij de onderneming in
een subgroep recht heeft op een hogere categorie.
De indeling in groepen, subgroepen en categorieën met betrekking tot diensten gebeurt in grote
lijnen op dezelfde wijze, met dien verstande dat bij diensten niet wordt gekeken naar de omzet
van de laatste drie, maar slechts van de laatste vijf jaar.
Bij de aanvraag tot classificatie in het register van ondernemingen worden ook de integriteit,
economische en financiële geschiktheid en technische en beroepsbekwaamheid getoetst.
Daarvoor gelden echter geen specifieke regels. In de classificatieprocedure worden simpelweg de
algemene vereisten voor de verwerving van overheidsopdrachten getoetst, zoals al besproken in
de vorige paragrafen. Daarom zal op de ter zake gestelde eisen hier niet verder worden ingegaan.
Wel geeft het bijgevoegde schema een overzicht van de documentatie die een onderneming bij
zijn aanvraag moet overleggen.
Overigens geldt de verplichte classificatie niet voor buitenlandse bedrijven. Zij moeten per
aanbesteding tegenover de aanbestedende dienst aantonen dat ze beschikken over de vereiste
economische en financiële draagkracht en technische en beroepsbekwaamheid en dat zij zijn
ingeschreven in hun nationale handelsregister.

Tabel 10. Spanje: classificatiesysteem


Verlangde bewijsmiddelen
Uitsluitingsgronden
(1) Een verklaring waaruit blijkt dat zich geen van de oorzaken voor de

uitsluiting van overheidsopdrachten voordoen en bewijs dat tijdig is voldaan aan
de belasting- en socialezekerheidsverplichtingen.

(2) Kopie van de verklaring van het vierde kwartaal van het vorige jaar, het
jaarlijkse overzicht van de laatste twee jaren en van de gedeeltelijke verklaring
van het lopende jaar van de Belasting op de Toegevoegde Waarde of
vergelijkbare belasting in gebieden waar deze belasting niet wordt geheven.

- 48 -


(3) Rapport over de arbeidssituatie van de onderneming met betrekking tot de
laatste maand, voor elk van de socialebijdragenrekeningen voor de
bouwwerkzaamheden of dienstverlening, afgegeven door de Tesorería General de
la Seguridad Social. (Algemene Kas voor de Sociale Zekerheid). In de rapporten
moeten de volgende gegevens worden vermeld: activiteit van de onderneming,
namenlijst van de werknemers, soort socialezekerheidsbijdragen die door de
werknemers worden betaald, datum van aanmelding en afmelding, soort
overeenkomst en aantal dagen van premiebetaling.

Financiële/
(1) - Ingeval van vennootschappen: de jaarrekeningen van de laatste twee
economische
boekjaren die zijn ingediend bij het Handelsregister of het desbetreffende
draagkracht
officiële register.
- Ingeval van eenmanszaken: de jaarrekeningen van de laatste twee afgesloten
boekjaren, indien wettelijk verplicht, aangiften van de Vermogensbelasting van
de laatste drie jaar, en bij gebrek van een van deze aangiften, de aangiften van de
loonbelasting.

(2) Een verklaring, met betrekking tot de laatste drie boekjaren, omtrent de
wereldwijde omzet en een verklaring waarin uitsluitend de uitvoering wordt
weergegeven van opdrachten die verband houden met de werkzaamheden
waarvoor de onderneming wenst te worden ingedeeld, met vermelding van de
aangegane verplichtingen waaraan in die periode is voldaan en de lopende
projecten, waarbij de vermoedelijke datum van afronding dient te worden
vermeld.

Technische/beroeps-
(1) Bewijsstukken met betrekking tot de personele middelen van de
bekwaamheid
onderneming:
a) Lijst van technisch personeel met universitair diploma betrokken bij de
uitvoering van de opdrachten.
a) Lijst van technisch personeel zonder universitair diploma betrokken bij de
uitvoering van de opdrachten.
c) Een verklaring betreffende de gemiddelde personele middelen van de
onderneming in de laatste drie jaar.

(2) Bewijsstukken met betrekking tot de materiële middelen van de
- 49 -


onderneming: lijst met machines, materiaal en apparatuur waarover de
onderneming beschikt, in eigendom, gehuurd of geleast, voor de uitvoering van
de werkzaamheden van de subgroepen van de aangevraagde classificatie.

(3) Bewijsstukken betreffende de ervaring in de uitvoering van de
werkzaamheden die verband houden met de werkzaamheden van de
subgroepen van de aangevraagde indeling:

a) Voor opdrachten voor de uitvoering van werken: een lijst met de in de laatste
vijf jaar verrichte bouwwerkzaamheden te overleggen, met vermelding of de
werkzaamheden rechtstreeks zijn uitgevoerd of door middel van uitbesteding.
De lijst dient te worden vergezeld van verklaringen, afgegeven door de
bouwdirectie en goedgekeurd door de aanbestedende dienst, inzake de goede
uitvoering voor de omvangrijkste werken. De verklaringen bevatten een korte
omschrijving van de verrichte werkzaamheden en gaan vergezeld van een
bevestiging dat het gehele aanbestede werk naar tevredenheid is afgerond.

b) Voor opdrachten van diensten: een lijst met de in de laatste drie jaar verrichte
diensten, met vermelding of de werkzaamheden rechtstreeks zijn uitgevoerd of
door middel van uitbesteding. Deze lijst dient te worden vergezeld van de
verklaring inzake goede uitvoering, die grofweg aan dezelfde eisen moet
voldoen als omschreven onder a).

(3) Een door de Tesorería General de la Seguridad Social afgegeven verklaring met
vermelding van het jaarlijks gemiddeld aantal werknemers in dienst van de
onderneming in de laatste drie jaar.

(4) Toestemming of vergunning voor de uitoefening van de activiteiten van een
subgroep, indien dit wettelijk verplicht is.

Organisatie van de
(1) Bewijs van de rechtspersoonlijkheid en de handelingsbevoegdheid van
onderneming
rechtspersonen. Het statutaire doel van de rechtspersonen moet in
overeenstemming zijn met de werkzaamheden die worden vermeld in de
subgroepen met betrekking waartoe de indeling wordt aangevraagd.

- 50 -


(2) Rechtpersonen, waarvan het kapitaal is verdeeld in aandelen of
deelnemingen op naam, dienen een verklaring te verstrekken van de Secretaris
van de Raad van Bestuur of van de Bestuurder over de verdeling van het
maatschappelijke kapitaal en het eigendom hiervan.

(3) Verklaring betreffende de samenstelling en leden van de directie- en
bestuursorganen en rechtsgeldig bewijs van vertegenwoordiging en volmachten.

(4) Kopie van het Nationale Identiteitsdocument van de personen die de
aanvraag ondertekenen.

(5) Kopie van de jaarlijkse verklaring van transacties met derden, aankoop- en
verkooptransacties van de laatste drie boekjaren.



In het verleden zijn ook pogingen ondernomen om in het kader van het Europees
Standaardisatiecomité (CEN) te komen tot een Europese Norm voor de kwalificatie van
bouwondernemingen. De deelnemende landen hebben echter geen overeenstemming kunnen
bereiken over de inhoud van deze norm. Wel heeft het voorstel voor de CEN-norm als inspiratie
gediend voor lidstaten. Het Portugese certificeringssysteem vertoont bijvoorbeeld grote gelijkenis
met de voorgestelde CEN-norm. De CEN-norm is als achtergrondinformatie bijgevoegd als
bijlage 4H.
- 51 -


3 . 5
Opdrachten onder de drempels
3 . 5 . 1
Inleiding
Momenteel kent Nederland (nog) geen wetgeving met betrekking tot de aanbesteding van
opdrachten met een waarde lager dan de Europese drempelbedragen (hierna ook wel kortweg:
"opdrachten onder de drempels"). De meeste van de onderzoekslanden kennen dergelijke regels
voor opdrachten onder de drempels wel. Alleen in Frankrijk, Griekenland, Ierland en het
Verenigd Koninkrijk zijn geen regels die de aanbesteding van overheidsopdrachten onder de
drempels regelen.
Vaak komen de regels voor opdrachten onder de drempels in grote lijnen overeen met de regels
voor opdrachten boven de drempels. Wel zijn deze regels over het algemeen soepeler, met name
ten aanzien van de eisen voor bekendmaking en de te hanteren termijnen. Ook kennen
verschillende landen nog eigen, lagere drempels, waaronder de aanbestedende dienst nog meer
speelruimte heeft. Vanwege de grote verschillen tussen de regels in de verschillende
onderzoekslanden, wordt dit onderwerp hieronder per land behandeld.
De regels die in de onderzoekslanden gelden voor opdrachten onder de drempels, zullen per land
in een schema worden weergegeven. Daarbij worden slechts de hoofdregels worden
weergegeven. Eventuele uitzonderingsgevallen (bijvoorbeeld voor geheime opdrachten) worden
buiten beschouwing gelaten. De in de schema's vermelde procedures zijn de minimaal door de
aanbestedende dienst te volgen procedures. Uiteraard staat het de aanbestedende dienst in die
gevallen vrij om een met meer waarborgen omklede procedure te volgen.
Voor de beschrijving van de geldende procedures is zoveel mogelijk aangesloten bij de
terminologie van het Bao. Onder 'openbare procedure' wordt verstaan een procedure waarbij
ondernemers mogen inschrijven (na enige vorm van algemene kennisgeving). Onder 'niet-
openbare procedure' wordt verstaan een procedure waaraan ondernemers mogen verzoeken deel
te nemen, maar waarbij alleen de door de aanbestedende dienst aangezochte ondernemers mogen
inschrijven. Met 'onderhandelingsprocedure' (in het Bao 'procedure van gunning door
onderhandeling' genoemd) wordt gedoeld op een procedure waarbij de aanbestedende dienst met
door hem gekozen ondernemers overleg pleegt en door onderhandelingen met een of meer van
hen de voorwaarden van de opdracht vaststelt. Daarnaast zal eveneens de term 'onderhandse
- 52 -


gunning' gebruikt worden voor gevallen waarin de aanbestedende dienst de opdracht direct (een-
op-een) gunt aan een ondernemer.
Naast een beschrijving van de toegestane procedures zal worden ingegaan op eventuele
bekendmakingsvereisten en zal worden aangegeven in hoeverre de termijnen voor opdrachten
onder de drempels afwijken van die uit de Richtlijn.
3 . 5 . 2
Regels voor opdrachten onder de drempel
België:
In België zijn nog geen nieuwe wetsvoorstellen bekend ten aanzien van overheidsopdrachten die
de Europese drempelbedragen niet overschrijden. Op grond van de huidige wetgeving is het
regime voor opdrachten onder de drempel in grote lijnen gelijk aan de regels voor
overheidsopdrachten boven de Europese drempels. De verschillen zullen hieronder worden
beschreven.

De te volgen procedures zijn dezelfde als boven de drempels. Echter, opdrachten waarvan het
goed te keuren bedrag (ex BTW) niet hoger ligt dan 67.000 euro mogen worden gegund via een
onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking. Wat betreft de speciale sectoren is dit bedrag
135.000 euro (water, energie en vervoer).

Opdrachten waarvan het geraamde bedrag de Europese drempelbedragen niet overschrijdt,
hoeven niet te worden onderworpen aan de regels van Europese bekendmaking. Wel vallen deze
opdrachten in beginsel onder de nationale bekendmakingsvereiste van publicatie in het 'Bulletin
der Aanbestedingen'. Die verplichting geldt overigens ook voor opdrachten boven de drempel,
maar dan naast de verplichte bekendmaking in het Publicatieblad van de EG.

Voor opdrachten onder de drempel geldt eveneens een kortere minimumtermijn voor de
ontvangst van offertes. Die termijn is bij openbare aanbestedingen niet tweeënvijftig, maar
zesendertig dagen, te rekenen vanaf de datum van verzending van de aankondiging. Bij niet-
openbare aanbestedingen is die minimale termijn vijftien dagen.


- 53 -


Hoofdregels:
< 67.000:


Onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking

67.000 - EU-drempel: Openbare of niet-openbare procedure met nationale bekendmaking

> EU-drempel:

Openbare of niet-openbare procedure met Europese en nationale
bekendmaking


Denemarken:
Ten aanzien van opdrachten van werk onder de EU-drempels worden regels gesteld in de Deense
Wet inzake aanbestedingsprocedures voor opdrachten van werk (hierna: Aanbestedingswet
Werken). De Aanbestedingswet Werken is bindend voor alle aanbestedende diensten en andere
instellingen die publieke fondsen ontvangen voor het betreffende project. Op grond van deze
wet moet voor opdrachten van werk boven de 3 miljoen kronen (ca. 400.000 euro) een openbare
of niet-openbare procedure worden toegepast. Daarnaast kan worden gekozen voor een speciale
onderhandelingsprocedure, waarbij de aanbestedende dienst een aantal ondernemers zonder
voorafgaande selectie kan uitnodigen tot het doen van een inschrijving. Voor het overige komt
deze procedure overeen met de tweede fase (de gunningsfase) van de niet-openbare procedure.

In grote lijnen zijn deze aanbestedingsprocedures gelijk aan die voor opdrachten boven de
drempels. Op de volgende punten verschillen ze echter van de Richtlijn:
· De aanbestedende dienst mag in een aanbestedingsprocedure onder de Aanbestedingswet
Werken onderhandelingen voeren met inschrijvers, indien het gunningcriterium de
economisch meest voordelige inschrijving is. Wanneer het gunningcriterium de laagste prijs
is, zijn alleen onderhandelingen met de laagste inschrijver toegestaan.
· Onder de Aanbestedingswet Werken ontbreken exacte termijnen voor de indiening van
offertes. Er moet een termijn worden gegeven die lang genoeg is om inschrijvers in staat te
stellen hun offerte voor te bereiden. Wel geldt een minimumtermijn voor ondernemingen
om interesse te tonen in deelname aan een niet-openbare procedure. Die termijn bedraagt 15
dagen. De gestanddoeningstermijn van offertes bedraagt veertig werkdagen, tenzij de
aanbestedingsdocumenten anders bepalen.
- 54 -


· Indien wordt gekozen voor de openbare of niet-openbare procedure, vindt de publicatie van
de opdracht plaats door middel van een aankondiging in de pers of in relevante elektronische
media. Indien gekozen wordt voor de onderhandelingsprocedure, wordt de uitnodiging
direct gericht aan de uitgenodigde ondernemers.

Opdrachten van werk onder de 3 miljoen kronen (ca. 400.000 euro) kunnen - naast gunning op
grond van de hierboven genoemde procedures - ook via een onderhandelingsprocedure worden
gegund. Indien de waarde van de opdracht groter is dan 300.000 kronen (ca. 40.000 euro), is de
aanbestedende dienst verplicht om ten minste twee offertes aan te vragen. Onder dat bedrag is
ook onderhandse gunning toegestaan.

Er is in Denemarken geen wetgeving ten aanzien van opdrachten van leveringen en diensten
onder de drempel. Het Ministerie van Financiën heeft, in circulaire no. 159 van 17 december
2002, echter wel nadere regels gesteld voor overheidsopdrachten van centrale overheden. Op
grond van deze circulaire, die geldt voor opdrachten van werken, leveringen en diensten, moeten
de centrale overheden met gepaste intervallen offertes aanvragen ten aanzien van alle taken die de
aanbestedende diensten zelf uitvoeren, maar die mogelijk ook door marktpartijen kunnen worden
verzorgd, indien de waarde van de betreffende taken boven de 500.000 kronen (ca. 66.600 euro)
ligt.

Voor opdrachten onder de 500.000 kronen (ca. 66.600 euro) geldt geen
aanbestedingsverplichting. Echter, wanneer een opdracht wordt gegund zonder dat een
aanbestedingsprocedure wordt gevolgd, mag de aanbestedende dienst niet meer dan drie (en in
sommige gevallen vier) offertes ontvangen voor enige opdracht van werk.

De Deense regels voor aanbestedingen onder de drempels lijken goed te functioneren. Ze bieden
dezelfde voordelen als de regels voor boven de drempels (kort gezegd: gelijke kansen voor
ondernemingen en de beste kwaliteit en prijs voor de aanbestedende dienst), maar zijn minder
complex, en de verwachting is dat ze daardoor minder administratieve lasten veroorzaken.




- 55 -


Hoofdregels (voor opdrachten van werk):
< 300.000 DKK (ca. 40.000):
Onderhandse gunning toegestaan

300.000 - 3.000.000 DKK:
Onderhandelingsprocedure/verplichting om ten minste 2
offertes aan te vragen

3.000.000 DKK - EU-drempel:
Openbare, niet-openbare of speciale onderhandelings-
procedure (cf. Aanbestedingswet)

> EU-drempel:
Implementatiebesluiten van toepassing


Duitsland:
Het algemene deel van de Duitse aanbestedingsregelgeving is ook van toepassing op opdrachten
onder de Europese drempelbedragen. Het verschil tussen dit algemene deel en het deel dat
gebaseerd is op de Europese richtlijnen zit in het rechtskarakter: het 'Europese' deel is vastgelegd
in de wet en kent aan inschrijvers afdwingbare rechten toe. Daarentegen hebben de regels voor
opdrachten onder de drempels slechts het rechtskarakter van een (interne) administratieve
regeling, die alleen verbindend zijn voor de publieke autoriteiten en derhalve niet kunnen worden
afgedwongen door inschrijvers.

De regeling voor opdrachten onder de drempel vertoont grote gelijkenis met de Richtlijn. Vooral
de regeling van de aanbestedingsprocedures is erg vergelijkbaar. Het verschil is dat geen Europese
aankondiging van de aanbesteding nodig is (overigens in sommige gevallen wel landelijk of op
deelstaatniveau) en dat minder hoge eisen aan documentatie worden gesteld dan in de Richtlijn.

Naast de nationale regels hebben enkele Duitse deelstaten hun eigen regels vastgesteld ten
aanzien van de aanbesteding van opdrachten onder de drempels. Deze regels richten zich meestal
op opdrachten van werk en zijn gericht op de ondersteuning van middelgrote ondernemingen.
Een overzicht van de bestaande aanbestedingsregelingen op deelstaatniveau is bijgevoegd als
bijlage 5.

- 56 -


Zowel ondernemingen als aanbestedende diensten klagen in Duitsland over de bureaucratie en de
inspanningen die voortvloeien uit de nationale aanbestedingsregels. Begrotingsautoriteiten
benadrukken daarentegen vaak de noodzaak van transparante, niet-discriminerende regels, ook
voor opdrachten onder de drempel.

Duitsland kent bagatelbepalingen voor federale, deelstatelijke of lokale aanbestedingen en deze
zijn per staat verschillend. In Hamburg is bijvoorbeeld in het geheel geen drempel, in
Nedersaksen geldt voor opdrachten van werk een drempel van 30.000 euro.


Finland:
Het Finse concept-wetsvoorstel regelt zowel aanbestedingen boven als onder de drempels. De
bepalingen voor opdrachten onder de drempels zien onder meer op de toepasselijke procedures,
de vereisten aan bekendmaking en transparantie, de selectie van inschrijvers, het toewijzen van
contracten en rechtsmiddelen. Op deze terreinen wordt in grote lijnen de regelgeving inzake
opdrachten boven de drempels gevolgd. De bepalingen zijn verplicht en gelden voor de
aanbestedingsprocedures van alle aanbestedende diensten. Voor opdrachten in de speciale
sectoren zullen echter geen regels gaan gelden voor opdrachten onder de drempels.

De in de concept-wetgeving voorgestelde regels voor opdrachten onder de drempels zijn veel
uitgebreider en gedetailleerder dan de huidige wetgeving. Terwijl de huidige wetgeving over
opdrachten onder de drempels nog zeer beknopt en algemeen van aard is, zullen de voorgestelde
regels de wetgeving voor boven de regels volgen. Ondernemingen en andere belanghebbenden
vrezen dat de nieuwe regels aanbestedingen onder de drempels ingewikkelder zullen maken en
daardoor zullen leiden tot meer klachten.

De voorgestelde wet voorziet in nationale drempelwaardes van 20.000 euro voor opdrachten van
leveringen en diensten en 100.000 euro voor opdrachten van werk. Deze bedragen zullen
waarschijnlijk nog worden aangepast voordat de wet uiteindelijk wordt aangenomen. De
bepalingen van de voorgestelde wet gelden alleen voor aanbestedingen boven deze nationale
drempelwaardes.

- 57 -


Finland kent geen bindende richtsnoeren met betrekking tot aanbestedingen. De Minister van
Industrie en Handel heeft in 1994 wel niet-bindende algemene voorwaarden voor
overheidsopdrachten van de staat vastgesteld ("JYSE 1994"). Door verwijzing kunnen deze
voorwaarden ook toepasselijk worden verklaard in andere aanbestedingsprocedures, bijvoorbeeld
van gemeenten. JYSE 1994 bevat regels over een aantal onderwerpen, waaronder aanbiedingen,
prijzen, leveringsvoorwaarden, onderaanbesteding en vertrouwelijkheid. De verwachting is dat
deze algemene voorwaarden aangepast dienen te worden als gevolg van de wijzigingen in de
aanbestedingswetgeving.

Hoofdregels:
< 20.000 (leveringen & diensten)/ Aanbestedingswet niet van toepassing
100.000 (werken):

20.000/100.000 - EU-drempels:
Nationale bepalingen Aanbestedingswet van toepassing

>
EU-drempels: Europese
bepalingen Aanbestedingswet van toepassing


Frankrijk:
In Frankrijk gelden geen regels voor opdrachten onder de drempels. Deze opdrachten kunnen
worden gegund volgens door de aanbestedende dienst vrij te bepalen modaliteiten. Behalve
wanneer de aanbestedende dienst in zo'n geval uitdrukkelijk besluit een van de geformaliseerde
procedures toe te passen, kunnen de technische karakteristieken van de leveringen, diensten en
werken die aan kandidaten bekend worden gemaakt zeer beknopt worden omschreven.


Griekenland:
Ook in Griekenland gelden geen regels voor opdrachten onder de drempels. Onder de drempels
gelden derhalve slechts de algemene verdragsbeginselen objectiviteit, non-discriminatie en
transparantie, zoals uitgewerkt in de rechtspraak van het Hof van Justitie van de EG.


- 58 -


Ierland:
Ierland kent geen wetgeving ten aanzien van de aanbesteding van opdrachten onder de drempels.
Ook zijn er ter zake geen bindende richtsnoeren. Wel geven de niet-bindende 2004 Guidelines
(bijgevoegd als bijlage 6) een leidraad ('best practice') voor de aanbesteding van
overheidsopdrachten. Deze richtsnoeren zijn ingevoerd om te verzekeren dat aanbestedingen op
een eerlijke manier verlopen en op een manier die ervoor moet zorgen dat aanbestedende
diensten de meeste waar voor hun geld krijgen. In de 2004 Guidelines worden de stappen uiteenzet
die moeten worden gevolgd om het vereiste niveau van mededinging te bereiken.

Volgens de 2004 Guidelines moeten bij opdrachten van leveringen en diensten met een waarde
tussen de 5.000 en 50.000 euro offertes worden aangevraagd bij ten minste drie ondernemingen.
Voor contracten boven 50.000 euro tot de Europese drempels geldt in beginsel een
publicatieverplichting (in een landelijk blad, Publicatieblad of op de officiële overheidswebsite
www.etenders.gov.ie). Voor opdrachten onder de 5.000 euro volstaat dat minder formele
procedures worden gevolgd. De 2004 Guidelines bevatten verder bepalingen over de
bekendmaking van opdrachten en het inlichten van verliezende inschrijvers.


Italië:
De bepalingen van TULP gelden in beginsel ook voor opdrachten onder de Europese drempels.
In bepaalde opzichten wordt echter afgeweken van de regels voor boven de drempels om de
procedure eenvoudiger en meer flexibel - en daarmee minder tijdrovend - te maken. De
verschillen zullen hieronder worden besproken.

De te volgen procedures voor onder de drempels zijn dezelfde als die voor boven de drempels.
De onderhandelingsprocedure met of zonder voorafgaande bekendmaking is echter naast de in
de Richtlijn genoemde gevallen ook toegestaan voor alle opdrachten van werk onder de 100.000
euro.

In bepaalde - in artikel 125 TULP genoemde - omstandigheden kunnen aanbestedende diensten
bij opdrachten van werk onder de 200.000 euro en bij opdrachten van leveringen en diensten
onder de drempels ook kiezen voor een speciale vereenvoudigde (en daardoor goedkopere)
procedure. TULP spreekt in dat geval van gunning in economia. Bij gunning in economia kan de
- 59 -


Responsabile del procidemento, een binnen de aanbestedende dienst aangewezen verantwoordelijke
inkoopmanager, kiezen uit twee procedures voor de uitvoering van de opdracht:

1) Amministrazione diretta: de verantwoordelijke inkoopmanager huurt zelf arbeidskrachten in,
zorgt voor de inkoop van de benodigde materialen, berekent de kosten en onderneemt al het
overige dat nodig is voor de uitvoering van de opdracht. Hij is daarbij niet verplicht om
speciale procedures te volgen of meerdere offertes aan te vragen. Amministrazione diretta kan
worden toegepast bij opdrachten van werk van maximaal 50.000 euro en van leveringen en
diensten van maximaal 20.000 euro.

2) Cottimo fiduciario: dit is een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande publicatie, waarbij
de verantwoordelijke inkoopmanager onderhandelt met ten minste vijf door hem
geselecteerde ondernemingen, waarna gunning plaatsvindt aan één van hen (de zogenaamde
cottimista) tegen een vaste prijs. Die derde is verder verantwoordelijk voor de uitvoering van
de opdracht, maar is niet verplicht die opdracht zelf uit te voeren. Deze
onderhandelingsprocedure kan worden toegepast bij opdrachten van werk onder de 200.000
euro en bij opdrachten van leveringen en diensten onder de Europese drempels. Bij
opdrachten van werk onder de 40.000 euro en van leveringen en diensten onder de 20.000
geldt de verplichting om ten minste vijf offertes te vragen niet en mag de verantwoordelijke
inkoopmanager de opdracht altijd onderhands gunnen.

Naast deze procedures in economia kan voor de aanbesteding van opdrachten van werk met een
waarde lager dan 750.000 euro eveneens een bijzondere onderhandelingsprocedure worden
gevolgd, waarbij de aanbestedende dienst ten minste twintig offertes moet aanvragen (of, indien
dit minder is, zoveel als er geschikte aanbieders zijn).

Een ander verschil met de regels voor opdrachten voor boven de drempels is dat voor
opdrachten onder de drempels geen Europese, maar enkel een nationale of lokale
bekendmakingsverplichting bestaat. Ook gelden voor opdrachten onder de drempels afwijkende
eisen ten aanzien van de termijnen voor de indiening van offertes. Naast de algemene regel dat de
aanbestedende dienst bij de vaststelling van die termijn rekening moet houden met de
complexiteit van de opdracht, gelden verschillende minimumtermijnen. Een overzicht van deze
termijnen is opgenomen in bijlage 7 bij dit rapport.
- 60 -



Wat betreft de openbaarheid van aanbestedingen geldt dat opdrachten van werk met een waarde
hoger dan 500.000 euro en opdrachten van leveringen en diensten bekend moeten worden
gemaakt in de Gazzetta Ufficiale della Repubblica Italiana. Voor opdrachten van werk lager dan
500.000 euro is lokale bekendmaking verplicht.

Hoofdregels werken:
< 40.000

Gunning in economia via cottimo fiduciario (onderhandse gunning)

40.000 - 200.000 Gunning in economia via cottimo fiduciario (via onderhandelingsprocedure)

< 50.000
Gunning in economia via amministrazione diretta

< 100.000
Gunning via onderhandelingsprocedure

< 750.000
Gunning via onderhandelingsprocedure waarbij ten minste 20 offertes
worden aangevraagd (of zoveel als er geschikte aanbieders zijn)

750.000 -
Openbare of niet-openbare procedure met voorafgaande nationale
EU-drempels
bekendmaking

> EU-drempels
Openbare of niet-openbare procedure met voorafgaande Europese
bekendmaking


Hoofdregels leveringen/diensten:
< 20.000
Gunning in economia via amministrazione diretta of cottimo fiduciario (directe
gunning)

20.000 -
Gunning in economia via cottimo fiduciario / Openbare of niet-openbare
EU-drempels
procedure met voorafgaande nationale bekendmaking

- 61 -


> EU-drempels
Openbare of niet-openbare procedure met voorafgaande Europese
bekendmaking


Luxemburg:
In Luxemburg zijn de regels voor opdrachten onder de drempels in beginsel gelijk aan de regels
voor contracten die de drempels overschrijden. De hoofdregel is dat de aanbestedende dienst
gebruik maakt van de openbare procedure, tenzij de wetgeving voorziet in een andere procedure,
zoals hieronder weergegeven.

Bij (afzonderlijke) opdrachten van werk boven de 125.000 euro kan de aanbestedende dienst
naast de openbare procedure ook gebruik maken van de niet-openbare procedure met
bekendmaking. Wanneer sprake is van een algemene aanneming van werk is die drempel 625.000
euro.

Voor opdrachten van geringe betekenis mag de aanbestedende dienst eveneens een
onderhandelingsprocedure toepassen. Een opdracht is van geringe betekenis indien het totale
bedrag van de opdracht beneden de drempel van 22.000 euro blijft. Voor bepaalde soorten
werken, leveringen en diensten is deze drempel verhoogd tot 33.000 of 44.000 euro.

Een aanbestedende dienst mag bij een opdracht met een waarde van boven de 25.000 euro
gebruik maken van een niet-openbare procedure zonder bekendmaking of van een
onderhandelingsprocedure. In dat geval moet echter eerst het advies worden ingewonnen van de
Commission des soumissions (zie par. 3.7.2). Voor de overige opdrachten onder de EU-drempels geldt
de hoofdregel dat een openbare procedure wordt gevolgd met bekendmaking in de landelijke
pers.

Opvallend is ten slotte dat een aanbestedende gemeente opdrachten met een waarde lager dan
12.500 euro mag gunnen aan een in die gemeente gevestigde onderneming die niet het laagste
aanbod heeft gedaan, mits het aanbod van deze onderneming niet meer dan 5% boven de
goedkoopste inschrijving ligt.

- 62 -


Om de procedures te vereenvoudigen zijn in Luxemburg uitgebreide, bindende model-
aanbestedingsdocumenten vastgesteld voor opdrachten van werk. Deze bevatten een aantal
algemene administratieve en technische bepalingen, alsmede aanvullende technische eisen voor
bepaalde specifiek benoemde bouwsectoren.

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken kan administratieve richtsnoeren (circulaires) uitvaardigen
om de gemeentes te informeren hoe de procedures toegepast moeten worden. Dergelijke
richtsnoeren hebben echter geen rechtskracht. Ze geven slechts een toelichting op de bestaande
wetgeving.

Hoofdregels:
< 22/33/44.000:
Niet-openbare procedure zonder bekendmaking/onderhandeld contract

22/33/44.000 -
Openbare procedure met nationale bekendmaking
EU-drempels:

> EU-drempels:
Openbare procedure met Europese en nationale bekendmaking


Oostenrijk:
In beginsel geldt de Bundesvergabegesetz 2006 voor zowel aanbestedingen boven als onder de
drempels. De wet kent echter ook specifieke bepalingen voor aanbestedingen im
Oberschwellenbereich (boven de drempels) en im Unterschwellenbereich (onder de drempels).

Bij opdrachten van werk tot 120.000 euro en opdrachten van leveringen en diensten tot 80.000
euro mag gebruik worden gemaakt van de niet-openbare procedure zonder voorafgaande
bekendmaking, zolang de aanbestedende dienst voldoende geschikte ondernemingen bekend zijn
om een vrije en eerlijke mededinging te waarborgen.

Opdrachten van leveringen en diensten onder de drempels kunnen ook worden gegund door
middel van een onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking. Bij opdrachten van
werk kan deze procedure worden gekozen bij opdrachten met een waarde lager dan 350.000 euro.

- 63 -


Bij opdrachten van werk met een waarde lager dan 80.000 euro en bij opdrachten van leveringen
en diensten met een waarde lager dan 60.000 euro mag een onderhandelingsprocedure zonder
voorafgaande bekendmaking mag worden gevolgd. Voor deze procedure kan ook worden
gekozen indien een aanbestedende dienst op grond van bijzonder gunstige omstandigheden, die
zich slechts korte tijd voordoen, goederen of diensten kan aanschaffen tegen een prijs die
aanmerkelijk onder de gebruikelijke marktprijzen ligt. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden
aan aankopen uit een failliete boedel. Opdrachten met een waarde lager dan 40.000 euro mogen
onderhands worden gegund.

Bij opdrachten onder de drempel gelden kortere minimumtermijnen. De minimumtermijn voor
de indiening van een verzoek tot deelname veertien dagen en voor de indiening van een offerte
tweeëntwintig dagen.

Hoofdregels:
< 40.000:


Onderhandse gunning

40.000 - 80.000/
Verschillende procedures en drempels, zoals hierboven beschreven
120.000 (werk):


80.000/120.000 (werk) - Openbare of niet-openbare procedure met voorafgaande nationale
EU-drempels:

bekendmaking

> EU-drempels:

Openbare of niet-openbare procedure met voorafgaande Europese
bekendmaking


Portugal:
De Portugese aanbestedingsregels gelden in beginsel voor alle overheidsopdrachten. De precieze
voorschriften verschillen echter afhankelijk van de waarde van de opdracht. Bij opdrachten
boven de 124.699,47 euro moet een openbare of niet-openbare procedure worden gevolgd met
nationale bekendmaking. In de niet-openbare procedure publiceert de aanbestedende dienst een
aankondiging van de opdracht met een opgave van de benodigde beroeps- en technische
bekwaamheid. Ondernemingen die aan de gestelde eisen voldoen kunnen hun interesse aangeven,
- 64 -


waarna de aanbestedende dienst minstens 5 en maximaal 20 partijen uitnodigt tot het doen van
een inschrijving. Bij opdrachten onder de 124.699,47 euro is voorafgaande publicatie niet
verplicht. De aanbestedende dienst kan in dat geval zelf minstens 5 en maximaal 20 partijen
selecteren, die worden uitgenodigd tot het doen van een inschrijving.

Bij opdrachten tussen 24.939,89 en 39.903,83 euro wordt een aanbestedingsprocedure gevolgd,
waarbij met inschrijvers kan worden onderhandeld. Bij opdrachten tussen 4.987,98 en 24.939,89
euro kan de aanbestedende dienst een onderhandelingsprocedure volgen, waarbij ten minste drie
offertes moeten worden aangevraagd. Opdrachten tot 4.987,98 euro mogen onderhands worden
gegund.

Hoofdregels:
< 4.987,98

Onderhandse gunning

4.987,98 - 124.699,47 Diverse onderhandelingsprocedures (zoals boven omschreven)

124.699,47 -

Openbare of niet-openbare aanbesteding met nationale bekendmaking
EU-drempels

> EU-drempels:

Openbare of niet-openbare procedure met voorafgaande Europese
bekendmaking


Spanje:
De Spaanse Aanbestedingswet geldt voor alle overheidsopdrachten, zowel boven als onder de
drempels. Zoals hierboven al aangegeven, moet een onderneming die in aanmerking wil komen
voor een opdracht van dienst of werk van boven de 120.202,42 euro beschikken over een
clasificación. Opdrachten voor werk met een waarde lager dan 60.101,21 euro kunnen gegund
worden door middel van een onderhandelingsprocedure zonder aankondiging. Dit geldt ook
voor opdrachten van levering en opdrachten van diensten tot 30.050,61 euro (of 60.101,21 euro
voor de levering van bederfelijke goederen). Ten aanzien van opdrachten van werk tot 30.050,61
euro en opdrachten van leveringen en diensten tot 12.020,24 euro zijn in het geheel geen eisen
gesteld aan de te volgen procedures. In die gevallen in onderhandse gunning derhalve toegestaan.
- 65 -


Hoofdregels:
< 12.020,24/


Onderhandse gunning
30.050,61 (werk)

12.020,24/30.050,61 (werk) - Onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking
30.050,61/60.101,21 (werk)

30.050,61/60.101,21 (werk) - Openbare of niet-openbare procedure met nationale

EU-drempels:

bekendmaking

> EU-drempels:


Openbare of niet-openbare procedure met Europese
bekendmaking


Verenigd Koninkrijk:
De Public Contracts Regulation is niet van toepassing op overheidsopdrachten onder de drempels.
De Local Government Act verplicht lokale autoriteiten om bij de uitoefening van hun taken 'best
value'
na te streven, onder meer door middel van open concurrentie. Het is echter aan de
overheden zelf om te bepalen hoe deze best value te bereiken.


Zweden:
De Zweedse Aanbestedingswet kent een afzonderlijk hoofdstuk (6) voor opdrachten die onder
de Europese drempels vallen. De regels voor opdrachten onder de drempel zijn vergelijkbaar met
die voor opdrachten boven de drempel. Wel geven deze regels de aanbestedende diensten iets
meer ruimte, zoals hieronder zal worden toegelicht. De bepalingen inzake rechtsbescherming zijn
overigens gelijk aan die voor boven de drempels.

Opdrachten onder de drempels kunnen worden aanbesteed door middel van een 'vereenvoudigde
procedure' (een versoepelde openbare procedure) of een 'selectieve procedure' (een versoepelde
niet-openbare procedure).

- 66 -


Bij de vereenvoudigde procedure verzoekt de aanbestedende dienst ondernemingen offertes in te
dienen door het plaatsen van een aankondiging op een vrij toegankelijke elektronische database
of via een andere geschikte vorm van aankondiging. Iedere onderneming kan hierop inschrijven,
waarna de aanbestedende dienst kan onderhandelen met één of meerdere inschrijvers.

Bij de selectieve procedure plaatst de aanbestedende dienst een uitnodiging tot inschrijving op
een aanbesteding op een vrij toegankelijke elektronische database, waarop ondernemingen hun
interesse kunnen aangeven. De aankondiging vermeldt hoe en wanneer ondernemingen dit
kunnen doen. De aanbestedende dienst nodigt vervolgens een aantal geïnteresseerden uit om een
offerte in te dienen en kan vervolgens onderhandelen met één of meerdere inschrijvers.

De Aanbestedingswet bepaalt dat onderhandse gunning mogelijk is wanneer de waarde van de
aanbesteding laag is. Wanneer dit het geval is, wordt door de aanbestedende dienst bepaald. Over
het algemeen worden waarden beneden de 20.000 euro als laag beschouwd.

De termijnen voor opdrachten onder de drempel staan niet vast. Inschrijvers moeten een
redelijke termijn om hun offertes in te dienen. Wel bepaalt de Aanbestedingswet dat de termijn
voor de indiening van een verzoek tot deelname ten minste tien dagen moet bedragen,.

De Zweedse nationale aanbestedingsraad (Nämnden för offentlig upphandling) heeft richtsnoeren
opgesteld waarin de regels voor aanbesteding van opdrachten onder de drempels worden
toegelicht.

De Zweedse regels voor aanbestedingen onder de drempels lijken erg goed te werken en
ondernemingen zijn erg tevreden met deze regels. Sinds juli 2002 moeten alle
overheidsopdrachten worden aangekondigd, waardoor de mededinging wordt bevorderd. Er zijn
verscheidene elektronische databases waarin de aanbestedende diensten hun opdrachten
aankondigen, wat als positief wordt ervaren. Wel is het voor potentiële inschrijvers
onoverzichtelijk dat er meerdere databases zijn. De bepalingen ten aanzien van
rechtsbescherming zijn redelijk ingewikkeld en in de praktijk moeilijk toe te passen. Daarom
bestaat de wens om ze te vereenvoudigen. Dit wordt momenteel onderzocht.

- 67 -


Hoofdregels:
< ca. 20.000 ("opdrachten Onderhandse gunning
met een lage waarde")

ca. 20.000 - EU-drempels Vereenvoudigde of selectieve procedure met voorafgaande
aankondiging in landelijk dagblad of op elektronische database

>
EU-drempels
Openbare of niet-openbare procedure met Europese
bekendmaking
- 68 -


3 . 6
Geheime opdrachten
3 . 6 . 1
Inleiding
Artikel 14 van de Richtlijn verklaart dat de Richtlijn niet van toepassing is op
overheidsopdrachten die geheim zijn verklaard of waarvan de uitvoering overeenkomstig de in de
betrokken lidstaat geldende wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen met bijzondere
veiligheidsmaatregelen gepaard moet gaan of wanneer de bescherming van de wezenlijke
belangen van die lidstaat zulks vereist (hierna gezamenlijk aangeduid als "geheime opdrachten").

De Nederlandse implementatie is een nagenoeg letterlijke omzetting van deze bepaling. De Raad
van State heeft echter aangegeven dat het doel van de Richtlijn vereist dat waarborgen worden
vastgesteld om misbruik van deze bepaling te voorkomen. Hieronder wordt uiteengezet hoe de
onderzoekslanden artikel 14 van de Richtlijn hebben geïmplementeerd (of voornemens zijn te
implementeren) en welke waarborgen daarbij zijn getroffen.

3 . 6 . 2
Bepalingen inzake geheime opdrachten
In bijna alle onderzoekslanden is de tekst van de uitzondering voor geheime opdrachten
vergelijkbaar met die van artikel 14 van de Richtlijn. De nationale wetgevingen van de
onderzoekslanden geven weinig houvast over de uitleg van het begrip 'geheime opdracht'. De
door de aanbestedende dienst gemaakte beoordeling staat in de meeste landen open voor beroep
bij de administratieve rechter of een andere instelling belast met het toezicht op het
aanbestedingsrecht. Alleen in het Verenigd Koninkrijk is niet geheel duidelijk of beroep op de
rechter openstaat.

Doorgaans is het de aanbestedende dienst zelf die beoordeelt of een opdracht als geheim moet
worden aangemerkt. In Griekenland worden echter speciale parlementaire commissies ingesteld
die, in samenwerking met de voor de opdracht relevante ministeries, bepalen of een opdracht
geheim is.

In Zweden is het de regering die aanbestedingen vanwege geheimhouding of andere beperkingen
in verband met veiligheid kan vrijstellen van de publicatieplicht en van andere bepalingen van de
aanbestedingswet, voor zover dat nodig is in het belang van defensie en nationale veiligheid. De
- 69 -


regering kan in specifieke gevallen bepalen dat een aanbestedende dienst zelf kan beslissen over
dergelijke vrijstellingen.

In beginsel worden in Zweden alle documenten uit een aanbestedingsprocedure na de gunning
openbaar. Wanneer een aanbestedende dienst van oordeel is dat er sprake is van een geheime
opdracht, kan hij toestemming vragen bij het Ministerie van Financiën om de betrokken
documenten geheim te houden. Het Ministerie beoordeelt van geval tot geval of een dergelijke
vrijstelling van de openbaarmakingsplicht wordt verleend.

In Luxemburg heeft een aanbestedende gemeente de toestemming van de Minister van
Binnenlandse Zaken nodig voor de vaststelling dat een opdracht geheim is. De Minister heeft een
grote vrijheid om te beoordelen of een opdracht geheim is. De wet- en regelgeving geven voor
deze beoordeling niet meer aanknopingspunten dan de Richtlijnen. Ook zijn er geen richtsnoeren
over dit onderwerp.

In Italië geldt een vrijstelling van het aanbestedingsregime voor leveringen, werken en diensten
ten behoeve van de taken van de Banca d'Italia, het leger of de politie, of ten behoeve van
aanbestedende diensten in de sectoren Water, Energie, Transport en Post, wanneer speciale
veiligheids- of geheimhoudingsmaatregelen vereist zijn op grond van de toepasselijke wet- en
regelgeving, of wanneer de bescherming van de wezenlijke belangen van het land zulks vereist.
De betreffende aanbestedende dienst moet gemotiveerd aangeven welke opdrachten als 'geheim'
moeten worden aangemerkt of onder speciale veiligheidsmaatregelen moeten worden uitgevoerd.
Voor zover mogelijk moet de aanbestedende dienst in deze gevallen ten minste vijf
ondernemingen uitnodigen om een offerte uit te brengen. Meer in het algemeen moet rekening
worden gehouden met de eisen van mededinging, onpartijdigheid, gelijke behandeling,
transparantie en proportionaliteit.

Opdrachten die vallen onder de uitzondering voor geheime opdrachten staan onder het
exclusieve toezicht van de Corte dei Conti, een instelling die vergelijkbaar is met de Algemene
Rekenkamer in Nederland. Het parlement wordt jaarlijks geïnformeerd over deze geheime
opdrachten in een verslag van de Corte dei Conti van haar activiteiten.

- 70 -


In Duitsland is de categorie van uitgezonderde opdrachten - in vergelijking met artikel 14 van de
Richtlijn - uitgebreid met opdrachten in verband met de inzet van strijdkrachten, bestrijding van
terrorisme of de bescherming van de wezenlijke belangen van die lidstaat bij de verwerving van
informatietechnologie of telecommunicatie-inrichtingen. Geheimverklaring dient te geschieden in
overeenstemming met de toepasselijke wettelijke en administratieve bepalingen. Dit betreft met
name de Sicherheitsüberprüfungsgesetz (Veiligheidscontrolewet; zie bijlage 8) en de door de Ministers
van Binnenlandse Zaken van de deelstaten vastgestelde Verschlusssachenanweisungen
(Administratieve regels voor geheime documenten en zaken; als voorbeeld is in bijlage 9
bijgevoegd de Verschlusssachenanweisung van de deelstaat Nedersaksen). Deze regelingen bevatten
geen speciale verwijzing naar aanbestedingen, maar geven wel meer duidelijkheid over wat een
'geheime opdracht' behelst. Ook de Duitse wetgeving geeft aanbestedende diensten de
bevoegdheid zelf te bepalen wanneer er sprake is van een geheime opdracht.

Al met al zijn uit de relevante wetgeving in de onderzoekslanden weinig concrete criteria af te
leiden die bepalen wanneer een opdracht als geheim moet worden aangemerkt. Bijna alle
onderzoekslanden hebben ervoor gekozen om de beslissing of sprake is van een geheime
opdracht over te laten aan de aanbestedende dienst. In een aantal, hierboven genoemde, gevallen
ligt die beslissing bij een hogere instantie. In alle onderzoekslanden geldt voor die beslissing een
grote discretionaire ruimte.

- 71 -


3 . 7
Overige/aanvullende regels
3 . 7 . 1
Inleiding
In deze paragraaf zal nader worden ingegaan op verschillen tussen de aanbestedingswetgeving in
de onderzoekslanden en de Richtlijn. Het kan zijn dat landen bepaalde onderwerpen strenger
hebben geregeld dan de Richtlijn voorschrijft of dat de landen onderwerpen behandelen die in de
Richtlijn in het geheel niet aan de orde komen. Er is met name onderzocht of de
onderzoekslanden speciale bepalingen kennen inzake innovatie (3.7.2) en de toegankelijkheid van
aanbestedingsprocedures voor het midden- en kleinbedrijf (MKB) (3.7.3). Ook is gekeken naar
het toezicht op de naleving van de aanbestedingsregels (3.7.4) en is onderzocht in hoeverre regels
aanwezig zijn voor opdrachten die buiten de reikwijdte van de Richtlijn vallen (3.7.5). Naast de
hierboven al behandelde opdrachten 'onder de drempels' en geheime opdrachten kan daarbij
bijvoorbeeld worden gedacht aan de verlening van concessies voor diensten.

3 . 7 . 2
Innovatie
De onderzoekslanden kennen geen specifieke regels ten aanzien van innovatie en aanbestedingen.
In Duitsland kan een opdracht onderhands gegund worden, wanneer deze naar zijn aard en
omvang vooraf niet eenduidig en uitputtend kan worden bepaald. Hieronder kunnen
bijvoorbeeld opdrachten inzake onderzoek en ontwikkeling vallen. In die zin kan deze bepaling
innovatie in de hand werken.

3 . 7 . 3
MKB
De Oostenrijkse Aanbestedingswet bepaalt met betrekking tot raamovereenkomsten expliciet
dat ook kleine en middelgrote ondernemingen - waar mogelijk - in dergelijke opdrachten moeten
worden betrokken. In dit verband verdient opmerking dat veel aanbestedingen in Oostenrijk
verlopen via de Bundesbeschaffungs GmbH, een door het Ministerie van Financiën opgerichte
centrale inkooporganisatie, die opdrachten voor verschillende aanbestedende diensten
samenvoegt. Daarbij wordt een groot aantal opdrachten verleend door middel van
raamovereenkomsten. Een aantal publieke instellingen heeft Bundesbeschaffungs GmbH gevraagd
daarbij rekening te houden met het MKB. Volgens Bundesbeschaffungs GmbH zijn echter al 73%
van haar contractpartijen kleine en middelgrote ondernemingen.
- 72 -



In Duitsland gelden geen specifieke bepalingen met betrekking tot het MKB, maar geldt wel de
algemene verplichting om opdrachten onder te verdelen in percelen waar dit mogelijk is en dit
geen nadelige economisch gevolgen heeft. Deze bepaling moet vooral het MKB ten goede
komen.

Zoals al besproken in paragraaf 3.5.2 mag een aanbestedende gemeente in Luxemburg
opdrachten met een waarde lager dan 12.500 euro gunnen aan een in die gemeente gevestigde
onderneming die niet het laagste aanbod heeft gedaan, mits het aanbod van deze onderneming
niet meer dan 5% boven de goedkoopste inschrijving ligt. Die bepaling zou ten goede kunnen
komen aan het plaatselijke midden- en kleinbedrijf.

3 . 7 . 4
Toezicht
In Nederland klagen ondernemers geregeld over het niet (of niet goed) naleven van de
aanbestedingsregelgeving door centrale en decentrale overheden. De regering wil daarom
verkennen hoe andere lidstaten omgaan met het toezicht op de naleving van het
aanbestedingsrecht. Hieronder volgt een overzicht van de verschillende soorten
toezichtconstructies en de concrete uitwerking van het toezicht in de onderzoekslanden.

Op het gebied van toezicht op en handhaving van de aanbestedingsregels kunnen in de
onderzochte lidstaten drie verschillende partijen worden onderscheiden:

· Gerechtelijke instanties
Dit zijn over het algemeen administratieve rechtbanken. Enkele landen kennen ook speciale
kamers voor aanbestedingszaken.

· Gespecialiseerde toezichthouders
Deze hebben meestal slechts een adviserende en bemiddelende functie. Denemarken, Luxemburg
en Oostenrijk hebben een dergelijke gespecialiseerde toezichthouder. In Denemarken en
Oostenrijk kunnen deze toezichthouders ook bindende uitspraken doen.


- 73 -


· Nationale mededingingsautoriteiten
In Denemarken en Zweden hebben de nationale mededingingsautoriteiten ook een specifieke
taak als adviseur in aanbestedingszaken.

Ten aanzien van de speciale sectoren (water, energie, transport en post) gelden er in de
onderzoekslanden geen afwijkende regels ten aanzien van toezicht en handhaving.

In België ligt het toezicht bij de Raad van State en de civiele rechtbanken. De Raad van State ziet
toe op de beslissingen van administratieve overheden, terwijl de rechtbanken geschillen
beslechten die betrekking hebben op subjectieve rechten, zoals het recht op schadevergoeding.
Wanneer een opdracht eenmaal is gegund, is de Raad van State niet langer bevoegd. Er is geen
specifieke toezichthouder.

In Denemarken zijn er drie instanties die toezicht houden. Civiele rechtbanken zijn bevoegd in
aanbestedingszaken, maar in de praktijk komen dergelijke zaken in eerste instantie vrijwel nooit
voor de rechter. Bedrijven kunnen zich bovendien wenden tot de Klachtencommissie voor
Overheidsopdrachten, die bindende uitspraken doet. Daarnaast speelt de Deense
mededingingsautoriteit een rol. Zij adviseert in belangrijke zaken en handelt klachten af. Ook kan
zij een bemiddelende rol spelen in geschillen tijdens aanbestedingsprocedures. De
mededingingsautoriteit kan bovendien ook zaken bij de Klachtencommissie aanhangig maken.
Een uitvoerige beschrijving van het Deense klachtensysteem (in het Engels), afkomstig van de
Deense mededingingsautoriteit, is bij dit rapport gevoegd als bijlage 10.

In Duitsland heeft elke deelstaat een rechtbank met een aparte Aanbestedingskamer
(Vergabekammer). Ook op landelijk niveau is er een dergelijke Aanbestedingskamer (voor
opdrachten van de federale overheid). Er is geen specifieke toezichthouder.

In Finland worden geschillen in aanbestedingszaken afgehandeld door de Handelskamer van de
rechtbanken. Er is geen specifieke toezichthouder.

Frankrijk kent gespecialiseerde aanbestedingscommissies, die aanbestedende diensten adviseren.
Daarnaast ziet een speciale interministeriële taskforce er op toe dat aanbestedende diensten op de
- 74 -


juiste wijze overheidsopdrachten aanbesteden en afsluiten. Geschillen worden beslecht door de
administratieve rechter.

In Griekenland kan, wanneer de aanbestedende dienst de Staat of een publiekrechtelijke
rechtspersoon is, een verzoek tot schorsing of vernietiging van een gunningsbeslissing worden
gericht aan de Raad van State, de hoogste nationale administratieve rechter. Ten aanzien van
aanbestedingen van de overige aanbestedende diensten, is de burgerlijke rechter bevoegd. Er is
geen specifieke toezichthouder, maar de betrokken ministeries hebben een algemene adviserende
en toezichthoudende taak. De betrokken ministeries zijn in ieder geval de ministeries van
Economische Zaken en van Ontwikkeling, en daarnaast het ministerie op wiens vakgebeid de
aanbesteding betrekking heeft (bijvoorbeeld de minister van Verkeer voor een aanbesteding
inzake de aanleg van wegen).

Ierland kent geen specifieke toezichthouder op naleving van de aanbestedingsregels. Het
Hooggerechtshof (High Court) is bevoegd in aanbestedingszaken.

In Italië ziet de "Autorità di vigilanza sui lavori pubblici" als onafhankelijke toezichthouder toe op
correcte toepassing van de aanbestedingsregels. Geschillen moeten in eerste aanleg aan de
administratieve rechter worden voorgelegd, en worden in tweede aanleg door de Raad van State
("Consiglio di Stato") behandeld.

In Luxemburg kunnen klachten over toepassing van de aanbestedingsregels worden voorgelegd
aan de administratieve rechter. Klachten die handelen over het sluiten van het contract en de
uitvoering van dat contract moeten aan de civiele rechter worden voorgelegd. Ook kan een klacht
worden ingediend bij de Aanbestedingscommissie (Commission des Soumisions). Hoewel de
uitspraken van deze commissie niet bindend zijn, worden ze meestal wel nageleefd. De
Commission des Soumissions fungeert eveneens als adviesorgaan voor aanbestedende diensten.

Oostenrijk kent een landelijke Aanbestedingsautoriteit (Bundesvergabeamt). Ook is er in elke
deelstaat een dergelijke instantie. Deze autoriteiten houden toezicht op naleving van de
aanbestedingsregels en zijn bovendien de bevoegde instanties voor het beslechten van geschillen.
In beroep worden alle geschillen behandeld door de (landelijke) administratieve rechtbank.

- 75 -


In Portugal zijn de administratieve rechtbanken bevoegd kennis te nemen van geschillen met
betrekking tot de aanbesteding van overheidsopdrachten. Er is geen specifieke toezichthouder.

In Spanje kan gedurende de aanbestedingsprocedure, dat wil zeggen tot aan het begin van de
gunningsfase, administratief beroep worden ingesteld tegen een of meerdere bepalingen van het
aanbestedingsdocument. Daarna kunnen klachten worden voorgelegd aan de administratieve of
de civiele rechter, afhankelijk van de aard van de aanbestede opdracht. De Spaanse
aanbestedingswet biedt ook de mogelijkheid tot het verkrijgen van een voorlopige voorziening.
Een verzoek om voorlopige voorziening moet worden ingediend binnen vijf dagen nadat de door
een (potentiële) inschrijver vastgestelde inbreuk heeft plaatsgevonden, waarna binnen tien dagen
uitspraak zal worden gedaan.

In het Verenigd Koninkrijk is het Office for Government Commerce (ressorterend onder het
Ministerie van Financiën) verantwoordelijk voor advisering op het gebied van aanbesteding van
overheidsopdrachten in Engeland en Wales. In Schotland ligt deze bevoegdheid bij de Scottish
Executive
. Het Office for Government Commerce bereidt de relevante wetgeving voor, stelt richtsnoeren
op en adviseert de Britse overheid op het gebied van aanbestedingen. Het heeft echter geen
bevoegdheden om naleving ook daadwerkelijk af te dwingen en geschillen te beslechten.
Geschilbeslechting is mogelijk voor het Hooggerechtshof (High Court).

Ook in Zweden zijn de administratieve rechters bevoegd in aanbestedingszaken. Na het sluiten
van de overeenkomst kan een eventuele schadeclaim aan de civiele rechter worden voorgelegd.
Zweden heeft bovendien een Nationale Adviesraad voor Overheidsaankopen. Deze raad ziet toe
op juiste toepassing van de aanbestedingsregels, adviseert Ministeries dienaangaande, en verstrekt
informatie aan alle geïnteresseerden. De Nationale Adviesraad voor Overheidsaankopen heeft
echter geen handhavingsbevoegdheden. De Zweedse mededingingsautoriteit kan een
aanbestedende dienst voor de rechter brengen als zij van mening is dat een aanbestedende dienst
de aanbestedingsregels niet of niet juist heeft toegepast. De rechter kan de aanbestedende dienst
verbieden dergelijke gedragingen te continueren, eventueel op straffe van een boete.

- 76 -


Tabel 11. Klachteninstanties voor aanbestedingszaken

Land
Instantie
Bindende uitspraken?
Denemarken - Klachtencommissie voor Overheidsopdrachten - Ja
- Nationale mededingingsautoriteit
- Nee
Luxemburg Aanbestedingscommissie (Commission des
Nee
Soumisions)
Oostenrijk
Aanbestedingsautoriteit (Vergabeamt); nationaal Ja
en in de deelstaten
Zweden
Nationale mededingingsautoriteit
Nee (de mededingings-
autoriteit kan wel zaken


voor de rechter brengen)


3 . 7 . 5
Overig
In Finland en Oostenrijk bevat de (concept) wetgeving een meer uitgebreide behandeling van
de procedure voor de verlening van opdrachten voor de diensten uit bijlage II B bij de Richtlijn
("II B-diensten"). Deze landen kennen, evenals Italië, ook regels ten aanzien van concessies voor
diensten. In Finland bevat de conceptwetgeving met betrekking tot deze onderwerpen onder
meer bepalingen over de te volgen procedures, bekendmaking en transparantie, de gunning van
opdrachten en legal remedies. In Italië moet de verlening van concessies voor diensten geschieden
in overeenstemming met de EU Verdragsbeginselen, zoals transparantie, openbaarheid, non-
discriminatie en proportionaliteit. Er moet bij ten minste vijf ondernemingen een offerte worden
aangevraagd.

Een aantal landen kent aanvullende regels voor specifieke onderwerpen. In Denemarken bepaalt
de Wet op de veerdiensten dat wanneer private ondernemingen publieke subsidies ontvangen om
veerdiensten in het algemeen belang te kunnen aanbieden, of wanneer een private onderneming
- 77 -


het exclusieve recht krijgt om tussen twee havens veerdiensten aan te bieden, de opdracht moet
worden aanbesteed. Opmerkelijk is verder dat in Denemarken de verkoop van onroerend goed
door een gemeente alleen kan geschieden door middel van een aanbestedingsprocedure. De
verkoop van grond met het oog op sociale woningbouw is uitgezonderd van deze verplichting.

Ook kennen bepaalde landen aanvullende procedurele regels. Luxemburg kent aanvullende
regels met betrekking tot het uitschrijven van de aanbesteding en de uitvoering van de opdracht.
De Oostenrijkse Aanbestedingswet kent onder meer bepalingen over 'inbesteding' (volgens de
Teckal-formule), alternatieve aanbiedingen, het gunnen van opdrachten op basis van enkel de
geboden prijs, de intrekking van een aanbesteding en het gebruik van standaardbepalingen.

In het Verenigd Koninkrijk is ten aanzien van de berekening van de bij een opdracht betrokken
omzet bepaald dat de waarde van door zogenaamde Discrete Operational Units aanbestede
opdrachten niet worden opgeteld bij opdrachten ten aanzien van hetzelfde type diensten of
goederen van de overheidsinstellingen waartoe zij behoren. Een Discrete Operational Unit is een
lichaam dat weliswaar formeel deel uitmaakt van een andere overheidsinstelling, maar daar
feitelijk los van staat en zijn eigen inkoopbudgetten heeft (bijvoorbeeld individuele scholen die
formeel deel uitmaken van een Local Education Authority). Deze uitzondering moet restrictief
worden uitgelegd.



- 78 -