Staatsblad
van het Koninkrijk der Nederlanden
Jaargang 2005
409
Besluit van 16 juli 2005, houdende regels
betreffende de procedures voor het gunnen van
opdrachten in de sectoren water- en
energievoorziening, vervoer en postdiensten
(Besluit aanbestedingen speciale sectoren)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Economische Zaken van
22 december 2004, nr. WJZ 4082228;
Gelet op richtlijn nr. 2004/17/EG van het Europees parlement en de Raad
van de Europese Unie houdende coördinatie van de procedures voor het
plaatsten van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening,
vervoer en postdiensten (PbEG L 134) en de artikelen 2 en 3 van de
Raamwet EEG-voorschriften aanbestedingen;
De Raad van State gehoord (advies van 4 april 2005, nr. W10.04.0634/II);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Economische Zaken
van 11 juli 2005, nr. WJZ 5033366;
Hebben goedgevonden en verstaan:
§ 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken;
b. Commissie: de Commissie van de Europese Gemeenschappen;
c. Overeenkomst inzake overheidsopdrachten: de op 15 april 1995 te
Marrakech tot stand gekomen Overeenkomst inzake overheidsopdrachten
(Trb. 1994, 235);
d. aannemer: een ieder die de uitvoering van werken op de markt
aanbiedt;
e. leverancier: een ieder die producten op de markt aanbiedt;
f. dienstverlener: een ieder die diensten op de markt aanbiedt;
g. werk: het product van een geheel van bouwkundige of civieltech-
nische werken dat ertoe bestemd is als zodanig een economische of
technische functie te vervullen;
h. opdracht voor werken: een schriftelijke overeenkomst onder
bezwarende titel die tussen een of meer aannemers en een of meer
aanbestedende diensten is gesloten en betrekking heeft op:
1°. de uitvoering of het ontwerp en de uitvoering:
Staatsblad 2005
409
1

­ van werken in het kader van een van de werkzaamheden, genoemd in
bijlage 1, of
­ van een werk, of
2°. het laten uitvoeren met welke middelen dan ook van een werk dat
aan de door de aanbestedende dienst vastgestelde eisen voldoet;
i. opdracht voor leveringen: een schriftelijke overeenkomst onder
bezwarende titel die tussen een of meer leveranciers en een of meer
aanbestedende diensten is gesloten en betrekking heeft op:
1°. de aankoop, leasing, huur of huurkoop, met of zonder koopoptie,
van producten, of
2°. de levering van producten en zijdelings betrekking heeft op
werkzaamheden voor het aanbrengen en installeren van die levering;
j. opdracht voor diensten: een schriftelijke overeenkomst onder
bezwarende titel die tussen een of meer dienstverleners en een of meer
aanbestedende diensten is gesloten en betrekking heeft op:
1°. het verrichten van de diensten, genoemd in bijlage 3,
2°. het leveren van producten en het verrichten van de diensten,
genoemd in bijlage 3, en waarvan de waarde van de desbetreffende
diensten hoger is dan die van de producten, of
3°. het verrichten van de diensten, bedoeld in bijlage 3, en van
werkzaamheden, genoemd in bijlage 1, waarbij de werkzaamheden
bijkomstig zijn ten opzichte van het verrichten van de diensten;
k. opdracht: een opdracht voor werken, een opdracht voor leveringen of
een opdracht voor diensten;
l. concessieovereenkomst voor werken: een overeenkomst met dezelfde
kenmerken als een opdracht voor werken, waarbij de tegenprestatie voor
de uit te voeren werken in ieder geval bestaat uit het recht het werk te
exploiteren, al dan niet gecombineerd met een prijs;
m. concessieovereenkomst voor diensten: een overeenkomst met
dezelfde kenmerken als een opdracht voor diensten met uitzondering van
het feit dat de tegenprestatie voor de te verrichten diensten bestaat uit het
recht de dienst te exploiteren, al dan niet gecombineerd met een prijs;
n. raamovereenkomst: overeenkomst tussen een of meer ondernemers
en een of meer aanbestedende diensten met het doel gedurende een
bepaalde periode de voorwaarden inzake te gunnen opdrachten vast te
leggen, met name wat betreft de prijs en de beoogde hoeveelheid;
o. dynamisch aankoopsysteem: een elektronisch proces voor het doen
van gangbare aankopen, met algemeen op de markt beschikbare
kenmerken, beperkt in de tijd en gedurende de gehele looptijd open voor
een ondernemer die voldoet aan de selectiecriteria en die overeenkomstig
de eisen van het beschrijvend document een indicatieve inschrijving heeft
ingediend;
p. elektronische veiling: een zich herhalend elektronisch proces voor de
presentatie van nieuwe, verlaagde prijzen, of van nieuwe waarden voor
bepaalde elementen van de inschrijvingen, dat plaatsvindt na de eerste
volledige beoordeling van de inschrijvingen en dat klassering op basis
van elektronische verwerking mogelijk maakt;
q. aanbestedende dienst: de staat, een provincie, een gemeente, een
waterschap, een publiekrechtelijke instelling, een samenwerkingsverband
van de hiervoor genoemde overheden of publiekrechtelijke instellingen,
een overheidsbedrijf, of een bedrijf of instelling waaraan door de staat,
een provincie, een gemeente, een waterschap of een publiekrechtelijke
instelling een bijzonder recht of een uitsluitend recht is verleend, wanneer
deze een van de activiteiten, bedoeld in de artikelen 2 tot en met 7,
uitoefent;
r. publiekrechtelijke instelling: een instelling die is opgericht met het
specifieke doel te voorzien in behoeften van algemeen belang, niet zijnde
van industriële of commerciële aard, die rechtspersoonlijkheid bezit en
waarvan:
Staatsblad 2005
409
2

1°. de activiteiten in hoofdzaak door de staat, een provincie, een
gemeente, een waterschap of een andere publiekrechtelijke instelling
worden gefinancierd,
2°. het beheer onderworpen is aan toezicht door de staat, een provincie,
een gemeente, een waterschap of een andere publiekrechtelijke instelling,
of
3°. de leden van het bestuur, het leidinggevend of het toezichthoudend
orgaan voor meer dan de helft door de staat, een provincie, een
gemeente, een waterschap of andere publiekrechtelijke instellingen zijn
aangewezen;
s. overheidsbedrijf: een bedrijf waarop de staat, een provincie, een
gemeente, een waterschap, een publiekrechtelijke instelling of een
samenwerkingsverband van de hiervoor genoemde overheden of
publiekrechtelijke instellingen, rechtstreeks of middellijk een overheer-
sende invloed kan uitoefenen uit hoofde van eigendom, financiële
deelneming of de op het bedrijf van toepassing zijnde voorschriften;
t. overheersende invloed: een invloed die wordt vermoed aanwezig te
zijn, wanneer de staat, een provincie, een gemeente, een waterschap, een
publiekrechtelijke instelling of een samenwerkingsverband van de
hiervoor genoemde overheden of publiekrechtelijke instellingen, al dan
niet rechtstreeks, ten aanzien van een overheidsbedrijf:
1°. de meerderheid van het geplaatste kapitaal van het overheidsbedrijf
bezit, of
2°. over de meerderheid van de stemmen beschikt die aan de door het
overheidsbedrijf uitgegeven aandelen zijn verbonden, of
3°. meer dan de helft van de leden van het bestuurs-, leidinggevend of
toezichthoudend orgaan van het overheidsbedrijf kan aanwijzen;
u. uitsluitend recht: een recht dat bij wettelijk voorschrift of bij besluit
van een bestuursorgaan aan een onderneming wordt verleend, waarbij
voor die onderneming het recht wordt voorbehouden om binnen een
bepaald geografisch gebied een dienst te verrichten of een activiteit uit te
oefenen;
v. bijzonder recht: een recht dat bij wettelijk voorschrift of bij besluit
van een bestuursorgaan aan een beperkt aantal ondernemingen wordt
verleend en waarbij binnen een bepaald geografisch gebied:
1°. het aantal van deze ondernemingen die een die een dienst mogen
verrichten of een activiteit mogen uitoefenen op een andere wijze dan
volgens objectieve, evenredige en niet-discriminerende criteria tot twee of
meer wordt beperkt,
2°. verscheidene concurrerende ondernemingen die een dienst mogen
verrichten of een activiteit mogen uitoefenen op een andere wijze dan
volgens deze criteria worden aangewezen, of
3°. aan een of meer ondernemingen op een andere wijze dan volgens
deze criteria voordelen worden toegekend waardoor enige andere
onderneming aanzienlijk wordt belemmerd in de mogelijkheid om
dezelfde activiteiten binnen hetzelfde geografische gebied onder in wezen
gelijkwaardige voorwaarden uit te oefenen;
w. aankoopcentrale: een aanbestedende dienst die voor aanbestedende
diensten bestemde leveringen of diensten verwerft, opdrachten gunt of
raamovereenkomsten sluit met betrekking tot voor aanbestedende
diensten bestemde werken, leveringen of diensten;
x. openbare procedure: een procedure, waarbij ondernemers zich
mogen inschrijven;
y. niet-openbare procedure: een procedure, waarbij ondernemers
mogen verzoeken om deel te nemen, maar waarbij alleen de door de
aanbestedende dienst aangezochte ondernemers zich mogen inschrijven;
z. procedure van gunning door onderhandelingen: een procedure
waarbij de aanbestedende dienst met door hem gekozen ondernemers
overleg pleegt en door onderhandelingen met een of meer van hen de
voorwaarden van de opdracht vaststelt;
Staatsblad 2005
409
3

aa. prijsvraag: een procedure die tot doel heeft de aanbestedende
dienst een plan of ontwerp te verschaffen, dat na een oproep tot
mededinging door een jury wordt geselecteerd, al dan niet met
toekenning van prijzen;
bb. inschrijver: een ondernemer die een inschrijving heeft ingediend;
cc. gegadigde: een ondernemer die heeft verzocht om een uitnodiging
tot deelneming aan een niet-openbare procedure of aan een procedure
van gunning door onderhandelingen;
dd. elektronisch middel: een middel waarbij gebruik wordt gemaakt van
elektronische apparatuur voor gegevensverwerking, met inbegrip van
digitale compressie en gegevensopslag, en van verspreiding,
overbrenging en ontvangst door middel van draden, straalverbindingen,
optische middelen of andere elektromagnetische middelen;
ee. CPC: de nomenclatuur van de centrale productclassificatie (gemeen-
schappelijke indeling van de produkten) van de Verenigde Naties;
ff. CPV: de Gemeenschappelijke Woordenlijst Overheidsopdrachten,
vastgesteld bij verordening (EG) nr. 2195/2002 van het Europees
Parlement en de Raad van de Europese Unie van 5 november 2002
betreffende de gemeenschappelijke woordenlijst overheidsopdrachten
(CPV) (PbEG L 340);
gg. NACE: de statistische nomenclatuur van economische activiteiten in
de Europese Gemeenschappen, vastgesteld bij verordening (EEG) nr.
3037/90 van de Raad van de Europese gemeenschappen van 9 oktober
1990 betreffende de statistische nomenclatuur van de economische
activiteiten in de Europese Gemeenschap (PbEG L 293);
hh. postzending: een geadresseerde zending in de definitieve vorm
waarin zij wordt verstuurd, ongeacht het gewicht;
ii. ii. postdienst: een postdienst welke bestaat uit het ophalen, sorteren,
vervoeren en bestellen van postzendingen;
jj. financiële dienst: een dienst als bedoeld in bijlage 3, categorie 6, met
inbegrip van postwissels en girale overschrijvingen;
kk. logistieke dienst: een dienst waarbij fysieke levering of opslag
gecombineerd wordt met een niet-postale dienst;
ll. erkende organisatie: een testlaboratorium, een ijklaboratorium of
inspectie- en certificatieorganisatie die voldoen aan de toepasselijke
Europese normen;
mm. verbonden onderneming:
1°. een onderneming waarvan de jaarrekening is geconsolideerd met
die van de aanbestedende dienst overeenkomstig de voorschriften van
richtlijn nr. 83/349/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen
van 13 juni 1983 op de grondslag van artikel 54, lid 3, sub g) van het
Verdrag betreffende de geconsolideerde jaarrekening (PbEG L 193), of
2°. in het geval van aanbestedende diensten die niet onder de richtlijn,
genoemd onder 1ş, vallen, een onderneming:
­ waarop de aanbestedende dienst rechtstreeks of middellijk overheer-
sende invloed kan uitoefenen,
­ die een overheersende invloed op een aanbestedende dienst kunnen
uitoefenen, of
­ die, tezamen met de aanbestedende dienst, onderworpen is aan de
overheersende invloed van een andere onderneming uit hoofde van
eigendom, financiële deelneming of op haar van toepassing zijnde
voorschriften;
nn. technische specificatie: in geval van
1°. opdrachten voor werken: een technische voorschrift dat een
omschrijving geeft van de vereiste kenmerken van een werk, een
materiaal, een product of een levering en aan de hand waarvan op
objectieve wijze een werk, een materiaal, een product of een levering
zodanig kan worden omschreven dat dit beantwoordt aan het gebruik
waarvoor het door de aanbestedende dienst is bestemd;
Staatsblad 2005
409
4

2°. opdrachten voor leveringen of opdrachten voor diensten: een
specificatie die voorkomt in een document ter omschrijving van de
vereiste kenmerken van een product of dienst;
oo. norm: een technische specificatie die door een erkende
normalisatie-instelling voor herhaalde of voortdurende toepassing is
goedgekeurd, waarvan de inachtneming niet verplicht is en die tot een
van de normen, bedoeld in onderdelen pp tot en met ss, behoort;
pp. internationale norm: een norm die door een internationale
normalisatie-instelling wordt aangenomen en ter beschikking van het
publiek wordt gesteld;
qq. Europese norm: een norm die door een Europese normalisatie-
instelling wordt aangenomen en ter beschikking van het publiek wordt
gesteld;
rr. nationale norm: een norm die door een nationale normalisatie-
instelling wordt aangenomen en ter beschikking van het publiek wordt
gesteld;
ss. Europese technische goedkeuring: een op de bevinding dat aan de
essentiële eisen wordt voldaan gebaseerde, gunstig uitgevallen
technische beoordeling waarbij een product, gezien zijn intrinsieke
eigenschappen en de voor de toepassing en het gebruik ervan vastge-
stelde voorwaarden, geschikt wordt verklaard voor het gebruik voor
bouwdoeleinden door een erkende organisatie;
tt. gemeenschappelijke technische specificatie: een technische
specificatie die is opgesteld volgens een door de lidstaten van de
Europese Unie erkende procedure die in het Publicatieblad van de
Europese Gemeenschappen is bekendgemaakt;
uu. technisch referentiekader: een ander product dan de officiële
normen, dat door de Europese normalisatie-instellingen is opgesteld
volgens procedures die aan de ontwikkeling van de marktbehoeften zijn
aangepast;
vv. elektronische handtekening: een handtekening als bedoeld in artikel
15a, vierde lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek;
ww. geavanceerde elektronische handtekening: een handtekening die
voldoet aan de eisen van artikel 15a, tweede lid, onderdelen a tot en met f,
van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek;
xx. richtlijn nr. 92/13/EEG: richtlijn nr. 92/13/EEG van de Raad van de
Europese Gemeenschappen van 25 februari 1992 tot coördinatie van de
wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toepassing
van de communautaire voorschriften inzake de procedures voor het
plaatsen van opdrachten door diensten die werkzaam zijn in de
sectorenwater- en energievoorziening, vervoer en telecommunicatie
(PbEG L 76);
yy. richtlijn nr. 93/38/EEG: richtlijn nr. 93/38/EEG van de Raad van de
Europese Gemeenschappen van 14 juni 1993, houdende coördinatie van
de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en
energievoorziening, vervoer en telecommunicatie (PbEG L 199), naar de
tekst zoals deze gold op de dag voor intrekking van deze richtlijn;
zz. richtlijn nr. 2001/78/EG: richtlijn nr. 2001/78/EG van de Commissie
van de Europese Gemeenschappen van 13 september 2001 tot wijziging
van bijlage IV van Richtlijn 93/36/EEG van de Raad, van de bijlagen IV, V
en VI van Richtlijn 93/37/EEG van de Raad, van de bijlagen III en IV van
Richtlijn 92/50/EEG van de Raad, zoals gewijzigd bij Richtlijn 97/52/EG,
alsmede van de bijlagen XII tot en met XV, XVII en XVIII van Richtlijn
93/38/EEG van de Raad, zoals gewijzigd bij Richtlijn 98/4/EG (richtlijn over
het gebruik van standaardformulieren bij bekendmaking van aankondi-
gingen van overheidsopdrachten) (PbEG L 285);
aaa. richtlijn nr. 2004/17/EG: richtlijn nr. 2004/17/EG van het Europees
Parlement en de Raad van de Europese Unie houdende coördinatie van de
procedures voor het plaatsten van opdrachten in de sectoren water- en
energievoorziening, vervoer en postdiensten (PbEG L 134);
Staatsblad 2005
409
5

bbb. kopersprofiel: een beschrijving van de aanbestedende dienst en
zijn inkoopbeleid;
ccc. beschrijvend document: een document waarin de opdracht, de
aanbestedende dienst, de te volgen aanbestedingsprocedure, en de
selectie- en gunningscriteria worden beschreven en toegelicht;
ddd. gunningsbeslissing: de keuze van de aanbestedende dienst voor
de ondernemer met wie hij een raamovereenkomst wil sluiten of aan wie
hij een opdracht wil gunnen;
eee. ondernemer: aannemer, leverancier of dienstverlener;
fff. schriftelijk: elk uit woorden of cijfers bestaand geheel dat kan
worden gelezen, gereproduceerd, en vervolgens medegedeeld, dat met
elektronische middelen overgebrachte of opgeslagen informatie kan
bevatten;
ggg. aanbestedingsstukken: alle documenten in een aanbestedingspro-
cedure.
§ 2. Toepassingsgebied
Artikel 2
1. Dit besluit is van toepassing op opdrachten die een aanbestedende
dienst gunt in het kader van de volgende activiteiten:
a. de beschikbaarstelling of exploitatie van vaste netten bestemd voor
openbare dienstverlening op het gebied van de productie, het vervoer of
de distributie van gas of warmte, of
b. de gas- of warmtetoevoer naar de netten, bedoeld in onderdeel a.
2. De toevoer van gas of warmte naar netten bestemd voor openbare
dienstverlening door een overheidsbedrijf, of een bedrijf of instelling
waaraan door de staat, een provincie, een gemeente, een waterschap of
een publiekrechtelijke instelling een bijzonder recht of een uitsluitend
recht is verleend, valt niet onder de activiteiten, bedoeld in het eerste lid,
wanneer:
a. de productie van gas of warmte door het betrokken overheidsbedrijf,
of bedrijf of instelling waaraan door de staat, een provincie, een
gemeente, een waterschap of een publiekrechtelijke instelling een
bijzonder recht of een uitsluitend recht is verleend, het onvermijdelijke
resultaat is van de uitoefening van een andere dan de activiteit, bedoeld in
het eerste lid, artikel 4, eerste lid, of de artikelen 5 tot en met 8, en
b. de toevoer aan het openbare net tot doel heeft deze productie op
economisch verantwoorde wijze te exploiteren en overeenstemt met ten
hoogste 20 procent van de omzet van de aanbestedende dienst berekend
als het gemiddelde over de laatste drie jaren, met inbegrip van het
lopende jaar.
Artikel 3
1. Dit besluit is van toepassing op opdrachten die een aanbestedende
dienst gunt in het kader van de volgende activiteiten:
a. de beschikbaarstelling of exploitatie van vaste netten bestemd voor
openbare dienstverlening op het gebied van de productie, het vervoer of
de distributie van elektriciteit, of
b. de elektriciteitstoevoer naar de netten, bedoeld in onderdeel a.
2. De toevoer van elektriciteit naar netten bestemd voor openbare
dienstverlening door een overheidsbedrijf, of een bedrijf of instelling
waaraan door de staat, een provincie, een gemeente, een waterschap of
een publiekrechtelijke instelling een bijzonder recht of een uitsluitend
recht is verleend, wordt niet als een activiteit als bedoeld in het eerste lid
beschouwd, wanneer:
Staatsblad 2005
409
6

a. de elektriciteitsproductie door het betrokken overheidsbedrijf, of
bedrijf of instelling waaraan door de staat, een provincie, een gemeente,
een waterschap of een publiekrechtelijke instelling een bijzonder recht of
een uitsluitend recht is verleend, geschiedt, omdat het verbruik ervan
noodzakelijk is voor de uitoefening van een andere dan de activiteiten,
bedoeld in het eerste lid, artikel 2, eerste lid, of de artikelen 5 tot en met 8,
en
b. de toevoer aan het openbare net slechts van het eigen verbruik van
de aanbestedende dienst afhangt en niet meer heeft bedragen dan 30
procent van de totale energieproductie van de aanbestedende dienst
berekend als het gemiddelde over de laatste drie jaren, met inbegrip van
het lopende jaar.
Artikel 4
1. Dit besluit is van toepassing op opdrachten die een aanbestedende
dienst gunt in het kader van de volgende activiteiten:
a. de beschikbaarstelling of exploitatie van vaste netten bestemd voor
openbare dienstverlening op het gebied van de productie, het vervoer of
de distributie van drinkwater of
b. de drinkwatertoevoer naar deze netten.
2. Dit besluit is eveneens van toepassing op de opdrachten of prijs-
vragen die worden gegunt of georganiseerd door een aanbestedende
dienst die een activiteit als bedoeld in het eerste lid uitoefent en die
verband houden met de volgende activiteiten:
a. waterbouwtechnische projecten, bevloeiing of drainage voor zover
de voor drinkwatervoorziening bestemde hoeveelheid water groter is dan
20 procent van de totale hoeveelheid water die door middel van deze
projecten of deze bevloeiings- of drainageinstallaties ter beschikking
wordt gesteld, of
b. met de afvoer of behandeling van afvalwater.
3. De toevoer van drinkwater naar netten bestemd voor openbare
dienstverlening door een overheidsbedrijf, of een bedrijf of instelling
waaraan door de staat, een provincie, een gemeente, een waterschap of
een publiekrechtelijke instelling een bijzonder recht of een uitsluitend
recht is verleend, wordt niet als een activiteit als bedoeld in het eerste lid
beschouwd, wanneer:
a. de productie van drinkwater door het betrokken overheidsbedrijf, of
bedrijf of instelling waaraan door de staat, een provincie, een gemeente,
een waterschap of een publiekrechtelijke instelling een bijzonder recht of
een uitsluitend recht is verleend, geschiedt omdat het verbruik ervan
noodzakelijk is voor de uitoefening van een andere activiteit als bedoeld in
de artikelen 2 tot en met 7, en
b. de toevoer naar het openbare net slechts van het eigen verbruik van
het bedrijf, bedoeld in onderdeel a, afhangt en niet meer heeft bedragen
dan 30 procent van de totale drinkwaterproductie van het bedrijf, bedoeld
in onderdeel a, berekend als het gemiddelde over de laatste drie jaren,
met inbegrip van het lopende jaar.
Artikel 5
1. Dit besluit is van toepassing op opdrachten die een aanbestedende
dienst gunt in het kader van activiteiten die het ter beschikking stellen of
exploiteren van netten bestemd voor openbare dienstverlening op het
gebied van vervoer per trein, automatische systemen, tram, trolleybus of
autobus of kabel beogen, onder door of vanwege de staat, een gemeente,
of een provincie gestelde voorwaarden.
Staatsblad 2005
409
7

2. Dit besluit is niet van toepassing op opdrachten voor diensten die
een openbare busdienst verzorgen, indien andere diensten vrijelijk deze
dienstverlening, algemeen dan wel voor een bepaald geografisch gebied,
onder dezelfde voorwaarden als een aanbestedende dienst kunnen
verrichten.
Artikel 6
Dit besluit is van toepassing op opdrachten die een aanbestedende
dienst gunt in het kader van de volgende activiteiten:
a. postdiensten,
b. het beheer van postdiensten,
c. diensten met een meerwaarde die verband houden met elektronische
post en die volledig langs elektronische weg plaatsvinden, met inbegrip
van de beveiligde doorgifte van gecodeerde documenten langs elektro-
nische weg, adresbeheerdiensten en het doorzenden van geregistreerde
elektronische post,
d. diensten die betrekking hebben op postzending,
e. financiële diensten,
f. filateliediensten, of
g. logistieke diensten.
De diensten, genoemd in onderdelen b tot en met g, vallen onder dit
besluit wanneer ze verleend worden door een onderneming of organisatie
die de diensten, genoemd in onderdeel a, verleent.
Artikel 7
Dit besluit is van toepassing op opdrachten die een aanbestedende
dienst gunt in het kader van activiteiten die de exploitatie van een
geografisch gebied beogen met het oogmerk op de terbeschikkingstelling
aan lucht-, zee- of riviervervoerders van luchthaven-, zeehaven-,
binnenhaven- of andere aanlandingsfaciliteiten.
Artikel 8
1. Dit besluit is van toepassing op opdrachten die een aanbestedende
dienst gunt in het kader van meerdere activiteiten dan de activiteiten,
genoemd in de artikelen 2 tot en met 7, indien de opdracht in hoofdzaak
wordt gegund ten behoeve van het verrichten van de activiteiten,
genoemd in de artikelen 2 tot en met 7.
2. Een aanbestedende dienst maakt de keuze van de methode van
berekening van de geraamde waarde van een opdracht niet met de
intentie om de opdracht aan dit besluit of aan het Besluit aanbestedings-
regels voor overheidsopdrachten te onttrekken.
3. Wanneer het objectief onmogelijk is om vast te stellen dat de
opdracht in hoofdzaak wordt gegund ten behoeve van het verrichten van
de activiteiten, genoemd in de artikelen 2 tot en met 7, wordt de opdracht
gegund:
a. overeenkomstig het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsop-
drachten indien de opdracht tevens een overheidsopdracht als bedoeld in
het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten is;
b. overeenkomstig onderhavig besluit indien de opdracht niet tevens
een overheidsopdracht als bedoeld in het Besluit aanbestedingsregels
voor overheidsopdrachten is.
Staatsblad 2005
409
8

§ 3. Non-discriminatie en openbaarheid van vertrouwelijk informatie
Artikel 9
Een aanbestedende dienst behandelt ondernemers op gelijke en
niet-discriminerende wijze en handelt transparant.
Artikel 10
1. Een aanbestedende dienst wijst gegadigden of inschrijvers die
krachtens de wetgeving van de lidstaat van de Europese Unie waarin zij
zijn gevestigd, gerechtigd zijn de desbetreffende verrichting uit te voeren,
niet af louter op grond van het feit dat zij een natuurlijke persoon of een
rechtspersoon zouden moeten zijn.
2. Voor opdrachten voor diensten, opdrachten voor werken en
opdrachten voor leveringen, die bijkomende diensten of werkzaamheden
voor aanbrengen en installeren inhouden, kan een aanbestedende dienst
van een rechtspersoon verlangen dat hij in de inschrijving of in het
verzoek tot deelneming de namen en de beroepskwalificaties vermeldt
van de personen die met de uitvoering van de opdracht worden belast.
3. Een samenwerkingsverband van ondernemers kan zich inschrijven of
zich als gegadigde opgeven.
4. Een aanbestedende dienst verlangt voor de indiening van een
inschrijving of een verzoek tot deelneming van een samenwerkings-
verband van ondernemers niet dat het samenwerkingsverband van
ondernemers een bepaalde rechtsvorm heeft.
5. Een aanbestedende dienst kan van het samenwerkingsverband
waaraan de opdracht wordt gegund eisen dat zij een bepaalde rechtsvorm
aanneemt, mits dit voor de goede uitvoering van de opdracht nodig is.
Artikel 11
1. Een aanbestedende dienst wendt zich zonder discriminatie en onder
dezelfde voorwaarden als die welke hij voor gegadigden of inschrijvers in
Nederland stelt, tot ondernemers in andere lidstaten van de Europese
Unie, in overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de
Europese Economische Ruimte of in Zwitserland die voldoen aan de
vereisten gesteld krachtens richtlijn nr. 2004/17/EG, en handelt hierbij
transparant.
2. Een aanbestedende dienst past bij het gunnen van opdrachten op
ondernemers uit de andere lidstaten van de Europese Unie even gunstige
voorwaarden toe als die welke hij bij de tenuitvoerlegging van de in het
kader van de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten, op ondernemers
van derde landen toepast.
Artikel 12
1. Bij het verstrekken van de technische specificaties aan de belangstel-
lende ondernemers, bij de kwalificatie en selectie van de ondernemers en
bij de toewijzing en bij de gunning van de opdrachten kunnen de
aanbestedende diensten eisen stellen ter bescherming van het vertrouwe-
lijke karakter van de door hen verstrekte inlichtingen.
2. Onverminderd de artikelen 40 tot en met 44, 50 en 58 van dit besluit
en met inachtneming van de Wet openbaarheid van bestuur maakt een
aanbestedende dienst de vertrouwelijke informatie die hem door een
ondernemer is verstrekt niet openbaar.
Staatsblad 2005
409
9

§ 4. Drempelbedragen
Artikel 13
Dit besluit is van toepassing op opdrachten als bedoeld in de artikelen 2
tot en met 8 waarvan de geraamde waarde, exclusief omzetbelasting,
gelijk is aan of groter dan:
a. het bedrag, genoemd in artikel 16, onderdeel a, van richtlijn nr.
2004/17/EG voor opdrachten voor leveringen en voor diensten;
b. het bedrag, genoemd in artikel 16, onderdeel b, van richtlijn nr.
2004/17/EG voor opdrachten voor de uitvoering van werken.
Artikel 14
1. Een aanbestedende dienst baseert de berekening van de geraamde
waarde van een opdracht op het totale bedrag, exclusief omzetbelasting.
Bij deze berekening wordt rekening gehouden met het geraamde
totaalbedrag, met inbegrip van de eventuele opties en eventuele
verlengingen van het contract.
2. Wanneer de aanbestedende dienst voorziet in prijzengeld of
betalingen aan gegadigden of inschrijvers, berekent zij deze door in de
geraamde waarde van de opdracht.
3. Een aanbestedende dienst onttrekt zich niet aan dit besluit door
voorgenomen werken of voorgenomen aankopen ter verkrijging van
bepaalde hoeveelheden leveringen of diensten te splitsen of bijzondere
regels te gebruiken voor de berekening van de geraamde waarde van de
opdrachten.
4. Bij de berekening van de waarde van een raamovereenkomst of een
dynamisch aankoopsysteemgaat de aanbestedende dienst uit van de
geraamde maximale waarde, exclusief omzetbelasting, van alle voor de
totale duur van de raamovereenkomst of van het dynamisch aankoop-
systeem voorgenomen opdrachten.
5. Voor de toepassing van artikel 13, houdt een aanbestedende dienst
bij de bepaling van de geraamde waarde van opdrachten voor de
uitvoering van werken rekening met de waarde van het werk en van alle
leveringen of diensten die voor de uitvoering van het werk noodzakelijk
zijn en door de aanbestedende dienst ter beschikking van de aannemer
worden gesteld.
6. Een aanbestedende dienst telt de waarde van leveringen of diensten
die niet noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bepaalde opdracht
voor de uitvoering van werken, niet bij de waarde van deze opdrachten
met de intentie om de verkrijging van deze leveringen of van deze
diensten aan de toepassing van dit besluit te onttrekken.
7. Wanneer een voorgenomen werk of een voorgenomen aankoop van
diensten aanleiding kan geven tot opdrachten die gelijktijdig in afzonder-
lijke percelen worden geplaatst, neemt de aanbestedende dienst de
geraamde totale waarde van deze percelen als grondslag.
8. Wanneer de samengetelde waarde van de percelen, bedoeld in het
zevende lid, gelijk is aan of groter is dan het drempelbedrag, genoemd in
artikel 13, past de aanbestedende dienst dit besluit toe op de gunning van
elk perceel.
9. Dit besluit is niet van toepassing op percelen als bedoeld in het
tiende lid waarvan de geraamde waarde, exclusief omzetbelasting minder
bedraagt dan:
a. 80.000 voor diensten, of
b. 1 miljoen voor werken, mits het samengetelde bedrag van de
percelen niet meer dan 20 procent van de totale waarde van alle percelen
beloopt.
Staatsblad 2005
409
10

10. Wanneer een voorgenomen verkrijging van homogene leveringen
aanleiding kan geven tot opdrachten die gelijktijdig in afzonderlijke
percelen worden gegund, neemt de aanbestedende dienst de geraamde
totale waarde van deze percelen als grondslag voor de toepassing van
artikel 13.
11. Wanneer de samengetelde waarde van de percelen, bedoeld in het
tiende lid, gelijk is aan of groter is dan het drempelbedrag, genoemd in
artikel 13, past de aanbestedende dienst dit besluit toe op de gunning van
elk perceel.
12. Dit besluit is niet van toepassing op percelen als bedoeld in het
tiende lid waarvan de geraamde waarde, exclusief omzetbelasting, minder
dan 80.000 bedraagt, mits het samengetelde bedrag van de percelen in
kwestie niet meer dan 20 procent van de totale waarde van alle percelen
omvat.
13. In het geval van opdrachten voor leveringen of opdrachten voor
diensten die met een zekere regelmaat worden verleend of die bestemd
zijn om gedurende een bepaalde periode te worden hernieuwd, raamt de
aanbestedende dienst de waarde van deze opdracht op de volgende
grondslag:
a. de totale reële waarde van de tijdens het voorafgaande boekjaar of
tijdens de voorafgaande twaalf maanden gegunde soortgelijke opeenvol-
gende opdrachten, indien mogelijk gecorrigeerd voor verwachte
wijzigingen in hoeveelheid, of waarde gedurende de twaalf maanden
volgende op de eerste opdracht, of
b. de geraamde totale waarde van de opeenvolgende opdrachten over
de twaalf maanden volgende op de eerste levering of over het boekjaar,
indien dit zich over meer dan twaalf maanden uitstrekt.
14. Een aanbestedende dienst raamt de waarde van een opdracht voor
diensten en van een opdracht voor leveringen op basis van de totale
waarde van de diensten en de leveringen, ongeacht het respectieve
aandeel ervan. Deze raming omvat de waarde van de plaatsing en
installatie.
15. Voor een opdracht voor leveringen die betrekking heeft op leasing,
huur, of huurkoop van producten raamt de aanbestedende dienst de
waarde van deze opdracht op de volgende grondslag:
a. bij opdrachten met een vaste looptijd, de totale geraamde waarde
voor de gehele looptijd wanneer die ten hoogste twaalf maanden
bedraagt, of de totale waarde wanneer de looptijd meer dan twaalf
maanden bedraagt met inbegrip van de geraamde restwaarde;
b. bij opdrachten voor onbepaalde duur of waarvan de looptijd niet kan
worden bepaald, het maandelijks te betalen bedrag vermenigvuldigd met
48.
16. Een aanbestedende dienst raamt de waarde van een opdracht voor
diensten:
a. wanneer het verzekeringsdiensten betreft: de te betalen premie en
andere vormen van beloning,
b. wanneer het bankdiensten en andere financiële diensten betreft:
honoraria, provisies en rente, en andere vormen van beloning,
c. wanneer het opdrachten betreffende een ontwerp betreft: de te
betalen honoraria, provisies en andere vormen van beloning,
d. wanneer het opdrachten betreft waarin geen totale prijs is vermeld
en die een vaste looptijd hebben die gelijk is aan of korter is dan 48
maanden: de totale geraamde waarde voor de gehele looptijd, of
e. wanneer het opdrachten betreft waarin geen totale prijs is vermeld
en die voor onbepaalde duur zijn of een looptijd hebben die langer is dan
48 maanden: het maandelijks te betalen bedrag vermenigvuldigd met 48.
Staatsblad 2005
409
11

§ 5. Uitgesloten opdrachten
Artikel 15
Dit besluit is niet van toepassing op een concessieovereenkomst voor
werken of een concessieovereenkomst voor diensten die gesloten wordt
door een aanbestedende dienst die één of meer van de activiteiten,
bedoeld in de artikelen 2 tot en met 6, uitoefent indien de concessie-
overeenkomst met het oog op de uitoefening van die activiteiten gesloten
wordt.
Artikel 16
1. Dit besluit is niet van toepassing op een opdracht die is gegund voor
wederverkoop of verhuur aan derden, indien de aanbestedende dienst
geen bijzonder recht of uitsluitend recht bezit om het voorwerp van de
opdracht te verkopen of te verhuren en het andere instanties vrijstaat dit
voorwerp te verkopen of te verhuren op dezelfde voorwaarden als de
aanbestedende dienst.
2. Een aanbestedende dienst doet de Commissie op haar verzoek
mededeling van alle categorieën producten en activiteiten die hij
ingevolge het eerste lid als uitgesloten beschouwt.
3. Een aanbestedende dienst wijst de Commissie bij de verstrekking
van de informatie, bedoeld in het tweede lid, op alle gevoelige commer-
ciële aspecten en verzoekt de Commissie daarmee rekening te houden.
Artikel 17
1. Dit besluit is niet van toepassing op een opdracht die een aanbes-
tedende dienst gunt voor de uitoefening van de activiteiten, bedoeld in de
artikelen 2 tot en met 7, in een derde land, in omstandigheden waarbij er
geen fysieke exploitatie is van een net of van fysieke exploitatie van een
geografisch gebied binnen de Europese Unie.
2. Een aanbestedende dienst doet de Commissie op haar verzoek
mededeling van opdrachten waarop hij dit besluit ingevolge het eerste lid
en de artikelen 2 tot en met 7, niet toepast.
3. Een aanbestedende dienst wijst de Commissie bij de verstrekking
van de informatie, bedoeld in het tweede lid, op alle gevoelige commer-
ciële aspecten en verzoekt de Commissie daarmee rekening te houden.
Artikel 18
Dit besluit is niet van toepassing op een opdracht die op basis van een
wettelijk voorschrift geheim is of waarvoor het wettelijk verplicht is dat de
uitvoering met bijzondere veiligheidsmaatregelen gepaard gaat of
wanneer de bescherming van de wezenlijke belangen van de Staat zulks
vereist.
Artikel 19
1. Dit besluit is niet van toepassing op een opdracht waarvoor een
ander procedurevoorschrift geldt en die wordt gegund:
a. krachtens een tussen het Koninkrijk der Nederlanden en een of meer
derde landen overeenkomstig het Verdrag tot oprichting van de Europese
Gemeenschap gesloten internationale overeenkomst betreffende
leveringen, werken, diensten of prijsvragen die bestemd zijn voor de
gemeenschappelijke verwezenlijking of exploitatie van een project door
de ondertekenende staten, of
Staatsblad 2005
409
12

b. krachtens een in verband met de legering van strijdkrachten gesloten
internationale overeenkomst betreffende ondernemingen in Nederland of
in een derde land, of
c. volgens de specifieke procedure van een internationale organisatie.
2. Een aanbestedende dienst brengt een internationale overeenkomst
als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, ter kennis van de Commissie.
Artikel 20
1. Dit besluit is niet van toepassing op opdrachten die worden gegund
door:
a. een aanbestedende dienst bij een met hem verbonden onderneming,
of
b. een gemeenschappelijke onderneming, bestaande uit verscheidene
aanbestedende diensten, en voor de uitoefening van de activiteiten,
bedoeld in de artikelen 2 tot en met 7, bij een met een van deze aanbes-
tedende diensten verbonden onderneming, op voorwaarde dat ten minste
80 procent van de gemiddelde omzet die de verbonden onderneming de
laatste drie jaar op het gebied van het verlenen van diensten heeft
behaald, afkomstig is van de verstrekking van deze diensten aan de
ondernemingen waarmee zij verbonden is.
2. Wanneer in verband met de datum van oprichting of aanvang van de
bedrijfsactiviteiten van de verbonden onderneming de omzet over de
afgelopen drie jaar niet beschikbaar is, kan de aanbestedende dienst of de
gemeenschappelijke onderneming op andere gronden aantonen dat de
omzeteis, bedoeld in het eerste lid, aannemelijk is.
3. Wanneer dezelfde of soortgelijke diensten, leveringen of werken door
meer dan één met de aanbestedende dienst verbonden ondernemingen
worden verricht, worden de percentages, bedoelde in het eerste lid,
berekend rekening houdend met de totale omzet die voortvloeit uit het
verrichten van respectievelijk diensten, leveringen of werken door deze
ondernemingen.
4. Dit besluit is niet van toepassing op opdrachten:
a. die een gemeenschappelijke onderneming, bestaande uit
verscheidene aanbestedende diensten, voor de uitoefening van de
activiteiten, bedoeld in de artikelen 2 tot en met 7, aan een van deze
aanbestedende diensten gunt, of
b. die een aanbestedende dienst gunt bij een dergelijke gemeenschap-
pelijke onderneming waar zijzelf deel van uitmaakt, mits die gemeen-
schappelijke onderneming is opgericht om de betrokken activiteit uit te
oefenen gedurende een periode van ten minste drie jaar en de
oprichtingsakte van die gemeenschappelijke onderneming bepaalt dat de
aanbestedende diensten waaruit zij bestaat, daar voor ten minste dezelfde
termijn deel van zullen uitmaken.
5. Een aanbestedende dienst verstrekt de Commissie desgevraagd de
volgende gegevens betreffende de toepassing van het eerste tot en met
het vierde lid:
a. de namen van de betrokken ondernemingen of gemeenschappelijke
ondernemingen,
b. de aard en de waarde van de desbetreffende opdrachten,
c. de gegevens die de Commissie noodzakelijk acht voor het bewijs dat
de betrekkingen tussen de aanbestedende dienst en de onderneming of
de gemeenschappelijke onderneming waaraan de opdrachten worden
gegund, aan de eisen, bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid,
voldoen.
Artikel 21
Dit besluit is niet van toepassing op opdrachten voor diensten:
Staatsblad 2005
409
13

a. betreffende de verwerving of huur, ongeacht de financiële modali-
teiten ervan, van grond, bestaande gebouwen of andere onroerende
zaken of betreffende de rechten hierop, met uitzondering van de overeen-
komsten betreffende financiële diensten die voorafgaand aan, gelijktijdig
met of als vervolg op het koop- of huurcontract worden afgesloten,
b. betreffende diensten van arbitrage en bemiddeling,
c. op financieel gebied betreffende de uitgifte, de aankoop, de verkoop
en de overdracht van effecten of andere financiële instrumenten en door
de centrale banken verleende diensten,
d. inzake arbeidsovereenkomsten,
e. voor onderzoek en ontwikkeling, met uitzondering van die waarvan
de resultaten in hun geheel aan de aanbestedende dienst toekomen voor
gebruik ervan in de uitoefening van zijn eigen werkzaamheden, mits de
dienstverrichting volledig door de aanbestedende dienst wordt beloond.
Artikel 22
Dit besluit is niet van toepassing op opdrachten voor diensten die
worden gegund aan een aanbestedende dienst, of aan een samenwer-
kingsverband van aanbestedende diensten, op basis van een uitsluitend
recht, op voorwaarde dat deze bepalingen met het Verdrag tot oprichting
van de Europese Gemeenschap verenigbaar zijn.
Artikel 23
1. Dit besluit is niet van toepassing op opdrachten voor de aankoop van
water, gegund door een aanbestedende dienst, die activiteiten als bedoeld
in artikel 4, eerste lid, uitoefent.
2. Dit besluit is niet van toepassing op opdrachten voor de levering van
energie of brandstof voor energieopwekking, gegund door een aanbes-
tedende dienst die een activiteit als bedoeld in artikel 2, eerste lid, of
artikel 3, eerste lid, uitoefent.
Artikel 24
1. Onverminderd het tweede tot en met het vijfde lid, is dit besluit niet
van toepassing op een aanbestedende dienst die werkzaam is op het
gebied van de verkenning, opsporing of winning van delfstoffen, bedoeld
in Beschikking nr. 93/676/EEG van de Commissie van de Europese
Gemeenschappen van 10 december 1993 waarbij wordt vastgesteld dat de
exploitatie van geografische gebieden met het oogmerk van prospectie of
winning van aardolie of gas in Nederland niet een relevante activiteit
vormt in de zin van artikel 2, lid 2, onder b), punt i), van Richtlijn nr.
90/531/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen en dat de
diensten welke deze activiteit uitoefenen in Nederland niet geacht worden
in aanmerking te komen voor bijzondere of uitsluitende rechten in de zin
van artikel 2, lid 3, onder b), van deze richtlijn (PbEG L 316).
2. De aanbestedende dienst, bedoeld in het eerste lid, past de
bepalingen van het derde tot en met het vijfde lid toe.
3. Het gunnen van een opdracht geschiedt op niet-discriminerende
wijze.
4. Voorafgaand aan de opdracht worden de volgende gegevens
gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen dan
wel in een landelijk verspreid dagblad:
a. de naam, het adres, het telefoon-, het telex- en het telefaxnummer
van de aanbestedende dienst of van de instelling waarbij nadere
informatie over de opdracht kan worden verkregen;
b. een aanduiding van de aard en van de hoeveelheid van het uit te
voeren werk, de te verrichten levering of de te verrichten dienst;
c. een korte aanduiding van de wijze van aanbesteding.
Staatsblad 2005
409
14

5. Aan de Commissie wordt informatie verstrekt inzake de toekenning
van opdrachten onder de overeenkomstig Beschikking nr. 93/327/EEG van
de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 13 mei 1993 tot
vaststelling van de voorwaarden waaronder aanbestedende diensten die
geografische gebieden exploiteren ter wille van de prospectie en de
winning van aardolie, gas, steenkool of andere vaste brandstoffen, aan de
Commissie informatie moeten verstrekken inzake door hen geplaatste
opdrachten (PbEG L 129) vastgestelde voorwaarden.
Artikel 25
1. Dit besluit is niet van toepassing op opdrachten die worden gegund
in het kader van de activiteiten, bedoeld in de artikelen 2 tot en met 7,
indien:
a. de Commissie overeenkomstig artikel 30 van richtlijn nr. 2004/17/EG
een besluit heeft genomen dat bepaalt dat artikel 30, eerste lid van die
richtlijn van toepassing is op dit activiteit, of
b. de Commissie binnen de termijn, bedoeld in artikel 30, zesde lid, van
richtlijn nr. 2004/17/EG, geen beslissing over de toepassing van artikel 30,
eerste lid, heeft genomen.
2. Een aanbestedende dienst kan de Commissie verzoeken te bepalen
dat artikel 30, eerste lid, van richtlijn nr. 2004/17/EG van toepassing is,
onder mededeling van een dergelijk verzoek aan Onze Minister.
3. Onze Minister doet van een beslissing als bedoeld in het eerste lid,
onderdeel a of van het uitblijven van een beslissing, bedoeld in het eerste
lid, onderdeel b, mededeling in de Staatscourant.
§ 6. Specifieke situaties
Artikel 26
1. Een aanbestedende dienst kan de deelneming aan procedures voor
de gunning van opdrachten voorbehouden aan sociale werkvoorzieningen
als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van het Besluit uitvoering sociale
werkvoorziening en begeleid werken, indien de meerderheid van de bij de
uitvoering van de betreffende overheidsopdracht betrokken werknemers
personen met een handicap zijn die wegens de aard of de ernst van hun
handicaps geen beroepsactiviteit in normale omstandigheden kunnen
uitoefenen.
2. Een aanbestedende dienst vermeldt in de aankondiging dat de
opdracht is voorbehouden aan sociale werkvoorzieningen als bedoeld in
het eerste lid.
Artikel 27
1. Een aanbestedende dienst kan via een aankoopcentrale opdrachten
gunnen.
2. De aanbestedende dienst, bedoeld in het eerste lid, wordt geacht dit
besluit te hebben nageleefd, mits de aankoopcentrale, bedoeld in het
eerste lid, dit besluit heeft nageleefd.
§ 7. Opdrachten voor diensten inzake bijlage 3, onderdeel A of onderdeel
B
Artikel 28
Een aanbestedende dienst past bij het gunnen van een opdracht voor
diensten, die betrekking heeft op diensten als bedoeld in bijlage 3,
onderdeel A, de artikelen 31 tot en met 69 toe.
Staatsblad 2005
409
15

Artikel 29
Een aanbestedende dienst past bij het gunnen van een opdracht voor
diensten, die betrekking heeft op diensten als bedoeld in bijlage 3,
onderdeel B, de artikelen 31 en 43 toe.
Artikel 30
Een aanbestedende dienst past bij het gunnen van een opdracht voor
diensten die zowel betrekking heeftop de diensten als bedoeld in bijlage 3,
onderdeel A, als op de diensten als bedoeld in bijlage 3, onderdeel B, toe:
a. de artikelen 31 tot en met 60, indien de waarde van de diensten als
bedoeld in bijlage 3, onderdeel A, hoger is dan die van de diensten,
genoemd in bijlage 3, onderdeel B;
b. de artikelen 31 en 43, indien de waarde van de diensten als bedoeld
in bijlage 3, onderdeel A, niet hoger is dan die van de diensten als
bedoeld in bijlage 3, onderdeel B.
§ 8. Voorschriften betreffende aanbestedingsstukken en technische
specificaties
Artikel 31
1. Een aanbestedende dienst neemt de technische specificaties op in de
aanbestedingsstukken.
2. De technische specificaties bieden de inschrijvers gelijke toegang en
leiden niet tot ongerechtvaardigde belemmeringen in de mededinging
voor de openstelling van opdrachten.
3. Een aanbestedende dienst formuleert de technische specificaties:
a. door verwijzing naar technische specificaties en naar nationale
normen waarin Europese normen zijn omgezet, de Europese technische
goedkeuringen, de gemeenschappelijke technische specificaties,
internationale normen, andere door de Europese normalisatie-instellingen
opgestelde technische referentiesystemen, of, bij ontstentenis daarvan, de
nationale normen, de nationale technische goedkeuringen dan wel de
nationale technische specificaties, andere technische referentiesystemen,
inzake het ontwerpen, het berekenen en het uitvoeren van werken en het
gebruik van producten,
b. in termen van prestatie-eisen en functionele eisen, waaronder
milieukenmerken, die zodanig nauwkeurig zijn bepaald dat de inschrijvers
het voorwerp van de opdracht kunnen bepalen en de aanbestedende
dienst de opdracht kan gunnen,
c. in termen van prestatie-eisen en functionele eisen als bedoeld in
onderdeel b, waarbij onder vermoeden van overeenstemming met deze
prestatie-eisen en functionele eisen wordt verwezen naar de specificaties,
bedoeld in onderdeel a, of
d. door verwijzing naar de specificaties, bedoeld in onderdeel a, voor
bepaalde kenmerken, en verwijzing naar de prestatie-eisen en functionele
eisen, bedoeld in onderdeel b, voor andere kenmerken.
4. Een aanbestedende dienst vergezelt een verwijzing als bedoeld in het
derde lid, onderdeel a van de woorden «of gelijkwaardig».
5. Wanneer een aanbestedende dienst verwijst naar de specificaties,
bedoeld in het derde lid, onderdeel a, kan hij een inschrijving niet afwijzen
met de reden dat de aangeboden producten en diensten niet beant-
woorden aan de specificaties waarnaar hij heeft verwezen, indien de
inschrijver in zijn inschrijving tot voldoening van de aanbestedende dienst
aantoont dat de door hem voorgestelde oplossingen op gelijkwaardige
wijze voldoen aan de eisen die in de technische specificaties zijn bepaald.
Staatsblad 2005
409
16

6. Een aanbestedende dienst wijst, wanneer hij gebruik maakt van de in
het derde lid, onderdelen b en c, geboden mogelijkheid prestatie-eisen of
functionele eisen te stellen, een aanbod van werken, producten of
diensten niet af indien die beantwoordt aan een nationale norm waarin
een Europese norm is omgezet, aan een Europese technische
goedkeuring, aan een gemeenschappelijke technische specificatie, aan
een internationale norm, of aan een door een Europese normalisatie-
instelling opgestelde technisch referentiesysteem, wanneer deze
specificaties betrekking hebben op de prestaties of functionele eisen die
hij heeft voorgeschreven.
7. Een inschrijver toont in zijn inschrijving aan dat het product, de
dienst of het werk in overeenstemming is met de norm en voldoet aan de
functionele en presatie-eisen van de aanbestedende dienst.
8. Een aanbestedende dienst die milieukenmerken voorschrijft door
verwijzing naar prestatie-eisen of functionele eisen als bedoeld in het
derde lid, onderdeel b, kan gebruik maken van de gedetailleerde specifi-
caties of van gedeelten daarvan, zoals vastgesteld in milieukeuren,
voorzover:
a. die geschikt zijn voor de omschrijving van de kenmerken van de
leveringen of diensten waarop de opdracht betrekking heeft,
b. de vereisten voor de keur zijn ontwikkeld op grond van wetenschap-
pelijke gegevens,
c. de milieukeuren zijn aangenomen via een proces waaraan alle
betrokkenen, zoals regeringsinstanties, consumenten, fabrikanten,
kleinhandel en milieuorganisaties kunnen deelnemen, en
d. de keuren toegankelijk zijn voor alle betrokken partijen.
9. Een aanbestedende dienst kan aangeven dat de van een milieukeur
voorziene producten of diensten worden geacht te voldoen aan de
technische specificaties van het beschrijvend document. De aanbes-
tedende dienst aanvaardt hierbij elk ander passend bewijsmiddel, zoals
een technisch dossier van de fabrikant of een testverslag van een erkende
organisatie.
10. Een aanbestedende dienst aanvaardt certificaten van in andere
lidstaten van de Europese Unie gevestigde erkende organisaties.
11. Een aanbestedende dienst maakt in de technische specificaties geen
melding van een bepaald fabrikaat, een bepaalde herkomst of een
bijzondere werkwijze, noch van een verwijzing naar een merk, een octrooi
of een type, een bepaalde oorsprong of een bepaalde productie, waardoor
bepaalde ondernemingen of bepaalde producten worden bevoordeeld of
geëlimineerd, tenzij dit door het voorwerp van de opdracht gerecht-
vaardigd wordt.
12. Een aanbestedende dienst mag de melding of de verwijzing,
bedoeld in het elfde lid, opnemen in de technische specificaties wanneer:
a. een voldoende nauwkeurige en begrijpelijke beschrijving van het
voorwerp van de opdracht niet mogelijk is door toepassing van het derde
en vijfde lid, en
b. deze melding of verwijzing vergezeld gaat van de woorden «of
gelijkwaardig».
Artikel 32
1. Een aanbestedende dienst deelt de belangstellende ondernemers
desgevraagd de technische specificaties mede die regelmatig in zijn
opdrachten voor leveringen, werken of diensten worden beoogd, of de
technische specificaties die hij voornemens is toe te passen voor
opdrachten waarover periodieke indicatieve aankondigingen als bedoeld
in artikel 40, eerste lid worden gepubliceerd.
Staatsblad 2005
409
17

2. Indien de technische specificaties, bedoeld in het eerste lid,
gebaseerd zijn op documenten waarover belangstellende ondernemers
kunnen beschikken, kan de aanbestedende dienst ermee volstaan een
verwijzing naar deze documenten op te nemen.
Artikel 33
1. Wanneer voor de gunning het criterium van de economisch
voordeligste inschrijving wordt gehanteerd kan een aanbestedende dienst
de inschrijvers toestaan varianten, voor te stellen.
2. Een aanbestedende dienst vermeldt in de aankondiging van de
opdracht of hij varianten toestaat. Een aanbestedende dienst staat alleen
varianten toe wanneer hij in het beschrijvend document heeft vermeld dat
varianten zijn toegestaan.
3. Een aanbestedende dienst die varianten toestaat, vermeldt in het
beschrijvend document aan welke minimumeisen deze varianten ten
minste voldoen, en hoe zij worden ingediend.
4. Een aanbestedende dienst houdt alleen rekening met de varianten
die aan de gestelde minimumeisen voldoen.
5. Bij procedures voor het gunnen van opdrachten voor leveringen of
opdrachten voor diensten wijst een aanbestedende dienst die varianten
heeft toegestaan, een variant niet af omdat deze, indien deze werd
gekozen, veeleer tot een overheidsopdracht voor diensten dan tot een
overheidsopdracht voor leveringen, dan wel veeleer tot een overheidsop-
dracht voor leveringen dan tot een overheidsopdracht voor diensten zou
leiden.
Artikel 34
In het beschrijvend document kan een aanbestedende dienst een
inschrijver verzoeken om in zijn inschrijving aan te geven welk gedeelte
van de opdracht hij eventueel voornemens is aan derden in onderaan-
neming te geven en welke onderaannemers hij voorstelt.
Artikel 35
Een aanbestedende dienst kan bijzondere voorwaarden verbinden aan
de uitvoering van een opdracht, mits dergelijke voorwaarden met het
Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschapverenigbaar zijn en
in de aankondiging of het beschrijvend document vermeld zijn. De
voorwaarden waaronder de opdracht wordt uitgevoerd, kunnen met name
verband houden met sociale of milieuoverwegingen.
Artikel 36
1. In het beschrijvend document geeft een aanbestedende dienst aan bij
welk orgaan de gegadigden of inschrijvers informatie kunnen verkrijgen
over verplichtingen ten aanzien van de bepalingen inzake belastingen,
milieubescherming, arbeidsbescherming en arbeidsvoorwaarden die
gelden in Nederland, of indien de verrichtingen buiten Nederland worden
uitgevoerd, die gelden in het gebied of de plaats waar de verrichtingen
worden uitgevoerd en die gedurende de uitvoering van de opdracht op
die verrichtingen van toepassing zullen zijn.
2. Een aanbestedende dienst verzoekt de inschrijvers of de gegadigden
aan te geven dat zij bij het opstellen van hun inschrijving rekening hebben
gehouden met de verplichtingen uit hoofde van de bepalingen inzake de
arbeidsbescherming en de arbeidsvoorwaarden die gelden op de plaats
waar de verrichting moet worden uitgevoerd.
Staatsblad 2005
409
18

§ 9. Procedures
Artikel 37
1. Een aanbestedende dienst maakt voor het gunnen van een opdracht
gebruik van de openbare procedure, de niet-openbare procedure of de
procedure van gunning door onderhandelingen, mits een aankondiging
als bedoeld in artikel 42 is gedaan.
2. Een aanbestedende dienst kan voor het gunnen van zijn opdracht
gebruik maken van een procedure van gunning door onderhandelingen
zonder voorafgaande aankondiging:
a. wanneer in het kader van een procedure met voorafgaande aankon-
diging geen of geen geschikte inschrijvingen of geen aanmeldingen zijn
ingediend, mits de oorspronkelijke voorwaarden van de opdracht niet
wezenlijk zijn gewijzigd,
b. wanneer een opdracht ten behoeve van onderzoek, proefneming,
studie of ontwikkeling wordt gegund en zonder het doel de rendabiliteit te
verzekeren dan wel de kosten van onderzoek en ontwikkeling te dekken,
voorzover de gunning van een dergelijke opdracht niet verhindert dat een
aankondiging wordt gedaan voor latere opdrachten die dit doel in het
bijzonder beogen;
c. wanneer de uitvoering van de opdracht om technische of artistieke
redenen of om redenen van bescherming van een uitsluitend recht slechts
aan één bepaalde onderneming kan worden toevertrouwd,
d. in strikt noodzakelijke gevallen waarin dringende spoed, voort-
vloeiende uit gebeurtenissen die door de aanbestedende dienst niet kon
worden voorzien, de inachtneming van de termijnen gesteld voor een
openbare procedure, een niet-openbare procedure en een procedure van
gunning door onderhandelingen met voorafgaande mededeling
onmogelijk maakt,
e. in het geval van opdrachten voor leveringen ten behoeve van door
de oorspronkelijke leverancier verrichtte aanvullende leveringen die
bestemd zijn voor:
1°. de gedeeltelijke vernieuwing van veelvuldig gebruikte leveringen of
installaties, of
2°. de uitbreiding van bestaande leveringen of installaties, indien
verandering van leverancier de aanbestedende dienst ertoe zou
verplichten apparatuur aan te schaffen met andere technische eigen-
schappen, zodat onverenigbaarheid ontstaat of zich onevenredige
technische moeilijkheden bij het gebruik en het onderhoud voordoen,
f. voor aanvullende werken of diensten die niet in het oorspronkelijk
gegunde ontwerp, noch in de eerste gegunde opdracht waren
opgenomen, maar die ten gevolge van een onvoorziene omstandigheid
voor de uitvoering van deze opdracht noodzakelijk zijn geworden, mits de
gunning geschiedt aan de aannemer of dienstverlener die de eerste
opdracht uitvoert:
1°. wanneer deze aanvullende werken of diensten technisch of
economisch niet los van de hoofdopdracht kunnen worden uitgevoerd
zonder de aanbestedende dienst grote ongemakken te bezorgen, of
2°. wanneer deze aanvullende werken of diensten, hoewel zij van de
uitvoering van de oorspronkelijke opdracht kunnen worden gescheiden,
strikt noodzakelijk zijn om deze te vervolmaken,
g. in het geval van opdrachten voor werken, wanneer het gaat om
nieuwe werken bestaande uit de herhaling van soortgelijke werken die
door dezelfde aanbestedende dienst opgedragen zijn aan de aannemer
die belast is geweest met een eerdere opdracht, mits:
1°. deze werken overeenstemmen met een basisproject en dit project
het voorwerp vormde van een eerste opdracht die na een aankondiging
werd gegund, en
Staatsblad 2005
409
19

2°. de aanbestedende dienst reeds in de aankondiging van de aanbe-
steding van het basisproject vermeld heeft dat een procedure zonder
voorafgaande aankondiging kan worden toegepast, met dien verstande
dat de aanbestedende dienst hierbij het totale voor de volgende werken
geraamde bedrag in aanmerking neemt voor de toepassing van de
artikelen 13 en 14,
h. voor op een grondstoffenmarkt genoteerde en aangekochte
leveringen;
i. in het geval, bedoeld in artikel 38, tweede lid,
j. voor gelegenheidsaankopen, wanneer zich gedurende zeer korte tijd
een bijzonder voordelige gelegenheid tot aankopen voordoet en de te
betalen prijs aanzienlijk lager ligt dan normaal op de markt het geval is,
k. voor de aankoop van leveringen tegen bijzonder gunstige
voorwaarden bij een leverancier die definitief zijn handelsactiviteit
stopzet, bij curatoren of vereffenaars van een faillissement of een vonnis
of bij de toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen,
of
l. wanneer de opdracht voor diensten voortvloeit uit een overeen-
komstig dit besluit georganiseerde prijsvraag en volgens de toepasselijke
voorschriften aan de winnaar of aan één van de winnaars van die
prijsvraag dient te worden gegund. In dat geval worden alle winnaars van
de prijsvraag tot deelneming aan de onderhandelingen uitgenodigd.
Artikel 38
1. Een aanbestedende dienst kan een raamovereenkomst gunnen
overeenkomstig de voorschriften in dit besluit voor een opdracht voor
werken, een opdracht voor leveringen of een opdracht voor diensten.
2. Wanneer een aanbestedende dienst een raamovereenkomst heeft
gesloten overeenkomstig dit besluit, kan hij bij het gunnen van op deze
raamovereenkomst gebaseerde opdrachten gebruik maken van de
procedure van gunning door onderhandelingen zonder aankondiging.
3. Een aanbestedende dienst maakt geen oneigenlijk gebruik van een
raamovereenkomst en gebruikt deze evenmin om de mededinging te
hinderen, te beperken of te vervalsen.
Artikel 39
1. Een aanbestedende dienst kan gebruik maken van een dynamisch
aankoopsysteem.
2. Voor de instelling van een dynamisch aankoopsysteem volgt de
aanbestedende dienst de voorschriften van alle fasen van de openbare
procedure tot aan de gunning van de opdrachten die in het kader van dit
dynamische aankoopsysteem worden gegund.
3. Een aanbestedende dienst laat alle inschrijvers die aan de selectiecri-
teria voldoen en overeenkomstig het beschrijvend document en de
eventuele aanvullende documenten een indicatieve inschrijving hebben
ingediend, tot het dynamische aankoopsysteem toe.
4. Een aanbestedende dienst staat toe dat indicatieve inschrijvingen te
allen tijde kunnen worden verbeterd, op voorwaarde dat zij niet afwijken
van het beschrijvend document.
5. Voor het opzetten van een dynamische aankoopsysteem en voor de
gunning van de opdrachten in het kader hiervan gebruikt een aanbes-
tedende dienst elektronische middelen overeenkomstig artikel 49, tweede
tot en met het negende lid.
6. Bij de instelling van het dynamisch aankoopsysteem:
a. publiceert de aanbestedende dienst een aankondiging van de
opdracht en geeft daarbij aan dat het om een dynamisch aankoopsysteem
gaat,
Staatsblad 2005
409
20

b. verstrekt in het beschrijvend document de aanbestedende dienst
nadere gegevens over onder andere de aard van de overwogen aankopen
waarop dit dynamische aankoopsysteem betrekking heeft, alle nodige
informatie omtrent het aankoopsysteem, de gebruikte elektronische
apparatuur en de nadere technische bepalingen en specificaties voor de
verbinding, en
c. tegelijk met de publicatie van de aankondiging van de opdracht en
tot aan het vervallen van het dynamische aankoopsysteem biedt de
aanbestedende dienst langs elektronische weg een vrije, rechtstreekse en
volledige toegang tot het beschrijvend document en alle aanvullende
documenten of geeft de aanbestedende dienst in de aankondiging het
internetadres aan waar deze documenten kunnen worden geraadpleegd.
7. Een ondernemer kan een indicatieve inschrijving indienen om
toegelaten te worden tot het dynamische aankoopsysteem onder de
voorwaarden, bedoeld in het tweede tot en met het vijfde lid.
8. Een aanbestedende dienst beoordeelt de indicatieve inschrijving
binnen 15 dagen na indiening.
9. Een aanbestedende dienst kan de termijn, genoemd in het achtste
lid, verlengen, op voorwaarde dat er tussentijds geen aankondiging wordt
gepubliceerd.
10. Een aanbestedende dienst deelt de ondernemer, bedoeld in het
zevende lid, zo snel mogelijk mee dat hij is toegelaten tot het dynamische
aankoopsysteem of dat zijn indicatieve inschrijving is afgewezen.
11. Een aanbestedende dienst publiceert voor een specifieke opdracht
een aankondiging.
12. Alvorens een aankondiging als bedoeld in het elfde lid te plaatsen,
publiceert de aanbestedende dienst een vereenvoudigde aankondiging
waarin alle belangstellende ondernemers worden uitgenodigd om
overeenkomstig het vierde lid een indicatieve inschrijving in te dienen,
binnen een termijn van ten minste 15 dagen, te rekenen vanaf de
verzenddatum van de vereenvoudigde aankondiging.
13. Een aanbestedende dienst schrijft een aankondiging uit nadat de
beoordeling is afgerond van alle indicatieve inschrijvingen, die binnen de
termijn, bedoeld in het twaalfde lid, zijn ingediend.
14. Een aanbestedende dienst nodigt alle tot het dynamisch aankoop-
systeem toegelaten inschrijvers uit om voor een specifieke opdracht die
binnen dat dynamisch aankoopsysteem wordt gegund een inschrijving in
te dienen. Daartoe stelt de aanbestedende dienst een voldoende lange
termijn vast voor de indiening van de inschrijvingen.
15. Een aanbestedende dienst gunt de opdracht aan de inschrijver die
de beste inschrijving heeft ingediend op grond van de gunningcriteria die
zijn vermeld in de aankondiging van de opdracht waarbij het dynamische
aankoopsysteem wordt ingesteld. Deze criteria kunnen gepreciseerd
worden in de uitnodiging, bedoeld in het veertiende lid.
16. Een dynamisch aankoopsysteem duurt niet langer dan vier jaar. Een
aanbestedende dienst kan in uitzonderlijke gevallen van deze termijn
afwijken, waarbij hij deze uitzondering deugdelijk dient te motiveren.
17. Aanbestedende diensten maken geen gebruik van een dynamische
aankoopsysteem om de mededinging te hinderen, te beperken of te
vervalsen.
18. Een aanbestedende dienst, die gebruik maakt van een dynamisch
aankoopsysteem, brengt de betrokken ondernemers geen administratie-
kosten in rekening.
Staatsblad 2005
409
21

§ 10. De aankondiging
Artikel 40
1. Een aanbestedende dienst deelt ten minste eenmaal per jaar in een
periodieke indicatieve aankondiging die door de Commissie of door de
aanbestedende dienst zelf via zijn kopersprofiel wordt verspreid, mee:
a. het geraamde totale bedrag van de opdracht voor leveringen of de
raamovereenkomst voor leveringen per productgroep die hij voornemens
is in de loop van de komende twaalf maanden te gunnen of te sluiten,
wanneer het geraamde totale bedrag, met inachtneming van artikel 14,
750.000 of meer bedraagt;
b. het geraamde totale bedrag van de opdracht voor diensten of de
raamovereenkomst voor diensten voor elk van de diensten, genoemd in
bijlage 3, onderdeel A, die hij voornemens is in de loop van de komende
twaalf maanden te gunnen of te sluiten, wanneer het geraamde totale
bedrag, met inachtneming van artikel 14, 750.000 of meer bedraagt;
c. de hoofdkenmerken van de opdracht voor werken of de
raamovereenkomst voor werken die hij voornemens is in de loop van de
komende twaalf maanden te gunnen of te sluiten, wanneer het geraamde
bedrag, met inachtneming van artikel 14, gelijk is aan of meer bedraagt
dan de drempel, genoemd in artikel 13, onderdeel b.
2. De periodieke indicatieve aankondiging, bedoeld in het eerste lid,
bevat de gegevens, genoemd in bijlage 2, onderdeel C.
3. Een aanbestedende dienst gebruikt voor de aankondigingen die via
een kopersprofiel meegedeeld kunnen worden, bedoeld in het eerste lid,
en voor de aankondiging, het formulier overeenkomstig het model dat
daarvoor is opgenomen in richtlijn nr. 2001/78/EG.
4. Het kopersprofiel, bedoeld in het eerste lid, kan voor periodieke
indicatieve aankondigingen informatie bevatten over lopende
aanbestedingsprocedures, voorgenomen aankopen, gegunde opdrachten,
geannuleerde procedures, en alle nuttige algemene informatie, zoals het
contactpunt, een telefoon- en faxnummer, een postadres en een
e-mailadres.
5. Een aanbestedende dienst zendt de aankondiging, bedoeld in het
eerste lid, onderdelen a en b, zo spoedig mogelijk na het begin van het
begrotingsjaar toe aan de Commissie of deelt deze aankondiging mee via
het kopersprofiel.
6. Een aanbestedende dienst zendt de aankondiging, bedoeld in het
eerste lid, onderdeel c, zo spoedig mogelijk nadat de beslissing is
genomen tot goedkeuring van het programma voor de opdrachten voor
werken of de raamovereenkomsten die de aanbestedende dienst
voornemens is te gunnen of te sluiten, toe aan de Commissie of deelt
deze aankondiging mee via het kopersprofiel.
7. Een aanbestedende dienst kan de informatie in het kopersprofiel,
bedoeld in het vierde lid, via het internet publiceren.
8. Een aanbestedende dienst die de periodieke indicatieve aankon-
diging via zijn kopersprofiel mee deelt, zendt de Commissie langs
elektronische weg overeenkomstig het model in het derde punt van
bijlage XX van richtlijn nr. 2004/17/EGeen kennisgeving toe waarin de
mededeling van de periodieke indicatieve aankondiging op het kopers-
profiel wordt meegedeeld.
9. Een aanbestedende dienst kan periodieke indicatieve aankondi-
gingen over belangrijke projecten meedelen of door de Commissie
bekend laten maken, zonder de reeds eerder in een periodieke indicatieve
aankondiging vervatte inlichtingen te herhalen, mits duidelijk wordt
vermeld dat deze aankondigingen een aanvulling zijn.
Staatsblad 2005
409
22

Artikel 41
1. Wanneer een aanbestedende dienst een regeling voor de erkenning
van ondernemers als bedoeld in artikel 54 wil invoeren, stelt hij
aangaande deze regeling een aankondiging als bedoeld in bijlage 2,
onderdeel B, op, waarin het doel van de regeling en de wijze waarop
inzage in de regeling kan worden verkregen, worden aangegeven.
2. Wanneer de regeling, bedoeld in het eerste lid, meer dan drie jaar
duurt, deelt de aanbestedende dienst de aankondiging jaarlijks mee.
3. Wanneer de regeling, bedoeld in het eerste lid, minder dan drie jaar
duurt, volstaat de aanbestedende dienst met een eenmalige aankon-
diging.
Artikel 42
1. Een aanbestedende dienst kan voor een opdracht de aankondiging
als volgt doen:
a. door een periodieke indicatieve aankondiging waarin de gegevens,
bedoeld in bijlage 2, onderdeel C, zijn opgenomen,
b. door een mededeling inzake het bestaan van een regeling voor de
erkenning van ondernemers waarin de gegevens, bedoeld in bijlage 2,
onderdeel B, zijn opgenomen, of
c. door een aankondiging van een opdracht waarin de gegevens,
bedoeld in bijlage 2, onderdeel A, onder 1°, 2° of 3°, zijn opgenomen.
2. Bij een dynamische aankoopsysteem doet de aanbestedende dienst
de aankondiging voor het systeem door een aankondiging van een
opdracht als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, en de aankondiging
voor opdrachten op grond van deze systemen door een vereenvoudigde
aankondiging van een opdracht waarin de gegevens, bedoeld in bijlage 2,
onderdeel A, onder 4°, zijn opgenomen.
3. Wanneer een aanbestedende dienst een aankondiging door middel
van een periodieke indicatieve aankondiging doet, voorziet hij erin dat:
a. de aankondiging specifiek verwijst naar leveringen, werken of
diensten waarop de te gunnen opdracht betrekking heeft,
b. de aankondiging vermeldt dat deze opdracht zal worden gegund
door middel van een niet-openbare procedure of een procedure van
gunning door onderhandelingen, waarbij achteraf geen aankondiging
wordt gepubliceerd, en worden de belangstellende ondernemers verzocht
hun belangstelling schriftelijk kenbaar te maken, en
c. de aankondiging ten minste twaalf maanden voor de verzenddatum
van de uitnodiging, genoemd in artikel 48, zesde lid, in de vorm van het
formulier overeenkomstig het model dat daarvoor is opgenomen in
richtlijn nr. 2001/78/EG wordt meegedeeld.
Artikel 43
1. Een aanbestedende dienst die een opdracht heeft gegund of een
raamovereenkomst heeft gesloten, zendt de Commissie een aankondiging
van de geplaatste opdrachten waarin de gegevens, bedoeld in bijlage 2,
onderdeel D, zijn opgenomen, binnen twee maanden na de gunning van
de opdracht of de sluiting van de raamovereenkomst.
2. Een aanbestedende dienst is, wanneer een raamovereenkomst als
bedoeld in artikel 38, tweede lid is gesloten niet verplicht een aankon-
diging betreffende de resultaten van het gunnen van een op de overeen-
komst gebaseerde opdracht toe te zenden aan de Commissie.
3. Een aanbestedende dienst zendt de Commissie binnen twee
maanden na de gunning van een afzonderlijke opdracht een mededeling
toe van het resultaat van de gunning van de opdracht op basis van een
dynamisch aankoopsysteem.
Staatsblad 2005
409
23

4. Een aanbestedende dienst kan de resultaten, bedoeld in het derde
lid, per kwartaal bundelen. Indien de aanbestedende dienst daarvoor kiest
zendt hij de gebundelde resultaten binnen twee maanden na het einde
van elk kwartaal toe.
5. De aankondiging van gegunde opdrachten bevat de gegevens uit
bijlage 2, onderdeel D, en wordt meegedeeld in de vorm van het formulier
overeenkomstig het model dat daarvoor is opgenomen in richtlijn nr.
2001/78/EG, met dien verstande dat de gegevens, bedoeld in de punten 6,
9 en 11 van bijlage 2, onderdeel D, als niet voor publicatie bestemde
gegevens worden beschouwd, wanneer de aanbestedende dienst van
oordeel is dat publicatie daarvan in strijd zou zijn met een gevoelig
commercieel belang.
6. Bij de verzending van de aankondiging wijst de aanbestedende
dienst de Commissie op de gegevens, die niet voor publicatie bestemd
zijn, bedoeld in het vijfde lid.
7. Wanneer een aanbestedende dienst een opdracht in verband met
onderzoeks- en ontwikkelingsdiensten gunt:
1°. volgens een procedure zonder voorafgaande aankondiging
overeenkomstig artikel 37, derde lid, onderdeel b, mogen zij de gegevens
over de aard en de hoeveelheid van de verleende diensten, bedoeld in de
punten 2 en 3 van bijlage 2, onderdeel D, beperken tot de vermelding
«onderzoeks- en ontwikkelingsdiensten»,
2°. die overeenkomstig artikel 39, derde lid, onderdeel b, niet volgens
een procedure zonder voorafgaande aankondiging kan worden gegund,
kan hij de gegevens over de aard en de hoeveelheid van de verleende
diensten, bedoeld in de punten 2 en 3 van bijlage 2, onderdeel D,
beperken indien de bescherming van het zakengeheim zulks noodzakelijk
maakt.
8. In de gevallen, bedoeld in het zevende lid, onderdelen 1° en 2°, ziet
de aanbestedende dienst er op toe dat:
1°. de verstrekte informatie ten minste even gedetailleerd is als die in
de aankondiging, die overeenkomstig artikel 42, eerste lid, is gepubli-
ceerd, en
2°. wanneer de aanbestedende dienst van een erkenningsregeling
gebruik maakt, deze informatie ten minste even gedetailleerd is als die in
de desbetreffende categorie van de overeenkomstig artikel 54, elfde lid,
opgestelde lijst van erkende dienstverleners.
9. In het geval van opdrachten voor de in bijlage 3, onderdeel B,
opgesomde diensten, vermeldt de aanbestedende dienst in de aankon-
diging of hij met de mededeling daarvan instemt.
Artikel 44
1. De aankondigingen, bedoeld in artikel 40 tot en met 43, bevatten de
gegevens, bedoeld in de bijlage 2, onderdelen A tot en met D, en andere
door de aanbestedende dienst nuttig geachte informatie, in de vorm van
het formulier overeenkomstig het model dat daarvoor is opgenomen in
richtlijn nr. 2001/78/EG. De aanbestedende dienst deelt deze aankondi-
gingen mee overeenkomstig de technische kenmerken voor een
mededeling, bedoeld in artikel 40, derde tot en met het achtste lid.
2. Een aanbestedende dienst zendt zijn aankondigingen aan de
Commissie langs elektronische weg overeenkomstig het model in het
derde punt van bijlage XX van richtlijn nr. 2004/17/EG, of langs andere
weg.
3. Een aanbestedende dienst maakt de aankondigingen en de inhoud
ervan, bedoeld in het eerste lid, niet openbaar vóór de datum waarop zij
aan de Commissie worden toegezonden.
Staatsblad 2005
409
24

4. Een aanbestedende dienst voorziet er in dat de aankondigingen,
bedoeld in het eerste lid, die op nationaal niveau worden meegedeeld,
geen andere informatie bevatten dan de informatie in de aankondigingen
die overeenkomstig artikel 40, eerste lid, aan de Commissie worden
toegezonden of via een kopersprofiel worden meegedeeld, en dat de
datum van toezending aan de Commissie of van de mededeling via het
kopersprofiel wordt vermeld.
5. Een aanbestedende dienst mag een periodieke indicatieve aankon-
diging slechts via een kopersprofiel mededelen nadat de kennisgeving
van de mededeling via het kopersprofiel aan de Commissie is verzonden,
en de datum van deze verzending is vermeld.
6. Een aanbestedende dienst voorziet er in dat hij de verzenddatum van
de aankondigingen kan aantonen door middel van de bevestiging van de
mededeling van de aankondiging, welke verstrekt wordt door de
Commissie.
Artikel 45
1. Een aanbestedende dienst stelt bij het opstellen van een aankon-
diging de productgroepen vast volgens de CPV.
2. In geval van discrepanties tussen de CPV en de NACE, of tussen de
CPV en de CPC, zijn respectievelijk de NACEof de CPC van toepassing.
§ 11. Termijnen
Artikel 46
1. Een aanbestedende dienst houdt bij de vaststelling van de termijnen
voor de ontvangst van de inschrijvingen en verzoeken tot deelneming
rekening met de complexiteit van de opdracht en met de voor de
voorbereiding van de inschrijvingen benodigde tijd, en met de in dit
artikel vastgestelde minimumtermijnen.
2. Voor openbare procedures bedraagt de termijn voor de ontvangst
van de inschrijvingen minimaal 52 dagen, te rekenen vanaf de verzend-
datum van de aankondiging van de opdracht.
3. Bij niet-openbare procedures en procedures van gunning door
onderhandelingen met voorafgaande aankondiging bedraagt de termijn
voor de ontvangst van de verzoeken tot deelneming in antwoord op een
aankondiging, die uit hoofde van artikel 42, eerste lid, onderdeel c, is
meegedeeld, of in antwoord op een uitnodiging van een aanbestedende
dienst overeenkomstig artikel 48, zevende lid, ten minste 37 dagen vanaf
de datum van verzending van de aankondiging of vanaf de datum van
verzending van de uitnodiging, en bedraagt niet minder dan 22 dagen
wanneer de aankondiging met andere middelen dan elektronische
middelen of per fax ter mededeling wordt verzonden, en niet minder dan
15 dagen wanneer de aankondiging wel met elektronische middelen of
per fax ter mededeling wordt verzonden.
4. De termijn voor de ontvangst van de inschrijvingen, bedoeld in het
derde lid, kan in afwijking van het derde lid in onderling overleg tussen de
aanbestedende dienst en de uitgekozen gegadigden worden vastgesteld,
mits alle gegadigden evenveel tijd krijgen om hun inschrijvingen voor te
bereiden en in te dienen.
5. Wanneer het niet mogelijk is overeenstemming als bedoeld in het
vierde lid te bereiken over de termijn voor de ontvangst van de inschrij-
vingen, stelt de aanbestedende dienst een termijn vast die ten minste 24
dagen en niet minder dan 10 dagen bedraagt, te rekenen vanaf de
verzenddatum van de uitnodiging tot inschrijving.
6. In de gevallen waarin de aanbestedende diensten een periodieke
indicatieve aankondiging als bedoeld in artikel 40, eerste lid hebben
gepubliceerd, bedraagt de termijn voor de ontvangst van de inschrij-
Staatsblad 2005
409
25

vingen bij openbare procedures ten minste 3 6 dagen en niet minder dan
22 dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de aankondiging.
7. De kortere termijnen, bedoeld in het zesde lid, zijn toegestaan, mits
de periodieke indicatieve aankondiging, naast de op grond van bijlage 2,
onderdeel C, onder 1°, vereiste informatie, alle in bijlage 2, onderdeel C,
onder 2°, vereiste informatie bevat, voorzover deze informatie bij de
mededeling van de aankondiging beschikbaar is, en de aankondiging
minimaal 52 dagen en maximaal 12 maanden vóór de verzenddatum van
de aankondiging van de opdracht, bedoeld in artikel 42, eerste lid,
onderdeel c, als mededeling is verzonden.
8. Een aanbestedende dienst kan, wanneer de aankondigingen
overeenkomstig het model in het derde punt van bijlage XX van richtlijn
nr. 2004/17/EG met elektronische middelen zijn opgesteld en verzonden,
de termijn voor de ontvangst van de verzoeken tot deelneming bij
niet-openbare procedures en procedures van gunning door onderhande-
lingen en de termijn voor de ontvangst van de inschrijvingen bij openbare
procedures met zeven dagen verkorten.
9. Tenzij de termijn overeenkomstig het vierde lid in onderling overleg
is vastgesteld, kan de aanbestedende dienst de termijn voor de ontvangst
van de inschrijvingen bij openbare procedures, niet-openbare procedures
en procedures van gunning door onderhandelingen met vijf dagen
verkorten, indien de aanbestedende dienst het beschrijvend document en
alle aanvullende stukken vanaf de verzenddatum van de aankondiging van
de opdracht, met elektronische middelen vrij, rechtstreeks en volledig
toegankelijk maakt en in deze aankondiging het internetadres dat toegang
biedt tot de documenten vermeldt.
10. Bij openbare procedures mag het gecumuleerde effect van de
termijnverkorting, bedoeld in het zesde tot en met het negende lid, in
geen geval leiden tot een termijn van minder dan 15 dagen voor de
ontvangst van de inschrijvingen, te rekenen vanaf de verzenddatum van
de aankondiging van de opdracht.
11. Wanneer de aankondiging van de opdracht echter niet per fax of
met een elektronisch middel wordt verzonden, voorziet de aanbestedende
dienst er in dat het gecumuleerde effect van de termijnverkorting, bedoeld
in het zesde tot en met het negende lid, bij openbare procedures in geen
geval leidt tot een termijn van minder dan 22 dagen voor de ontvangst
van de inschrijvingen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de
aankondiging van de opdracht.
12. Het gecumuleerde effect van de termijnverkorting, bedoeld in het
vierde tot en met het zevende lid, mag in geen geval leiden tot een termijn
van minder dan 15 dagen voor de ontvangst van verzoeken tot
deelneming in antwoord op een aankondiging, die uit hoofde van artikel
42, eerste lid, onderdeel c, is meegedeeld, of in antwoord op een
uitnodiging van een aanbestedende dienst overeenkomstig artikel 48,
zevende lid, te rekenen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van
de opdracht of van de uitnodiging.
13. Bij niet-openbare procedures en procedures van gunning door
onderhandelingen voorziet een aanbestedende dienst er in dat het
gecumuleerde effect van de termijnverkorting, bedoeld in het vierde tot en
met het zevende lid, in geen geval leidt tot een termijn van minder dan
tien dagen voor de ontvangst van de inschrijvingen, te rekenen vanaf de
verzenddatum van de uitnodiging tot inschrijving, behalve wanneer de
termijn overeenkomstig het derde lid, onderdeel b, in onderling overleg
wordt vastgesteld.
Staatsblad 2005
409
26

14. Wanneer het beschrijvend document en de aanvullende stukken of
nadere inlichtingen, hoewel tijdig aangevraagd, niet binnen de termijnen,
bedoeld in de artikelen 47 en 48, zijn verstrekt, of wanneer de inschrij-
vingen slechts na een bezichtiging ter plaatse, of na inzage ter plaatse van
de bij de aanbestedingsstukken behorende stukken kunnen worden
gedaan, verlengt de aanbestedende dienst de termijn voor de ontvangst
van de inschrijvingen zodanig dat alle betrokken ondernemers op de
hoogte kunnen zijn van alle informatie die voor de opstelling van de
inschrijving nodig is, behalve wanneer de termijn overeenkomstig het
vierde lid in onderling overleg wordt vastgesteld.
Artikel 47
1. Wanneer een aanbestedende dienst bij openbare procedures niet
met elektronische middelen overeenkomstig artikel 46, negende lid, vrije,
rechtstreekse en volledige toegang biedt tot het beschrijvend document
en alle aanvullende stukken, zendt de aanbestedende dienst het
beschrijvend document en de aanvullende stukken binnen zes dagen na
ontvangst van de aanvraag aan de ondernemers toe, mits deze aanvraag
tijdig voor de uiterste datum voor de indiening van de inschrijvingen is
gedaan.
2. Een aanbestedende dienst verstrekt nadere inlichtingen over het
beschrijvend document uiterlijk zes dagen voor het verstrijken van de
uiterste termijn voor de ontvangst van de inschrijvingen, mits deze
aanvraag tijdig voor de uiterste datum voor de indiening van de inschrij-
vingen is gedaan.
§ 12. Verstrekking van informatie
Artikel 48
1. Bij niet-openbare procedures en procedures voor gunning door
onderhandelingen nodigt de aanbestedende dienst de daartoe uitgekozen
gegadigden gelijktijdig en schriftelijk uit tot het indienen van een
inschrijving of tot onderhandelen.
2. De uitnodiging aan de gegadigden bevat ten minste:
a. een exemplaar van het beschrijvend document en van alle aanvul-
lende stukken, of
b. de vermelding van de toegang tot het beschrijvend document en tot
de andere hiervoor vermelde stukken, wanneer deze rechtstreeks langs
elektronische weg toegankelijk zijn.
3. Wanneer het beschrijvend document of de aanvullende stukken niet
bij de aanbestedende dienst die voor de gunningsprocedure verantwoor-
delijk is kunnen worden aangevraagd, vermeldt de aanbestedende dienst
in de uitnodiging het adres van de instantie waar deze stukken wel kunnen
worden aangevraagd en de uiterste datum voor deze aanvraag, en het
bedrag dat verschuldigd is en de wijze van betaling om de stukken te
verkrijgen.
4. Een aanbestedende dienst zendt de documentatie, bedoeld in het
derde lid, onmiddellijk na ontvangst van de aanvraag aan de ondernemers
toe.
5. Een aanbestedende dienst verstrekt nadere inlichtingen over het
beschrijvend document of de aanvullende stukken uiterlijk zes dagen voor
de uiterste datum voor de ontvangst van de inschrijvingen door de
aanbestedende dienst, mits de aanvraag tijdig voor de uiterste datum
voor de indiening van de inschrijvingen of de aanvang van de onderhan-
delingen is gedaan.
6. In de uitnodiging tot inschrijving of tot deelneming aan onderhande-
lingen neemt de aanbestedende dienst ten minste de volgende informatie
op:
Staatsblad 2005
409
27

a. de uiterste datum waarop de eventuele aanvullende stukken kunnen
worden gevraagd en het eventueel voor het verkrijgen van deze stukken te
betalen bedrag en de wijze waarop betaling geschiedt;
b. de uiterste datum voor de ontvangst van de inschrijvingen, het adres
waar deze worden ingediend en de taal of talen waarin zij worden gesteld;
c. een verwijzing naar een aankondiging van de opdracht, die is
meegedeeld;
d. de aanduiding van de bij te voegen stukken;
e. de gunningcriteria indien deze niet vermeld worden in de aankon-
diging van de opdracht over regeling voor de erkenning van onder-
nemers;
f. het relatieve gewicht van de gunningcriteria of de volgorde van die
criteria naar belangrijkheid, indien die gegevens niet in de aankondiging
van de opdracht, de aankondiging over de regeling voor de erkenning van
ondernemers of het beschrijvend document vermeld worden.
7. Wanneer er een aankondiging wordt gedaan aan de hand van een
periodieke indicatieve aankondiging, verzoekt de aanbestedende dienst
nadien alle gegadigden hun belangstelling te bevestigen aan de hand van
nadere gegevens betreffende de betrokken opdracht, alvorens met de
selectie van de inschrijvers of deelnemers aan de onderhandelingen te
beginnen.
8. Een aanbestedende dienst neemt in de uitnodiging, bedoeld in het
zevende lid, ten minste op:
a. de aard en de hoeveelheid, met inbegrip van eventuele opties voor
latere opdrachten en, indien mogelijk:
1°. een schatting van de termijn voor de uitoefening van deze opties, of
2°. in het geval van periodiek terugkerende opdrachten, een schatting
van de termijnen waarop de latere oproepen tot mededinging voor
werken, leveringen of diensten worden meegedeeld,
b. type aanbestedingsprocedure, te weten niet-openbare procedure of
procedure van gunning door onderhandelingen,
c. de begin- of einddatum van de levering, de werken of de diensten,
d. het adres en de uiterste datum voor de indiening van aanvragen om
te worden uitgenodigd tot het indienen van een inschrijving en de taal
waarin deze wordt gesteld,
e. het adres van de instantie die de opdracht gunt en de nodige
informatie verstrekt voor het verkrijgen van specificaties en andere
documenten;
f. de economische en technische eisen, de financiële waarborgen en de
inlichtingen die van de ondernemers worden verlangd,
g. het te betalen bedrag voor het verkrijgen van de aanbestedings-
documenten en de wijze van betaling,
h. de contractvorm van de opdracht waarvoor inschrijvingen worden
gevraagd, te weten aankoop, leasing, huur of huurkoop, of een combi-
natie van deze vormen, en
i. de gunningcriteria en de weging ervan, of de volgorde van belang-
rijkheid van die criteria, indien dit niet in de indicatieve aankondiging, het
beschrijvend document of de uitnodiging tot aanbesteding of onderhan-
delingen is vermeld.
Artikel 49
1. Een aanbestedende dienst deelt de inschrijvers en gegadigden mede
of de mededelingen en uitwisselingen van informatie als bedoeld in de
artikelen 46 tot en met 49 gedaan worden door middel van de post of de
fax, langs elektronische weg overeenkomstig het vijfde en zesde lid, per
telefoon in de voorwaarden, bedoeld in het zesde lid, per telefoon als
bedoeld in het dertiende lid of door middel van een combinatie van deze
middelen.
Staatsblad 2005
409
28

2. Een aanbestedende dienst maakt gebruik van communicatiemid-
delen die algemeen beschikbaar zijn en waardoor de toegang van de
ondernemers tot de gunningsprocedure niet wordt beperkt.
3. Een aanbestedende dienst waarborgt bij de mededelingen, uitwisse-
lingen en opslag van informatie de integriteit van de gegevens en de
vertrouwelijkheid van de inschrijvingen en van de verzoeken tot
deelneming.
4. Een aanbestedende dienst neemt pas na het verstrijken van de
uiterste termijn voor de indiening kennis van de inhoud van de inschrij-
vingen en van de aanvragen tot deelneming.
5. Een aanbestedende dienst gebruikt voor mededelingen langs
elektronische weg middelen, waarvan de technische kenmerken
niet-discriminerend zijn en algemeen voor het publiek beschikbaar en
welke in combinatie met algemeen gebruikte informatie- en communica-
tietechnologieproducten kunnen functioneren.
6. Op de toezending en de middelen voor de elektronische ontvangst
van inschrijvingen, en op de middelen voor de elektronische ontvangst
van verzoeken tot deelneming zijn het zevende tot en met het tiende lid
van toepassing.
7. Een aanbestedende dienst waarborgt dat de informatie betreffende
de specificaties die nodig zijn voor de elektronische indiening van
inschrijvingen en verzoeken tot deelneming, inclusief de encryptie, voor
belanghebbende partijen beschikbaar zijn.
8. Een aanbestedende dienst kan met inachtneming van artikel 15a van
Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek eisen dat bij elektronische inschrij-
vingen gebruik wordt gemaakt van een geavanceerde elektronische
handtekening.
9. Een inschrijver of gegadigde dient de documenten, certificaten,
getuigschriften en verklaringen, bedoeld in de artikelen 53, tweede en
derde lid, 54 en 55, indien deze niet in elektronische vorm beschikbaar
zijn, in vóór het verstrijken van de uiterste termijn voor de indiening van
inschrijvingen of verzoeken tot deelneming.
10. Een aanbestedende dienst voorziet er in dat de middelen voor de
elektronische ontvangst van inschrijvingen en verzoeken tot deelneming
door passende technische voorzieningen ten minste de waarborg bieden
dat:
a. met betrekking tot het gebruik van elektronische handtekeningen bij
inschrijvingen en verzoeken tot deelneming voldaan wordt aan artikel 15a
van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek,
b. het tijdstip en de datum van ontvangst van inschrijvingen en
verzoeken tot deelneming kunnen worden vastgesteld,
c. redelijkerwijs kan worden verzekerd dat niemand vóór de opgegeven
uiterste datum toegang kan hebben tot de op grond van onderhavige
eisen verstrekte informatie,
d. bij een inbreuk op dit toegangsverbod redelijkerwijs kan worden
verzekerd dat de inbreuk zonder problemen kan worden opgespoord,
e. alleen de gemachtigde personen de data voor openbaarmaking van
de ontvangen informatie kunnen vaststellen of wijzigen,
f. tijdens de verschillende fasen van de gunningsprocedure of van de
prijsvraag alleen een gelijktijdig optreden van de gemachtigde personen
toegang kan geven tot het geheel of een gedeelte van de verstrekte
informatie,
g. het gelijktijdig optreden van de gemachtigde personen slechts na de
opgegeven datum toegang tot de verstrekte informatie kan geven,
h. de ontvangen en openbaar gemaakte informatie enkel toegankelijk
blijft voor de tot inzage gemachtigde personen.
11. Een aanbestedende dienst kan vrijwillige accreditatieregelingen
instellen of handhaven om te komen tot een hoger niveau van de
certificeringsdienst van de middelen, bedoeld in het tiende lid.
Staatsblad 2005
409
29

12. Op de verzending van verzoeken tot deelneming zijn het dertiende
tot en met het vijftiende lid van toepassing.
13. Een aanbestedende diensten voorziet er in dat verzoeken tot
deelneming aan een procedure voor de gunning van een opdracht
schriftelijk of telefonisch kunnen worden gedaan.
14. Wanneer verzoeken tot deelneming telefonisch worden gedaan,
verzendt de aanbestedende dienst vóór het verstrijken van de ontvangst-
termijn een schriftelijke bevestiging.
Artikel 50
1. Een aanbestedende dienst stelt de gegadigden en inschrijvers zo
spoedig mogelijk en desgevraagd schriftelijk in kennis van de beslissingen
die zijn genomen inzake de sluiting van een raamovereenkomst, de
gunning van een opdracht of de toelating tot een dynamisch aankoop-
systeem, met inbegrip van de redenen waarom zij hebben besloten geen
raamovereenkomst te sluiten, een opdracht waarvoor een aankondiging
was gedaan niet te gunnen en de procedure opnieuw te beginnen of een
dynamisch aankoopsysteem in te stellen. Bij deze inkennisstelling neemt
de aanbestedende dienst een termijn in acht die voor de gegadigden en
inschrijvers voldoende is om tegen die beslissingen op te komen voordat
de overeenkomst door de aanbestedende dienst wordt aangegaan.
2. Op verzoek van een betrokken partij stelt een aanbestedende dienst
iedere afgewezen gegadigde zo spoedig mogelijk, uiterlijk binnen 15
dagen na ontvangst van zijn schriftelijk verzoek, in kennis van de redenen
voor de afwijzing.
3. Op verzoek van een betrokken partij stelt de aanbestedende dienst
iedere afgewezen inschrijver zo spoedig mogelijk, uiterlijk binnen 15
dagen na ontvangst van zijn schriftelijk verzoek, in kennis van de redenen
voor de afwijzing, inclusief, voor de gevallen, bedoeld in artikel 31, vijfde
tot en met het zevende lid, de redenen voor zijn beslissing dat er geen
gelijkwaardigheid voorhanden is of dat de werken, leveringen of diensten
niet aan de functionele en prestatie-eisen voldoen.
4. Op verzoek van een betrokken partij stelt de aanbestedende dienst
iedere inschrijver die een aan de eisen beantwoordende inschrijving heeft
gedaan, zo spoedig mogelijk, uiterlijk binnen 15 dagen na ontvangst van
zijn schriftelijk verzoek, in kennis van de kenmerken en voordelen van de
uitgekozen inschrijving, en van de naam van de begunstigde of de partijen
bij de raamovereenkomst.
5. Een aanbestedende dienst deelt bepaalde gegevens betreffende de
gunning van de opdracht, niet mee indien openbaarmaking van die
gegevens de toepassing van de wet in de weg zou staan, met het
openbaar belang in strijd zou zijn, de rechtmatige commerciële belangen
van ondernemers zou kunnen schaden, of afbreuk aan de eerlijke
mededinging tussen hen zou kunnen doen.
6. Een aanbestedende dienst die een regeling voor de erkenning van
ondernemers invoert en beheert, stelt de verzoekers binnen zes maanden
na de indiening van het verzoek om erkenning in kennis inzake hun
erkenning.
7. Wanneer de beslissing omtrent de erkenning meer dan vier maanden
vanaf de indiening van het verzoek om erkenning in beslag neemt,
informeert de aanbestedende dienst de verzoeker binnen twee maanden
na deze indiening over de redenen waarom deze termijn langer is en over
de datum waarop op zijn verzoek wordt beslist.
8. Een aanbestedende dienst stelt degene van wie een verzoek om
erkenning afgewezen is, zo spoedig mogelijk, uiterlijk binnen vijftien
dagen, van deze beslissing in kennis en motiveert deze afwijzing aan de
hand van de erkenningscriteria, bedoeld in artikel 54, derde lid.
9. Een aanbestedende dienst kan de erkenning van een ondernemer
slechts intrekken op grond van de criteria, bedoeld in artikel 54, derde lid.
Staatsblad 2005
409
30

10. Een aanbestedende dienst brengt de betrokkene het voornemen een
erkenning te beëindigen, en de redenen daartoe, uiterlijk vijftien dagen
vóór de datum waarop de erkenning zal worden beëindigd schriftelijk ter
kennis.
Artikel 51
1. Een aanbestedende dienst bewaart met betrekking tot alle
opdrachten de nodige gegevens, opdat hij later de beslissingen kan
motiveren betreffende:
a. de erkenning en de selectie van de ondernemers en de gunning van
de opdrachten,
b. het gebruik van procedures zonder voorafgaande aankondiging als
bedoeld in artikel 37, tweede lid,
c. de niet-toepassing van de artikelen 28 tot en met 51 op grond van de
afwijkingen, bedoeld in de artikelen 2 tot en met 8, de artikelen 13 tot en
met 25 en de artikelen 38 en 39.
2. Een aanbestedende dienst neemt passende maatregelen om het
verloop van de gunningsprocedures die elektronisch uitgevoerd worden
te documenteren.
3. Een aanbestedende dienst bewaart de gegevens gedurende ten
minste vier jaar na de datum van gunning van de opdracht, en verstrekt
gedurende dit tijdsbestek de Commissie op haar verzoek de noodzakelijke
informatie.
§ 13. Uitsluiting, selectie en gunning
Artikel 52
1. Voor de selectie van deelnemers aan een gunningsprocedure:
a. sluit de aanbestedende dienst die voorschriften en criteria heeft
vastgesteld voor de uitsluiting van inschrijvers of gegadigden, bedoeld in
artikel 55, eerste, tweede of vierde lid, ondernemers die aan deze
voorschriften en criteria voldoen, uit;
b. selecteert de aanbestedende dienst inschrijvers en gegadigden
overeenkomstig de objectieve voorschriften en criteria, bedoeld in artikel
55;
c. beperkt de aanbestedende dienst in niet-openbare procedures en in
procedures van gunning door onderhandelingen met een aankondiging
het aantal geselecteerde gegadigden, bedoeld in onderdelen a en b,
overeenkomstig artikel 55.
2. Wanneer een aanbestedende dienst een aankondiging doet door een
mededeling inzake het bestaan van een regeling voor de erkenning van
ondernemers met het oog op selectie van deelnemers in gunnings-
procedures voor de specifieke opdrachten waarop de aankondiging
betrekking heeft:
a. erkent de aanbestedende dienst de ondernemers overeenkomstig
artikel 54, en
b. beperkt de aanbestedende dienst in niet-openbare procedures en in
procedures van gunning door onderhandelingen met een aankondiging
het aantal gegadigden overeenkomstig artikel 55, derde lid.
3. Een aanbestedende dienst toetst de door de aldus geselecteerde
inschrijvers ingediende inschrijvingen aan de op de inschrijvingen
toepasselijke voorschriften en voorschriften, en gunt de opdracht op basis
van de criteria, genoemd in de artikelen 56 en 59.
Staatsblad 2005
409
31

Artikel 53
1. Wanneer een aanbestedende dienst de deelnemers aan een
niet-openbare procedure of procedure van gunning door onderhande-
lingen kiest, over erkenning een beslissing neemt of de erkenningscriteria
en de regeling voor de erkenning van ondernemers herziet, eist hij geen
bewijzen die een doublure zouden vormen met reeds beschikbare
objectieve bewijzen.
2. Wanneer een aanbestedende dienst de overlegging verlangt van een
door een onafhankelijke instantie opgestelde verklaring dat de onder-
nemer aan bepaalde kwaliteitsnormen voldoet, verwijst hij naar kwaliteits-
bewakingsregelingen die op de Europese normenreeksen op dit terrein
zijn gebaseerd en die zijn gecertificeerd door instanties die voldoen aan
de Europese normenreeks voor certificering.
3. Een aanbestedende dienst erkent gelijkwaardige verklaringen van in
andere lidstaten van de Europese Unie gevestigde instanties. Een
aanbestedende dienst aanvaardt ook andere bewijzen inzake gelijk-
waardige maatregelen op het gebied van de kwaliteitsbewaking van
ondernemers.
4. Voor opdrachten voor werken of opdrachten voor diensten, kan een
aanbestedende dienst, teneinde de technische bekwaamheid van de
ondernemer te verifiëren, de vermelding eisen van de maatregelen inzake
milieubeheer die de ondernemer kan toepassen in het kader van de
uitvoering van de opdracht.
5. Wanneer een aanbestedende dienst de overlegging verlangt van een
door een onafhankelijke instantie opgestelde verklaring dat de onder-
nemer aan bepaalde normen inzake milieubeheer als bedoeld in het
vierde lid voldoet, verwijst hij naar het communautair milieubeheer- en
milieuauditsysteem of naar normen inzake milieubeheer die gebaseerd
zijn op Europese of internationale normen die gecertificeerd zijn door een
erkende organisatie of door een organisatie die beantwoordt aan de
relevante Europese of internationale normen voor certificatie.
6. Een aanbestedende dienst erkent in het geval, bedoeld in het vijfde
lid, gelijkwaardige verklaringen van in andere lidstaten van de Europese
Unie gevestigde instanties. Een aanbestedende dienst aanvaardt tevens
andere bewijzen inzake gelijkwaardige maatregelen op het gebied van
milieubeheer die de ondernemers overleggen.
Artikel 54
1. Een aanbestedende dienst kan een regeling voor de erkenning van
ondernemers invoeren en beheren. Deze regeling kan verscheidene fasen
van erkenning van geschiktheid omvatten.
2. Een aanbestedende dienst die een regeling als bedoeld in het eerste
lid invoert of beheert, waarborgt dat de ondernemers te allen tijde een
erkenning kunnen aanvragen.
3. Een aanbestedende dienst beheert de regeling, bedoeld in het eerste
lid, op basis van door de aanbestedende dienst omschreven objectieve
criteria en voorschriften. Wanneer deze criteria en voorschriften
technische specificaties bevatten, is artikel 31 van toepassing. De criteria
en voorschriften inzake erkenning kunnen zo nodig worden herzien.
Staatsblad 2005
409
32

4. De criteria en voorschriften, bedoeld in het derde lid, kunnen de
uitsluitingscriteria, genoemd in artikel 45, eerste en derde lid, van het
Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten, omvatten onder
de daarin genoemde voorwaarden, met dien verstande dat wanneer een
regeling voor de erkenning van ondernemers wordt ingevoerd door de
staat, een provincie, een gemeente, een waterschap, een publiekrechte-
lijke instelling of een samenwerkingsverband van deze overheden of
publiekrechtelijke instellingen die een overheidsopdracht gunt in het
kader van een van de activiteiten, genoemd in de artikelen 2 tot en met 7,
artikel 45, eerste tot en met derde lid, van het Besluit aanbestedingsregels
voor overheidsopdrachten van overeenkomstige toepassing is.
5. Bij de toepassing van artikel 45, eerste en derde lid, van het Besluit
aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten, bedoeld in het vierde lid,
is artikel 46 van het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsop-
drachten van overeenkomstige toepassing.
6. Wanneer de criteria en voorschriften inzake erkenning, bedoeld in het
derde lid, eisen omvatten betreffende de economische en financiële
draagkracht van de ondernemer, kan deze zich beroepen op de draag-
kracht van andere natuurlijke personen of rechtspersonen ongeacht de
juridische aard van zijn banden met die natuurlijke personen of rechtsper-
sonen. In dat geval toont hij ten behoeve van de aanbestedende dienst
aan dat hij gedurende de geldigheidsduur van de regeling voor de
erkenning van ondernemers werkelijk kan beschikken over de voor de
uitvoering van de opdracht noodzakelijke middelen.
7. Wanneer de criteria en voorschriften inzake erkenning, bedoeld in het
derde lid, eisen omvatten betreffende de technische bekwaamheid of
beroepsbekwaamheid van de ondernemer, kan hij zich beroepen op de
bekwaamheid van andere natuurlijke personen of rechtspersonen,
ongeacht de juridische aard van zijn banden met die natuurlijke personen
of rechtspersonen. In dat geval toont hij ten behoeve van de aanbes-
tedende dienst aan dat hij gedurende de geldigheidsduur van de
erkenningsregeling werkelijk kan beschikken over de voor de uitvoering
van de opdracht noodzakelijke middelen van die natuurlijke personen of
rechtspersonen.
8. Onder dezelfde voorwaarden als bedoeld in het zesde en zevende lid,
kan een samenwerkingsverband van ondernemers zich beroepen op de
draagkracht van de deelnemers aan het samenwerkingsverband of aan
andere natuurlijke personen of rechtspersonen.
9. Een aanbestedende dienst stelt de criteria en voorschriften inzake
erkenning, bedoeld in het derde lid, desgevraagd ter beschikking aan
ondernemers. Wanneer deze criteria en voorschriften worden bijgewerkt,
wordt dit de betrokken ondernemers medegedeeld.
10. Wanneer een aanbestedende dienst van oordeel is dat de regeling
voor de erkenning van ondernemers van bepaalde andere instanties aan
de voorwaarden voldoet, deelt hij de betrokken ondernemers de namen
van deze andere instanties mede.
11. Een aanbestedende dienst houdt een lijst van erkende ondernemers
bij, die volgens het type opdrachten waarvoor de erkenning geldt in
categorieën kan worden ingedeeld.
12. Wanneer een aanbestedende dienst een aankondiging doet door
een mededeling inzake het bestaan van een regeling voor de erkenning
van ondernemers, kiest hij de inschrijvers bij een niet-openbare procedure
of de deelnemers aan een procedure van gunning door onderhandelingen
uit de volgens deze regeling in aanmerking komende gegadigden.
Staatsblad 2005
409
33

Artikel 55
1. Bij het opstellen van selectiecriteria voor een openbare procedure
hanteert de aanbestedende dienst objectieve voorschriften en criteria. De
aanbestedende dienst stelt die voorschriften en criteria aan de belangstel-
lende ondernemers ter beschikking.
2. Een aanbestedende dienst die de gegadigden selecteert voor een
niet-openbare procedure of een procedure van gunning door onderhande-
lingen, hanteert de door hem omschreven objectieve voorschriften en
criteria, die aan belangstellende ondernemers ter beschikking worden
gesteld.
3. Bij een niet-openbare procedure of een procedure van gunning door
onderhandelingen kan de aanbestedende dienst de criteria baseren op de
objectieve noodzaak voor de aanbestedende dienst de gegadigden te
beperken tot een aantal dat wordt gerechtvaardigd door het noodzakelijke
evenwicht tussen enerzijds de specifieke kenmerken van de procedure en
anderzijds de daarvoor vereiste middelen. Bij de vaststelling van het
aantal gegadigden houdt de aanbestedende dienst rekening met de
noodzaak om voldoende concurrentie te waarborgen.
4. De criteria en voorschriften, bedoeld in het eerste en tweede lid,
kunnen de uitsluitingscriteria, genoemd in artikel 45, eerste en derde lid,
van het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten, omvatten
onder de daarin genoemde voorwaarden, met dien verstande dat
wanneer de criteria en voorschriften worden opgesteld door de staat, een
provincie, een gemeente, een waterschap, een publiekrechtelijke instelling
en een samenwerkingsverband van deze overheden of publiekrechtelijke
instellingen die een overheidsopdracht gunt in het kader van het
verrichten van een van de activiteiten, genoemd in de artikelen 2 tot en
met 7, artikel 45, eerste tot en met derde lid, van het Besluit
aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten van overeenkomstige
toepassing is.
5. Bij de toepassing van artikel 45, eerste en derde lid, van het Besluit
aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten, bedoeld in het vierde lid,
is artikel 46 van het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsop-
drachten van overeenkomstige toepassing.
6. Wanneer de criteria en voorschriften, bedoeld in het eerste en
tweede lid, eisen betreffende de economische en financiële draagkracht
van de ondernemer omvatten, kan de ondernemer zich beroepen op de
draagkracht van andere natuurlijke personen of rechtspersonen, ongeacht
de juridische aard van zijn banden met deze natuurlijke personen of
rechtspersonen.
7. In het geval, bedoeld in het zesde lid, toont de ondernemer ten
behoeve van de aanbestedende dienst aan dat hij werkelijk kan
beschikken over de voor de uitvoering van de opdracht noodzakelijke
middelen. Onder dezelfde voorwaarden kan een samenwerkingsverband
van ondernemers als bedoeld in artikel 10 zich beroepen op de draag-
kracht van de deelnemers aan het samenwerkingsverband of andere
natuurlijke personen of rechtspersonen.
8. Wanneer de criteria en voorschriften, bedoeld in het eerste en
tweede lid, eisen betreffende de technische bekwaamheid of beroeps-
bekwaamheid van de ondernemer, bedoeld in het zesde lid, omvatten, kan
deze zich beroepen op de bekwaamheid van andere ondernemers
ongeacht de juridische aard van zijn banden met die ondernemers. In dat
geval toont de ondernemer ten behoeve van de aanbestedende dienst aan
dat hij werkelijk kan beschikken over de voor de uitvoering van de
opdracht noodzakelijke middelen van die ondernemers.
9. Onder dezelfde voorwaarden, bedoeld in het achtste lid, kan een
samenwerkingsverband van ondernemers als bedoeld in artikel 10 zich
beroepen op de draagkracht van de deelnemers aan het samenwerkings-
verband of aan andere ondernemers.
Staatsblad 2005
409
34

Artikel 56
1. Een aanbestedende dienst gunt een opdracht op grond van:
a. criteria die verband houden met het voorwerp van de opdracht,
indien de gunning aan de inschrijver met de vanuit het oogpunt van de
aanbestedende dienst economisch meest voordelige inschrijving
plaatsvindt, of
b. het criterium de laagste prijs.
2. Een aanbestedende dienst specificeert in het geval, bedoeld in het
eerste lid, onderdeel a, in de aankondiging die gebruikt wordt
alsaankondiging van de opdracht, in de uitnodiging om de belangstelling
te bevestigen, bedoeld in artikel 48, zevende lid, in de uitnodiging om een
inschrijving in te dienen of te onderhandelen, of in het beschrijvend
document, het relatieve gewicht dat hij voor de bepaling van de econo-
misch meest voordelige inschrijving aan ieder van de gekozen criteria
toekent. Dit gewicht kan worden uitgedrukt door middel van een marge
met een passend verschil tussen minimum en maximum.
3. Wanneer geen weging mogelijk is, vermeldt de aanbestedende
dienst in de aankondiging die gebruikt wordt als aankondiging van de
opdracht, in de uitnodiging om de belangstelling te bevestigen, bedoeld
in artikel 48, zevende lid, in de uitnodiging om een inschrijving in te
dienen of te onderhandelen, of in het beschrijvend document, de criteria
in afnemende volgorde van belangrijkheid.
Artikel 57
1. De mededeling van een aanbestedende dienst van een gunnings-
beslissing houdt geen aanvaarding in, als bedoeld in artikel 6:217, eerste
lid, van het Burgerlijk Wetboek, van een aanbod van een ondernemer.
2. Een aanbestedende dienst sluit niet eerder een raamovereenkomst
en gunt niet eerder een overheidsopdracht op basis van een gunnings-
beslissing dan nadat een termijn van 15 dagen na verzending van de
mededeling van die gunningsbeslissing is verstreken.
3. De mededeling, bedoeld in het tweede lid, bevat ten minste de
gronden van de gunningsbeslissing.
4. Van de termijn, genoemd in het tweede lid, kan een aanbestedende
dienst slechts afwijken indien dit strikt noodzakelijk is wegens dwingende
spoed als gevolg van gebeurtenissen die door de aanbestedende dienst
niet konden worden voorzien en die niet aan de aanbestedende dienst te
wijten zijn.
Artikel 58
1. In het kader van de openbare procedure, de niet-openbare procedure
en de procedure van gunning door onderhandelingen met voorafgaande
aankondiging kan een aanbestedende dienst de gunning van de opdracht
vooraf laten gaan door een elektronische veiling, indien de nauwkeurige
specificaties voor de opdracht kunnen worden opgesteld.
2. In het kader van een opdracht in het kader van een dynamisch
aankoopsysteem kan een aanbestedende dienst de gunning van de
opdracht vooraf laten gaan door een elektronische veiling, indien de
nauwkeurige specificaties voor de opdracht kunnen worden opgesteld.
Artikel 56, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing op de elektro-
nische veiling.
3. Een aanbestedende dienst die gebruik maakt van een elektronische
veiling, meldt dit in de aankondiging van de opdracht.
4. Het beschrijvend document bevat ten minste de volgende informatie:
a. de elementen waarvan de waarden vallen onder de elektronische
veiling, voor zover deze elementen kwantificeerbaar zijn zodat ze kunnen
worden uitgedrukt in cijfers of procenten,
Staatsblad 2005
409
35

b. de eventuele limieten van de waarden die kunnen worden ingediend,
zoals zij voortvloeien uit de specificaties van het voorwerp van de
opdracht,
c. de informatie die tijdens de elektronische veiling ter beschikking van
de inschrijvers zal worden gesteld en het tijdstip waarop die informatie ter
beschikking zal worden gesteld,
d. relevante informatie betreffende het verloop van de elektronische
veiling,
e. de voorwaarden waaronder de inschrijvers een bod kunnen doen en
met name de vereiste minimumverschillen die voor de biedingen vereist
zijn, en
f. relevante informatie betreffende het gebruikte elektronische systeem
en de nadere technische bepalingen en specificaties voor de verbinding.
5. Alvorens over te gaan tot de elektronische veiling, verricht een
aanbestedende dienst een eerste volledige beoordeling van de inschrij-
vingen aan de hand van de gunningcriteria en de weging daarvan zoals
die zijn vastgesteld.
6. Een aanbestedende dienst nodigt alle inschrijvers die een aan de
eisen beantwoordende inschrijving hebben gedaan, tegelijkertijd langs
elektronische weg uit om nieuwe prijzen of nieuwe waarden in te dienen.
7. Een aanbestedende dienst voorziet er in dat het verzoek, bedoeld in
het zevende lid, alle relevante informatie bevat voor de individuele
verbinding met het gebruikte elektronische systeem en het tijdstip en het
aanvangsuur van de elektronische veiling preciseert.
8. Een aanbestedende diensten kan de elektronische veiling in
verschillende fasen laten verlopen.
9. Een aanbestedende dienst verstuurt de uitnodigingen voor een
elektronische veiling uiterlijk vijf werkdagen voor de aanvang van de
veiling.
10. Wanneer de aanbestedende dienst voor de gunning het criterium
van de economisch meest voordelige inschrijving hanteert, voegt hij bij
de uitnodiging:
a. het resultaat van de volledige beoordeling van de inschrijving van de
betrokken inschrijver, en
b. de wiskundige formule die tijdens de elektronische veiling de
automatische herklasseringen naar gelang van de ingediende nieuwe
prijzen of nieuwe waarden zal bepalen.
11. In de formule, bedoeld in het elfde lid, onderdeel b, verwerkt de
aanbestedende dienst het gewicht dat aan alle vastgestelde criteria wordt
toegekend om de economisch meest voordelige inschrijving te bepalen.
Eventuele marges worden daartoe door de aanbestedende dienst vooraf
in een bepaalde waarde uitgedrukt.
12. Wanneer een aanbestedende dienst varianten toestaat, verstrekt de
aanbestedende dienst voor een variant de afzonderlijke formule.
13. Tijdens alle fases van de elektronische veiling deelt de aanbeste-
dende diensten onverwijld aan alle inschrijvers ten minste de informatie
mee die de inschrijvers de mogelijkheid biedt op elk moment hun
respectieve klassering te kennen.
14. Een aanbestedende dienst kan andere informatie betreffende
andere ingediende prijzen of waarden meedelen indien dat in het
beschrijvend document is vermeld. Een aanbestedende dienst kan op
ieder ogenblik meedelen hoeveel inschrijvers aan de fase van de veiling
deelnemen.
15. Een aanbestedende dienst deelt tijdens het verloop van de fasen
van de elektronische veiling in geen geval de identiteit van de inschrijvers
mee.
16. Een aanbestedende dienst kan de elektronische veiling afsluiten
door:
Staatsblad 2005
409
36

a. in de uitnodiging om deel te nemen aan de veiling een vooraf
vastgestelde datum en een vooraf vastgesteld tijdstip voor de sluiting aan
te geven;
b. de veiling af te sluiten wanneer hij geen nieuwe prijzen meer
ontvangt die beantwoorden aan de vereisten betreffende de minimum-
verschillen, waarbij de aanbestedende dienst in de uitnodiging om deel te
nemen aan de veiling de termijn die hij na ontvangst van de laatste
aanbieding in acht zal nemen alvorens de veiling te sluiten preciseert;
c. de veiling af te sluiten wanneer alle fasen van de veiling die in de
uitnodiging om deel te nemen aan de veiling zijn vermeld, afgehandeld
zijn.
17. Wanneer een aanbestedende dienst besloten heeft om de elektro-
nische veiling overeenkomstig het zestiende lid, onderdeel c, af te sluiten,
in combinatie met de regelingen, bedoeld in het zestiende lid, onderdeel
b, vermeldt hij in de uitnodiging om deel te nemen aan de veiling het
tijdschema voor elk van de fasen van de veiling.
18. Na de sluiting van de elektronische veiling gunt de aanbestedende
dienst de opdracht overeenkomstig artikel 56, op basis van de resultaten
van de elektronische veiling.
19. Een aanbestedende dienst maakt geen misbruik van de methode
van de elektronische veiling, noch gebruikt hij de methode om concur-
rentie te beletten, te beperken of te vervalsen of om wijzigingen aan te
brengen in het voorwerp van de opdracht zoals omschreven in de
aankondiging van de opdracht en in het beschrijvend document.
Artikel 59
1. Wanneer voor een bepaalde opdracht inschrijvingen worden gedaan
die in verhouding tot de te verrichten werken, leveringen of diensten
abnormaal laag lijken, verzoekt de aanbestedende dienst, voordat hij deze
inschrijvingen kan afwijzen, schriftelijk om de door hem nodig geachte
verduidelijkingen over de samenstelling van de desbetreffende
inschrijving.
2. De verduidelijkingen, bedoeld in het eerste lid, kunnen in ieder geval
verband houden met:
a. de doelmatigheid van het productieproces van de producten, van de
dienstverrichting of van het bouwproces,
b. de gekozen technische oplossingen of uitzonderlijk gunstige
omstandigheden waarvan de inschrijver bij de levering van de producten,
het verrichten van de diensten of de uitvoering van de werken kan
profiteren,
c. de originaliteit van het ontwerp van de inschrijver,
d. de naleving van de bepalingen inzake arbeidsvoorwaarden en
arbeidsomstandigheden die gelden op de plaats waar de opdracht wordt
uitgevoerd,
e. de eventuele ontvangst van staatssteun door de inschrijver.
3. De aanbestedende dienst onderzoekt in overleg met de inschrijver de
samenstelling van de desbetreffende inschrijving aan de hand van de
ontvangen toelichtingen.
4. Wanneer een aanbestedende dienst constateert dat een inschrijving
abnormaal laag is omdat de inschrijver overheidssteun heeft gekregen,
kan de inschrijving op die grond worden afgewezen, wanneer de
inschrijver desgevraagd niet binnen een door de aanbestedende dienst
bepaalde voldoende lange termijn kan aantonen dat de betrokken steun
niet in strijd met de artikelen 87 en 88 van het Verdrag tot oprichting van
de Europese Gemeenschap is toegekend.
5. Wanneer de aanbestedende dienst in een situatie als bedoeld in het
vierde lid een inschrijving afwijst, stelt hij de Commissie daarvan in
kennis.
Staatsblad 2005
409
37

Artikel 60
1. Een aanbestedende dienst past op inschrijvingen die producten
bevatten uit derde landen waarmee de Europese Gemeenschappen geen
multilateraal of bilateraal verdrag hebben gesloten die de communautaire
ondernemingen op vergelijkbare wijze daadwerkelijk toegang verschaft
tot de markten van deze derde landen, het tweede tot en met het zevende
lid toe.
2. Een aanbestedende dienst kan iedere inschrijving die wordt
ingediend met het oog op de gunning van een opdracht voor leveringen,
afwijzen wanneer het aandeel van de uit derde landen afkomstige
goederen, waarvan de oorsprong wordt vastgesteld overeenkomstig
Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van de Europese Gemeen-
schappen van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair
douanewetboek (PbEG L 302), meer dan vijftig procent uitmaakt van de
totale waarde van de goederen waarop deze inschrijving betrekking heeft.
Voor de toepassing van dit artikel worden de programmatuur-
toepassingen die in telecommunicatienetten worden gebruikt, als
producten beschouwd.
3. Wanneer twee of meer inschrijvingen volgens de gunningcriteria van
artikel 56 gelijkwaardig zijn, geeft de aanbestedende dienst de voorkeur
aan de inschrijving die niet krachtens het tweede lid kan worden
afgewezen. Indien het prijsverschil niet meer dan drie procent bedraagt,
wordt het bedrag van de inschrijving door de aanbestedende diensten als
gelijkwaardig beschouwd.
4. Een aanbestedende dienst kan afwijken van het derde lid indien hij
hierdoor genoodzaakt zou zijn apparatuur aan te schaffen met technische
kenmerken die afwijken van de bestaande apparatuur, en dit tot onver-
enigbaarheid of tot technische moeilijkheden bij het gebruik of het
onderhoud zou leiden of buitensporige kosten met zich mee zou brengen.
5. Een aanbestedende dienst laat bij het bepalen van het aandeel van
uit derde landen afkomstige goederen, bedoeld in het tweede lid, de
derde landen buiten beschouwing ten gunste waarvan de toepassing van
richtlijn nr. 2004/17/EG bij besluit van de Raad van de Europese Unie
overeenkomstig het eerste lid is uitgebreid.
§ 14. Prijsvragen
Artikel 61
Een aanbestedende dienst stelt de voorschriften voor het uitschrijven
van een prijsvraag vast overeenkomstig artikelen 62 en 64 tot en met 67
en stelt deze voorschriften ter beschikking aan belangstellende onder-
nemers.
Artikel 62
1. De artikelen 60 tot en met 66 zijn van toepassing op de prijsvragen
die worden georganiseerd in het kader van een procedure voor het
gunnen van opdrachten voor diensten waarvan de geraamde waarde,
exclusief omzetbelasting, ten minste het bedrag, genoemd in artikel 61
van richtlijn nr. 2004/17/EG bedraagt.
2. Het eerste lid is van toepassing op alle prijsvragen waarvan het totale
bedrag aan prijzengeld en betalingen aan deelnemers ten minste gelijk is
aan het bedrag, genoemd in artikel 61 van richtlijn nr. 2004/17/EG.
Staatsblad 2005
409
38

3. Voor de toepassing van het tweede lid wordt onder drempel verstaan
het totaalbedrag aan premies en betalingen, met inbegrip van de
geraamde waarde, exclusief omzetbelasting, van de opdracht voor
diensten die later overeenkomstig artikel 37, tweede lid, kan worden
gegund indien de aanbestedende dienst een dergelijke opdracht in de
aankondiging van een prijsvraag niet uitsluit.
Artikel 63
De artikelen 17 tot en met 19 zijn van overeenkomstige toepassing op
prijsvragen als bedoeld in artikel 62, eerste lid.
Artikel 64
1. Een aanbestedende dienst die een prijsvraag wil uitschrijven,
publiceert daartoe een aankondiging betreffende een prijsvraag.
2. Een aanbestedende dienst die een prijsvraag uitgeschreven heeft,
deelt de resultaten daarvan in een aankondiging mee.
3. De aankondigingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, die de
informatie, bedoeld in bijlage 2, onderdeel E, respectievelijk in bijlage 2,
onderdeel F, bevatten worden door de aanbestedende dienst opgesteld, in
een formulier overeenkomstig het model dat daarvoor is opgenomen in
richtlijn nr. 2001/78/EGen gezonden aan de Commissie.
4. Op de aankondigingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, is artikel
44 van toepassing.
5. Een aanbestedende dienst zendt de aankondiging, bedoeld in het
tweede lid, binnen twee maanden na de sluiting van de prijsvraag aan de
Commissie.
6. Een aanbestedende dienst kan de Commissie bij de verstrekking van
de informatie, bedoeld in het derde lid, wijzen op alle gevoelige commer-
ciële aspecten van de aankondigingen, bedoeld in het eerste en tweede
lid, en de Commissie verzoeken daarmee rekening te houden.
Artikel 65
1. Artikel 49, eerste, tweede en vijfde lid zijn van toepassing op
mededelingen betreffende prijsvragen.
2. De jury neemt na afloop van de voor de indiening van plannen en
ontwerpen gestelde termijn, kennis van de inhoud daarvan.
3. Artikel 49, zesde tot en met elfde lid, is van overeenkomstige
toepassing op de middelen voor elektronische ontvangst van plannen en
ontwerpen.
Artikel 66
1. Bij een prijsvraag met een beperkt aantal deelnemers stelt een
aanbestedende dienst duidelijke en niet-discriminerende selectiecriteria
vast.
2. Een aanbestedende dienst voorziet er in dat in alle gevallen met het
aantal kandidaten dat wordt uitgenodigd om aan de prijsvraag deel te
nemen een daadwerkelijke mededinging wordt gewaarborgd.
3. Een aanbestedende dienst voorziet er in dat de jury bestaat uit
natuurlijke personen die onafhankelijk van de deelnemers aan de
prijsvraag zijn.
4. Wanneer de aanbestedende dienst van de deelnemers aan een
prijsvraag een bijzondere beroepskwalificatie eist, voorziet de aanbes-
tedende dienst er in dat ten minste een derde van de juryleden dezelfde
kwalificatie of een gelijkwaardige kwalificatie heeft.
Staatsblad 2005
409
39

Artikel 67
1. De jury is onafhankelijk.
2. De jury onderzoekt de projecten op basis van door de gegadigden
anoniem voorgelegde ontwerpen en op grond van de criteria die in de
aankondiging van de prijsvraag zijn vermeld.
3. De jury stelt een door haar leden ondertekend verslag op met de
door haar op basis van de merites van elk project vastgestelde rangorde
van de projecten, vergezeld van haar opmerkingen en eventuele punten
die verduidelijking behoeven.
4. De jury eerbiedigt de anonimiteit van gegadigden totdat het oordeel
van de jury bekend is gemaakt.
5. De jury kan gegadigden zo nodig uitnodigen om door de jury in haar
notulen vermelde vragen te beantwoorden teneinde duidelijkheid te
verschaffen omtrent bepaalde aspecten van de projecten.
6. De aanbestedende dienst voorziet er in dat van de dialoog tussen de
leden van de jury en de gegadigden volledige notulen worden opgesteld.
§ 15. Correctiemechanisme en informatievoorziening
Artikel 68
Onze Minister stelt de Commissie in kennis van alle moeilijkheden die
ondernemers hem rapporteren en die te wijten zijn aan het feit dat de
internationale arbeidsnormen, genoemd in bijlage 4, niet in acht zijn
genomen door derde landen.
Artikel 69
Een aanbestedende dienst zendt Onze Minister de gegevens die deze
nodig heeft voor de informatieverstrekking aan de Commissie, bedoeld in
artikel 68 en 70. Een aanbestedende dienst neemt daarbij de nadere
voorschriften, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Raamwet
EEG-voorschriften aanbestedingen, in acht.
Artikel 70
1. Onze Minister zendt ieder jaar aan de Commissie het statistische
overzicht, bedoeld in artikel 67, eerste lid, van richtlijn nr. 2004/17/EG.
2. Onze Minister zendt ieder jaar voor 1 november aan de Commissie
het statistisch overzicht, bedoeld in artikel 67, tweede lid, van richtlijn nr.
2004/17/EG.
Artikel 71
1. Indien een aanbestedende dienst gebruik maakt van de mogelijkheid
van de verificatieregeling, bedoeld in artikel 3 van richtlijn nr. 92/13/EEG,
zijn de artikelen 4 tot en met 7 van die richtlijn van toepassing.
2. Onze Minister wijst de personen, beroepsgroepen of personeel van
instellingen, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van richtlijn nr. 92/13/EEG
aan. Van de desbetreffende aanwijzing wordt mededeling gedaan in de
Staatscourant.
3. Onze Minister verleent een aanwijzing op grond van het tweede lid
indien:
a. de betrokken personen, beroepsgroepen of personeel van instel-
lingen van de Raad voor Accreditatie of van een met de Raad verge-
lijkbare accreditatie-instelling een accreditatie hebben verkregen op basis
van de norm NEN-EN 45503, zoals deze in maart 1996 luidde, en
Staatsblad 2005
409
40

b. de betrokkenen, genoemd in onderdeel a, erin toestemmen dat de
Raad of de accreditatie-instelling Onze Minister inzicht verschaft in zijn
functioneren.
Artikel 72
Indien de Commissie toepassing geeft aan de procedures, bedoeld in
artikel 8 van richtlijn nr. 92/13/EEG, verleent de betrokken aanbestedende
dienst zijn medewerking daaraan overeenkomstig artikel 8, derde tot en
met vijfde lid, van richtlijn nr. 92/13/EEG.
Artikel 73
1. Degene, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van richtlijn nr. 92/13/EEG,
kan een verzoek indienen om toepassing van de bemiddelingsprocedure
van de artikelen 10 en 11 van richtlijn nr. 92/13/EEG.
2. Het verzoek, bedoeld in het eerste lid, wordt schriftelijk ingediend bij
de Commissie of bij Onze Minister.
3. Indien de Commissie toepassing geeft aan de procedure, bedoeld in
artikel 9 tot en met 11 van de richtlijn nr. 92/13/EEG, verleent de betrokken
aanbestedende dienst zijn medewerking daaraan overeenkomstig de
artikelen 10, tweede tot en met zevende lid, en 11, eerste lid, van richtlijn
nr. 92/13/EEG.
Artikel 74
Onze Minister stelt de Commissie regelmatig in kennis van wijzigingen
in de lijst van aanbestedende diensten, bedoeld in bijlagen I tot en met X,
van richtlijn nr. 2004/17/EG.
§ 16. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 75
1. Het Besluit aanbestedingen nutssector wordt ingetrokken, met dien
verstande dat het Besluit aanbestedingen nutssector tot uiterlijk 31 januari
2006 van toepassing blijft op de gunning van opdrachten waarvoor een
aanbestedende dienst heeft verklaard dat het Besluit aanbestedingen
nutssector tot uiterlijk die datum van toepassing blijft, in:
a. een aankondiging als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van richtlijn nr.
93/38/EEG, of
b. een verzoek om inschrijving als bedoeld in artikel 26, tweede lid,
onder c, van richtlijn nr. 93/38/EEG.
Artikel 76
Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag van de derde
maand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt
geplaatst, met uitzondering van artikel 6, dat in werking treedt op een bij
koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Artikel 77
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit aanbestedingen speciale
sectoren
Staatsblad 2005
409
41

Het advies van de Raad van State is openbaar
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van
gemaakt door terinzagelegging bij het Minis-
toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
terie van Economische Zaken.
Tevens zal het advies met de daarbij ter inzage
gelegde stukken worden opgenomen in het
Tavarnelle, 16 juli 2005
bijvoegsel bij de Staatscourant van 11 oktober
Beatrix
2005, nr. 197.
De Minister van Economische Zaken,
L. J. Brinkhorst
Uitgegeven de zesde september 2005
De Minister van Justitie,
J. P. H. Donner
STB9605
ISSN 0920 - 2064
Sdu Uitgevers
's-Gravenhage 2005
Staatsblad 2005
409
42

NOTA VAN TOELICHTING
I. Algemeen
1. Inleiding
Het Besluit aanbestedingen speciale sectoren (hierna: besluit) strekt ter
implementatie van de richtlijn nr. 2004/17/EG van het Europees parlement
en de Raad van de Europese Unie houdende coördinatie van de proce-
dures voor het plaatsten van opdrachten in de sectoren water- en
energievoorziening, vervoer en postdiensten (PbEG L 134) (hierna: richtlijn
nr. 2004/17/EG). Deze richtlijn vervangt richtlijn nr. 93/38/EEG van de Raad
van de Europese Gemeenschappen van 14 juni 1993, houdende coördi-
natie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren
water- en energievoorziening, vervoer en telecommunicatie (PbEG L 199)
(hierna: richtlijn nr. 93/38/EEG).
In de kabinetsreactie op het rapport van de Parlementaire Enquętecom-
missie Bouwnijverheid heeft het kabinet de vorming van een dwingend
uniform aanbestedingskader voor alle aanbestedingen en alle aanbe-
stedende diensten toegezegd (Kamerstukken II 2002/2003, 28 244, nr. 24).
De Raamwet EEG-voorschriften aanbestedingen, het Besluit overheids-
aanbestedingen en het Besluit aanbestedingen nutssector zullen derhalve
vervangen worden door een nieuw wettelijk kader. Richtlijn nr. 2004/18/EG
van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van
31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het
plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten
(PbEG L 134) (hierna: richtlijn nr. 2004/18/EG) zal samen met richtlijn nr.
2004/17/EG de basis vormen voor dit nieuwe kader. Dit is echter een
traject dat niet binnen de in richtlijn nr. 2004/17/EG en richtlijn nr.
2004/18/EG verplicht gestelde implementatietermijn van 21 maanden te
realiseren is. Daarom is er voor gekozen deze richtlijnen eerst te imple-
menteren op basis van de Raamwet EEG-voorschriften. Deze wet geeft
alleen de mogelijkheid om communautaire maatregelen inzake aanbeste-
dingen te implementeren en geeft geen basis voor implementatie van
andere internationale regelgeving of voor nationale regelgeving in
aanvulling op de aanbestedingsrichtlijnen teneinde de naleving te
verbeteren. Gelet op de beperkte strekking van deze wet is gekozen voor
een nieuw wetsvoorstel ter vervanging van voornoemde wet. Dit voorstel
van wet zal medio 2006 aan de Tweede Kamer worden voorgelegd.
Om ook op korte termijn tegemoet te komen aan de wens tot vereen-
voudiging en verduidelijking van de aanbestedingsregels vindt implemen-
tatie van deze richtlijnen, in tegenstelling tot voorheen, niet meer plaats
door de methode van verwijzing, maar voor het overgrote deel door
middel van omzetting ofwel overschrijving. De reden hiervoor is de klacht
van aanbestedende diensten en bedrijven dat door de methode van
verwijzing voor hen vaak onduidelijk was wat de aanbestedingsplicht
inhield, hetgeen de naleving van deze plicht belemmerde. Alleen voor de
modellen voor de aankondigingen en de drempelbedragen wordt nog
gebruik gemaakt van de methode van verwijzing. Dit is nodig omdat de
modellen en de drempelbedragen vaak zullen wijzigen. Voorkomen dient
te worden dat het besluit veelvuldig en op ondergeschikte punten
gewijzigd moet worden.
Dit besluit vervangt het Besluit aanbestedingen nutssector. Gelet op de
veranderde houding van overheden ten opzichte van de betrokken
sectoren en het feit dat in deze sectoren steeds meer marktwerking
plaatsvindt worden deze sectoren voortaan aangemerkt als speciale
sectoren in plaats van nutssector.
Staatsblad 2005
409
43

2. Doel en aanleiding
In het rapport «De bouw uit de schaduw» van de Parlementaire
Enquętecommissie Bouwnijverheid (Kamerstukken II 2002/03, 28244, nr. 6)
is kritiek geuit over de onduidelijkheid van de aanbestedingsregelgeving.
Ook de Commissie van de Europese Gemeenschappen (hierna: de
Commissie) heeft onderkend dat de aanbestedingsrichtlijnen niet altijd
duidelijk zijn en dat de toepassing ervan onder meer vanwege deze
onduidelijkheid te wensen overlaat. Op 27 november 1996 heeft de
Commissie derhalve het Groenboek betreffende de aanbesteding van
overheidsopdrachten in de Europese Unie (COM (96) 583 final) gepubli-
ceerd met beschouwingen over een toekomstig beleid inzake overheid-
sopdrachten. Aan de hand van de bijdragen en opmerkingen die in het
kader van de discussie over dit Groenboek zijn gemaakt, heeft de
Commissie in een mededeling van 11 maart 1998 (Commission Communi-
cation: public procurement in the European Union, COM(1998) 143/6) haar
voorstellen voor aanpassing van het regelgevend kader van de overheid-
sopdrachten gepubliceerd. Hieruit zijn uiteindelijk richtlijn nr. 2004/17/EG
en richtlijn nr. 2004/18/EG voortgevloeid.
Het uitgangspunt bij de totstandkoming van deze richtlijn was net als bij
richtlijn nr. 2004/18/EG dat de richtlijn eenvoudiger, duidelijker, flexibeler
en moderner moest worden. Dit is gebeurd door begrippen te verduide-
lijken, zoals de begrippen bijzondere of uitsluitende rechten, en door
bepalingen over eenzelfde onderwerp, zoals prijsvragen, bij elkaar te
voegen. Voorts creëert richtlijn nr. 2004/17/EG nieuwe mogelijkheden om
het gebruik van elektronische middelen te introduceren met het mogelijk
maken van het dynamisch aankoop systeem en elektronische veilingen.
Waar nodig en mogelijk zijn richtlijn nr. 2004/17/EG en richtlijn nr.
2004/18/EG zoveel mogelijk op elkaar afgestemd. Daarbij is evenwel
rekening gehouden met het eigen karakter van de richtlijn speciale
sectoren. Nieuwe onderwerpen zoals die inzake elektronisch aanbesteden
zijn in principe gelijkluidend in beide richtlijnen. Omdat richtlijn nr.
2004/17/EG een flexibeler toepassingsregiem heeft waarbij de
onderhandelingsprocedures zonder beperkingen mogen worden
toegepast vormt de concurrentiegerichte dialoog in tegenstelling tot
richtlijn 2004/18/EG geen onderdeel van richtlijn nr. 2004/17/EG. Vereen-
voudiging betekent enerzijds het verduidelijken van onduidelijke of
ingewikkelde bepalingen en anderzijds aanpassing van de bestaande
regeling als de problemen niet door nadere uitlegging kunnen worden
opgelost, bijvoorbeeld door de regels en procedures flexibeler en
duidelijker te maken.
Net als de richtlijn die zij vervangt heeft richtlijn nr. 2004/17/EG nog
steeds tot doel de transparantie in de gemeenschappelijke markt voor
opdrachten te vergroten en discriminatoir aanbestedingsgedrag van de
aanbestedende diensten en bedrijven in de lidstaten van de Europese
Unie te voorkomen. Voorts draagt dit bij aan vergroting van de
mededinging op deze markt. De instrumenten om transparantie te
bereiken zijn de publicatieverplichtingen, het verbod op discriminatie
tussen aanbieders, en de plicht om de eisen aan opdracht en opdracht-
nemer objectief te specificeren.
3. Inhoud van de richtlijn
Teneinde de richtlijn nr. 2004/17/EG duidelijker en gemakkelijker
toepasbaar te maken en aan te passen aan nieuwe ontwikkelingen is een
aantal onderdelen nieuw of gewijzigd ten opzichte van richtlijn nr.
93/38/EEG.
Ten eerste omvat het toepassingsgebied van richtlijn nr. 2004/17/EG in
tegenstelling tot richtlijn nr. 93/38/EEG niet meer de opdrachten die
worden gegund door ondernemingen en organisaties die diensten
Staatsblad 2005
409
44

verrichten in de telecommunicatiesector. Dit vanwege de liberalisering
van de telecommunicatiesector, waardoor invoering van een daadwerke-
lijke mededinging in deze sector is gerealiseerd. In tegenstelling tot
richtlijn nr. 93/38/EEG kent richtlijn nr. 2004/17/EG dan ook niet langer een
uitzondering voor opdrachten voor spraaktelefonie-, telex-, mobiele
radiotelefonie-, semafoondiensten en telecommunicatiediensten per
satelliet. Deze uitzondering was ingevoerd om rekening te houden met het
feit dat dergelijke diensten in een bepaalde geografische zone vaak slechts
door één leverancier geleverd konden worden, onder andere vanwege
bijzondere of uitsluitende rechten die hiervoor waren verleend. Door de
liberalisering van de telecommunicatiesector is deze uitzondering niet
langer nodig.
Het tweede nieuwe element in richtlijn nr. 2004/17/EG is dat er nu een
besluitvormingsprocedure voor alle in de richtlijn genoemde sectoren is
opgenomen (artikel 25 van het besluit) die het mogelijk maakt geliberali-
seerde sectoren in een bepaalde lidstaat van de Europese Unie van het
toepassingsgebied van de richtlijn uit te zonderen, althans wanneer de
toegang tot die markt daadwerkelijk aan mededinging blootstaat.
Een derde wijziging in richtlijn nr. 2004/17/EG ten opzichte van richtlijn
nr. 93/38/EEG is de verplichting voor de aanbestedende dienst om tijdig
het relatieve gewicht van de gunningscriteria aan te geven teneinde in het
kader van het beginsel van gelijke behandeling van ondernemers de
transparantie van een objectieve beoordeling van de economisch
voordeligste aanbieding mogelijk te maken.
Een vierde wijziging betreft het vergroten van de mogelijkheid om
elektronisch aan te besteden. Richtlijn nr. 2004/17/EG maakt het mogelijk
dat aankondigingen en uitwisseling van informatie, naar keuze van de
aanbestedende dienst per post, per fax of langs elektronische weg of in
bepaalde gevallen per telefoon kan geschieden of door een combinatie
van deze middelen. Elektronisch aanbesteden maakt het mogelijk de
mededinging te verbreden en de overheidsbestellingen efficiënter te
gunnen door de besparing op tijd die het gebruik van deze technieken met
zich meebrengt. Elektronisch aanbesteden maakt het niet alleen mogelijk
dat bestaande procedures kunnen worden versneld maar maakt ook
nieuwe vormen van aanbesteden mogelijk zoals de elektronische veiling
en het dynamisch aankoopsysteem. Het toepassen van elektronische
veilingen stelt aanbestedende diensten voorts in staat de inschrijvers te
verzoeken nieuwe lagere prijsoffertes te doen waarbij overigens ook
andere elementen dan de prijs kunnen worden meegenomen.
Ten slotte is van belang dat de activiteiten van ondernemingen in de
postsector ingevolge richtlijn nr. 2004/17/EG voortaan als speciale sector
in de zin van deze richtlijn geldt. Reden hiervoor is dat in verband met de
voortschrijdende openstelling van de postdiensten voor mededinging en
het feit dat deze diensten zowel door aanbestedende diensten, overheids-
bedrijven als door andere bedrijven worden geleverd, het beter is deze
sector bij de flexibelere richtlijn speciale sectoren onder te brengen. Voor
de in de Nederlandse postsector opererende bedrijven heeft de toepasse-
lijkheid van richtlijn nr. 2004/17/EG echter geen praktische gevolgen
omdat Nederland gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid in richtlijn
nr. 2004/17/EG om de overgang van de postdiensten naar die richtlijn uit
te stellen tot 31 december 2008. Gelet hierop zijn in tegenstelling tot de
situatie in de meeste andere lidstaten de instellingen die in Nederland
werkzaam in de postssector niet vermeld in Bijlage VI van richtlijn nr.
2004/17/EG (hetzelfde geldt voor Duitsland, Verenigd Koninkrijk en
Finland).
Alle nieuwe mogelijkheden die richtlijn nr. 2004/17/EG biedt zijn in dit
besluit overgenomen.
Staatsblad 2005
409
45

4. Implementatiemethode
Zoals hierboven reeds is vermeld, vindt de implementatie van richtlijn
nr. 2004/17/EG en richtlijn nr. 2004/18/EG in tegenstelling tot voorheen niet
meer plaats door de methode van verwijzing maar voor het overgrote
deel door middel van omzetting ofwel overschrijving. Alleen voor de
modellen voor de aankondigingen en de drempelbedragen wordt nog
gebruik gemaakt van de methode van verwijzing. In de implementatiebe-
sluiten wordt steeds zo dicht mogelijk bij de tekst en de volgorde van de
artikelen van de richtlijnen gebleven. Waar dit voor de duidelijkheid van
de verplichtingen noodzakelijk werd geacht, is van de tekst en volgorde
van de richtlijnen afgeweken. Zo zijn alle bepalingen betreffende het
toepassingsbereik in dit besluit bij elkaar geplaatst hoewel dat in
voornoemde richtlijn niet is gedaan.
Op een aantal punten bevat dit besluit bepalingen die niet rechtstreeks
zijn overgenomen uit de richtlijn, maar die voortvloeien uit verplichtingen
die ingevolge de richtlijn op de lidstaat Nederland rusten. Zo bevat dit
besluit evenals voorheen het Besluit aanbestedingen nutssector een
aantal bepaling die noodzakelijk zijn ter uitvoering van de informatie- of
statistiekverplichting. Voorts wordt in aanvulling op de richtlijn voorzien in
een verplichting die niet is opgenomen in de richtlijn maar noodzakelijk is
ter nakoming van de zogenoemde Alcatel-jurisprudentie van het Hof (zie
artikel 57 van dit besluit). Een laatste aanvulling op de richtlijnen betreft
artikel 11 van dit besluit (voorheen artikel 2a van het Besluit aanbeste-
dingen nutssector) dat dient ter nakoming van de verplichtingen die
voortvloeien uit de Overeenkomst betreffende de Europese Economische
Ruimte, de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten, alsmede de
Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse
Bondsstaat betreffende sommige aspecten van overheidsopdrachten.
Waar de reikwijdte van een definitie of een artikel in een bepaald geval
onduidelijk is, geldt steeds dat zij zo moeten worden uitgelegd dat het
nuttig effect van de richtlijn niet in gevaar wordt gebracht (HvJ EG inzake
Scala, zaak C-399/98, 2001, blz. I-5409, punt 53 e.v.). Behalve de betrokken
richtlijn gelden daarbij tevens als rechtsbron de algemene beginselen van
het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (hierna: het
Verdrag) en de uitspraken van het Hof. Voor alle begrippen in dit besluit
en voor de interpretaties van begrippen en procedures die in deze
toelichting worden gegeven, is derhalve van belang steeds te bezien of
recente jurisprudentie van het Hof tot een gewijzigde interpretatie moet
leiden. In dit verband zijn in het verleden regelmatig nieuwsbrieven
uitgebracht door het Interdepartementaal Overleg Europese Aanbeste-
dingen (IOEA), onder meer over het begrip publiekrechtelijke instelling.
Het IOEA is ingesteld bij Besluit van 21 maart 2005, nr. 5016684EP/MW, tot
instelling van het Interdepartementaal Overleg Europese Aanbestedingen
(Instellingsbesluit IOEA). De IOEA-nieuwsbrieven zullen ook in de
toekomst gebruikt worden om belangrijke ontwikkelingen in de jurispru-
dentie bekend te maken en hiervan een interpretatie te geven. De
nieuwsbrieven zijn te vinden op http://
www.europeseaanbestedingsrichtlijnen.nl.
5. Handhaving en rechtsbescherming
Een aannemer, leverancier of dienstverlener kan om diverse redenen
menen dat een aanbestedende dienst de regels van dit besluit niet goed
heeft toegepast. Zo kan hij bijvoorbeeld van mening zijn dat een aanbe-
stedende dienst een opdracht ten onrechte niet heeft aanbesteed, of dat
een aanbestedende dienst hem ten onrechte niet heeft geselecteerd om in
het kader van een niet-openbare procedure een offerte in te dienen. In al
deze gevallen kan de aannemer, leverancier of dienstverlener bij de civiele
rechter of (wanneer de Raad van Arbitrage bevoegd is verklaard) bij de
Staatsblad 2005
409
46

Raad van Arbitrage een vordering uit onrechtmatige daad (artikel 162,
Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek) (in geval van RvA kan dit ook zijn een
beroep op toerekenbare tekortkoming) instellen. Nakoming van de
aanbestedingsregels van dit besluit wordt aldus civielrechtelijk gehand-
haafd. De beslissingen die een aanbestedende dienst neemt voorafgaand
aan (moet een opdracht worden aanbesteed overeenkomstig dit besluit)
en gedurende een aanbestedingsprocedure zijn naar Nederlands recht
niet voor beroep op de bestuursrechter vatbare beslissingen. Het
betreffen immers steeds voorbereidingshandelingen die vooraf gaan aan
het sluiten van een privaatrechtelijke overeenkomst.
In procedures voor de Raad van Arbitrage kunnen in beginsel dezelfde
voorzieningen worden verkregen als voor de civiele rechter. In alle
spoedeisende zaken waarin een onmiddellijke voorziening van de rechter
wordt vereist, kan men een (arbitraal of civielrechtelijk) kort geding
voeren. In een kort geding procedure (of een spoedprocedure bij de RvA)
kunnen verschillende voorzieningen getroffen worden ter voorkoming van
onrechtmatig handelen of tot opheffing van een onrechtmatige toestand,
zoals: schorsing van de uitvoering van een overeenkomst of de beslissing
van de aanbestedende dienst, een bevel tot (her)aanbesteding, een bevel
tot toelating tot inschrijving, en een verbod van gunning (aan een ander
dan eiser of een met naam genoemde derde). De voorzieningenrechter
(en RvA) kan deze voorzieningen treffen in de fase waarin nog geen
overeenkomst tot stand is gekomen tussen de aanbestedende dienst en
een gegadigde alsook in de fase waarin zo'n overeenkomst al tot stand
gekomen is. In het laatste geval zal de aanbestedende dienst (ter
uitvoering van de getroffen voorziening) veelal een reeds gesloten
overeenkomst moeten ontbinden of de uitvoering ervan moeten
opschorten.
Een actie uit onrechtmatige daad kan gedurende vijf jaar na het
verrichten van een (onrechtmatige) handeling door de aanbestedende
dienst aanhangig worden gemaakt. Op ieder moment gedurende de
gerechtelijke of arbitrale procedure kan vervolgens een kort geding
worden ingesteld. De verliezende aanbieder moet er wel rekening mee
houden dat de rechter in beginsel terughoudend is om een voorziening te
treffen indien een overeenkomst reeds geheel of grotendeels is uitge-
voerd. Ratio daarachter is dat een verliezende aanbieder verplicht is om
voortvarend voor zijn belangen op te komen, mede gelet op het belang
van de aanbestedende dienst om werkzaamheden die al bijna zijn
afgerond niet nog een keer (voor zijn kosten) te moeten laten uitvoeren of
door een ander te moeten laten afmaken.
De Parlementaire Enquętecommissie Bouwnijverheid heeft in haar
rapport kritiek geuit op de praktijk van aanbestedende diensten om
geschilbeslechting door de Raad bij overheidsopdrachten voor werken
standaard op te leggen aan ondernemers. Gelet op de samenstelling van
de Raad, waarin uitsluitend door de constituerende verenigingen van
opdrachtnemers (AVBB, KIVI en BNA) voorgedragen leden zitting hebben,
zou geschilbeslechting door de Raad, met name voor niet bij deze
verenigingen aangesloten ondernemers een onvoldoende onafhankelijke
geschilbeslechting zijn. Gelet hierop zijn maatregelen getroffen tot
wijziging van de samenstelling van de Raad, onder andere door ook
opdrachtgevers invloed te geven op de samenstelling van de Raad. Voorts
is het Aanbestedingsreglement Werken zodanig gewijzigd dat
aanbestedingsgeschillen voortaan aan de civiele rechter in plaats van aan
de Raad ter beslechting worden voorgelegd. Hiermee wordt tegemoet-
gekomen aan de kritiek dat de Raad door het HvJ EG niet bevoegd zou
kunnen worden geacht tot het stellen van prejudiciële vragen.
Artikel 72 van richtlijn nr. 2004/17/EG legt aan de lidstaten de
verplichting op om te waarborgen dat de richtlijn via toegankelijke en
transparante mechanismen wordt toegepast en geeft in dat kader de
mogelijkheid om een onafhankelijke autoriteit in te stellen. Hoewel de
Staatsblad 2005
409
47

naleving van de aanbestedingsregelgeving zeker nog te wensen overlaat
is er een aantal ontwikkelingen gaande die naar verwachting tot een
betere naleving zullen leiden. Allereerst is door de parlementaire enquęte
de aandacht voor en het belang van een juiste naleving van de
aanbestedingsregelgeving bij aanbestedende diensten binnen en buiten
de rijksoverheid sterk toegenomen. Verder is het zo dat met ingang van de
jaarrekening 2004 de accountantscontrole bij gemeenten en provincies is
verscherpt. Daardoor komen de Europese aanbestedingsregels en andere
Europese regels steeds meer onder de aandacht van de regionale en de
lokale bestuurders. De accountant zal in het kader van de rechtmatigheid-
controle onder meer controleren of er is gehandeld conform de Europese
regelgeving. Niet-rechtmatig gedane aanbestedingen kunnen, voor zover
zij leiden tot mutaties in de jaarrekening, bijdragen aan overschrijding van
de vastgelegde goedkeuringstoleranties, hetgeen zal leiden tot of
bijdragen aan een niet-goedkeurende accountantsverklaring bij de
jaarrekening. Dit toezicht betreft niet alleen de eigen overheidsopdrachten
van de aanbestedende diensten, maar ook het toezicht op het aanbe-
steden van bepaalde opdrachten door particuliere opdrachtgevers die
voor meer dan 50 procent worden gesubsidieerd en het toezicht op
concessiehouders van openbare werken. Gebleken is dat de sanctie van
het niet goedkeuren van de jaarrekening eerder op het niveau van de
rijksoverheid heeft bijgedragen aan een betere naleving van de
aanbestedingsregelgeving. Ook relevant in dit kader is dat in 2002 mede
door het ministerie van BZK het Kenniscentrum Europa decentraal is
opgericht. Het kenniscentrum licht de decentrale overheden voor op het
gebied van het Europese recht. Europees aanbesteden is het belangrijkste
onderwerp van voorlichting. Tevens mag hier niet onvermeld blijven dat
er conform het kabinetsstandpunt «De Europese dimensie van toezicht»
voorstellen zullen worden gedaan om te komen tot een versterking van de
toezichtsinstrumenten ter afdwinging van de naleving van Europese
regels door de decentrale overheden. Tenslotte zal naar verwachting de
naleving van de aanbestedingsregels verder worden bevorderd door de
instelling in het voorjaar 2005 van het kenniscentrum aanbesteden
(PIANO). Het doel daarvan is het versterken van het kennisniveau en
daardoor de professionalisering van aanbesteden door alle aanbeste-
dende diensten door kennisontwikkeling, kennisverspreiding en kennis-
uitwisseling. Vooralsnog is om die reden besloten dat voor het instellen
van een onafhankelijke instantie voor aanbestedingen op dit moment
geen aanleiding bestaat.
6. Administratieve lasten
Administratieve lasten zijn de kosten voor het Nederlandse bedrijfs-
leven om te voldoen aan informatieverplichtingen, die voortvloeien uit
regelgeving van de overheid. Dit besluit en de daaraan ten grondslag
liggende richtlijn nr. 2004/17/EG leggen aanbestedende diensten de
verplichting op om bepaalde overheidsopdrachten aan te besteden
overeenkomstig bepaalde procedures. Ten behoeve hiervan kunnen zij
informatie vragen aan inschrijvers. Net als richtlijn nr. 2004/17/EG
verplicht dit besluit aanbestedende diensten niet tot het vragen van
informatie. Ook kunnen aanbestedende diensten zelf bepalen welke
informatie zij nodig hebben. Dit heeft tot gevolg dat het besluit zelf geen
directe informatieverplichtingen oplegt aan bedrijven die deelnemen aan
een aanbesteding. De hoogte van de administratieve lasten voor de
bedrijven wordt bepaald door de mate waarin de aanbestedende diensten
informatie vragen aan bedrijven.
Hoewel dit besluit ten opzichte van het Besluit aanbestedingen
nutssector een aantal nieuwe procedures toevoegt waarvan de aanbe-
stedende dienst gebruik van kan maken, zoals de elektronische veiling en
het dynamisch aankoopsysteem, is er wat betreft de informatieverplich-
Staatsblad 2005
409
48

tingen geen wijziging opgetreden. De jaarlijkse gemiddelde administra-
tieve lasten voortvloeiend uit de toepassing van dit besluit door de
aanbestedende dienst blijven derhalve grosso modo gelijk aan de lasten
die voortvloeien uit toepassing van het Besluit aanbestedingen nutssector.
Alleen de aanloopkosten die voortvloeien uit het kennisnemen van dit
besluit en het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten
veroorzaken een stijging van de administratieve lasten. Deze lasten komen
voort uit de inspanningen die alle bedrijven moeten plegen om kennis te
nemen van de nieuwe regels. Voor het totaalbeeld van de administratieve
lasten is voorts van belang dat dit besluit de aanbestedende diensten de
mogelijkheid biedt om gebruik te maken van elektronisch berichten-
verkeer. In de berekening van de lasten zijn de mogelijke effecten hiervan
niet berekend. De reden is dat onduidelijk is hoeverre de aanbestedende
diensten gebruik gaan maken van deze mogelijkheid. Indien dit echter
gebeurt kan dit een aanzienlijke daling van de administratieve lasten tot
gevolg hebben.
De jaarlijkse gemiddelde administratieve lasten voortvloeiend uit
aanbestedingsprocedures bedragen voor dit besluit en het Besluit
aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten 60,1 miljoen per jaar.
Deze administratieve lasten worden gezamenlijk veroorzaakt door alle
aanbestedende diensten in de zin van dit besluit en het Besluit
aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten. De toepassing van het
Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten zorgt voor 55,8
miljoen aan administratieve lasten, en uit de toepassing van dit besluit
vloeit 4,3 miljoen aan administratieve lasten voort. De aanloopkosten
(kosten voor kennisname van de nieuwe wet- en regelgeving door alle
bedrijven die deelnemen aan aanbestedingen) bedragen voor beide
besluiten in totaal 27,7 miljoen. Van de aanloopkosten vloeit ongeveer
26,2 miljoen voort uit toepassing van het Besluit aanbestedingsregels
voor overheidsopdrachten en 1,5 miljoen uit toepassing van dit besluit.
Door het Adviescollege toetsing administratieve lasten (hierna: Actal) is
geadviseerd om de hoge eenmalige administratieve lastendruk te
compenseren. Met de minister van Financiën is afgesproken dat de 25%
kabinetsdoelstelling ten aanzien van de reductie van administratieve
lasten niet van toepassing is op de administratieve lasten rond aanbe-
steden. De aanpak van de administratieve lasten rond aanbesteden volgt
een apart doch parallel traject waarin er naar wordt gestreefd dat de
lasten rond aanbesteden in 2007 zijn verminderd. Onder lasten worden
verstaan het totaal aan informatieverplichtingen voor bedrijfsleven en
aanbestedende diensten; administratieve lasten zijn hier dus een
onderdeel van. Tevens is afgesproken dat de administratieve lasten van
aanbesteden in 2007 worden opgenomen in de departementale
nulmetingen. Compensatie van de administratieve lasten is daarom op dit
moment niet aan de orde.
Het advies van Actal om gebruik te maken van de mogelijkheid in artikel
39, eerste lid, van richtlijn nr. 2004/17/EG om aanbestedende diensten een
informatieplicht op te leggen ter zake van de nationale regels op het
terrein van milieu, belastingen en arbeidsbescherming, is opgevolgd (zie
artikel 36, eerste lid, van dit besluit). Opgemerkt dient overigens te
worden dat voornamelijk (buitenlandse) bedrijven die zich voor het eerst
op de Nederlandse markt begeven een lastenverlichting zullen ervaren als
gevolg van deze verplichting. Bedrijven die reeds op de Nederlandse
markt opereren hebben de betrokken informatie in het kader van hun
normale bedrijfsvoering immers al tot hun beschikking.
Ten aanzien van het resultaat van de totale lasten moet worden
gerealiseerd dat uit eerder onderzoek is gebleken dat de naleving van de
aanbestedingsregels door aanbestedende diensten gebrekkig is. Omdat
het totaal van nalevinglasten nagenoeg evenredig stijgt met verbetering
in de mate van naleving van de regels kan de nagestreefde verbeterde
naleving dus leiden tot een even grote toename in lasten.
Staatsblad 2005
409
49

Ook wordt het aantal ondernemers dat besluit mee te dingen en een
offerte uit te brengen beďnvloed door de mate waarin ondernemers
verlegen zitten om werk. Verder bepaalt de financiële ruimte bij de
overheid het aantal opdrachten dat de overheid verstrekt en daarmee
rechtstreeks de totale omvang van lasten voor ondernemers.
Gelet hierop is het aldus noodzakelijk om minder belang te hechten aan
de ontwikkeling van het totaal van de lasten voor ondernemers en
aanbestedende diensten. In plaats daarvan moet gekeken worden naar de
kosten van een gemiddelde aanbestedingsprocedure.
II. Artikelen
Artikel 1
Onderdelen d tot en met f en eee
Onder aannemers, leveranciers of dienstverleners wordt ingevolge
artikel 1, onderdelen d tot en met f, van dit besluit verstaan een ieder die
de uitvoering van werken op de markt aanbiedt, een ieder die producten
op de markt aanbiedt onderscheidenlijk een ieder die diensten op de
markt aanbiedt. Dit kunnen onder meer natuurlijke personen, rechtsper-
sonen, openbare lichamen of samenwerkingsverbanden van natuurlijke
personen, rechtspersonen of lichamen zijn. Artikel 1, onderdeel eee, van
dit besluit bevat de hiervoor genoemde termen omvattende verzamelterm
«ondernemer». Deze definities zijn overgenomen uit richtlijn nr.
2004/17/EG en komen overeen met hetgeen onder deze termen in het
normale Nederlandse spraakgebruik wordt verstaan. Om volledige
implementatie te bewerkstelligen, is er niettemin voor gekozen om deze
definities toch op te nemen in dit besluit. In deze toelichting wordt voorts
als verzamelterm wel de begrippen onderneming en bedrijf of aanbieder
gebruikt waar het om zowel aannemers, leveranciers of dienstverleners
gaat, zoals ook in het dagelijks spraakgebruik aan de orde is.
Onderdelen h tot en met k
In tegenstelling tot het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsop-
drachten voor werken, leveringen en diensten (hierna: het Besluit
aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten) wordt in dit besluit niet
gesproken over overheidopdracht, maar over opdracht. Immers de
opdrachten waarop dit besluit ziet, worden niet alleen verstrekt door de
overheid of door semi-overheidsinstellingen maar ook door bedrijven die
een bijzondere relatie hebben met de overheid. Al deze opdrachtgevers
worden in dit besluit aangemerkt als aanbestedende dienst.
De definitie van het begrip opdracht bevat twee belangrijke elementen:
«overeenkomst» en «onder bezwarende titel». Door te spreken van
overeenkomst is duidelijk dat er geen sprake is van een opdracht in de zin
van dit besluit wanneer opdrachten middels een eenzijdige rechtshan-
deling worden verleend. Van een overeenkomst onder bezwarende titel is
niet alleen sprake als de aanbestedende dienst een prijs betaalt, maar ook
als een andersoortige economische tegenprestatie wordt verstrekt.
Opdrachten voor werken in de zin van dit besluit betreffen enerzijds het
ontwerpen en uitvoeren en anderzijds het laten uitvoeren van de in bijlage
1 bij dit besluit vermelde werkzaamheden of werken. Dit besluit heeft
aldus ook betrekking op opdrachten waarbij de aanbestedende dienst
zowel het ontwerp als de uitvoering of het gehele projectmanagement
(inclusief financiering) aanbesteedt. De uit richtlijn nr. 2004/17/EG
overgenomen toevoeging «met welke middelen dan ook van een werk dat
aan de door de aanbestedende dienst vastgestelde eisen voldoet» beoogt
ontduiking van de aanbestedingsplicht, bijvoorbeeld door een financiële
constructie, te voorkomen (zie hiertoe nader de toelichting van de
Staatsblad 2005
409
50

Commissie in «Overheidsopdrachten en communautaire financiering: Hoe
moet de vragenlijst «overheidsopdrachten» (PbEG C22 van 28.1.1989)
worden ingevuld?», Bureau voor officiële publicaties der Europese
Gemeenschappen, 1991, p. 48­49). Hierbij kan worden gedacht aan de
situatie dat een projectontwikkelaar zich ertoe verbindt een gebouw op te
trekken dat aan tevoren door de aanbestedende dienst vastgestelde eisen
voldoet, de voorfinancieringslasten te dragen en de eigendom op korte of
lange termijn over te dragen aan de aanbestedende dienst. Alleen
aankopen van reeds bestaande werken die niet zijn gebouwd om aan
tevoren door die aanbestedende dienst vastgestelde eisen te voldoen,
vallen buiten de werkingssfeer van het besluit.
Een opdracht die betrekking heeft op de aankoop, leasing, huur of
huurkoop van producten alsmede de daarbij komende werkzaamheden
voor het aanbrengen en installeren van de levering is een opdracht voor
leveringen in de zin dit besluit. Alle opdrachten die geen betrekking
hebben op werken of leveringen zijn opdrachten voor diensten in de zin
van dit besluit. Diensten zijn onderverdeeld in diensten van bijlage 3,
onderdeel A, of bijlage 3, onderdeel B, waarvoor gedeeltelijk verschillende
regels gelden. Wanneer een opdracht zowel diensten als leveringen of
werken betreft, is de waarde van de verschillende onderdelen doorslag-
gevend. Dat houdt in dat wanneer de waarde van de diensten hoger is
dan de waarde van de levering of het werk, er sprake is van een opdracht
voor diensten. Is daarentegen de waarde van de levering (of van het werk)
hoger dan de waarde van de diensten dan is sprake van een opdracht
voor leveringen (of voor werken).
Onderdelen l en m
Bij een concessieovereenkomst voor werken of diensten gaat het steeds
om een opdracht voor werken of diensten. Het verschil is dat de tegen-
prestatie voor de uitvoering van het werk of de dienst niet bestaat uit een
betaling van de prijs van het werk of de dienst, maar uit het verlenen van
een exclusief recht aan de aannemer of dienstverlener om het werk of de
dienst te exploiteren. De verlening van het recht kan gepaard gaan met de
betaling van een bepaald bedrag.
Onderdelen q tot en met v
Zoals hierboven reeds werd aangegeven heeft het begrip aanbes-
tedende dienst in dit besluit niet alleen betrekking op overheden en
semi-overheden, maar ook op overheidsbedrijven en op bedrijven en
instellingen die een bijzondere relatie hebben met de overheid. Het begrip
aanbestedende dienst is in dit besluit derhalve breder dan het begrip
aanbestedende dienst in het Besluit aanbestedingsregels voor overheids-
opdrachten.
Een aanbestedende dienst in de zin van dit besluit is de staat, een
provincie, een gemeente, een waterschap, een publiekrechtelijke
instelling, een samenwerkingsverband van de hiervoor genoemde
overheden of publiekrechtelijke instellingen, een overheidsbedrijf, of een
bedrijf of instelling waaraan door de staat, een provincie, een gemeente,
een waterschap of een publiekrechtelijke instelling een bijzonder recht of
een exclusief recht is verleend, wanneer deze een van de activiteiten,
bedoeld in de artikelen 2 tot en met 7, van dit besluit uitoefent. Het begrip
publiekrechtelijke instellingen heeft dezelfde inhoud als dit begrip heeft in
het kader van het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten,
met dien verstande dat de betrokken organisatie steeds ook één van de
activiteiten genoemd in de artikelen 2 tot en met 7 van dit besluit moet
verrichten om onder het toepassingsbereik van dit besluit te vallen. In de
Nederlandse situatie worden voornoemde activiteiten slechts bij
uitzondering verricht door een publiekrechtelijke instelling. Derhalve
Staatsblad 2005
409
51

wordt voor een toelichting op dit begrip verwezen naar de toelichting van
het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten.
Zoals gezegd wordt in dit besluit in tegenstelling tot in het Besluit
aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten gesproken over opdracht,
in plaats van over overheidsopdracht. Immers opdrachten op grond van
dit besluit worden niet alleen verstrekt door de overheid of door
semi-overheidsinstellingen maar ook door bedrijven die een bijzondere
relatie hebben met de overheid. Al deze opdrachtgevers worden in dit
besluit aangemerkt als aanbestedende dienst. Het begrip aanbestedende
dienst in dit besluit heeft derhalve niet alleen betrekking op overheden en
semi-overheden, maar ook op overheidsbedrijven en op bedrijven en
instellingen die een bijzondere relatie hebben met de overheid. Het gaat
hierbij om bedrijven of instellingen die een bijzonder of exclusief recht
hebben en die één van de activiteiten genoemd in de artikelen 2 tot en
met 7 verrichten. Overheidsbedrijven zijn volgens artikel 1, onderdeel s,
bedrijven waarop aanbestedende diensten rechtstreeks of middellijk een
overheersende invloed kunnen uitoefenen uit hoofde van eigendom,
financiële deelneming of de op het bedrijf van toepassing zijnde
voorschriften. De invulling van deze overheersende invloed is onver-
anderd gebleven en wordt in artikel 1, onderdeel t, van dit besluit nader
gespecificeerd. Hieruit blijkt dat van een vermoeden van overheersende
invloed onder in ieder geval sprake is wanneer een aanbestedende dienst,
direct of indirect, ten opzichte van een onderneming:
a. de meerderheid van het geplaatste kapitaal van de onderneming
bezit, of
b. beschikt over de meerderheid van de stemmen die verbonden zijn
aan de door de onderneming uitgegeven aandelen, of
c. meer dan de helft van de leden van het bestuur, het leidinggevend of
het toezichthoudend orgaan van de onderneming kan benoemen.
Onder ondernemingen of instellingen die bijzondere of uitsluitende
rechten hebben, worden die organisaties verstaan waaraan ingevolge een
machtiging op grond van een wettelijke of bestuursrechtelijke bepaling de
uitoefening van een dienst of het verrichten van een activiteit voorbe-
houden is (artikel 1, onderdelen u en v). Voor deze definitie is aangesloten
op het bepaalde in artikel 25a, onderdeel c, van de Mededingingswet. In
tegenstelling tot het Besluit aanbestedingen nutssector is in dit besluit
niet langer bepaald dat het feit dat een organisatie met het oog op de
aanleg van netwerken of haven- of luchthavenfaciliteiten gebruik mag
maken van een procedure voor de onteigening of het gebruik van
eigendom, of faciliteiten mag installeren op, over of onder openbaar
eigendom op zichzelf betekent dat deze organisatie een bijzonder of
uitsluitend recht geniet. Het feit dat een organisatie drinkwater, elektri-
citeit, gas of warmte levert aan een netwerk dat zelf geëxploiteerd wordt
door een organisatie waaraan bijzondere of uitsluitende rechten zijn
verleend, vormt onder dit besluit als zodanig tevens geen bijzonder of
uitsluitend recht meer. Ook rechten die in enige vorm, ook via concessie-
overeenkomsten, door een lidstaat aan een beperkt aantal onderne-
mingen zijn toegekend op basis van objectieve evenredige en
niet-discriminerende criteria die iedereen die daaraan voldoet de
mogelijkheid bieden van deze rechten gebruik te maken, kunnen niet
worden aangemerkt als bijzondere of uitsluitende rechten.
Doordat een zekere overlap bestaat tussen de begrippen aanbestedende
dienst in de zin van het Besluit aanbestedingsregels overheidsopdrachten
en in de zin van dit besluit is het mogelijk dat een aanbestedende dienst in
de zin van dit besluit tevens een aanbestedende dienst is in de zin van het
Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten. De activiteit in het
kader waarvan de opdracht wordt verleend, bepaalt in dat geval welk
besluit van toepassing is. Wordt de opdracht gegund in het kader van een
van de activiteiten genoemd in de artikelen 2 tot en met 7 dan is dit besluit
van toepassing. Als daarentegen de opdracht wordt gegund in het kader
Staatsblad 2005
409
52

van een andere activiteit dan is het Besluit aanbestedingsregels voor
overheidsopdrachten van toepassing. Wordt een opdracht gegund in het
kader van meerdere activiteiten, dan is het bepaalde in artikel 8 van dit
besluit van belang.
In bijlagen I tot en met X van richtlijn nr. 2004/17/EG zijn niet-limitatieve
lijsten van aanbestedende diensten in de zin van deze richtlijn
opgenomen. In richtlijn nr. 93/38/EEG werd nog gesteld dat de daarin
opgenomen opsomming van aanbestedende diensten een absolute was.
De reikwijdte van het begrip aanbestedende dienst in de zin van richtlijn
nr. 2004/17/EG is echter als gevolg van de veranderingen op de betrokken
markten als gevolg van de voortschrijdende openstelling van die sectoren
in beweging. Instellingen die zijn vermeld op de lijst kunnen inmiddels
geen aanbestedende dienst meer zijn omdat de sector geliberaliseerd is of
omdat er geen overheersende overheidsinvloed meer is op de instelling.
Ook kunnen er bedrijven zijn die ten onrechte niet als aanbestedende
dienst op de lijst staan vermeld. Om al deze redenen kan de lijst niet meer
dan een aanwijzing geven wie er als aanbestedende dienst kunnen
worden aangemerkt. Gelet hierop wordt de lijst met Nederlandse
aanbestedende diensten in de zin van richtlijn nr. 2004/17/EG niet als
bijlage bij dit besluit opgenomen. In plaats daarvan wordt deze lijst op de
aanbestedingswebsite van het Ministerie van Economische Zaken
(http://www.europese aanbestedingsrichtlijnen.nl.) geplaatst en bijge-
houden. De Minister van Economische Zaken is op grond van artikel 74
van het besluit, net als voorheen, verplicht om wijzigingen in de lijst van
Nederlandse aanbestedende diensten door te geven aan de Commissie.
Onderdeel aa
Hoewel in de in richtlijn nr. 2004/17/EG opgenomen definitie van
prijsvragen wordt gesproken van een procedure die in het bijzonder kan
worden gebruikt op het gebied van ruimtelijke ordening, stadsplanning,
architectuur, weg-en waterbouw of automatische gegevensverschaffing is
daarmee niet bepaald dat de procedure van prijsvragen enkel in die
gevallen gebruikt kan worden. Voor de duidelijkheid zijn die omstandig-
heden derhalve in dit besluit niet opgenomen in de definitie van prijs-
vragen.
Onderdeel ee
De nomenclatuur van de centrale productclassificatie (gemeenschappe-
lijke indeling van de produkten) van de Verenigde Naties kan worden
opgevraagd of worden geraadpleegd via http://unstats.un.org/unsd/cr/
registry/regcst.asp?Cl=16. De kenbaarheid van de CPC is op deze wijze
voldoende verzekerd.
Onderdelen hh en ii
Voor de definitie van postzending is aangesloten bij hetgeen bij
implementatie van richtlijn nr. 97/67/EG van het Europees Parlement en de
Raad van de Europese Unie van 15 december 1997 betreffende gemeen-
schappelijke regels voor de ontwikkeling van de interne markt voor
postdiensten in de Gemeenschap en de verbetering van de kwaliteit van
de dienst (PbEG L 15) bepaald is in de Postwet en het Postbesluit. Bij
postzending kan onder andere gedacht worden aan brievenpost, boeken,
catalogi, kranten, tijdschriften en postpakketten die goederen met of
zonder handelswaar bevatten, ongeacht het gewicht.
Onder beheer van postdiensten wordt blijkens een toelichtende
opmerking in artikel 6, tweede lid, onderdeel c, van richtlijn nr. 2004/18/EG
verstaan alle diensten die zowel voor als na de zending worden geleverd,
zoals mailroom managementservices. Het in richtlijn nr. 2004/17/EG
Staatsblad 2005
409
53

aangehouden onderscheid tussen voorbehouden postdiensten en ander
diensten is in dit besluit niet overgenomen omdat het geen gevolg heeft
voor de toepassing van het besluit.
Onderdeel mm
Volgens de in artikel 1, onderdeel mm, opgenomen definitie van
verbonden onderneming is elke onderneming waarvan de jaarrekening
overeenkomstig richtlijn nr. 83/349/EEG van de Raad van de Europese
Gemeenschappen van 13 juni 1983 op de grondslag van artikel 54, lid 3,
sub g) van het Verdrag betreffende de geconsolideerde jaarrekening
(PbEG L 193) (de zogenaamde Zevende Vennootschapsrichtlijn) is
geconsolideerd met die van de aanbestedende dienst, een verbonden
onderneming. Ingeval het aanbestedende diensten betreft die niet onder
deze vennootschapsrichtlijn vallen, en die derhalve niet verplicht zijn tot
consolidatie van de jaarrekening, is er sprake van een verbonden
onderneming indien de aanbestedende dienst een overheersende invloed
op de onderneming kan uitoefenen of omgekeerd indien ondernemingen
een overheersende invloed op een aanbestedende dienst kunnen
uitoefenen. Ook is sprake van een verbonden onderneming indien een
onderneming samen met de aanbestedende dienst onder overheersende
invloed staan van een andere onderneming gelet op eigendom, financiële
deelneming of van voorschriften van die onderneming. Zoals hierboven
reeds is vermeld bevat artikel 1, onderdeel t, een omschrijving van het
begrip overheersende invloed.
Onderdelen bbb en ccc
Een nieuw begrip in het kader van aanbestedingen is de term kopers-
profiel (zie artikel 1, onderdeel bbb). Uit bijlage XX van richtlijn nr.
2004/17/EG is duidelijk dat het profiel informatie kan bevatten over
lopende aanbestedingsprocedures, voorgenomen aankopen, gegunde
opdrachten, geannuleerde procedures, alsmede algemene informatie,
zoals het aanspreekpunt van een aanbestedende dienst, telefoon- en
faxnummer, postadres en een e-mailadres. Ook de informatie die een
aanbestedende dienst in een aankondiging bekendmaakt, kan worden
opgenomen in het kopersprofiel. Een kopersprofiel is aldus niets anders
dan een vrijwillige beschrijving door een aanbestedende dienst van die
dienst en van zijn inkoopbeleid. Er worden in dit besluit dan ook geen
minimumeisen gesteld aan de informatie die een aanbestedende dienst
opneemt in zijn kopersprofiel.
Artikel 1, onderdeel ccc, van dit besluit betreft de definitie van het
beschrijvend document dat een aanbestedende dienst veelal opstelt in het
kader van een aanbestedingsprocedure. Een aanbestedende dienst
beschrijft hierin zijn overheidsopdracht en geeft aan welke eisen hij stelt
aan de aanbieders. In de praktijk wordt een beschrijvend document onder
andere aangeduid als bestek (m.n. in het kader van overheidsopdrachten
voor werken) aanbestedingsdocument, leidraad voor de aanbesteding of
pakket van eisen. In richtlijn nr. 2004/17/EG wordt bijvoorbeeld afwis-
selend gebruik gemaakt van de termen bestek of beschrijvend document.
Onderdeel fff
Artikel 1, onderdeel fff, van dit besluit bevat de in artikel 1, elfde lid, van
richtlijn nr. 2004/17/EG gehanteerde definitie van «schriftelijk». Hieronder
wordt verstaan elk uit woorden of cijfers bestaand geheel dat kan worden
gelezen, gereproduceerd en vervolgens medegedeeld. Dit geheel kan met
elektronische middelen overgebrachte of opgeslagen informatie bevatten.
Deze definitie komt overeen met de in het kader van de Wet Elektronisch
bestuurlijk verkeer (hierna: de Webv) aangegeven ruime uitleg van het
Staatsblad 2005
409
54

begrip schriftelijk. In de toelichting op de Webv (zie Kamerstukken II
2001/02, 28 483, nr. 3, p.6-7) wordt opgemerkt dat in het kader van die wet
is gekozen voor een ruime, dynamische uitleg van het begrip «schrif-
telijk», die inhoudt dat een schriftelijk stuk op papier kan staan, maar ook
een elektronisch document kan zijn. Dat betekent dat bijvoorbeeld ook
mailberichten en daarbij meegestuurde bestanden als schriftelijke
berichten en stukken kunnen worden aangemerkt. Een definitie van
schriftelijk is in de Webv daarom niet opgenomen. Teneinde een volledige
implementatie van richtlijn nr. 2004/17/EG te bewerkstelligen is in dit
besluit wel een definitie van schriftelijk opgenomen, die aldus
overeenkomt met de uitleg die aan dit begrip is gegeven in het kader van
de Webv.
Onderdeel ggg
In artikel 1, onderdeel ggg, is een definitie opgenomen voor de term
aanbestedingsstukken. Hieronder vallen in ieder geval de aankondiging en
het beschrijvend document. Daarnaast kan worden gedacht aan
documenten waarin de organisatie van de aanbestedende dienst of zijn
beleid worden omschreven. Ook zal in sommige gevallen een concept-
overeenkomst onderdeel uitmaken van de aanbestedingsstukken.
Artikelen 2 tot en met 7
De artikelen 2 tot en met 7 van het besluit bepalen welke activiteiten een
overheid, semi-overheid, overheidsbedrijf, onderneming of bedrijf of
organisatie met bijzondere of uitsluitende rechten moet verrichten om
aangemerkt te worden als aanbestedende dienst in de zin van dit besluit.
Voorheen werden deze activiteiten in richtlijn nr. 93/38/EEG aangeduid als
relevante activiteiten.
Ten aanzien van gas, warmte, elektriciteit en water gaat het hierbij
steeds om de beschikbaarstelling of exploitatie van vaste netten bestemd
voor openbare diensterlening op het gebied van de productie, het vervoer
of de distributie daarvan of de toevoer van gas, warmte, elektriciteit of
water naar die netten (artikelen 2 tot en met 4). Een uitzondering is de
situatie dat de productie van gas of warmte of elektriciteit het onvermijde-
lijke resultaat is (bij gas) van of noodzakelijk is (bij elektriciteit) voor de
uitoefening van activiteiten waarop dit besluit betrekking heeft (bijvoor-
beeld bij de winning van water) en de toevoer aan het openbare net
uitsluitend ten doel heeft deze productie op economische wijze te
exploiteren of de toevoer slechts van het eigen verbruik afhangt en niet
meer bedraagt dan een maximum van 20 procent (bij gas) van de omzet
of 30 procent (bij elektriciteit en water) van de totale productie in een
bepaalde periode (artikelen 2, tweede lid, 3, tweede lid, en 4, derde lid).
Wanneer aanbestedende diensten drinkwaternetten beschikbaar stellen
of exploiteren of drinkwater toevoeren naar een net is dit besluit voorts
van toepassing wanneer in het kader van die activiteiten opdrachten
worden gegund of prijsvragen worden georganiseerd die verband houden
met bepaalde waterbouwtechnische projecten, bevloeiing of drainage.
Daarvan is sprake indien de voor drinkwatervoorziening bestemde
hoeveelheid water groter is dan 20 procent van de totale hoeveelheid
water die op grond van deze projecten of bevloeiings- of drainage-
installaties ter beschikking wordt gesteld (artikel 4, tweede lid, onderdeel
a). Ook opdrachten of prijsvragen die door deze aanbestedende diensten
worden gegund of georganiseerd en verband houden met de afvoer of
behandeling van afvalwater vallen onder het toepassingsbereik van dit
besluit (artikel 4, tweede lid, onderdeel b).
Ingevolge artikel 5 is dit besluit tevens van toepassing wanneer de
activiteit betreft het ter beschikking stellen of exploiteren van netten
bestemd voor openbare dienstverlening op het gebied van vervoer per
Staatsblad 2005
409
55

trein, automatische systemen, tram, trolleybus of autobus of kabel. Van
een net wordt gesproken indien de vervoersdienst wordt verleend onder
door een bevoegde instantie van een lidstaat (zoals een gemeente of
provincie) gestelde voorwaarden, zoals de te volgen routes, de
beschikbaar te stellen capaciteit of de frequentie van de dienst. Niet onder
het toepassingsgebied van dit besluit vallen diensten die een openbare
busdienst verzorgen indien andere diensten deze dienstverlening vrijelijk,
algemeen dan wel voor een bepaald geografisch gebied onder dezelfde
voorwaarden als de aanbestedende diensten kunnen aanbieden (artikel 5,
tweede lid). Dit was reeds het geval op basis van het Besluit aanbeste-
dingen nutssector.
Artikel 6 betreft de toepassing van dit besluit op opdrachten die worden
verstrekt in het kader van het verrichten van postdiensten en aanverwante
diensten. Zoals in het algemene deel van de toelichting al is aangegeven,
wordt de sector die zich bezig houdt met het verrichten van postdiensten
en aanverwante diensten voortaan als speciale sector in de zin van dit
besluit aangemerkt. Voor de in de Nederlandse postsector opererende
bedrijven heeft de toepasselijkheid van dit besluit echter geen praktische
gevolgen omdat Nederland gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid in
richtlijn nr. 2004/17/EG om de toepasselijkheid van die richtlijn op
aanbestedende diensten die postdiensten verrichten uit te stellen tot
31 december 2008. Ingevolge artikel 76 van dit besluit wordt de inwerking-
treding van dit artikel derhalve uitgesteld tot een bij koninklijk besluit
nader te bepalen datum. Verwacht wordt dat postsector in Nederland op
voornoemde datum voldoende is geliberaliseerd en dat de instellingen die
binnen de postsector activiteiten uitoefenen op grond van artikel 25 van
dit besluit vrijgesteld zullen zijn van het toepassingsgebied van dit besluit.
Artikel 7 bepaalt ten slotte dat dit besluit tevens van toepassing is op
opdrachten die aanbestedende diensten gunnen in het kader van
activiteiten die de exploitatie van een geografisch gebied betreffen op het
terrein van de exploratie en de winning van aardolie, gas, steenkool of
andere vaste brandstoffen, alsmede activiteiten die betreffen het ter
beschikkingstellen aan lucht-, zee, of riviervervoerders van luchthaven-,
zeehaven, binnenhaven of andere landingsfaciliteiten.
Artikel 8
Artikel 8 ziet op de situatie dat een aanbestedende dienst in het kader
van verschillende activiteiten een opdracht gunt en die activiteiten slechts
gedeeltelijk de in artikelen 2 tot en met 7 genoemde activiteiten betreffen.
Richtlijn nr. 93/38/EEG kende voor deze situatie geen aparte regeling.
De regeling houdt in dat de voorschriften van dit besluit gevolgd
moeten worden indien de opdracht in hoofdzaak wordt gegund voor de
activiteiten genoemd in artikel 2 tot en met 7 van dit besluit. Of de
opdracht in hoofdzaak wordt gegund voor de in de artikelen 2 tot en met 7
genoemde activiteiten kan worden vastgesteld aan de hand van een
analyse van de behoeften waarin de specifieke opdracht moet voorzien.
Dit is de analyse die de aanbestedende dienst uitvoert met de bedoeling
de waarde van de opdracht te ramen en de aanbestedingsdocumenten op
te stellen. In bepaalde gevallen, bijvoorbeeld bij de aankoop van een enkel
stuk uitrusting voor de voortzetting van activiteiten waarvoor gegevens
zouden ontbreken om een raming van de respectieve gebruiks-
percentages te kunnen maken, kan het objectief onmogelijk zijn vast te
stellen of de opdracht in hoofdzaak wordt gegund in het kader van de
activiteiten genoemd in de artikelen 2 tot en met 7 van dit besluit, en
wordt artikel 8, derde lid, van dit besluit van belang. In dat geval moet het
Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten worden toegepast
als de opdracht tevens een overheidsopdracht in de zin van dat besluit is.
Is de opdracht echter niet tevens aan te merken als een overheidsopdracht
Staatsblad 2005
409
56

in de zin van het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten
dan moet de opdracht worden gegund overeenkomstig dit besluit.
In het tweede lid van artikel 8 is het verbod opgenomen dat een
aanbestedende dienst een opdracht voor meerdere activiteiten splitst in
meerdere opdrachten teneinde te bereiken dat daardoor noch dit besluit
noch het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten van
toepassing is.
Artikel 11
Het eerste lid van artikel 11 betreft de verplichting die aanbestedende
diensten hebben vanuit de Overeenkomst betreffende de Europese
Economische Ruimte (hierna: EER-overeenkomst) ten aanzien van
aanbieders uit Noorwegen, IJsland en Liechtenstein, alsmede de
Overeenkomst van 21 juni 1999 tussen de Europese Gemeenschap en
Zwitserse Bondsstaat betreffende sommige aspecten van overheidsop-
drachten (PbEG 2002, L 114, hierna: de Overeenkomst met Zwitserland).
Ingevolge artikel 65, eerste lid, juncto bijlage XVI van de
EER-overeenkomst gelden de aanbestedingsregels ook voor Noorwegen,
IJsland en Liechtenstein. Dit betekent dat de aanbestedende diensten in
de lidstaten en in voornoemde landen verplicht zijn om aanbieders uit de
staten die partij zijn bij de EER-overeenkomst onder dezelfde voorwaarden
als nationale aanbieders in staat te stellen om mee te dingen naar hun
opdrachten voor werken, leveringen en diensten. Voorts geldt ingevolge
artikel 1 van de Overeenkomst hetzelfde voor aanbieders uit Zwitserland.
Artikel 11, tweede lid, van het besluit betreft de toepasselijkheid van de
Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie. Deze
overeenkomst is op 15 april 1994 in Marrakech totstandgekomen. Bijlage 4
van deze overeenkomst bevat de op 15 april 1995 te Marrakech tot stand
gekomen Overeenkomst inzake overheidsopdrachten (Trb. 1994, 235)
(hierna: Overeenkomst inzake overheidsopdrachten). Ten gevolge van de
Overeenkomst moeten de partijen bij de Overeenkomst in principe hun
markten voor (overheids)opdrachten openen voor aanbieders uit andere
staten die partij zijn bij de Overeenkomst. Deze markten worden hierdoor
geopend voor buitenlandse concurrentie. Op de website van de Wereld-
handelsorganisatie (http//:www.wto.org) is te vinden door welke landen
de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten is ondertekend.
In artikel 11, tweede lid wordt bepaald dat de aanbestedende diensten
op aannemers, leveranciers of dienstverleners uit de lidstaten van de
Europese Unie voorwaarden toepassen die even gunstig zijn als die welke
zij bij de tenuitvoerlegging van de Overeenkomst toepassen tegenover
andere staten. De aanleiding hiervoor is dat sommige bepalingen van de
Overeenkomst gunstiger voorwaarden voor de aanbieders inhouden dan
richtlijn nr. 2004/17/EG. Hiermee wordt aldus voorkomen dat aanbieders
van buiten de Europese Unie bij (overheids)opdrachten door aanbe-
stedende diensten van de lidstaten van de Europese Unie in een
gunstigere positie komen dan aanbieders uit de lidstaten van de Europese
Unie. Anders gezegd moeten de aanbieders uit de Europese Unie
minstens even gunstig worden behandeld als aanbieders uit derde landen
die partij zijn bij de Overeenkomst.
Artikelen 12, 40 tot en met 44, 50, 58 en 64
In dit besluit zijn een aantal bepalingen opgenomen omtrent de
verplichting tot openbaarmaking of tot geheimhouding van informatie in
een aanbestedingsprocedure. Aangezien de specifieke bepalingen
omtrent geheimhouding en openbaarheid in de artikelen 40 tot en met 44,
50, 58 en 64 en de algemene bepaling in artikel 12, tweede lid, samen de
openbaarheidsregeling voor overheidsopdrachten bevatten, worden deze
bepalingen gezamenlijk toegelicht.
Staatsblad 2005
409
57

Een expliciet verbod tot openbaarmaking is opgenomen in artikel 58,
vijftiende lid, van dit besluit en houdt in dat tijdens het verloop van de
elektronische veiling de aanbestedende dienst in geen geval de identiteit
van de inschrijvers bekend mag maken. In dit geval is de motiverings-
plicht van de aanbestedende dienst, wanneer hem gevraagd wordt die
identiteit openbaar te maken, beperkt tot het aangeven dat de gevraagde
informatie onder het verbod in dit artikel valt. De aanbestedende dienst
heeft in deze gevallen geen ruimte voor het maken van een belangen-
afweging.
Verplichtingen tot openbaarmaking betreffen het opstellen van de
aankondigingen (de artikelen 40 tot en met 44) en het informeren van
gegadigden en inschrijvers omtrent o.a. de gunning van een opdracht of
het niet voldoen aan de technische specificaties (zie artikel 50). In artikel
50, vijfde lid, is bepaald dat sommige gegevens niet bekend gemaakt
hoeven te worden, namelijk voor zover de openbaarmaking van die
gegevens de toepassing van de wet in de weg zou staan, met de openbare
orde in strijd zou zijn, de rechtmatige commerciële belangen van
publiekrechtelijke of privaatrechtelijke ondernemers zou kunnen schaden
of afbreuk aan de eerlijke mededinging tussen hen zou kunnen doen. Deze
regeling heeft aldus hetzelfde oogmerk als de Wet openbaarheid van
bestuur (hierna: de Wob), namelijk het treffen van een openbaarheids-
regeling. De regeling in voornoemde artikelen komt voorts overeen met
de bepalingen die de oude richtlijnen hieromtrent bevatten. Gelet hierop
is de uitspraak van de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State
(hierna: de Afdeling) van 5 mei 1997, nr. R01.92.2548 nog steeds relevant
(JB 1997/169, Jurisprudentie Bestuursrecht , d.d. 22 augustus 1997, afl.
10). De Afdeling heeft in deze uitspraak geoordeeld dat de in artikel 9,
derde lid, van richtlijn nr. 77/62/EEG van de Raad van de Europese
gemeenschappen van 21 december 1976 betreffende de coördinatie van
de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor
leveringen (PbEG L 13) een uitputtende openbaarheidsregeling bevat op
het terrein van de gunning van overheidsopdrachten en derhalve als
bijzondere regeling voorrang heeft boven de Wob. Voorts heeft de
Afdeling bepaald dat een aanbestedende dienst die een beroep doet op
één van de uitzonderingen van artikel 9, derde lid, van de richtlijn de
aanbestedende dienst uitgebreid moet motiveren waarom van die
uitzondering sprake is. De hier bedoelde informatie moet immers in
beginsel openbaar gemaakt worden. Artikel 49 van richtlijn nr. 2004/18/EG
bevat de pendant van artikel 9, derde lid, van richtlijn nr. 77/62/EEG.
Artikel 13 van richtlijn nr. 2004/17/EG bevat de algemene bepaling dat
de informatie die door aannemers, leveranciers of dienstverleners
vertrouwelijk aan de aanbestedende dienst wordt verstrekt, met inacht-
neming van de nationale wetgeving, niet door hem bekend gemaakt mag
worden. De verhouding tussen dit voorschrift en de nationale regelgeving
van een lidstaat (voor Nederland: de Wob) wordt bepaald door de
toevoeging «met inachtneming van de nationale wetgeving». Dit geeft
namelijk aan dat artikel 50, vijfde lid, een specifieke regeling in de zin van
de Wob inhoudt. Voor verzoeken om informatie waarop deze specifieke
regeling niet van toepassing is, zoals het verzoek van een ander dan een
gegadigde of inschrijver om de kenmerken en de voordelen van de
winnende aanbieder, blijft de Wob aldus het afwegingskader op grond
waarvan de aanbestedende dienst beslist in hoeverre aan het verzoek om
informatie tegemoet gekomen kan worden. Hierbij moet worden bedacht
dat in de Nederlandse praktijk de aanbestedende diensten in de zin van dit
besluit in de meeste gevallen niet zijn aan te merken als bestuursorganen
in de zin van de Wob.
Staatsblad 2005
409
58

Artikelen 13 en 14
Voor zover een opdracht voor werken, leveringen of diensten niet
ingevolge de artikelen 16 tot en met 23 en 25 van dit besluit zijn uitge-
sloten, bepalen de drempelbedragen in artikel 13 of de aanbestedende
dienst die opdracht moet aanbesteden. Of een opdracht een waarde
boven het in dit artikel genoemde drempelbedrag heeft, moet worden
beoordeeld aan de hand van artikel 14 van dit besluit.
Omdat de Europese drempelwaarden overeen moeten stemmen met de
drempelbedragen van de Government Procurement Agreement (GPA)
werden de bedragen in richtlijn nr. 93/38/EEG voorheen in special drawing
rights (SDR) weergegeven. Vervolgens publiceerde de Commissie iedere
twee jaar de tegenwaarden van deze SDR in euro. Daarnaast kende
richtlijn nr. 93/38/EEG drempelbedragen in euro en ecu voor opdrachten
die niet onder de GPA vallen. Teneinde meer duidelijkheid te scheppen
zijn in richtlijn nr. 2004/17/EG alle drempelwaarden in euro gesteld.
Vanwege de afhankelijkheid van de SDR voor wat betreft de opdrachten
die onder de GPA vallen, heeft de Commissie ingevolge artikel 69 van
richtlijn nr. 2004/17/EG de plicht om iedere twee jaar de drempelwaarden
in de richtlijn aan te passen middels een verordening. In richtlijn nr.
2004/18/EG en richtlijn nr. 2004/17/EG zijn abusievelijk de oude drempel-
bedragen opgenomen die golden tot en met 31 december 2003. Inmiddels
heeft de Commissie Verordening (EG) nr. 1874/2004 van de Commissie
van de Europese Gemeenschappen van 28 oktober 2004 tot wijziging van
de Richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG van het Europees Parlement en
de Raad met betrekking tot hun toepassingsdrempels inzake procedures
voor het plaatsen van overheidsopdrachten (PbEG L 326) (hierna:
Verordening (EG) nr. 1874/2004) vastgesteld teneinde de in voornoemde
richtlijnen opgenomen drempelbedragen in overeenstemming te brengen
met de drempelbedragen in de GPA. Om te voorkomen dat dit besluit
steeds gewijzigd moet worden vanwege wijziging van de drempel-
waarden bij toekomstige verordeningen van de Commissie zijn de
bedragen niet opgenomen in artikel 13 (en artikel 62) van dit besluit. In
plaats daarvan wordt dynamisch verwezen naar de drempelwaarden in
richtlijn nr. 2004/17/EG. Wijzigingsverordeningen zullen namelijk steeds de
bedragen in richtlijn nr. 2004/17/EG wijzigen. De toepasselijke bedragen
zijn steeds makkelijk te vinden via http://
www.europeseaanbestedingsrichtlijnen.nl.
Artikel 14 bevat een aantal uitgangspunten en rekenregels voor het
bepalen van de waarde van de overheidsopdracht. Uitgangspunt bij het
bepalen van die waarde is de opdracht zoals deze is gedefinieerd door de
aanbestedende dienst. Gelet op de strekking van de aanbestedingsregels
dient de aanbestedende dienst bij het definiëren van zijn opdracht zich te
laten leiden door de behoefte aan het betrokken werk of product of de
betrokken dienst waarop de opdracht betrekking heeft in plaats van door
de wens om de opdracht niet te hoeven aanbesteden overeenkomstig dit
besluit. Hierop ziet het bepaalde in artikel 14, derde lid, van dit besluit.
Artikel 16
De uitzondering in artikel 16, eerste lid, van dit besluit bestond reeds in
richtlijn nr. 93/38/EEG. Het tweede lid van dit artikel bevat de verplichting
voor aanbestedende diensten om op verzoek van de Commissie aan te
geven welke categorieën producten en activiteiten zij op grond van het
eerste lid als uitgesloten beschouwen. Ingevolge artikel 19, tweede lid,
van richtlijn nr. 2004/17/EG kan de Commissie in het Publicatieblad van de
Europese Gemeenschappen de lijsten bekend maken van categorieën en
activiteiten die zij als uitgesloten beschouwt. Daarbij houdt de Commissie
rekening met alle gevoelige commerciële aspecten waarop de aanbe-
stedende diensten bij de verstrekking van de informatie wijzen. Gelet
Staatsblad 2005
409
59

hierop is in artikel 16, derde lid, van dit besluit opgenomen dat de
aanbestedende diensten bij een mededeling in het kader van het tweede
lid alle gevoelige commerciële aspecten vermelden, althans voor zover
daarvan sprake is, en de Commissie verzoeken daarmee rekening te
houden.
Artikelen 18, 19, 21 en 22
In de artikelen 18, 19, 21 en 22 van dit besluit worden de overheidsop-
drachten benoemd die ingevolge de artikelen 21, 22, 24 en 25 van richtlijn
nr. 2004/17/EG van de toepassing van dit besluit zijn uitgesloten. Zij
komen overeen met de uitzonderingen die zijn opgenomen in de artikelen
14, 15, 16, onderdeel a en onderdelen c tot en met f, en 18 van het Besluit
aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten.
Op de uitzonderingen genoemd in de artikelen 18 en 19 kan gelet op de
uitgangspunten van de aanbestedingsrichtlijnen en van het Verdrag,
alsmede de jurisprudentie van het Hof, van een uitzondering op de
aanbestedingsplicht slechts onder bijzondere omstandigheden sprake zijn.
Dit moeten omstandigheden zijn op grond daarvan van de aanbestedende
dienst niet in redelijkheid verlangd kan worden om in alle openbaarheid
een overheidsopdracht te verstrekken volgens de bepalingen in dit besluit.
Dit legt een zware motiveringsplicht op de aanbestedende dienst die zich
op een uitzondering beroept. Onder derde land in de zin van artikel 19,
eerste lid, onderdeel a, wordt verstaan een land dat geen lidstaat van de
Europese Unie is. Voorts moet ten aanzien van artikel 19, eerste lid,
onderdeel a, worden bedacht dat het steeds moet gaan om een interna-
tionale overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en een derde
land. Waar in artikel 19, tweede lid, wordt gesproken van de verplichting
van aanbestedende diensten om de internationale overeenkomst te
melden bij de Commissie is het bereik van deze verplichting feitelijk
beperkt tot aanbestedende diensten die bevoegd zijn om namens het
Koninkrijk der Nederlanden overeenkomsten te sluiten.
Van alle in artikel 21 genoemde uitgezonderde diensten wordt veronder-
steld dat toepassing van de aanbestedingsregels op opdrachten voor deze
diensten niet goed mogelijk is, bijvoorbeeld doordat hiermee rechten zijn
gemoeid (zoals eigendomsrechten bij huur of koop van onroerende
goederen). De in artikel 21 genoemde uitzonderingen maakten ook deel
uit van richtlijn nr. 93/38/EEG, met het verschil dat voor de in onderdeel c
genoemde financiële diensten in richtlijn nr. 2004/17/EG een verhelderend
voorbeeld is opgenomen. Voorheen was namelijk onduidelijk of onder
«financiële instrumenten» ook leningen moesten worden verstaan.
Doordat in artikel 24, onderdeel c, van richtlijn nr. 2004/17/EG is aange-
geven dat hieronder met name moet worden verstaan verrichtingen om
de aanbestedende diensten van geld of kapitaal te voorzien, is nu duidelijk
dat wanneer een aanbestedende dienst een lening wil aangaan, die
opdracht op grond van artikel 21, onderdeel c, van dit besluit niet
aanbesteed hoeft te worden.
De uitzondering in artikel 21, onderdeel d, van dit besluit betreft
opdrachten voor diensten voor onderzoek in ontwikkeling. Het gaat hier
om opdrachten op het gebied van wetenschap en hoogwaardige
technologie. Opdrachten voor niet-wetenschappelijk onderzoek moeten
aldus worden aanbesteed. De uitzondering geldt niet als de resultaten van
het onderzoek in hun geheel aan de aanbestedende dienst toekomen voor
gebruik ervan in de uitoefening van zijn eigen werkzaamheden en de
opdracht volledig door de aanbestedende dienst wordt betaald.
Tenslotte is dit besluit ingevolge artikel 22 niet van toepassing op
opdrachten voor diensten die op basis van een exclusief recht worden
gegund aan een andere aanbestedende dienst of een samenwerkings-
verband van aanbestedende diensten. Voorwaarde hierbij is dat het
Staatsblad 2005
409
60

exclusief recht een wettelijke of bestuursrechtelijke basis heeft en
verenigbaar is met het Verdrag.
Artikel 20
Artikel 20 bevat een uitzondering op de aanbestedingsplicht voor
opdrachten die aanbestedende diensten of gemeenschappelijke onderne-
mingen gunnen aan een verbonden onderneming of die een aanbe-
stedende dienste gunt aan een gemeenschappelijke onderneming of een
gemeenschappelijke onderneming plaatst bij een aanbestedende dienst.
Deze uitzondering bestond tevens in richtlijn nr. 93/38/EEG en is in richtlijn
nr. 2004/17/EG verduidelijkt en aangevuld met een nadere omschrijving
van het begrip verbonden onderneming, en met een nadere regeling
omtrent het bepalen van de gestelde omzet-eis.
Ten eerste is het besluit niet van toepassing op opdrachten die een
aanbestedende dienst of een gemeenschappelijke onderneming gunnen
aan een verbonden onderneming wanneer die verbonden onderneming
ten minste 80 procent van zijn gemiddelde omzet over de laatste drie jaar
heeft verkregen uit opdrachten die afkomstig zijn van (één van) de
aanbestedende dienst(en) waarmee de onderneming verbonden is. In
afwijking van richtlijn nr. 93/38/EEG is in richtlijn nr. 2004/17/EG voor het
voldoen aan de omzet-eis niet langer alleen de omzet behaald in de
Gemeenschap relevant (artikel 20, eerste tot en met derde lid, van het
besluit).
Ten tweede is het besluit niet van toepassing op opdrachten die een
gemeenschappelijke onderneming, uitsluitend bestaande uit aanbe-
stedende diensten, aan een van deze aanbestedende diensten gunt. Ook
een opdracht die een aanbestedende dienst gunt aan een gemeenschap-
pelijke onderneming waar zij zelf dienst van uitmaakt hoeft niet te worden
aanbesteed mits de gemeenschappelijke onderneming voor tenminste
drie jaar is opgericht en de daarbij aangesloten aanbestedende diensten
zich verbonden hebben tenminste drie jaar van deze gemeenschappelijke
onderneming deel uit te maken.
Artikel 24
In beschikking van de Commissie van de Europese gemeenschappen
van 10 december 1993 waarbij wordt vastgesteld dat de exploitatie van
geografische gebieden met het oogmerk van prospectie of winning van
aardolie of gas in Nederland niet een relevante activiteit vormt in de zin
van artikel 2, lid 2, onder b), punt i), van Richtlijn 90/531/EEG van de Raad
en dat de diensten welke deze activiteit uitoefenen in Nederland niet
geacht worden in aanmerking te komen voor bijzondere of uitsluitende
rechten in de zin van artikel 2, lid 3, onder b), van deze richtlijn (PbEG L
316) wordt door de Commissie vastgesteld dat de exploitatie van
geografische gebieden met het oogmerk van prospectie of winning van
aardolie of gas in Nederland niet een relevante activiteit vormt in de zin
van artikel 2, tweede lid, onderdeel b, punt i, van richtlijn nr. 90/531/EEG
en dat de diensten welke deze activiteit uitoefenen in Nederland niet
geacht worden in aanmerking te komen voor bijzondere of uitsluitende
rechten in de zin van artikel 2, derde lid, onderdeel b, van die richtlijn.
Gelet op deze beschikking behoeven de artikelen 7, aanhef en onderdeel
a, en 26, aanhef en onderdeel b, van richtlijn nr. 2004/17/EG geen
implementatie.
Als gevolg van voornoemde beschikking geldt voor het gunnen van
opdrachten voor de uitvoering van werken, leveringen en diensten door
ondernemingen die werkzaam zijn op het terrein van verkenning,
opsporing en winning van delfstoffen een aantal specifieke voorschriften
die zijn neergelegd in artikel 24 van het besluit. Ten eerste dienst de
gunning van opdrachten door deze ondernemingen op niet-discrimine-
Staatsblad 2005
409
61

rende wijze plaats te vinden. Ten tweede moeten de desbetreffende
ondernemingen voorafgaand aan de gunning van opdrachten bepaalde
publicatieverplichtingen in acht nemen. Ten derde zijn deze onderne-
mingen verplicht tot informatieverstrekking aan de Commissie over de
toekenning van opdrachten. Met betrekking tot deze informatiever-
strekking heeft de Commissie nadere voorwaarden vastgesteld in
beschikking van de Commissie van de Europese gemeenschappen van
13 mei 1993 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder aanbeste-
dende diensten die geografische gebieden exploiteren ter wille van de
prospectie en de winning van aardolie, gas, steenkool of andere vaste
brandstoffen, aan de Commissie informatie moeten verstrekken inzake de
door hen geplaatste opdrachten (PbEG L 129).
Artikel 25
Dit artikel bevat de regeling van artikel 30 van richtlijn nr. 2004/17/EG
voor opdrachten die weliswaar worden gegund in het kader van de in de
artikelen 2 tot en met 7 genoemde activiteiten in het geval de betrokken
activiteit in Nederland rechtstreeks aan mededinging blootstaat en de
activiteit door iedereen verricht kan worden. Richtlijn nr. 93/38/EEG
bevatte een tweetal bepalingen over het niet van toepassing zijn van de
richtlijn indien de markten telecommunicatie en busvervoer in een lidstaat
vrijelijk toegankelijk waren voor iedereen onder dezelfde voorwaarden.
Door de toenemende liberalisering ook van markten waarin de activiteiten
genoemd in de artikelen 2 tot en met 7 worden verricht, werd een
algemene procedure noodzakelijk om te beoordelen of bepaalde
activiteiten vrijgesteld kunnen worden van het toepassingsgebied van de
richtlijn. Artikel 25 houdt in dat het besluit niet van toepassing is als de
Commissie het besluit heeft genomen dat richtlijn nr. 2004/17/EG niet van
toepassing is op een activiteit genoemd in de artikelen 2 tot en met 7 van
dit besluit, of verzuimd heeft binnen de daarvoor gestelde termijn op een
daartoe strekkend verzoek een besluit te nemen.
Artikel 26
Op grond van artikel 28 van richtlijn nr. 2004/17/EG kunnen lidstaten
bepalen dat een aanbestedende dienst bij het gunnen van opdrachten
preferentie kan verlenen aan sociale werkplaatsen indien de meerderheid
van de betrokken werknemers personen met een arbeidshandicap zijn
(sociale werkvoorzieningen). Deze mogelijkheid is opgenomen in artikel
26 van dit besluit. Uit dit artikel vloeit aldus voort dat aanbestedende
diensten de deelneming aan aanbestedingsprocedures kunnen voorbe-
houden aan sociale werkvoorzieningen.
De achtergrond van dit artikel is het sociale belang van het voorzien van
sociale werkvoorzieningen van voldoende activiteiten en het feit dat
sociale werkvoorzieningen veelal een achterstand hebben bij het
verwerven van opdrachten ten opzichte van bedrijven zonder arbeids-
gehandicapte medewerkers. Een voorwaarde voor de toepassing van
artikel 26 van dit besluit is dat de meerderheid van de bij de uitvoering
van de voorbehouden overheidsopdracht betrokken werknemers
arbeidsgehandicapten zijn
Artikel 27
Hoewel het inkopen door inkoopcentrales reeds onder richtlijn nr.
93/38/EEG mogelijk was, is deze mogelijkheid in richtlijn nr. 2004/17/EG
expliciet gemaakt. Deze mogelijkheid is in dit besluit opgenomen in artikel
27. Aankoopcentrales zijn bedoeld om door de grotere omvang van de
aankopen de mededinging te verbreden en de opdrachten efficiënter te
gunnen. Onder een aankoopcentrale wordt in dit besluit verstaan een
Staatsblad 2005
409
62

aanbestedende dienst die voor aanbestedende diensten bestemde
leveringen of diensten verwerft, opdrachten gunt of raamovereenkomsten
sluit met betrekking tot voor aanbestedende diensten bestemde werken,
leveringen of diensten. Uit artikel 1, onderdeel w, volgt derhalve dat een
aankoopcentrale als een aanbestedende dienst moet worden aangemerkt.
De aanbestedende dienst wordt geacht dit besluit te hebben nageleefd,
mits de aankoopcentrale dit besluit heeft nageleefd.
Waar in het tweede lid van artikel 29, van richtlijn nr. 2004/17/EG wordt
gesteld dat aanbestedende diensten geacht worden de richtlijn te hebben
nageleefd wanneer en voorzover de aankoopcentrale deze richtlijn naleeft,
is er in dit besluit voor gekozen om expliciet te stellen dat aankoop-
centrales hun opdrachten moeten gunnen met inachtneming van dit
besluit of, indien van toepassing het Besluit aanbestedingsregels voor
overheidsopdrachten. Dit om te voorkomen dat de indruk ontstaat dat
aanbestedende diensten hun verplichtingen ingevolge dit besluit kunnen
omzeilen door hun overheidsopdrachten te gunnen via een aankoop-
centrale. Overigens dienen aanbestedende diensten er alert op te zijn dat
een opdracht aan een aankoopcentrale onder bepaalde omstandigheden
op grond van dit besluit aanbesteed moet worden.
Artikelen 28 tot en met 30
Afhankelijk van de dienst waarop de opdrachtverstrekking betrekking
heeft, is ingevolge de artikelen 28 en 29 van dit besluit het volledige of het
lichte regime van toepassing. Valt de dienst waarvoor een overheidsop-
dracht moet worden verstrekt onder de diensten genoemd in bijlage 3,
onderdeel A, van dit besluit, dan is het volledige regime van toepassing
(artikel 28). Wanneer daarentegen de overheidsopdracht een dienst
genoemd in bijlage 3, onderdeel B, van dit besluit betreft, is het lichte
regime van toepassing (artikel 29). Dit laatste betekent dat alleen de
voorschriften betreffende technische specificaties (artikel 31) van
toepassing zijn en dat de aanbestedende dienst in de aankondiging
vermeldt of hij met de mededeling ervan instemt (artikel 43). Gelet op de
restrictieve interpretatie van het Hof ten aanzien van uitzonderingen op de
aanbestedingsplicht (zie toelichting op artikel 37) kan van een dienst in de
zin van bijlage 3, onderdeel B, van dit besluit (bijvoorbeeld «overige
diensten») slechts sprake zijn als de dienst in kwestie niet met redelijkheid
aangemerkt kan worden als een dienst in de zin van bijlage 3, onderdeel
A.
Artikel 30 bevat een regeling voor het geval een opdracht betrekking
heeft op zowel diensten in de zin van bijlage 3, onderdeel A, als in de zin
van bijlage 3, onderdeel B. De totale waarde van de diensten in de zin van
bijlage 3, onderdeel A, moet in dat geval worden afgezet tegen de totale
waarde van de diensten in de zin van bijlage 3, onderdeel B. De diensten
die het grootste deel van de opdracht bepalen zijn bepalend voor het
regime dat op de opdracht als geheel van toepassing is.
Uit de uitspraak van het Hof inzake o.a. Telaustria (HvJ EG, zaak
C-324/98, 2000, blz. I-10745) kan worden afgeleid dat op opdrachten buiten
het volledige regime, zoals een concessie voor diensten, de beginselen
van het Verdrag (zoals het beginsel van non-discriminatie) van toepassing
zijn. Op dit moment is echter nog onduidelijk of dit geldt voor alle
opdrachten buiten het volledige regime (zoals opdrachten voor diensten
in de zin van bijlage 3, onderdeel B, en uitgezonderde opdrachten), en
welke concrete eisen er naar aanleiding van deze beginselen gelden voor
deze opdrachten. Zo stelt de Commissie zich bijvoorbeeld op het
standpunt dat voor alle opdrachten, dus ook voor opdrachten onder
drempelwaarden, een verplichting tot voorafgaande bekendmaking van
voorgenomen opdrachten geldt. Of het Hof diezelfde mening is toegedaan
blijkt wellicht uit haar oordeel in de zaken C-507/03 (Commissie/Ierland of
An Post) en C-195/04 (Commissie/Finland). Nadat duidelijkheid is ontstaan
Staatsblad 2005
409
63

over de uitkomst van bovenstaande zaken zal worden bekeken wat de
gevolgen hiervan zijn voor de Nederlandse aanbestedingsregels.
Artikel 31
Op grond van artikel 31, eerste lid, van dit besluit moet de aanbes-
tedende dienst de technische specificaties van de opdracht opnemen in de
aanbestedingsstukken, zoals de aankondiging van de opdracht, het
beschrijvend document en de aanvullende stukken (artikel 1, onderdeel
ggg).
De definitie van technische specificatie is opgenomen in artikel 1,
onderdeel nn, van dit besluit. Samengevat gaat het om een omschrijving
van alle technische eisen die de aanbestedende dienst aan het werk, het
product of de dienst stelt. Tot kenmerken die vereist kunnen worden
behoren bijvoorbeeld het niveau van milieuvriendelijkheid, de toeganke-
lijkheid voor gehandicapten, de gebruiksgeschiktheid, veiligheid,
kwaliteitsborgingsprocedures, de verpakking, markering, en etikettering,
gebruiksaanwijzingen, productieprocessen en-methoden en overeenstem-
mingbeoordelingsprocedures.
Door de aanbestedende dienst gehanteerde technische voorschriften
moeten ingevolge artikel 31 van dit besluit objectief toepasbaar zijn en
niet-discriminatoir. Dit om te voorkomen dat een aanbestedende dienst de
opdrachten zodanig specificeert dat slecht één (beoogde) leverancier
eraan kan voldoen.
Technische specificaties kunnen verwijzingen naar Europese normen of
Europese specificaties bevatten of, wanneer Europese normen of
specificaties niet bestaan, naar andere in de Europese Unie gebruikte
(nationale) normen. Wanneer is voldaan aan de eisen in het derde lid,
onderdeel b, kan voorts verwezen worden naar prestatie-eisen of
functionele eisen, waaronder milieukeuren. Dit is nieuw ten opzichte van
de richtlijn nr. 93/38/EEG waarin het uitgangspunt was dat moest worden
verwezen naar normen, technische goedkeuringen of gemeenschappelijke
technische specificaties. Alleen in uitzonderingssituaties kon van dit
uitgangspunt worden afgeweken. Een voorbeeld van een functionele eis is
de eis dat een brug geschikt moet zijn voor een bepaald aantal verkeers-
bewegingen per tijdseenheid per type verkeersdeelnemer.
In beginsel is het verboden te verwijzen naar merken of octrooien.
Alleen wanneer het niet op een andere manier mogelijk is om de opdracht
te specificeren, mag naar merken of octrooien worden verwezen. Een
dergelijke verwijzing moet steeds vergezeld gaan van de woorden «of
daaraan gelijkwaardig» (artikel 31, vierde lid).
Om de gelijkwaardigheid van een oplossing of een gelijkwaardigheid
aan een gestelde norm, prestatie-eis, functionele eis of andere specificatie
aan te tonen, mogen inschrijvers ieder bewijsmiddel gebruiken. Een
voorbeeld van een passend middel is een technisch dossier van de
fabrikant of een testverslag van een erkende organisatie. Wanneer de
aanbestedende dienst van mening is dat geen sprake is van gelijkwaar-
digheid, dient hij dit overeenkomstig de eisen van de algemene begin-
selen van behoorlijk bestuur te motiveren.
Voor de interpretatie van artikel 31 in dit besluit zijn de interpretatieve
mededelingen van de Commissie van belang. Blijkens de «Interpretatieve
mededeling van de Commissie betreffende het Gemeenschapsrecht van
toepassing op overheidsopdrachten en de mogelijkheden om milieu-
overwegingen hierin te integreren» (PbEG 2001, C 333) mag de aanbe-
stedende dienst een hoger milieubeschermingsniveau vragen dan
wettelijk verplicht is of in de normen is vastgelegd, voor zover dit niet leidt
tot discriminatie van inschrijvers. Ook acht de Commissie het toegestaan
dat een aanbestedende dienst een bepaald basismateriaal of grondstof of
productieproces voorschrijft, eveneens voor zover deze eisen niet
discriminerend werken. Ten aanzien van het meenemen van sociale
Staatsblad 2005
409
64

aspecten bij technische specificaties is duidelijk uit de «Interpretatieve
mededeling van de Commissie betreffende het Gemeenschapsrecht van
toepassing op overheidsopdrachten en de mogelijkheden om sociale
aspecten hierin te integreren» (PbEG 2001, C 333) alsook uit bijlage IV van
richtlijn nr. 2004/18/EG dat technische specificaties een sociale strekking
mogen opnemen. Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om maatregelen om
arbeidsongevallen te voorkomen, het eisen van een bepaalde productie-
methode of de toegankelijkheid voor gehandicapten. Als ondergrens voor
het stellen van technische specificaties vanuit milieu- of sociale overwe-
gingen geldt volgens de Commissie dat eisen die geen enkel verband
houden met het product of de prestatie zelf, zoals een eis die betrekking
heeft op de bedrijfsvoering, geen technische specificaties in de zin van de
aanbestedingsrichtlijnen zijn, en dus niet verplicht gesteld kunnen
worden. Voorbeelden hiervan zijn de eis aan een aanbieder om gerecy-
cleerd papier in kantoren te gebruiken, om bepaalde afvalverwijderings-
methoden bij de inschrijver toe te passen of om bepaalde groepen
werknemers (etnische minderheden, gehandicapten, vrouwen) aan te
trekken.
In artikel 34, eerste lid, van richtlijn nr. 2004/17/EG wordt nog vermeld
dat bij het opstellen van technische specificaties, waar mogelijk, rekening
gehouden moet worden met de toegankelijkheid voor gehandicapten en
andere gebruikers. Aangezien hiertoe reeds regels zijn opgenomen in het
Bouwbesluit 2003 (zie de afdelingen 4.2 tot en met 4.4.), behoeven
hieromtrent geen bepalingen te worden opgenomen in artikel 31 van dit
besluit.
Artikel 33
Uit artikel 33 volgt dat aanbestedende diensten, wanneer zij het
gunningscriterium de economisch voordeligste inschrijving hanteren,
ondernemers kan toestaan om varianten voor te stellen. In dit kader is van
belang dat de aanbestedingsrichtlijn geen verbod kent op reken- of
ontwerpvergoedingen. Het staat de aanbestedende diensten aldus vrij om
een ontwerpvergoeding te verstrekken voor het uitwerken van offertes of
varianten (ook wel alternatieven genoemd) of ten behoeve van het
innovatief aanbesteden. Hierbij moet worden aangetekend dat de
aanbestedende diensten op rijksniveau naar aanleiding van de aanbe-
veling van de Parlementaire Enquętecommissie Bouwnijverheid geen
gebruik meer maken van de mogelijkheid om rekenvergoedingen te
verstrekken aan ondernemers. Zoals in het kabinetsstandpunt naar
aanleiding van de bevindingen van deze commissie is gesteld, zullen er
alleen vergoedingen toegekend worden indien er daadwerkelijk
ontwerpwerk wordt gevraagd als onderdeel van innovatief aanbesteden
of bijvoorbeeld het uitwerken van alternatieven. Gelijk de Parlementaire
Enquętecommissie Bouwnijverheid stelt, dienen de kosten van calculeren
en aanbieden bij aanbestedingen onderdeel te zijn van de algemene
kosten van een ondernemer, zoals dat ook buiten de bouwsector het geval
is. Het vaststellen van de benodigde of het gewenste percentage voor
algemene kosten is immers een zaak van de commerciële strategie van
iedere ondernemer. Deze insteek op rijksniveau laat onverlet dat de
aanbestedingsrichtlijnen, zoals hierboven al is vermeld, aanbestedende
diensten vrij laten in de keuze of zij reken- of ontwerpvergoedingen te
verstrekken, en in welke gevallen zij dit doen. Gelet op de reikwijdte van
de Raamwet EEG-voorschriften aanbestedingen is er derhalve geen
grondslag om in dit besluit, als nationaal beleid in aanvulling op de
aanbestedingsrichtlijn, een verbod op reken- of ontwerpvergoedingen op
te nemen. Bij de herziening van de aanbestedingsregels zal dit aspect
nader worden bezien.
Staatsblad 2005
409
65

Artikel 34
Artikel 34 geeft overeenkomstig artikel 37 van richtlijn nr. 2004/17/EG
expliciet aan dat de aanbestedende dienst inschrijvers kan verzoeken om
in de inschrijving aan te geven welk gedeelte van de opdracht de
inschrijver aan derden in onderaanneming wil geven en welke onderaan-
nemers hij voorstelt. In de richtlijn is nog terzijde opgemerkt dat een
mededeling omtrent onderaanneming niet van invloed is op de aanspra-
kelijkheid van de leidende opdrachtnemer (aannemer, leverancier of
dienstverlener). Aansprakelijkheid is een aspect dat in de overeenkomst
tussen aanbestedende dienst en de opdrachtnemer wordt geregeld. Het
beginsel van aanbod en aanvaarding uit het algemeen contractenrecht is
hier van toepassing. Daaruit volgt dat indien een inschrijver niet kan
instemmen met de door de aanbieder in het beschrijvend document of
aanbestedingsdocument aangegeven aansprakelijkheidsregeling hij deze
regeling uitdrukkelijk dient te verwerpen. Een mededeling als in dit artikel
genoemd is daartoe onvoldoende. Het is derhalve niet nodig om de in
artikel 37 van de richtlijn vermelde opmerking in dit besluit op te nemen.
Artikel 35
De voorwaarden voor de uitvoering van een opdracht mogen niet
rechtstreeks of indirect discriminerend zijn en moeten vermeld worden in
de aankondiging van de opdracht of in het beschrijvend document of
aanbestedingsdocument (ook wel leidraad of aanbestedingsstukken
genoemd). De voorwaarden waaronder de opdracht wordt uitgevoerd kan
verband houden met sociale of milieuoverwegingen. Zij kunnen met
name ten doel hebben de beroepsopleiding op de werkplek of de
arbeidsparticipatie van moeilijk in het arbeidsproces te integreren
personen te bevorderen, de werkloosheid te bestrijden of het milieu te
beschermen. Een voorbeeld hiervan is de verplichting in een overeen-
komst om voor de uitvoering van de opdracht langdurig werklozen aan te
werven of in opleidingsacties voor werklozen of jongeren te voorzien, om
inhoudelijk de belangrijkste verdragen van de Internationale Arbeids-
organisatie na te leven en om een aantal gehandicapten aan te werven.
Artikel 36
In artikel 36, eerste lid, van dit besluit wordt gebruik gemaakt van de in
artikel 39, eerste lid, van richtlijn nr. 2004/17/EG opgenomen mogelijkheid
om aanbestedende diensten te verplichten aan te geven waar gegadigden
of inschrijvers informatie kunnen krijgen omtrent de nationale regels
aangaande belastingen, milieubescherming, arbeidsbescherming en
arbeidsvoorwaarden. Hiermee wordt het advies van Actal om deze
verplichting op te nemen opgevolgd.
Doordat de aanbestedende dienst in dit besluit wordt verplicht om
voornoemde informatie te verstrekken, dient tevens de verplichting in het
tweede lid van artikel 39 van richtlijn nr. 2004/17/EG opgenomen te
worden in dit besluit. Het tweede lid van artikel 36 van dit besluit bepaalt
daarom dat de aanbestedende dienst verplicht is om de inschrijvers of
gegadigden te verzoeken aan te geven dat zij de regels ten aanzien van
arbeidsbescherming en arbeidsvoorwaarden in acht nemen.
Artikel 37
Voor de procedure van gunning kan de aanbesteden dienst kiezen uit de
openbare procedure (alle belangstellende aannemers, leveranciers of
dienstverleners mogen inschrijven), de niet-openbare procedure (de
aanbestedende dienst selecteert uit de belangstellende aannemers,
leveranciers en dienstverleners die zich na de publicatie van de aankon-
Staatsblad 2005
409
66

diging hebben gemeld diegenen die een offerte mogen indienen) en de
onderhandelingsprocedure met of zonder aankondiging (de aanbe-
stedende dienst onderhandelt met rechtstreeks door hem gekozen
leveranciers of aannemers). De aanbestedende dienst is vrij in de keuze
tussen de openbare procedure, de niet-openbare procedure en de
onderhandelingsprocedure met aankondiging. De onderhandelings-
procedure zonder voorafgaande aankondiging mag echter slechts worden
toegepast in de door het besluit strikt omschreven uitzonderingssituaties.
Dit zijn de situaties die zijn omschreven in artikel 37, tweede lid, onder-
delen a tot en met l, van het besluit. Feitelijk gaat het bij de
onderhandelingsprocedure zonder aankondiging om een onderhandse
gunning.
Uit de jurisprudentie van het Hof over de in artikel 40, derde lid, van
richtlijn nr. 2004/17/EG genoemde uitzonderingen (artikel 37, tweede lid,
van dit besluit) blijkt dat alle uitzonderingen restrictief geďnterpreteerd
moeten worden (HvJ EG inzake Commissie/Italië, zaak C-199/85, 1987, blz.
I-01039) en in deze artikelen limitatief zijn opgesomd (HvJ EG inzake
Commissie/Spanje, zaak C-71/92, 1993, blz. I-05923). Voorts blijkt uit de
jurisprudentie dat de aanbestedende dienst die een beroep doet op één
van de uitzonderingssituaties het bestaan van die uitzonderingssituatie
moet aantonen. Ook moet de aanbestedende dienst die zich beroept op de
uitzondering genoemd in artikel 40, derde lid, onderdeel c, van richtlijn nr.
2004/17/EG (artikel 37, tweede lid, onderdeel c, van dit besluit) bewijzen
dat er technische redenen zijn in de zin van die bepaling, maar ook dat die
technische redenen het volstrekt noodzakelijk maken het in geding zijnde
werk aan de onderneming in kwestie te gunnen gunnen (HvJ EG inzake
Commissie/Italië, zaak C-57/94, 1995, blz. I-01249). Tevens moeten alle
voorwaarden worden vervuld die aan de uitzondering worden gesteld
waarop de aanbestedende dienst zich beroept. Dat betekent voor de
uitzondering van dwingende spoed (artikel 40, derde lid, onderdeel d, van
richtlijn nr. 2004/17/EG en artikel 37, tweede lid, onderdeel d, van dit
besluit) bijvoorbeeld dat de aanbestedende dienst moet aantonen dat die
omstandigheden niet door de aanbestedende dienst konden worden
voorzien en voorts niet te wijten zijn aan de aanbestedende dienst zelf (zie
HvJ EG inzake Commissie/Spanje, zaak C-24/91, 1992, blz. I-01989 en HvJ
EG inzake Commissie/Italië, zaak C-107/92, 1993, blz. I-04655). De
vertraging die in het kader van een vergunningprocedure optreedt
doordat in deze procedure bezwaren zijn ingediend werd door het Hof dan
ook als voorzienbaar aangemerkt. Indien de aanbestedende dienst zelf
enige tijd heeft laten passeren voordat hij actie onderneemt, leidt dit er
volgens het Hof eveneens toe dat deze dienst zich niet op de uitzondering
van dwingende spoed kan beroepen.
Ten aanzien van de uitzondering voor technische of artistieke redenen of
exclusieve rechten in artikel 37, tweede lid, onderdeel c, van dit besluit is
naar aanleiding van de uitspraak van het Hof inzake Commissie/Spanje
(HvJ EG, zaak C-328/92, 1994, blz. I-01569) duidelijk dat hiervoor niet
voldoende is dat het betrokken levering of de betrokken dienst door een
exclusief recht, zoals een octrooi wordt beschermd, maar dat de aanbe-
stedende dienst ook moet bewijzen dat de betrokken levering of dienst
slechts door een bepaalde leverancier kunnen worden vervaardigd of
geleverd, respectievelijk slechts door een bepaalde dienstverlener kan
worden verleend. Aan deze laatste voorwaarde kan volgens het Hof alleen
worden voldaan met betrekking tot die producten en specialiteiten
waarvoor op de markt geen concurrentie heerst.
Artikel 38
Op grond van artikel 38 kan een aanbestedende dienst een
raamovereenkomst als een opdracht voor werken, een opdracht voor
leveringen of een opdracht voor diensten beschouwen en kan deze
Staatsblad 2005
409
67

opdracht overeenkomstig de bepalingen van dit besluit gunnen. Op grond
van het tweede lid kan een aanbestedende dienst wanneer hij een
raamovereenkomst heeft gesloten overeenkomstig dit besluit, bij het
gunnen van op deze raamovereenkomst gebaseerde opdrachten gebruik
maken van de procedure zonder aankondiging. Uit het tweede lid volgt
derhalve dat wanneer een raamovereenkomst is gesloten overeenkomstig
de bepalingen van dit besluit, de nadere opdrachten die op die
raamovereenkomst zijn gebaseerd niet aanbestedingsplichtig zijn.
Raamovereenkomsten waren voorheen reeds geregeld in richtlijn nr.
93/38/EEG. Van een raamovereenkomst is sprake indien een aanbeste-
dende dienst gedurende een bepaalde periode producten of diensten wil
afnemen van een of meer aanbieders en daarover vooraf afspraken wil
maken over bijvoorbeeld de te leveren kwaliteit, hoeveelheid en leverings-
termijnen (artikel 1, onderdeel n).
Een raamovereenkomst kan opdrachten betreffen die ieder afzonderlijk
onder de drempelbedragen vallen maar die gezien de waarde van de
totale afname van de overeenkomstige opdrachten over een bepaalde
periode in ieder geval Europees aanbesteed moeten worden. Ook kan een
raamovereenkomst afzonderlijke opdrachten boven de drempelbedragen
betreffen die op zichzelf zouden moeten worden aanbesteed, maar
waarbij de aanbestedende dienst er voor kiest deze door middel van een
raamovereenkomst te gunnen, omdat hij dan met één aanbestedingspro-
cedure voor een raamovereenkomst kan volstaan. Is de raamovereen-
komst aanbesteed overeenkomstig dit besluit dan hoeven de afzonderlijke
opdrachten niet meer te worden aanbesteed (artikel 38, tweede lid).
Wanneer er geen leverings- of afnameverplichting voortvloeit uit een
raamovereenkomst betekent dat overigens niet dat een aanbestedende
dienst geheel vrij is om opdrachten waarvoor hij zo'n raamovereenkomst
is aangegaan zonder meer te gunnen aan anderen dan de ondernemers
met wie hij de raamovereenkomst heeft gesloten. Met name waar de
aanbestedende dienst de raamovereenkomst heeft aanbesteed overeen-
komstig de bepalingen van dit besluit is een dergelijke praktijk in beginsel
in strijd met de (pre)contractuele beginselen van goede trouw en de
algemene beginselen van behoorlijk bestuur, in het bijzonder de begin-
selen van redelijkheid en billijkheid. Voorts is het gelet op de kosten die
een aanbestedingsprocedure zowel voor bedrijven als aanbestedende
diensten met zich meebrengt om economische redenen een onwenselijke
gang van zaken. Daarentegen is het echter een ander geval wanneer na
het sluiten van de raamovereenkomst de marktomstandigheden zodanig
wijzigen dat de aanbestedende dienst in redelijkheid niet gehouden kan
worden op basis van die raamovereenkomst nadere overeenkomsten te
sluiten.
Artikel 39
Artikel 1, onderdeel o, omschrijft een dynamisch aankoopsysteem als
een elektronisch proces voor het doen van gangbare aankopen, met
algemeen op de markt beschikbare kenmerken, beperkt in de tijd en
gedurende de gehele looptijd open voor een aannemer, leverancier of
dienstverlener die voldoet aan de selectiecriteria en die overeenkomstig
de eisen van het beschrijvend document een indicatieve inschrijving heeft
ingediend.
Bij «gangbare aankopen, met algemeen op de markt beschikbare
kenmerken» kan worden gedacht aan eenvoudige aankopen die regulier
ofwel regelmatig gedaan worden om in de behoefte van de aanbes-
tedende dienst te voldoen, zoals de aanschaf van papier. Het spreekt voor
zich dat ook voor de aankopen die middels een dynamisch aankoop-
systeem worden gedaan steeds de behoefte van de aanbestedende dienst
voorop staat. Derhalve is de in richtlijn nr. 2004/18/EG opgenomen
zinsnede «overeenkomen met de behoeften van de aanbestedende
Staatsblad 2005
409
68

dienst» in dit besluit niet overgenomen in de definitie van dynamisch
aankoopsysteem. Artikel 39 geeft regels omtrent de werking en
toepassing van dit systeem.
Indicatieve inschrijvingen kunnen gedurende de hele looptijd van het
dynamische aankoopsysteem worden ingediend. De indicatieve
inschrijving is bedoeld om te bepalen of een inschrijver tot het aankoop-
systeem wordt toegelaten. Na de aankondiging van het dynamisch
aankoopsysteem kunnen later meerdere specifieke opdrachten volgen.
Voorafgaand aan elke specifieke opdracht kunnen geďnteresseerden een
indicatieve inschrijving doen om toegelaten te worden tot het systeem.
Pas nadat de binnen de in het veertiende lid bedoelde termijn ingediende
indicatieve inschrijvingen zijn beoordeeld kan de aanbestedende dienst de
tot het systeem toegelaten aannemers, leveranciers of dienstverleners
uitnodigen in te schrijven op een specifieke opdracht die binnen het
systeem wordt gegund.
De aanbestedende diensten moeten de voorschriften van de openbare
procedure volgen. Alle inschrijvers die aan de selectiecriteria voldoen en
een indicatieve inschrijving volgens het beschrijvend document hebben
gedaan worden tot het systeem toegelaten. Hun indicatieve inschrijving
kan te allen tijde worden verbeterd zolang dit past binnen het
beschrijvend document.
De procedure aangaande een dynamisch aankoopsysteem begint met
een aankondiging van een opdracht van de aanbestedende dienst waarin
vermeld wordt dat de aanbesteding volgens een dynamische aankoop-
systeem verloopt (zie artikel 44 voor de eisen aan de aankondiging). In het
beschrijvend document wordt vervolgens vermeld wat de aard van de
inkopen in het dynamisch aankoopsysteem zal zijn, en wordt ook
informatie over de te gebruiken elektronische apparatuur, technische
bepalingen en specificaties voor de verbinding verstrekt. De aanbe-
stedende dienst geeft gedurende de hele looptijd van het systeem geheel
vrije elektronische toegang tot het beschrijven document en alle aanvul-
lende documenten. Het internetadres waarop deze informatie beschikbaar
is wordt in de aankondiging vermeld. De te gebruiken elektronische
middelen moeten voldoen aan het gestelde in artikel 49, tweede tot en
met negende lid, van dit besluit. Vijftien dagen na de indiening van een
indicatieve inschrijving door een inschrijver moet de aanbestedende
dienst de beoordeling afronden. Daarna moet de aanbestedende dienst de
inschrijver zo snel mogelijk melden of de inschrijver is toegelaten tot het
systeem. De beoordelingsperiode kan worden verlengd op voorwaarde
dat in de tussentijd geen aankondiging voor een specifieke opdracht
wordt uitgeschreven.
Voorafgaand aan een specifieke opdracht moet de aanbestedende
dienst een vereenvoudigde aankondiging van de opdracht publiceren
waarin alle geďnteresseerde inschrijvers worden uitgenodigd binnen 15
dagen een indicatieve inschrijving in te dienen om toegelaten te worden
tot het dynamische aankoopsysteem. Nadat alle indicatieve inschrijvingen
zijn beoordeeld en afgerond wordt een aankondiging inzake een speci-
fieke opdracht gedaan. Alle inschrijvers die zijn toegelaten tot het systeem
worden hiertoe uitgenodigd en krijgen voldoende tijd om een inschrijving
in te dienen op deze specifieke opdracht. De gunning vindt plaats op basis
van de criteria zoals vermeld in de aankondiging van het dynamisch
aankoopsysteem. In de uitnodiging voor de specifieke opdracht kunnen de
selectiecriteria worden gepreciseerd.
Het dynamisch aankoopsysteem heeft een looptijd van maximaal 4 jaar
en mag niet gebruikt worden om de mededinging te beperken. Er mogen
voorts geen administratiekosten aan de betrokken inschrijvers worden
toegerekend.
Staatsblad 2005
409
69

Artikelen 40 tot en met 44
Aanbestedingsprocedures vangen aan met de publicatie van een
aankondiging in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.
Termijnen beginnen te lopen op de dag van inzending van de aankon-
diging aan het Bureau voor officiële publicaties van de Europese
Gemeenschap. Slechts bij de procedure van gunning door onderhan-
deling zonder voorafgaande mededeling van een aankondiging, bedoeld
in artikel 37, tweede lid, van het besluit, mag van publicatie van een
aankondiging worden afgezien en kan de aanbestedende dienst recht-
streeks de door hem uitgekozen aanbieders benaderen. De bepalingen
inzake de bekendmaking van voorgenomen aanbestedingen zorgen
ervoor dat de vraag van overheidsopdrachtgevers transparant wordt
gemaakt, hetgeen noodzakelijk is om tot daadwerkelijke openstelling van
de Europese interne markt van aanbestedingen te kunnen komen. Het
achterwege laten van een aankondiging levert dan ook een verzuim van
een wezenlijk vormvoorschrift op. Op grond daarvan kan ongeldigver-
klaring van de aanbestedingsprocedure worden gevorderd. Artikel 40
bevat bepalingen omtrent een periodiek indicatieve aankondiging. Een
periodiek indicatieve aankondiging vindt plaats aan het begin van een
begrotingsjaar en luidt, in tegenstelling tot een aankondiging, niet het
begin in van een concrete aanbestedingsprocedure.
Ingevolge de uitspraak van het Hof inzake Nord-Pas-de-Calais (HvJ EG
zaak C-255/98, 2000, blz. I-07445) is duidelijk geworden dat het plaatsen
van een periodieke indicatieve aankondiging als bedoeld in artikel 41,
eerste lid, van dit besluit alleen verplicht is wanneer aanbestedende
diensten gebruik willen maken van de mogelijkheid om de termijnen voor
de ontvangst van inschrijven overeenkomstig artikel 46, vierde lid, in te
korten. Dit is bepaald in artikel 41, eerste lid, vijfde alinea van richtlijn nr.
2004/17/EG. In richtlijn nr. 93/38/EEG waren aanbestedende diensten nog
verplicht om een periodieke indicatieve aankondiging te plaatsen.
Wanneer aanbestedende diensten een erkenningsregeling als bedoeld
in artikel 54 van dit besluit willen invoeren, zijn zij verplicht om een
aankondiging op te stellen (artikel 41, eerste lid). Ingevolge artikel 41,
tweede lid, zijn zij voorts verplicht om een aankondiging te doen wanneer
zij een opdracht gunnen overeenkomstig de openbare, de niet-openbare
procedure of de onderhandelingsprocedure. Alleen wanneer sprake is van
één van de in artikel 37, tweede lid, onderdelen a tot en met l, genoemde
situaties kunnen aanbestedende diensten voor het volgen van de
onderhandelingsprocedure afzien van een aankondiging.
Door de verwijzing in de artikel 41 tot en met 44 van richtlijn nr.
2004/17/EG naar bijlage XX, onderdeel 1a, van deze richtlijn zijn de
formulieren die de aanbestedende dienst moet gebruiken voor het
opstellen van de aankondigingen de formulieren die zijn vastgesteld in
richtlijn nr. 2001/78/EG van de Commissie van de Europese Gemeen-
schappen van 13 september 2001 tot wijziging van bijlage IV van Richtlijn
93/36/EEG van de Raad, van de bijlagen IV, V en VI van Richtlijn 93/37/EEG
van de Raad, van de bijlagen III en IV van Richtlijn 92/50/EEG van de Raad,
zoals gewijzigd bij Richtlijn 97/52/EG, alsmede van de bijlagen XII tot en
met XV, XVII en XVIII van Richtlijn 93/38/EEG van de Raad, zoals gewijzigd
bij Richtlijn 98/4/EG (richtlijn over het gebruik van standaardformulieren
bij bekendmaking van aankondigingen van overheidsopdrachten) (PbEG L
285) (hierna: richtlijn nr. 2001/78/EG). In dit besluit wordt in de artikelen 40
tot en met 44 direct verwezen naar richtlijn nr. 2001/78/EG in plaats van
naar bijlage XX, onderdeel 1. Om twee redenen is er niet voor gekozen
om de formulieren vast te stellen in een bijlage bij dit besluit, namelijk om
te voorkomen dat dit besluit:
1) bij iedere wijziging van de formulieren gewijzigd moet worden, en
2) op enig moment in strijd is met de Europese aanbestedingsregels.
Staatsblad 2005
409
70

De verwachting is namelijk dat de Commissie op grond van haar
bevoegdheid in artikel 70 van richtlijn nr. 2004/17/EG regelmatig zal
overgaan tot wijziging van deze formulieren. Een eerste wijziging heeft de
Commissie reeds in voorbereiding en treedt naar verwachting inwerking
met ingang van 1 mei 2005.
Waar in richtlijn nr. 2004/17/EG wordt verwezen naar punt 3 van bijlage
XX is deze verwijzing in dit besluit overgenomen. Deze verwijzing betreft
namelijk een verwijzing naar de internetsite http://simap.eu.int., de
aanbestedingsite van de Commissie. Deze site bevat de elektronische
versie van de formulieren voor aankondiging die door de aanbestedende
dienst gebruikt moet worden wanneer deze de aankondigingen langs
elektronische weg verstuurt. De aanbestedende dienst is verplicht om een
kennisgeving van de bekendmaking van de vooraankondiging in het
kopersprofiel elektronisch te versturen aan de Commissie in het geval de
aanbestedende dienst de vooraankondiging via zijn kopersprofiel
bekendmaakt (artikel 41, eerste lid, richtlijn nr. 2004/17/EG en artikel 40,
achtste lid, van het besluit). In alle andere gevallen kunnen de aanbe-
stedende diensten ervoor kiezen om de aankondiging elektronisch te
versturen of langs andere weg. De aanbestedende dienst dient op grond
van voornoemde bijlage de aankondigingen steeds te sturen naar de
Commissie.
In het zesde lid van artikel 44 is bepaald dat de aanbestedende dienst de
verzenddatum van de aankondigingen moet kunnen aantonen door
middel van de bevestiging van de bekendmaking van de verzonden
informatie die de Commissie aan de aanbesteden dienst verstrekt. Dit
hangt samen met de termijnen uit artikel 46 van dit besluit waarbij de
datum van verzending van de aankondiging steeds het aanknopingspunt
vormt.
In de artikelen 41, eerste lid, aanhef, en derde lid, 42, eerste en tweede
lid, en 43, tweede lid, van richtlijn nr. 2004/17/EG wordt gesproken van «de
in bijlage XVA bedoelde aankondiging» en van «de in bijlage XV, XIV, XII
of XIII bedoelde aankondiging». Deze bijlagen bevatten echter niet een
model, maar een opsomming van de gegevens die in een bepaalde
aankondiging moet worden opgenomen. In de artikelen 40 tot en met 43
van dit besluit wordt dan ook gesproken van bijvoorbeeld «een aankon-
diging die de gegevens in bijlage 2 bevat». Ondanks de gedeeltelijke
overlap met het bepaalde in artikel 44, eerste lid, van dit besluit wordt het
voor de identificatie van de betreffende aankondiging waardoor een
aankondiging kan geschieden noodzakelijk geacht om ook in de artikelen
40 tot en met 43 expliciet te verwijzen naar deze bijlage.
In artikel 44, eerste lid, van dit besluit is voor alle aankondigingen
bepaald dat hierin ten minste de in bijlage 2 vermelde informatie moeten
bevatten, dat de aankondigingen moeten worden opgesteld overeen-
komstig de formulieren in richtlijn nr. 2001/78/EG en dat de aankondi-
gingen gestuurd moeten worden aan de Commissie. Artikel 43, zevende
lid, van dit besluit bevat ten aanzien van opdrachten voor onderzoeks- en
ontwikkelingsdiensten (hierna: O&O-opdracht) een tweetal uitzonderingen
op het uitgangspunt in artikel 43, eerste lid, van dit besluit, dat alle
gegevens in bijlage 2 in de aankondigingen moeten worden opgenomen.
Wanneer een O&O-opdracht volgens een onderhandelingsprocedure
zonder voorafgaande oproep wordt gegund mag de informatie betref-
fende de aard en de hoeveelheid van de verleende diensten in de
aankondiging van de gegunde opdracht beperkt worden tot de
vermelding dat het om onderzoeks- en ontwikkelingsdiensten gaat. Wordt
een O&O-opdracht gegund volgens een andere procedure dan de
onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep dan mag de
informatie betreffende de aard en de hoeveelheid van de verleende
diensten in de aankondiging van gegunde opdracht beperkt worden
indien de bescherming van het zakengeheim zulks noodzakelijk maakt.
Voorts kan de aanbestedende dienst op grond van artikel 43, zesde lid,
Staatsblad 2005
409
71

van dit besluit de Commissie verzoeken om de informatie betreffende het
aantal ontvangen inschrijvingen, de identiteit van de ondernemer en de
prijzen weg te laten wanneer publicatie in strijd zou zijn met een gevoelig
commercieel belang (dit volgt uit artikel 43, tweede lid, en de voetnoot in
bijlage XVI van richtlijn nr. 2004/17/EG).
Artikel 45
In Verordening (EG) nr. 2195/2002 van het Europees Parlement en de
Raad van de Europese Unie van 5 november 2002 betreffende de
gemeenschappelijke woordenlijst overheidsopdrachten (CPV) (PbEG L
340) (hierna: Verordening (EG) nr. 2195/2002) is het classificatiesysteem
voor overheidsopdrachten (hierna: CPV) vastgesteld. Doel van deze
verordening is harmonisatie van de referenties waarmee de aanbe-
stedende diensten en bedrijven het voorwerp van overheidsopdrachten
omschrijven. Op grond van artikel 45, eerste lid, van het besluit zijn
aanbestedende diensten verplicht om bij het opstellen van de aankondi-
gingen bedoeld in de artikelen 41 tot en met 43 voor de omschrijving van
hun opdrachten voor werken, leveringen of diensten, steeds te verwijzen
naar de betreffende codes in de CPV.
Doordat voor de reikwijdte van richtlijn nr. 2004/17/EG ten aanzien van
opdrachten voor werken (via bijlage XII) wordt verwezen naar de NACE
ofwel de gemeenschappelijke basis voor statistische nomenclaturen van
economische activiteiten in de Europese Gemeenschappen zoals
vastgesteld in Verordening (EEG) nr. 3037/90 van de Raad van de
Europese Unie van 9 oktober 1990 betreffende de statistische nomen-
clatuur van de economische activiteiten in de Europese Gemeenschap
(PbEG L 293) treedt een kleine complicatie op voor opdrachten voor
werken of werkzaamheden waarvoor in de NACEen de CPV afwijkende
omschrijvingen gebruikt worden. Gelet hierop is in artikel 1, dertiende lid,
tweede alinea van richtlijn nr. 2004/17/EG bepaald dat bij uiteenlopende
interpretaties betreffende het toepassingsgebied van de richtlijn als
gevolg van mogelijke discrepanties tussen de CPV en de NACEde laatste
van toepassing is. Aanbestedende diensten wordt geadviseerd om in dat
geval het schakelschema tussen NACEen CPV zoals opgenomen in
Verordening (EG) nr. 2195/2002 te raadplegen. Eenzelfde complicatie doet
zich voor ten aanzien van de in bijlage 3, onderdelen A en B, genoemde
diensten, doordat in deze bijlage wordt verwezen naar de CPC. Wanneer
onduidelijk is of een dienst onder onderdeel B of onderdeel A van bijlage
3, van dit besluit valt, is op grond van artikel 1, dertiende lid, tweede
alinea, van richtlijn nr. 2004/18/EG de CPC-code doorslaggevend. Gelet
hierop is de rangorde tussen de voornoemde drie codes opgenomen in
artikel 45, tweede lid, van dit besluit.
Artikelen 46 en 47
In artikel 46 zijn de minimumtermijnen opgenomen die de aanbe-
stedende dienst in acht moet nemen. Het is de aanbestedende dienst
steeds toegestaan om langere termijnen dan de minimumtermijnen aan te
houden. Slechts in drie gevallen is de aanbestedende dienst op grond van
artikel 46, veertiende lid, van dit besluit verplicht om de minimum-
termijnen te verlengen:
­ indien de stukken (alhoewel tijdig aangevraagd) door de aanbe-
stedende dienst niet tijdig zijn verstrekt;
­ als inschrijvingen slechts na een bezichtiging ter plaatse mogelijk zijn,
of
­ wanneer inschrijving alleen mogelijk is nadat de bijlagen bij het
beschrijvend document ter plaatse zijn ingezien.
Staatsblad 2005
409
72

De minimumtermijnen zijn in hoofdlijn niet veranderd ten opzichte van
richtlijn nr. 93/38/EEG. Ook de mogelijkheid om in overleg met de
geselecteerde aannemers, leveranciers of dienstverleners een termijn
voor de ontvangst van de inschrijvingen vast te stellen is gehandhaafd.
Nieuw is wel dat de termijnen kunnen worden verkort met 7 dagen
wanneer de aankondiging langs elektronische weg is geschied, en met 5
dagen indien vanaf de bekendmaking van de aankondiging vrije,
rechtstreekse en volledige toegang wordt geboden tot het beschrijvend
document en alle aanvullende stukken via elektronische middelen. Het
gecumuleerde effect van de termijnverkortingen mag niet leiden tot een
termijn korter dan 22 dagen bij een openbare procedure, of een termijn
korter dan 10 dagen bij niet-openbare procedures en onderhandelings-
procedures.
In artikel 47 staan de termijnen vermeld waarbinnen informatie
gevraagd mag worden en verstrekt moet worden. De in artikel 47 van
richtlijn nr. 2004/17/EG gestelde vereiste van «tijdig» is in artikel 47, eerste
en tweede lid, van dit besluit overgenomen. In beginsel moet ervan
worden uitgegaan dat wanneer wordt gevraagd om het beschrijvend
document en de aanvullende stukken, bedoeld in artikel 47, eerste lid, de
aanbestedende dienst in staat zal zijn om die documenten binnen een dag
na het verzoek op te sturen. Ten aanzien van de nadere inlichtingen,
bedoeld in het tweede lid, van artikel 47, kan het om een langere termijn
gaan. Wat tijdig is, is in dat geval afhankelijk van het aantal inlichtingen
dat wordt gevraagd en de complexiteit van die inlichtingen. Als bijvoor-
beeld een ondernemer pas een week voor de uiterste inschrijftermijn een
groot aantal of een aantal complexe inlichtingen vraagt, dan kan in dat
geval de aanbestedende dienst in beginsel niet verweten worden dat hij
niet uiterlijk 6 dagen voor de uiterste inschrijfdatum de nadere inlich-
tingen verstrekt.
Artikel 49
Dit artikel betreft de keuze die de aanbestedende diensten hebben
tussen de verschillende communicatiemiddelen. In de meeste gevallen
kunnen aanbestedende diensten kiezen tussen communicatie per post,
per fax en via elektronische weg. Voor de uitnodiging tot deelneming
komt daar ingevolge artikel 49, dertiende lid, van dit besluit de
mogelijkheid van communicatie per telefoon bij. In dat geval moet de
aanvraag op grond van artikel 49, veertiende lid, schriftelijk worden
bevestigd.
De procedures voor de gunning van overheidsopdrachten en de regels
voor prijsvragen voor diensten vereisen een hoger niveau van veiligheid
en vertrouwelijkheid dan het niveau dat vereist was in richtlijn nr.
1999/93/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 december
1999 betreffende een gemeenschappelijk kader voor elektronische
handtekeningen (PbEG L 13) en richtlijn nr. 2000/31/EG van het Europees
Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische
aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de
elektronische handel, in de interne markt («Richtlijn inzake elektronische
handel») (PbEG L 285). Daarom moeten de middelen voor de elektro-
nische ontvangst van inschrijvingen, verzoeken tot deelneming, alsmede
van plannen en ontwerpen, voldoen aan specifieke aanvullende eisen.
Deze zijn opgenomen in artikel 49, tiende lid, van dit besluit.
In artikel 48, zesde lid, onderdeel c, van richtlijn nr. 2004/17/EG is de
mogelijkheid opgenomen dat aanbestedende diensten van verzoeken tot
deelneming die per fax zijn ingediend een bevestiging per post of langs
elektronische weg vereisen wanneer dat volgens de nationale wetgeving
nodig is om over een wettig bewijs te beschikken. Nu een zodanige eis in
de Nederlandse regelgeving niet is gesteld, is deze mogelijkheid niet in dit
besluit opgenomen.
Staatsblad 2005
409
73

Artikel 50
Dit artikel betreft het informeren van gegadigden en inschrijvers
omtrent de keuzes van de aanbestedende dienst, zoals de keuze een
opdracht te gunnen en het al dan niet verlenen van een erkenning.
Richtlijn nr. 93/38/EEG bevatte enkel de verplichting om aanbieders te
informeren omtrent het al dan niet verlenen van erkenningen. Aan de
hand van de uitspraken door het Gerecht van Eerste Aanleg van de
Europese Gemeenschappen (hierna: het Gerecht) in de zaken Adia
Interim/Commissie (GEA, zaak T-19/95, 1996, blz. II-00321), Strabag (GEA,
zaak T-183/00, 2003, blz. II-00135) en Renco (GEA, zaak T-4/01, blz. II-00171)
is duidelijk geworden dat een aanbestedende dienst al aan haar
motiveringsplicht op grond van het bepaalde in het eerste tot en met het
vijfde lid van dit artikel als de aanbestedende dienst zich in eerste
instantie ertoe beperkt de betrokkenen onmiddellijk op de hoogte te
brengen van de afwijzing van hun inschrijving door een eenvoudige,
niet-gemotiveerde mededeling, en later aan de inschrijvers die uitdruk-
kelijk hierom verzoeken, binnen een termijn van vijftien dagen een
gemotiveerde uitleg verstrekt. Wanneer een aanbestedende dienst
verzocht wordt om een gemotiveerde uitleg, is ­ zo blijkt uit voornoemde
zaken ­ voldoende dat de aanbestedende dienst duidelijk vermeldt welke
procedure bij de beoordeling van de inschrijvingen is gevolgd, dat de
winnaar is uitgekozen omdat dit de inschrijver met de economisch meest
voordelige aanbieding of de laagste prijs was, en in hoeverre de
aanbieding van de informatiezoekende inschrijver voor de in het
beschrijvend document genoemde criteria over het geheel genomen beter
of slechter gerangschikt was dan de winnende aanbieder. De aanbes-
tedende dienst mag in de nadere uitleg evenwel niet de aanvankelijke
motivering vervangen door een volledig nieuwe.
Artikel 54
Dit artikel betreft het instellen en beheren van erkenningsregelingen.
Deze regelingen moeten werken volgens objectieve regels en criteria die,
naar keuze van de aanbestedende dienst, de capaciteit van de aannemers,
leveranciers en dienstverleners betreffen of de kenmerken van de werken,
leveringen of diensten waarop de regeling betrekking heeft. Met het oog
op erkenning mogen aanbestedende diensten eigen tests doen om de
kenmerken van de betrokken werken, leveringen of diensten te beoor-
delen, met name wat compatibiliteit en veiligheid betreft. Een beslissing
van de aanbestedende dienst op het verzoek om erkenning zal veelal niet
een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht zijn, omdat deze
aanbestedende diensten veelal geen bestuursorgaan zijn.
In artikel 52, eerste lid, onderdeel a, van richtlijn nr. 2004/17/EG is
bepaald dat het aanbestedende diensten niet is toegestaan om in het
kader van een niet-openbare procedure, een procedure van gunning via
onderhandeling, of een erkenningsregeling aan bepaalde ondernemers
administratieve, technische of financiële voorwaarden op te leggen die
niet aan andere ondernemers zijn opgelegd. In feite bepaalt dit voorschrift
net als artikel 10 van richtlijn nr. 2004/17/EG dat aanbestedende diensten
niet mogen discrimineren tussen ondernemers. Het voorschrift van artikel
52, eerste lid, onderdeel a, van richtlijn nr. 2004/17/EG is derhalve niet
overgenomen in dit besluit.
Op grond van het vierde lid kunnen de criteria en voorschriften, bedoeld
in het derde lid, de uitsluitingscriteria, genoemd in artikel 45, eerste en
derde lid, van het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten,
omvatten onder de daarin genoemde voorwaarden, met dien verstande
dat wanneer een regeling voor de erkenning van ondernemers wordt
ingevoerd door de staat, een provincie, een gemeente, een waterschap,
een publiekrechtelijke instelling of een samenwerkingsverband van deze
Staatsblad 2005
409
74

overheden of publiekrechtelijke instellingen die een overheidsopdracht
gunt in het kader van een van de activiteiten, genoemd in de artikelen 2
tot en met 7, artikel 45, eerste tot en met derde lid, van het Besluit
aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten van overeenkomstige
toepassing is. Bij de toepassing van artikel 45, eerste en derde lid, van het
Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten is artikel 46 van
het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten van overeen-
komstige toepassing.
In artikel 45 van het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsop-
drachten zijn de gronden opgenomen op grond waarvan een gegadigde
of inschrijver uitgesloten kan of moet worden van een aanbesteding. In
het eerste lid van dit artikel staan de dwingende uitsluitingsgronden. De
onderdelen a tot en met d, van het eerste lid, betreffen respectievelijk
deelneming aan een criminele organisatie, omkoping, fraude en het
witwassen van geld. De aanbestedende dienst die kennis heeft van een
overeenkomstig het nationale recht uitgesproken onherroepelijk vonnis
ten aanzien van één van de in dit lid genoemde strafbare feiten is in
beginsel verplicht om de betreffende gegadigde of inschrijver uit te
sluiten van de aanbesteding. Hiervan kan slechts worden afgezien
wanneer dat om dwingende redenen van algemeen belang noodzakelijk
is. De in het derde lid van artikel 45 opgenomen uitsluitingsgronden
betreffen in tegenstelling tot het eerste lid niet de verplichting om uit te
sluiten, maar de mogelijkheid om een ondernemer op bepaalde gronden
uit te sluiten. Artikel 45 bevat niet de verplichting voor de aanbestedende
dienst om onderzoek te doen naar de omstandigheden van de inschrijver
of gegadigde en het al dan niet bestaan van uitsluitingsgronden. Voor de
aanbestedende diensten van het Rijk geldt op grond van de Beleidsregels
integriteit en uitsluiten bij aanbestedingen in BIBOB-sectoren (Stcrt. 2004,
nr. 40, p.15) wel een plicht om onderzoek te doen naar de integriteit van
gegadigden of inschrijvers, namelijk waar het gaat om het verstrekken van
overheidsopdrachten boven de drempelwaarden (zie artikel 7 van dit
besluit) in de sectoren bouw, milieu en informatie- en communicatie-
technologie.
De beoordeling of daadwerkelijk tot uitsluiting wordt overgegaan en
voor hoe lang die uitsluiting geldt, dient gelet op de algemene uitgangs-
punten van de aanbestedingsrichtlijnen steeds proportioneel en
niet-discriminatoir te zijn. Proportioneel houdt in dat de uitsluiting en de
duur van die uitsluiting in verhouding moeten staan tot de ernst van de
onregelmatige gedraging. Ook moeten de uitsluiting en de duur daarvan
in verhouding staan tot de omvang van de overheidsopdracht. Het
vaststellen van een absolute termijn waarbinnen een bedrijf dat onregel-
matig heeft gehandeld op voorhand moet worden uitgesloten van iedere
aanbestedingsprocedure van de rijksoverheid, verhoudt zich aldus niet
met het proportionaliteitsvereiste. Dit betekent ook dat er steeds sprake is
van maatwerk, omdat elke aanbestedende dienst per opdracht moet
nagaan of hij in het concrete geval (afhankelijk van de aard en omvang
van de opdracht, de aard en omvang van de fraude en wat voor maatre-
gelen het bedrijf inmiddels genomen heeft) een bedrijf moet uitslui-
ten.Wel is het mogelijk om een bepaalde bandbreedte te geven.
De in artikel 45, eerste lid, van richtlijn nr. 2004/18/EG genoemde
gedragingen zijn strafbaar gesteld in de in artikel 45, eerste lid, van dit
besluit genoemde artikelen van het Wetboek van Strafrecht, zodat in dit
besluit volstaan kan worden met een verwijzing naar die artikelen. De in
artikel 45, tweede lid, van richtlijn nr. 2004/18/EG genoemde omstandig-
heden zijn rechtstreeks overgenomen in artikel 45, derde lid, van dit
besluit. Voor zover het gaat om de omstandigheden genoemd in artikel
45, derde lid, onderdelen a, b, e of f, van dit besluit behoeven deze geen
nadere invulling of toelichting. De omstandigheden genoemd in artikel 45,
derde lid, onderdelen c en d, behoeven echter wel nadere invulling door
de aanbestedende dienst. Voor de aanbestedende diensten van het Rijk is
Staatsblad 2005
409
75

dit reeds gedaan door in voornoemde beleidsregels een nadere invulling
te geven aan de genoemde uitsluitingsgronden. In deze beleidsregels is
onder meer bepaald dat het door de Nederlandse Mededingingsautoriteit
(NMa) opgelegd hebben gekregen van een boete of last onder dwangsom
in de zin van artikel 56, eerste lid, van de Mededingingswet, wordt
aangemerkt als het begaan hebben van een ernstige fout in de uitoefening
van zijn beroep. Andere aanbestedende diensten kunnen deze beleids-
regels van toepassing verklaren of zelf beleidsregels opstellen. Zodra
meer ervaring is opgedaan met de toepassing van de beleidsregels zal
worden onderzocht in hoeverre het mogelijk is om een nadere wettelijke
regeling voor alle aanbestedende diensten te treffen.
Artikel 55
Op grond van artikel 55, eerste en tweede lid, moet de aanbestedende
dienst in het kader van een openbare procedure, een niet-openbare
procedure of een onderhandelingsprocedure objectieve selectiecriteria
opstellen en deze criteria ter beschikking stellen van de belangstellenden.
De meeste aanbestedende diensten hebben de keuze om in deze criteria
naast de uitsluitingsgronden, bedoeld in artikel 45, derde lid, van het
Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten ook de
uitsluitingsgronden, bedoeld in artikel 45, eerste lid, van het Besluit
aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten op te nemen. Alleen de
Staat, gemeenten, provincies, waterschappen, publiekrechtelijke
instellingen en samenwerkingsvormen van deze overheden of instellingen
zijn ingevolge artikel 55, vierde lid, verplicht om bij het gunnen van
opdrachten in het kader van de activiteiten bedoeld in de artikelen 2 tot en
met 7 de uitsluitingsgronden van artikel 45, eerste lid, van het Besluit
aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten toe te passen. Deze
verplichting is nieuw ten opzichte van richtlijn nr. 93/38/EEG op grond
waarvan het mogelijk was om de uitsluitingsgronden bedoeld in artikel
45, tweede lid, van richtlijn nr. 2004/18/EG op te nemen in de kwalitatieve
selectiecriteria. Gelet hierop dient het in het kader van dit besluit mogelijk
te zijn dat de aanbestedende dienst eenzelfde bewijsstuk verkrijgt als bij
de toepassing van het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsop-
drachten. Derhalve is artikel 46 van het Besluit aanbestedingsregels voor
overheidsopdrachten in de artikelen 54, vijfde lid, en 55, vijfde lid, van dit
besluit van overeenkomstige toepassing verklaard.
Bij de niet-openbare procedure en de onderhandelingsprocedure kan de
aanbestedende dienst het aantal aannemers, leveranciers of dienstver-
leners dat hij wil uitnodigen offerte in te dienen aan de hand van de
selectiecriteria tot een werkbaar aantal beperken (artikel 55, derde lid). De
aanbestedende dienst dient bij het vaststellen van dit aantal rekening te
houden met de noodzaak om voldoende concurrentie te waarborgen.
Feitelijk betekent dit dat er tenminste twee gegadigden moeten voldoen
aan de gestelde selectie-eisen, omdat er bij slechts één gegadigde geen
sprake meer is van mededinging. Voldoet slechts één gegadigde aan de
gestelde eisen dan moet de aanbestedende dienst opnieuw een aanbeste-
dingsprocedure starten. Het is in geen geval toegestaan, teneinde een
daadwerkelijke mededinging te waarborgen, om ondernemers in de
procedure te laten deelnemen die niet om deelneming hebben verzocht of
die niet de vereiste bekwaamheden bezitten.
In artikel 55, zesde en zevende lid, is bepaald dat een aannemer,
leverancier of dienstverlener zich voor een bepaalde opdracht kan
beroepen op de draagkracht en de bekwaamheid van anderen. Een
voorwaarde hierbij is dat de aannemer, leverancier of dienstverlener kan
aantonen dat hij daadwerkelijk kan beschikken over de voor de uitvoering
van die opdracht noodzakelijke middelen van die ander, bijvoorbeeld door
overlegging van een overeenkomst.
Staatsblad 2005
409
76

Artikel 56
De aanbestedende dienst kan kiezen tussen twee gunningscriteria,
namelijk de laagste prijs of de economisch voordeligste aanbieding. Het
laatste criterium kan verschillende subcriteria bevatten, waarvan een
aantal voorbeelden genoemd zijn in artikel 55, eerste lid, onderdeel a, van
richtlijn nr. 2004/17/EG, namelijk de kwaliteit, de prijs, de technische
waarde, de esthetische en functionele kenmerken, de milieukenmerken,
de gebruikskosten, de rentabiliteit, de klantenservice en de technische
bijstand, de datum en de termijn voor levering of uitvoering. Nieuw in
deze opsomming is de vermelding van milieukenmerken. Nieuw in deze
rij van voorbeelden is de vermelding van milieukenmerken. Over de
mogelijkheid om milieucriteria als gunningscriterium te gebruiken is enige
tijd discussie geweest tussen de Commissie en een aantal lidstaten. Naar
aanleiding van de uitspraak van het Hof inzake Concordia Bus Finland
(HvJ EG, zaak C-513/99, 2002, 2002, blz. I-07213) is duidelijk geworden dat
onder het gunningscriterium economisch voordeligste inschrijving ook
milieucriteria opgenomen kunnen worden. Het Hof heeft bepaald dat dit
mogelijk is, voor zover deze criteria verband houden met het voorwerp
van de opdracht, de aanbestedende dienst geen onvoorwaardelijke
keuzevrijheid geven, uitdrukkelijk vermeld zijn in het beschrijvend
document of in de aankondiging van de opdracht en alle fundamentele
beginselen van het gemeenschapsrecht, met name het discriminatie-
verbod, eerbiedigen. Uit de in de toelichting op artikel 31 genoemde
interpretatieve mededelingen van de Commissie bleek reeds dat
gunningscriteria ook sociale criteria kunnen omvatten. De Commissie stelt
in haar mededeling de eis dat de sociale criteria een economisch voordeel
moeten opleveren dat direct gerelateerd is aan het product of de
geleverde dienst. In voornoemde uitspraak, die van latere datum is dan
voornoemde interpretatieve mededeling, stelt het Hof deze eis echter niet.
Het Hof stelt zelfs expliciet dat de door de aanbestedende dienst gehan-
teerde criteria ter bepaling van de economisch voordeligste aanbieding
niet noodzakelijk van zuiver economische aard hoeft te zijn, «daar immers
niet kan worden uitgesloten dat niet zuiver economische factoren van
invloed kunnen zijn op de waarde van een aanbieding voor die aanbe-
stedende dienst». In vervolg op deze uitspraak heeft het Gerecht inzake
Renco Spa (HvJ EG, zaak T4-/01, 2003, blz. II-00171) geoordeeld dat niet
elk criterium ter bepaling van de economisch voordeligste aanbieding
noodzakelijkerwijs kwantitatief moet zijn, dan wel uitsluitend gericht moet
zijn op de prijzen of de tarieven van het beschrijvend document. Wel stelt
het Gerecht daarbij als voorwaarde dat de criteria op objectieve en
uniforme wijze kunnen worden toegepast om aanbiedingen te vergelijken
en voorts duidelijk relevant moeten zijn om de economisch voordeligste
aanbieding te selecteren. Van dit laatst is volgens het Gerecht in ieder
geval sprake indien de criteria de ervaring en de technische bekwaamheid
van een inschrijver en zijn team betreffen. Gelet op het vereiste van
overeenstemming met de fundamentele beginselen van het
gemeenschapsrecht, zoals het discriminatieverbod, is het overigens niet
mogelijk om opdrachten te gunnen aan een bepaalde aanbieder omdat dit
lokale werkgelegenheid oplevert.
Uit de uitspraken van het Hof in de zaken SIAC (HvJ EG, zaak C-19/00,
2001, p. I-07725) en Succhi di Frutta (HvJ EG, zaak C-496/99 P, n.n.g) vloeit
nog voort dat de gunningscriteria zodanig geformuleerd moeten zijn dat
normaal zorgvuldige inschrijvers in staat zijn deze criteria op dezelfde
wijze te interpreteren, en voorts dat de aanbestedende dienst de
gunningscriteria gedurende de gehele aanbestedingsprocedure op
dezelfde wijze moet toepassen.
Artikel 56, tweede lid, van dit besluit bepaalt dat de aanbestedende
dienst steeds het relatieve gewicht moet vermelden dat hij toekent aan de
(sub)gunningscriteria. Alleen wanneer het om een aantoonbare reden niet
Staatsblad 2005
409
77

mogelijk is om het relatieve gewicht te specificeren, mag de aanbe-
stedende dienst op grond van artikel 56, derde lid, van dit besluit, erin
volstaan om de criteria in dalende volgorde van belangrijkheid te
vermelden.
Artikel 57
Ingevolge de uitspraken van het Hof inzake Alcatel (HvJ EG, zaak
C-81/98, 1999, blz. I-7671) en Commissie/Oostenrijk (HvJ EG, 24 juni 2004,
zaak C-212/02, n.n.g.) is het noodzakelijk gebleken om in artikel 57 een
voorziening te treffen ter implementatie van de rechtsbeschermings-
richtlijnen (richtlijn nr. 89/665/EEG van de Raad van de Europese Gemeen-
schappen van 21 december 1989 houdende de coördinatie van de
wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toepassing
van de beroepsprocedures inzake het plaatsen van overheidsopdrachten
voor leveringen en voor de uitvoering van werken, PbEG L 395, en richtlijn
nr. 92/13/EEG van de Raad van de Europese Unie van 25 februari 1992 tot
coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betref-
fende de toepassing van de communautaire voorschriften inzake de
procedures voor het plaatsen van opdrachten door diensten die werkzaam
zijn in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en telecommuni-
catie, PbEG L 76 ). In deze uitspraken heeft het Hof namelijk geoordeeld
dat de bepalingen van de rechtsmiddelenrichtlijnen «aldus moeten
worden uitgelegd, dat de lidstaten ervoor moeten zorgen dat tegen het
aan het sluiten van de overeenkomst voorafgaande besluit waarbij de
aanbestedende dienst kiest met welke inschrijver hij de overeenkomst wil
sluiten, in elk geval beroep kan worden ingesteld waarin de verzoeker de
nietigverklaring van dit besluit kan vorderen ({), los van de mogelijkheid
om na het sluiten van de overeenkomst schadevergoeding te verkrijgen».
Een volledige rechtsbescherming houdt volgens het Hof niet alleen in
dat inschrijvers in kennis worden gesteld van de gunningsbeslissing (zie
r.o. 21 van zaak C-212/02), maar tevens dat er een gunningsbesluit bestaat
dat onderscheiden is van het sluiten van de overeenkomst, en dat in
rechte kan worden bestreden. Voorts dient er een redelijke termijn te
verlopen tussen de mededeling van de gunningsbeslissing aan de
afgewezen inschrijvers en het sluiten van de overeenkomst, zodat zij «om
voorlopige maatregelen kunnen verzoeken totdat de overeenkomst is
gesloten» (zie r.o. 23 van zaak C- 212/02). Als gevolg van de uitspraken van
het Hof inzake Commissie/Frankrijk (HvJ EG, zaak C-152/00, 2002, blz.
I-6973) en Commissie/Nederland (HvJ EG, zaak C-339/87, 1990 blz. I-851) is
het voor nakoming van voornoemde uitspraken Alcatel en Commissie/
Oostenrijk noodzakelijk om expliciet invulling te geven aan deze eisen.
Hiertoe dient artikel 57 van dit besluit.
Daarin wordt ten eerste bepaald dat de mededeling van de gunnings-
beslissing geen aanvaarding inhoudt als bedoeld in artikel 6:217, eerste
lid, van het Burgerlijk Wetboek (artikel 57, eerste lid). Aldus wordt
voorkomen dat deze mededeling als aanvaarding van een aanbod van een
aannemer, leverancier of dienstverlener kan worden aangemerkt. Dit is
van belang gelet op het uitgangspunt in artikel 6:217, eerste lid, van het
Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) dat een overeenkomst in beginsel
ontstaat door aanbod en aanvaarding.
Ten tweede wordt in dit artikel bepaald dat een aanbestedende dienst
geen overeenkomst mag aangaan op basis van een gunningsbeslissing
voordat 15 dagen zijn verstreken na de mededeling van de gunnings-
beslissing (artikel 57, tweede lid). Gedurende die periode van 15 dagen is
het aanbestedende diensten als gevolg van dit besluit niet toegestaan om
een raamovereenkomst te sluiten of een overheidsopdracht te gunnen.
Aldus worden aanbestedende diensten verplicht om een standstill-termijn
van ten minste 15 dagen in acht te nemen waarbinnen de aanbestedende
dienst niet een overeenkomst mag sluiten of tot stand mag doen komen.
Staatsblad 2005
409
78

Ten derde wordt in artikel 57 bepaald dat de mededeling van de
gunningsbeslissing ten minste de gronden van die gunningsbeslissing
moet bevatten. Dit is noodzakelijk om te waarborgen dat ondernemers die
een rechtsmiddel willen aanwenden tegen de gunningsbeslissing
daadwerkelijk 15 dagen de tijd hebben om dit rechtsmiddel aan te
wenden, en bijvoorbeeld niet een gedeelte van deze termijn kwijt zijn aan
het achterhalen van de gronden van de gunningsbeslissing. Zonder de
motivering van de gunningsbeslissing is het immers feitelijk niet mogelijk
voor een ondernemer om een rechtsmiddel aan te wenden.
Met artikel 57, eerste lid, wordt voorzien in de door het Hof gestelde eis
dat een gunningsbeslissing een onderscheidende handeling is ten opzicht
van de totstandkoming of sluiting van een overeenkomst tussen de
aanbestedende dienst en een aanbieder. Dit gunningsbesluit kan (zoals
het Hof vereist) in rechte worden bestreden, aangezien op ieder moment
van een aanbestedingsprocedure aanbieders een actie uit onrechtmatige
daad of een beroep op toerekenbare tekortkoming (bij de civiele rechter of
de Raad van Arbitrage) kunnen instellen tegen handelingen van de
aanbestedende dienst in het kader van een aanbestedingsprocedure.
Overigens moet worden bedacht dat een gunningsbeslissing , voor zover
al genomen door een aanbestedende dienst die tevens bestuursorgaan is,
niet een besluit is waartegen beroep op de bestuursrechter kan worden
ingesteld. Het betreft hier namelijk een besluit ter voorbereiding van een
privaatrechtelijke rechtshandeling (artikel 8:3 van de Algemene wet
bestuursrecht).
De termijn van 15 dagen wordt niet genoemd door het Hof in
voornoemde jurisprudentie. Deze termijn wordt voldoende geacht voor
ondernemers om te beoordelen of de regels van dit besluit zijn nageleefd
en om een voorziening te vragen bij de rechter of Raad van Arbitrage. Een
langere periode zou voorts onevenredig zijn gelet op de belangen van de
aanbestedende dienst en de beoogde opdrachtnemer bij het sluiten en
uitvoeren van de overeenkomst. Feitelijk is voor hen reeds sprake van een
langere standstilltermijn, omdat een aanbestedende dienst in beginsel
eerst na de termijn van 15 dagen zal kunnen beoordelen of de
argumenten van een klagende aannemer, leverancier of aannemer voor
de aanbestedende dienst reden vormen om nog langer af te zien van de
overeenkomst met de beoogde opdrachtnemer. Voorts kan in deze
periode van 15 dagen middels een voorlopige voorzieningenprocedure
worden bereikt dat de aanbestedende dienst na afloop van deze 15 dagen
de overeenkomst gedurende een nadere termijn niet mag sluiten.
Vergelijking met andere lidstaten wijst eveneens uit dat 15 dagen een
redelijke termijn is. Zo heeft Oostenrijk een standstilltermijn van in
beginsel 14 dagen ingevoerd, die kan worden bekort tot 7 of tot 3 dagen.
De termijn kan worden bekort tot 7 dagen indien er bijvoorbeeld sprake is
van dwingende spoed of een onderhandelingsprocedure zonder vooraf-
gaande bekendmaking. Indien een elektronische veiling wordt toegepast
kan de termijn van 14 dagen tot 3 dagen worden teruggebracht. Ook
Duitsland heeft gekozen voor een standstilltermijn van 14 dagen. Tenslotte
heeft de Commissie aangegeven een periode van 15 dagen voldoende te
vinden.
Teneinde te voorkomen dat ook in geval van onvoorziene situaties
waarin direct handelen noodzakelijk is, zoals natuurrampen epidemiën of
aanslagen, de periode van 15 dagen in acht genomen moet worden is in
het tweede lid van dit artikel een uitzonderingsmogelijkheid opgenomen.
In feite gaat het hier om gevallen in de zin van artikel 31, eerste lid,
onderdeel c, van richtlijn nr. 2004/18/EG en artikel 40, derde lid, onderdeel
d, van richtlijn nr. 2004/17/EG (gevallen waarin de onderhandelings-
procedure zonder voorafgaande aankondiging gevolgd kan worden). Uit
de jurisprudentie van het Hof ter zake van deze uitzondering blijkt dat aan
drie voorwaarden moet worden voldaan, wil het Hof een beroep op deze
uitzonderingsmogelijkheid honoreren. Ten eerste moet sprake zijn van
Staatsblad 2005
409
79

onvoorziene omstandigheden. Ten tweede moet de spoed zodanig
dwingend zijn dat de termijnen van de (niet-) openbare procedure of de
onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking niet gevolgd
kan worden. Ten slotte moet er causaal verband bestaan tussen de
onvoorziene omstandigheden en de dwingende spoed.
Artikel 58
Een elektronische veiling is in artikel 1, onderdeel p, van dit besluit
evenals in richtlijn nr. 2004/17/EG gedefinieerd als een herhalend
elektronisch proces voor de presentatie van nieuwe, verlaagde prijzen of
nieuwe waarden voor bepaalde elementen van de inschrijvingen.
Voorafgaand aan de elektronische veiling vindt een volledige beoordeling
van de inschrijvingen plaats aan de hand van de gunningscriteria.
Hierdoor is klassering van de inschrijvingen op elektronische wijze
mogelijk.
Bij elektronisch veilen is het van groot belang dat vanuit het oogpunt
van gelijke behandeling, non-discriminatie en transparantie de specifi-
caties van opdrachten nauwkeurig en kwantificeerbaar kunnen worden
vastgesteld. Hieruit volgt dat de elektronische veiling niet mag worden
toegepast op die elementen van de inschrijving waarvoor een beoordeling
van elementen nodig is die slecht of niet gespecificeerd of gekwantifi-
ceerd kunnen worden (zie artikel 58, eerste en tweede lid). Dit betekent
onder meer dat de elektronische veiling niet gebruikt mag worden voor
opdrachten voor bepaalde werken of diensten die betrekking hebben op
intellectuele verrichtingen, zoals ontwerpen voor werken.
De aanbestedende dienst kan van inschrijvers in een elektronische
veiling vragen nieuwe en lagere prijsoffertes in te dienen. Als gegund
wordt op basis van economisch meest voordelige aanbieding kunnen ook
andere onderdelen van de inschrijving dan prijs worden verbeterd. Uit
een oogpunt van transparantie dient gedurende de elektronische veiling
op elk moment de rangorde van de inschrijvingen bepaald te kunnen
worden. De aanbestedende dienst kan ook andere informatie meedelen
indien dat in het beschrijvend document is vermeld, zoals het aantal
inschrijvers dat deelneemt, of ingediende prijzen of waarden. Ingevolge
het zestiende lid van artikel 58 is het echter niet toegestaan om gedurende
de elektronische veiling de identiteit van de inschrijvers bekend te maken.
Artikel 60
In artikel 60 is de regeling vastgelegd voor aanbiedingen die producten
bevatten die afkomstig zijn van landen waarmee de Gemeenschap met
betrekking tot overheidsaanbestedingen geen akkoord heeft, zoals
bijvoorbeeld de GATT-code voor de levering van producten, het GPA en
de EER-Overeenkomst. Deze regeling is niet veranderd ten opzichte van
het Besluit aanbestedingen nutssector. Op grond van artikel 60 hebben
aanbestedende diensten de mogelijkheid een aanbieding te weigeren,
wanneer de goederen in die aanbieding voor meer dan 50 procent
afkomstig zijn uit landen waarmee de Gemeenschap geen akkoord heeft
gesloten. Op grond van artikel 60, tweede lid, van dit besluit is een
aanbestedende dienst verplicht om een dergelijke aanbieding te weigeren,
indien er een gelijkwaardig aanbod is en de goederen in dat aanbod voor
meer dan 50 procent afkomstig is van binnen de Gemeenschap. Er is
reeds sprake van een gelijkwaardig aanbod als het prijsverschil tussen de
betrokken aanbiedingen 3 procent of minder is.
Gelet op het vijfde lid van artikel 60 van dit besluit kan de groep van
derde landen van samenstelling veranderen al naar gelang de Raad met
een derde land overeenkomt dat richtlijn nr. 2004/17/EG ook van
toepassing is op dat land.
Staatsblad 2005
409
80

Artikelen 61 tot en met 67
Voor het uitschrijven van prijsvragen voor opdrachten voor diensten
boven een bepaalde drempelwaarde bevatten de artikelen 61 tot en met
67 van dit besluit voorschriften voor de aankondiging en de toelating van
deelnemers die grotendeels gelijk zijn aan de bepalingen hieromtrent in
het besluit aanbestedingen nutssector.
In artikel 62 zijn, net als in artikel 13 van dit besluit, de drempelbedragen
niet opgenomen. In plaats daarvan wordt dynamisch verwezen naar de
drempelwaarden in richtlijn nr. 2004/17/EG.
Artikel 62 van richtlijn nr. 2004/17/EG zondert de toepassing van deze
richtlijn op prijsvragen uit voor zover deze richtlijn evenmin van
toepassing is op het gunnen van opdrachten, bijvoorbeeld omdat het gaat
om geheime opdrachten. Voor zover het gaat om prijsvragen voor het
gunnen van overheidsopdrachten voor diensten volgt dit echter reeds
voort uit de artikelen 17 tot en met 19 en 25 van dit besluit. Artikel 62 van
richtlijn nr. 2004/17/EG is daarom slechts van belang voor zover het een
prijsvraag betreft die geen betrekking heeft op het gunnen van een
overheidsopdracht. Wanneer het prijzengeld of de vergoeding die de
aanbestedende dienst in het kader van die prijsvraag betaalt immers gelijk
is aan of meer bedraagt dan de drempelwaarde die voor een aanbes-
tedende dienst geldt ingevolge 62 dan zijn de artikelen 60 tot en met 66
van toepassing. Gelet hierop zijn voor die gevallen in artikel 63 van dit
besluit dezelfde uitzonderingen van toepassing als voor prijsvragen voor
het gunnen van overheidsopdrachten.
Voor de toelating van de deelnemers mogen ingevolge artikel 66 alleen
duidelijke en niet-discriminerende selectiecriteria worden vastgesteld.
Voorts worden in de artikel 66, derde lid, en artikel 67 eisen gesteld aan de
samenstelling van en de besluitvorming door de jury die de ontwerpen
beoordeelt. Een nieuw element ten opzichte van de oude regeling voor
prijsvragen betreft een verduidelijking van de procedure in artikel 66 van
richtlijn nr. 2004/17/EG ten aanzien van het oordeel van de jury over de
voorgelegde ontwerpen die in dit besluit is opgenomen in artikel 67. In de
praktijk werd namelijk de behoefte gevoeld om met behoud van de
anonimiteit van betrokkenen een dialoog te kunnen hebben met de
gegadigden over de door hen ingediende ontwerpen. Een dergelijke
dialoog is nu toegestaan mits de anonimiteit van de aanbieders geëer-
biedigd wordt totdat het oordeel van de jury bekend is. Met het oog
hierop is de beoordelingsprocedure van de jury in dit besluit overeen-
komstig richtlijn nr. 2002/17/EG nader ingevuld door middel van een door
de leden van de jury ondertekende verslaglegging van de beoordeling van
elk project met de vastgestelde rangorde en vergezeld van de opmer-
kingen en de punten die verduidelijking nodig hebben. Vervolgens kunnen
gegadigden worden uitgenodigd om de in de verslaglegging vastgestelde
vragen te beantwoorden. Ook van de dialoog tussen de leden van de jury
en de gegadigden worden volledige notulen opgesteld.
Artikelen 68 en 69
Op grond van artikel 69 zijn aanbestedende diensten verplicht om
bepaalde informatie te verstrekken aan de Minister van Economische
Zaken, onder meer met het oog op de verplichting van Nederland inzake
informatieverstrekking aan de Europese Commissie. Artikel 68 wijst in dat
verband de Minister van Economische Zaken aan als degene die de
Commissie de inlichtingen verstrekt. In artikel 68 van richtlijn nr.
2004/17/EG wordt aangegeven welke informatie moet worden
aangeleverd in het statistisch overzicht.
Staatsblad 2005
409
81

Artikel 71
Artikel 71 van dit besluit geeft uitvoering aan de artikelen 4 tot en met 7
van richtlijn nr. 92/13/EEG van de Raad van de Europese Gemeen-
schappen van 25 februari 1992, tot coördinatie van de wettelijke en
bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toepassing van de
communautaire voorschriften inzake de procedures voor het plaatsen van
opdrachten door diensten die werkzaam zijn in de sectoren water- en
energievoorziening, vervoer en telecommunicatie (PbEG L 76), naar de
tekst zoals deze laatstelijk voor de toepassing van de Overeenkomst
betreffende de Europese Economische Ruimte is gewijzigd bij Besluit van
het Gemengd comité van de EER Nr. 7/94 van 21 maart 1994 tot wijziging
van Protocol 47 en sommige bijlagen bij de EER-Overeenkomst (PbEG L
160) (hierna: richtlijn 92/13/EEG). In deze artikelen wordt de aanbes-
tedende dienst de mogelijkheid geboden hun aanbestedingsprocedures
en de praktische tenuitvoerlegging ervan regelmatig te laten controleren
met het oog op het verkrijgen van een verificatieattest. In zo'n attest wordt
geconstateerd dat de gehanteerde procedures in overeenstemming zijn
met het Gemeenschapsrecht en het nationale recht. Richtlijn nr.
2004/17/EG laat net als richtlijn nr. 93/38/EEG de lidstaten de keuze om
ofwel zelf een stelsel op te zetten ofwel de aanbestedende diensten te
verwijzen naar een verificatiestelsel van een andere lidstaat. In Nederland
is er destijds voor gekozen om in overleg met de Raad voor Accreditatie
een verificatiestelsel op te zetten om het mogelijk te maken dat Neder-
landse nutsbedrijven zonder (vertaal)kosten zo'n verificatieattest kunnen
krijgen.
De personen, beroepsgroepen of personeel van instellingen die de
verificatietaken moeten uitoefenen, worden door de Minister van
Economische Zaken aangewezen. Voor de aanwijzing geldt als eis dat de
minister van oordeel is dat de desbetreffende persoon of beroepsgroep of
het desbetreffende personeel beantwoordt aan de eisen van artikel 6,
eerste lid, van richtlijn nr. 92/13/EEG. Hij baseert zijn oordeel op accredi-
tatie van de personen, beroepsgroepen of personeel door de Raad voor
Accreditatie of een daarmee vergelijkbaar orgaan. (EN 45503). De eisen
zijn beschreven in paragraaf 4 van NEN-EN 45503 (1e druk, maart 1996),
Norm voor verklaringen met betrekking met betrekking tot de beoordeling
van procedures voor de contracttoekenning door organisaties werkzaam
in de sectoren water, energie, transport en telecommunicatie. De
aanwijzing wordt bekend gemaakt in de Staatscourant.
Bij deze aanwijzing, maar ook daarna, dient de minister voldoende
inzicht te hebben in het functioneren van de betreffende personen. In
artikel 4, tweede lid, en artikel 6, eerste lid, juncto artikel 1, tweede lid, van
de Overeenkomst accreditatie en aanwijzing instellingen voor
conformiteits- en kwaliteitsbeoordeling (Stcrt. 1996, 227) is bepaald dat de
Raad voor Accreditatie de minister informatie verschaft als de betrokken
personen daarin toestemmen.
In het verificatieattest word geconstateerd dat de gehanteerde proce-
dures bij de aanbestedende dienst in overeenstemming zijn met het
Gemeenschapsrecht inzake het gunnen van opdrachten en de nationale
voorschriften waarin dat recht is omgezet. Na ontvangst van zo'n attest
kan de aanbestedende dienst het bestaan ervan vermelden bij de
publicatie van hun opdracht in het Publicatieblad van de Europese
Gemeenschappen dan wel in een landelijk verspreid dagblad.
Artikel 72
Een aanbestedende dienst is verplicht om mee te werken aan het
correctie-mechanisme van artikel 8 van richtlijn nr. 92/13/EEG. Als de
Commissie vóór de sluiting van een overeenkomst van oordeel is dat er
een duidelijke en kennelijke inbreuk op de communautaire voorschriften
Staatsblad 2005
409
82

inzake opdrachten heeft plaatsgevonden tijdens een aanbestedingspro-
cedure, kan de Commissie de procedure van artikel 8 van richtlijn nr.
92/13/EEG hanteren.
Artikel 73
In artikel 73 wordt de mogelijkheid opengesteld van een bemiddelings-
procedure op communautair niveau overeenkomstig de artikelen 9 tot en
met 11 van richtlijn nr. 92/13/EEG. Iedere aanbestedende dienst die belang
heeft of heeft gehad bij de gunning van een bepaalde opdracht kan de
Commissie verzoeken om deze bemiddelingsprocedure toe te passen,
indien hij van mening is dat hij in verband met de desbetreffende
aanbestedingsprocedure benadeeld is of dreigt te worden. Een verzoek
om bemiddeling wordt ingediend bij de Commissie of bij het Ministerie
van Economische Zaken.
De artikelen 10 en 11, eerste lid, van richtlijn nr. 92/13/EEG bevatten de
procedure, die bij de bemiddeling gehanteerd wordt. Als de Commissie
van oordeel is dat het geschil betrekking heeft op de niet-juiste toepassing
van het Gemeenschapsrecht, verzoekt zij de aanbestedende dienst te
verklaren of deze bereid is aan de bemiddelingsprocedure deel te nemen.
Indien de aanbestedende dienst dit weigert, stelt de Commissie de
indiener van het verzoek ervan in kennis dat de procedure niet kan
worden ingeleid. Als de aanbestedende dienst wel met het verzoek
instemt, dient hij overeenkomstig de artikelen 10, tweede tot en met
zevende lid, en 11, eerste lid, van deze richtlijn medewerking aan de
procedure te verlenen. De Commissie stelt in dat geval een bemiddelaar
voor, die voorkomt op een lijst van daartoe gemachtigde, onafhankelijke
personen. Elke partij wijst nog een extra bemiddelaar aan. De aanbe-
stedende dienst is vervolgens verplicht om de bemiddelaars ervan in
kennis te stellen wanneer een andere belanghebbende dan de indiener
van het bemiddelingsverzoek beroep bij een rechter, dan wel een beroep
in de zin van richtlijn nr. 92/13/EEG heeft ingesteld. De bemiddelaars
nodigen vervolgens deze derde partij uit om aan de bemiddelings-
procedure deel te nemen. Bij een weigering hiertoe kunnen de bemidde-
laars eventueel besluiten de bemiddelingsprocedure te beëindigen. In dat
geval delen zij de Commissie de reden van hun besluit mee.
Artikelen 75
In artikel 75 van dit besluit is het overgangsregime opgenomen. Ten
eerste is bepaald dat het Besluit aanbestedingen nutssector wordt
ingetrokken. Ten tweede is bepaald dat een aanbestedende dienst tot
uiterlijk 31 januari 2006 het Besluit aanbestedingen nutssector van
toepassing kan verklaren. In de periode tussen inwerkingtreding van dit
besluit en de uiterste datum waarop de aanbestedingsrichtlijn geďmple-
menteerd moet zijn (31 januari 2006) heeft de aanbestedende dienst dus
de keuze om het Besluit aanbestedingen nutssector van toepassing te
verklaren in plaats van dit besluit. Deze keuze is met name van belang
voor aanbestedende diensten die een aanbestedingsprocedure gestart zijn
voor de inwerkingtreding van dit besluit en die procedure nog niet
afgerond zal zijn op het moment dat dit besluit inwerking treedt. Van de
kant van aanbestedende diensten is naar voren gebracht dat het in die
gevallen toch wenselijk kan zijn dat de regels van dit besluit direct na
inwerkingtreding van toepassing zijn. Derhalve is afgezien van een
overgangsregime van tijdelijk uitgestelde werking van dit besluit.
Dit overgangsregime maakt het ook mogelijk dat een aanbestedende
dienst een lopende aanbestedingsprocedure na inwerkingtreding van dit
besluit afrondt onder toepassing van het Besluit aanbestedingen
nutssector. Dit geldt uiteraard alleen voor zover die aanbestedingspro-
cedure vóór 31 januari 2006 wordt afgerond. Indien een aanbestedende
Staatsblad 2005
409
83

dienst het Besluit aanbestedingen nutssector van toepassing heeft
verklaard maar de aanbestedingsprocedure niet vóór 31 januari 2006
wordt afgerond, dan is met ingang van 31 januari 2006 alsnog onderhavig
besluit van toepassing op die aanbestedingsprocedure.
Artikel 76
Door dit besluit eerst drie maanden na publicatie ervan inwerking te
laten treden, hebben de aanbestedende diensten de tijd om maatregelen
te treffen binnen hun organisatie ter voorbereiding op de nieuwe
aanbestedingsregels, zoals het aanpassen van modellen en handlei-
dingen.
De Minister van Economische Zaken,
L. J. Brinkhorst
Staatsblad 2005
409
84

BIJLAGE 1
Lijst van werkzaamheden in de zin van artikel 1, onderdeel h
(Opdracht voor werken)
NACE
CPV-code
Sectie F
BOUWNIJVER-
HEID
Afdeling
Groep
Klasse
Omschrijving
Toelichting
45
Bouwnijverheid
Deze afdeling omvat:
45000000
nieuwbouw, restauratiewerk en
gewone reparaties.
45.1
Het bouwrijp
45100000
maken van
terreinen
45.11
Slopen van
Deze klasse omvat:
45110000
gebouwen;
­ het slopen van gebouwen en
grondverzet
andere bouwwerken;
­ het ruimen van bouwterrei-
nen;
­ het grondverzet: graven,
ophogen, egaliseren en
nivelleren van bouwterreinen,
graven van sleuven en geulen,
verwijderen van rotsen,
grondverzet met behulp van
explosieven enz.;
­ het geschikt maken van
terreinen voor mijnbouw:
verwijderen van deklagen en
overige werkzaamheden in
verband met de ontsluiting van
delfstoffen en de voorbereiding
van de ontginning.
Deze klasse omvat voorts:
­ de drainage van bouwterrei-
nen;
­ de drainage van land- en
bosbouwgrond.
45.12
Proefboren en
Deze klasse omvat:
45120000
boren
­ het proefboren en het nemen
van bodemmonsters ten
behoeve van de bouw of voor
geofysische, geologische of
dergelijke doeleinden.
Deze klasse omvat niet:
­ het boren van putten voor de
aardolie- of aardgaswinning,
zie 11.20;
­ het boren van waterputten,
zie 45.25;
­ het delven van mijnschach-
ten, zie 45.25;
­ de aardolie- en aardgas-
exploratie en geofysisch,
geologisch en seismisch
onderzoek, zie 74.20.
45.2
Burgerlijke en
45200000
utiliteitsbouw;
weg- en water-
bouw
Staatsblad 2005
409
85

NACE
CPV-code
45.21
Algemene
Deze klasse omvat:
45210000
bouwkundige en
de bouw van alle soorten
civieltechnische
gebouwen;
werken
de uitvoering van civieltechni-
sche werken:
bruggen, inclusief die voor
verhoogde wegen, viaducten,
tunnels en ondergrondse
doorgangen,
pijpleidingen, kabels en
hoogspanningsleidingen over
lange afstand,
pijpleidingen, kabels en
hoogspanningsleidingen in de
bebouwde kom, bijkomende
werken;
het monteren en optrekken van
geprefabriceerde constructies
ter plaatse.
Deze klasse omvat niet:
diensten in verband met de
aardolie- en de aardgas-
winning, zie 11.20;
het optrekken van volledige
geprefabriceerde constructies
van zelf vervaardigde
onderdelen, niet van beton, zie
20, 26, 28;
bouwwerkzaamheden aan of in
stadions, zwembaden,
sporthallen, tennisbanen,
golfterreinen en andere
sportaccommodaties, andere
dan het optrekken van
gebouwen, zie 45.23;
installatiewerkzaamheden, zie
45.3;
de afwerking van gebouwen,
zie 45.4;
architecten en ingenieurs, zie
74.20;
projectbeheer voor de bouw,
zie 74.20.
45.22
Dakbedekking en
Deze klasse omvat:
45220000
bouw van
de bouw van daken;
dakconstructies
dakbedekking
het waterdicht maken
45.23
Wegenbouw
Deze klasse omvat:
45230000
de bouw van autowegen,
straten en andere wegen en
paden voor voertuigen en
voetgangers;
de bouw van spoorwegen;
de bouw van start- en
landingsbanen;
bouwwerkzaamheden aan of in
stadions, zwembaden,
sporthallen, tennisbanen,
golfterreinen en andere
sportaccommodaties, andere
dan het optrekken van
gebouwen;
het schilderen van markerin-
gen op wegen en parkeerplaat-
sen.
Deze klasse omvat niet:
voorafgaand grondverzet, zie
45.11.
Staatsblad 2005
409
86

NACE
CPV-code
45.24
Waterbouw
Deze klasse omvat:
45240000
de aanleg van:
waterwegen, haven- en
rivierwerken, jachthavens,
sluizen enz.;
dammen en dijken;
baggerwerk;
werkzaamheden onder water.
45.25
Overige gespecia- Deze klasse omvat:
45250000
liseerde werk-
gespecialiseerde bouw-
zaamheden in de
werkzaamheden ten behoeve
bouw
van diverse bouwwerken,
waarvoor specifieke ervaring of
een speciale uitrusting nodig
is:
bouw van funderingen,
inclusief heien;
boren en aanleggen van
waterputten, delven van
mijnschachten;
opbouw van niet zelf vervaar-
digde elementen van staal;
buigen van staal;
metselen, inclusief zetten van
natuursteen;
optrekken en afbreken van
steigers en werkplatforms,
inclusief verhuur van steigers
en werkplatforms;
bouw van schoorstenen en
industriële ovens.
Deze klasse omvat niet:
de verhuur van steigers zonder
optrekken en afbreken, zie
71.32.
45.3
Bouwinstallatie
45300000
45.31
Elektrische
Deze klasse omvat:
45310000
installatie
de installatie in gebouwen en
andere bouwwerken van:
elektrische bedrading en
toebehoren;
telecommunicatiesystemen;
elektrische verwarmings-
systemen;
antennes;
apparatuur voor brandalarm;
alarminstallaties tegen diefstal;
liften en roltrappen;
bliksemafleiders enz.
45.32
Isolatie
Deze klasse omvat:
45320000
het aanbrengen in gebouwen
en andere bouwwerken van
isolatiemateriaal (warmte,
geluid, trillingen).
Deze klasse omvat niet:
het waterdicht maken, zie
45.22.
45.33
Loodgieterswerk
Deze klasse omvat:
45330000
de installatie in gebouwen en
andere bouwwerken van:
waterleidingen en artikelen
voor sanitair gebruik;
gasaansluitingen;
apparatuur en leidingen voor
verwarming, ventilatie, koeling
en klimaatregeling;
sprinklerinstallaties.
Deze klasse omvat niet:
de installatie en reparatie van
elektrische verwarmingsinstal-
laties, zie 45.31.
Staatsblad 2005
409
87

NACE
CPV-code
45.34
Overige bouw-
Deze klasse omvat:
45340000
installatie
de installatie van verlichtings-
en signaleringssystemen voor
wegen, spoorwegen, luchtha-
vens en havens;
de installatie in en aan
gebouwen en andere bouw-
werken van toebehoren, niet
elders geklasseerd.
45.4
Afwerking van
45400000
gebouwen
45.41
Stukadoorswerk
Deze klasse omvat:
45410000
het aanbrengen van pleister-
en stukadoorswerk (incl. het
aanbrengen van een hecht-
grond) aan de binnen- of
buitenzijde van gebouwen en
andere bouwwerken.
45.42
Schrijnwerk
Deze klasse omvat:
45420000
het plaatsen van niet zelf
vervaardigde deuren, vensters,
kozijnen, inbouwkeukens,
trappen, winkelinrichtingen en
dergelijke, van hout of van
ander materiaal;
de binnenafwerking, zoals
plafonds, wandbekleding van
hout, verplaatsbare tussenwan-
den enz.
Deze klasse omvat niet:
het leggen van parket of
andere houten vloerbedekking,
zie 45.43
45.43
Vloerafwerking en Deze klasse omvat:
45430000
behangen
het aanbrengen in gebouwen
en andere bouwwerken van:
vloer- of wandtegels van
keramische stoffen, beton of
gehouwen steen;
parket en andere houten
vloerbedekking;
tapijt en vloerbedekking van
linoleum, rubber of kunststof;
vloerbedekking en wandbekle-
ding van terrazzo, marmer,
graniet of lei;
behang.
45.44
Schilderen en
Deze klasse omvat:
45440000
glaszetten
het schilderen van het binnen-
en buitenwerk van gebouwen;
het schilderen van wegen- en
waterbouwkundige werken;
het aanbrengen van glas,
spiegels enz.
Deze klasse omvat niet:
de installatie van vensters, zie
45.42.
45.45
Overige werk-
Deze klasse omvat:
45450000
zaamheden in
de installatie van particuliere
verband met de
zwembaden;
afwerking van
gevelreiniging met behulp van
gebouwen
stoom, door middel van
zandstralen enz.;
overige werkzaamheden in
verband met de afwerking van
gebouwen, n.e.g.
Deze klasse omvat niet:
het reinigen van het interieur
van gebouwen en andere
bouwwerken, zie 74.70
Staatsblad 2005
409
88

NACE
CPV-code
45.5
Verhuur van
45500000
bouw- of
sloopmachines
met bedienings-
personeel
45.50
Verhuur van
Deze klasse omvat niet:
45500000
bouw- of
de verhuur van bouw- en
sloopmachines
sloopmachines zonder
met bedienings-
bedieningspersoneel, zie 71.32.
personeel
Staatsblad 2005
409
89

BIJLAGE 2
Inlichtingen die in aankondigingen worden opgenomen
A. Inlichtingen die ten minste in aankondiging van de opdracht
dienen te worden opgenomen
1. Openbare procedures
1. Naam, adres, telegramadres, e-mailadres, telefoon-, telex- en
faxnummer van de aanbestedende dienst.
2. Zo nodig vermelden of de aanbesteding is voorbehouden aan sociale
werkvoorzieningen als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van het Besluit
uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken.
3. Aard van de opdracht (leveringen, werken of diensten; indien van
toepassing, vermelding of het om een raamovereenkomst gaat of om een
dynamisch verkoopsysteem).
Categorie van de dienst in de zin van bijlage 3 en beschrijving ervan
(referentienummer(s) van de nomenclatuur).
Indien van toepassing, vermelding of de inschrijvingen worden
gevraagd met het oog op aankoop, lease, huur, huurkoop of een combi-
natie hiervan.
4. Plaats van levering, uitvoering of dienstverlening.
5. Voor leveringen en werken:
a) Aard en hoeveelheid van de te leveren producten (referentie-
nummer(s) van de nomenclatuur). Vermelding van met name de opties
voor latere aankopen en, indien mogelijk, een voorlopig tijdschema voor
de uitoefening van de opties, alsook van het aantal eventuele verlen-
gingen. Bij een serie periodiek terugkerende opdrachten voorts
vermelding, indien mogelijk, van het voorlopige tijdschema van de latere
aankondigingen voor de vereiste producten of de aard en omvang van de
prestaties en de algemene kenmerken van de werken (referentie-
nummer(s) van de nomenclatuur).
b) Vermelding of leveranciers de mogelijkheid hebben om voor delen of
voor het geheel van de gevraagde leveringen in te schrijven. Indien, bij
opdrachten voor werken, het werk of de opdracht in meerdere percelen is
verdeeld, vermelding van de orde van grootte van de percelen en van de
mogelijkheid om voor één, meerdere of alle percelen in te schrijven.
c) Bij opdrachten voor werken: gegevens betreffende het doel van het
werk of de opdracht wanneer deze ook betrekking heeft op de opstelling
van ontwerpen.
6. Voor diensten:
a) Aard en hoeveelheid van de te verlenen diensten. Vermelding van
met name de opties voor latere aankopen en, indien mogelijk, een
voorlopig tijdschema voor de uitoefening van de opties, alsook van het
aantal eventuele verlengingen. Bij een serie periodiek terugkerende
opdrachten voorts vermelding, indien mogelijk, van het voorlopige
tijdschema van de latere aankondigingen voor de vereiste diensten.
b) Vermelding of het verrichten van de dienst ingevolge wettelijke en
bestuursrechtelijke bepalingen aan een bepaalde beroepsgroep is
voorbehouden.
c) Verwijzing naar de desbetreffende wettelijke en bestuursrechtelijke
bepalingen.
d) Vermelding of rechtspersonen de namen en beroepskwalificaties van
het personeel dat met het verlenen van de diensten wordt belast, dienen
op te geven.
e) Vermelding of de dienstverleners een inschrijving voor een gedeelte
van de diensten mogen indienen.
7. Indien bekend, aangeven of er al dan niet varianten zijn toegestaan.
8. Uitvoerings- of leveringstermijn of looptijd van de opdracht voor
diensten en, in de mate van het mogelijke, de datum van aanvang.
Staatsblad 2005
409
90

9. a) Adres waar het beschrijvend document en aanvullende documen-
tatie kunnen worden aangevraagd.
b) Indien van toepassing, het bedrag dat voor het verkrijgen van de
genoemde documentatie moet worden betaald en wijze van betaling.
10. a) Uiterste datum voor de ontvangst van de inschrijvingen of van de
indicatieve inschrijvingen indien het gaat om de instelling van een
dynamisch aankoopsysteem.
b) Adres waar zij moeten worden ingediend.
c) Taal of talen waarin zij moeten worden gesteld.
11. a) Indien van toepassing, personen die bij de opening van de
inschrijvingen worden toegelaten.
b) Dag, uur en plaats van de opening.
12. Indien van toepassing, verlangde borgsommen en waarborgen.
13. Belangrijkste financierings- en betalingsvoorwaarden of verwij-
zingen naar de teksten waar deze te vinden zijn.
14. Indien van toepassing, de vereiste rechtsvorm van de groep van
ondernemers waaraan de opdracht wordt gegund.
15. Minimumvereisten van economische en technische aard waaraan de
ondernemer aan wie de opdracht wordt gegund, moet voldoen.
16. Termijn gedurende welke de inschrijver zijn inschrijving gestand
moet doen.
17. Indien van toepassing, de bijzondere voorwaarden voor de
uitvoering van de opdracht.
18. In artikel 56 bedoelde gunningscriteria: «laagste prijs» of «econo-
misch meest voordelige inschrijving». De criteria die de economisch
meest voordelige inschrijving opleveren en de weging ervan of, in
voorkomend geval, de volgorde van belangrijkheid van die criteria
worden vermeld wanneer zij niet in het beschrijvend document staan.
19. Indien van toepassing, verwijzing naar de publicatie van de
periodieke aankondiging of de aankondiging van de publicatie van deze
aankondiging in het kopersprofiel waarop de opdracht betrekking heeft in
het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.
20. Naam en adres van de instantie die bevoegd is voor beroeps-
procedures en eventueel bemiddelingsprocedures. Aanduiding van de
termijnen voor het instellen van een beroep, of, in voorkomend geval,
naam, adres, telefoonnummer, faxnummer en e-mailadres van de dienst
waar deze inlichtingen kunnen worden verkregen.
21. Datum van verzending van de aankondiging door de aanbestedende
dienst.
22. Datum van ontvangst van de aankondiging door het Bureau voor
officiële publicaties der Europese Gemeenschappen (wordt door het
Publicatiebureau verstrekt).
23. Andere relevante inlichtingen.
2. Niet-openbare procedures
1. Naam, adres, telegramadres, e-mailadres, telefoon-, telex- en
faxnummer van de aanbestedende dienst.
2. Zo nodig vermelden of de aanbesteding is voorbehouden aan sociale
werkvoorzieningen als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van het Besluit
uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken.
3. Aard van de opdracht (leveringen, werken of diensten en indien van
toepassing, vermelding of het om een raamovereenkomst gaat).
Categorie van de dienst in de zin van bijlage 3 en beschrijving ervan
(referentienummer(s) van de nomenclatuur).
Indien van toepassing, vermelding of de inschrijvingen worden
gevraagd met het oog op aankoop, lease, huur, huurkoop of een combi-
natie hiervan.
4. Plaats van levering, uitvoering of dienstverrichting.
5. Voor leveringen en werken:
Staatsblad 2005
409
91

a) Aard en hoeveelheid van de te leveren producten (referentie-
nummer(s) van de nomenclatuur). Vermelding van met name de opties
voor latere aankopen en, indien mogelijk, een voorlopig tijdschema voor
de uitoefening van de opties, alsook van het aantal eventuele verlen-
gingen. Bij een serie periodiek terugkerende opdrachten voorts
vermelding, indien mogelijk, van het voorlopige tijdschema van de latere
aankondigingen voor de vereiste producten of de aard en omvang van de
prestaties en de algemene kenmerken van de werken (referentie-
nummer(s) van de nomenclatuur).
b) Vermelding of leveranciers de mogelijkheid hebben om voor delen of
voor het geheel van de gevraagde leveringen in te schrijven.
c) Indien, bij opdrachten voor werken, het werk of de opdracht in
meerdere percelen is verdeeld, vermelding van de orde van grootte van
de percelen en van de mogelijkheid om voor één, meerdere of alle
percelen in te schrijven. Bij opdrachten voor werken: gegevens betref-
fende het doel van het werk of de opdracht wanneer deze ook betrekking
heeft op de opstelling van ontwerpen.
6. Voor diensten:
a) Aard en hoeveelheid van de te verrichten diensten. Vermelding van
met name de opties voor latere aankopen en, indien mogelijk, een
voorlopig tijdschema voor de uitoefening van de opties, alsook van het
aantal eventuele verlengingen. Bij een serie periodiek terugkerende
opdrachten voorts vermelding, indien mogelijk, van het voorlopige
tijdschema van de latere aankondigingen voor de vereiste diensten.
b) Vermelding of het verrichten van de dienst ingevolge wettelijke of
bestuursrechtelijke bepalingen aan een bepaalde beroepsgroep is
voorbehouden.
c) Verwijzing naar de desbetreffende wettelijke en bestuursrechtelijke
bepalingen.
d) Vermelding of rechtspersonen de namen en beroepskwalificaties van
het personeel dat met het verrichten van de dienst wordt belast, dienen
op te geven.
e) Vermelding of de dienstverleners een inschrijving voor een gedeelte
van de diensten mogen indienen.
7. Indien bekend, aangeven of er al dan niet varianten zijn toegestaan.
8. Uitvoerings- of leveringstermijn of looptijd van de opdracht voor
diensten en, in de mate van het mogelijke, de datum van aanvang.
9. Indien van toepassing, de vereiste rechtsvorm van de groep van
ondernemers waaraan de opdracht wordt gegund.
10. a) Uiterste datum voor de ontvangst van de aanvragen tot
deelneming.
b) Adres waar zij moeten worden ingediend.
c) Taal of talen waarin zij moeten worden gesteld.
11. Uiterste datum voor de verzending van de uitnodigingen tot
inschrijving.
12. Indien van toepassing, verlangde borgsommen en waarborgen.
13. Belangrijkste financierings- en betalingsvoorwaarden of verwij-
zingen naar de teksten waar deze te vinden zijn.
14. Gegevens over de situatie van de ondernemer en minimumvereisten
van economische en technische aard waaraan hij moet voldoen.
15. In artikel 56 bedoelde gunningscriteria: «laagste prijs» of «econo-
misch voordeligste inschrijving». De criteria die de economisch voorde-
ligste inschrijving opleveren en de weging ervan of de volgorde van
belangrijkheid van die criteria worden vermeld wanneer zij niet in het
beschrijvend document staan of niet aangegeven zullen worden in de
uitnodiging tot het indienen van een inschrijving.
16. Indien van toepassing, de bijzondere voorwaarden voor de
uitvoering van de opdracht.
Staatsblad 2005
409
92

17. Indien van toepassing, verwijzing naar de bekendmaking van de
periodieke aankondiging of de aankondiging van bekendmaking van deze
aankondiging in het kopersprofiel waarop de opdracht betrekking heeft in
het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.
18. Naam en adres van de instantie die bevoegd is voor beroeps-
procedures en eventueel bemiddelingsprocedures. Aanduiding van de
termijnen voor het instellen van een beroep, of, in voorkomend geval,
naam, adres, telefoonnummer, faxnummer en e-mailadres van de dienst
waar deze inlichtingen kunnen worden verkregen.
19. Datum van verzending van de aankondiging door de aanbestedende
dienst.
20. Datum van ontvangst van de aankondiging door het Bureau voor
officiële publicaties der Europese Gemeenschappen (wordt door het
Publicatiebureau verstrekt).
21. Andere relevante inlichtingen.
3. Procedures van gunning door onderhandelingen
1. Naam, adres, telegramadres, e-mailadres, telefoon-, telex- en
faxnummer van de aanbestedende dienst.
2. Zo nodig vermelden of de aanbesteding is voorbehouden aan sociale
werkvoorzieningen als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van het Besluit
uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken
3. Aard van de opdracht (leveringen, werken of diensten; indien van
toepassing, vermelding of het om een raamovereenkomst gaat).
Categorie van de dienst in de zin van bijlage 3 en beschrijving ervan
(referentienummer(s) van de nomenclatuur).
Indien van toepassing, vermelding of de inschrijvingen worden
gevraagd met het oog op aankoop, lease, huur, huurkoop of een combi-
natie hiervan.
4. Plaats van levering, uitvoering of dienstverrichting.
5. Voor leveringen en werken:
a) Aard en hoeveelheid van de te leveren producten (referentie-
nummer(s) van de nomenclatuur). Vermelding van met name de opties
voor latere aankopen en, indien mogelijk, een voorlopig tijdschema voor
de uitoefening van de opties, alsook van het aantal eventuele verlen-
gingen. Bij een serie periodiek terugkerende opdrachten voorts
vermelding, indien mogelijk, van het voorlopige tijdschema van de latere
aankondigingen voor de vereiste producten of de aard en omvang van de
prestaties en de algemene kenmerken van de werken (referentie-
nummer(s) van de nomenclatuur).
b) Vermelding of leveranciers de mogelijkheid hebben om voor delen of
voor het geheel van de gevraagde leveringen in te schrijven. Indien, bij
opdrachten voor werken, het werk of de opdracht in meerdere percelen is
verdeeld, vermelding van de orde van grootte van de percelen en van de
mogelijkheid om voor één, meerdere of alle percelen in te schrijven.
c) Bij opdrachten voor werken: gegevens betreffende het doel van het
werk of de opdracht wanneer deze ook betrekking heeft op de opstelling
van ontwerpen.
6. Voor diensten:
a) Aard en hoeveelheid van de te verrichten diensten. Vermelding van
met name de opties voor latere aankopen en, indien mogelijk, een
voorlopig tijdschema voor de uitoefening van de opties, alsook van het
aantal eventuele verlengingen. Bij een serie periodiek terugkerende
opdrachten voorts vermelding, indien mogelijk, van het voorlopige
tijdschema van de latere aankondigingen voor de vereiste diensten.
b) Vermelding of het verrichten van de dienst ingevolge wettelijke en
bestuursrechtelijke bepalingen aan een bepaalde beroepsgroep is
voorbehouden.
Staatsblad 2005
409
93

c) Verwijzing naar de desbetreffende wettelijke en bestuursrechtelijke
bepalingen.
d) Vermelding of rechtspersonen de namen en beroepskwalificaties van
het personeel dat met het verrichten van de diensten wordt belast, dienen
op te geven.
e) Vermelding of dienstverleners voor een gedeelte van de diensten
kunnen inschrijven.
7. Indien bekend, aangeven of varianten zijn toegestaan.
8. Uitvoerings- of leveringstermijn of looptijd van de opdracht voor
diensten en, in de mate van het mogelijke, de datum van aanvang.
9. Indien van toepassing, de vereiste rechtsvorm van de groep van
ondernemers waaraan de opdracht wordt gegund.
10. a) Uiterste datum voor de ontvangst van de aanvragen tot
deelneming.
b) Adres waar zij moeten worden ingediend.
c) Taal of talen waarin zij moeten worden gesteld.
11. Indien van toepassing, verlangde borgsommen of andere
waarborgen.
12. Belangrijkste financierings- en betalingsvoorwaarden of verwij-
zingen naar de teksten waar deze te vinden zijn.
13. Gegevens over de situatie van de ondernemer en minimumvereisten
van economische en technische aard waaraan hij moet voldoen.
14. In artikel 56 bedoelde gunningscriteria: «laagste prijs» of «econo-
misch voordeligste inschrijving». De criteria die de economisch voorde-
ligste inschrijving opleveren en de weging ervan of, in voorkomend geval,
de volgorde van belangrijkheid van die criteria worden vermeld wanneer
zij niet in het beschrijvend document staan of niet aangegeven zullen
worden in de uitnodiging tot onderhandelingen.
15. Indien van toepassing, naam en adres van reeds door de aanbe-
stedende dienst geselecteerde ondernemers.
16. Indien van toepassing, data van voorgaande bekendmakingen in het
Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.
17. Indien van toepassing, de bijzondere voorwaarden voor de
uitvoering van de opdracht.
18. Indien van toepassing, verwijzing naar de bekendmaking van de
periodieke aankondiging of naar de verzending van de aankondiging van
bekendmaking van deze aankondiging in het kopersprofiel waarop de
opdracht betrekking heeft in het Publicatieblad van de Europese Gemeen-
schappen.
19. Naam en adres van de instantie die bevoegd is voor beroeps-
procedures en eventueel bemiddelingsprocedures. Aanduiding van de
termijnen voor het instellen van een beroep, of, in voorkomend geval,
naam, adres, telefoonnummer, faxnummer en e-mailadres van de dienst
waar deze inlichtingen kunnen worden verkregen.
20. Datum van verzending van de aankondiging door de aanbestedende
dienst.
21. Datum van ontvangst van de aankondiging door het Bureau voor
officiële publicaties der Europese Gemeenschappen (moet door het
Publicatiebureau worden verstrekt).
22. Andere inlichtingen.
4. Vereenvoudigde aankondiging van een overheidsopdrachtin het kader
van een dynamisch aankoopsysteem
1. Land van de aanbestedende dienst
2. Naam en adres van de aanbestedende dienst.
3. Verwijzing naar de bekendmaking van de aankondiging van een
overheidsopdracht met betrekking tot het dynamische aankoopsysteem.
Staatsblad 2005
409
94

4. E-mailadres waar het beschrijvend document en de aanvullende
documenten betreffende het dynamische aankoopsysteem beschikbaar
zijn.
5. Voorwerp van de opdracht: beschrijving door middel van referentie-
nummer(s) van de CPV en hoeveelheid of omvang van de te gunnen
opdracht.
6. Termijn voor de indiening van de indicatieve inschrijvingen.
B. Informatie die ten minste in mededelingen inzake het bestaan
van een erkenningsregeling dient te worden opgenomen
1. Naam, adres, telegramadres, e-mailadres, telefoon-, telex- en
faxnummer van de aanbestedende dienst.
2. Zo nodig vermelden of de aanbesteding is voorbehouden aan sociale
werkvoorzieningen als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van het Besluit
uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken.
3. Onderwerp van de erkenningsregeling (beschrijving van (categorieën
van) producten, diensten of werken die door middel van deze regeling
moeten worden aangekocht referentienummer(s) van de nomenclatuur).
4. Voorwaarden die door de ondernemers moeten worden vervuld met
het oog op hun erkenning overeenkomstig de regeling en methoden
waarmee elk van deze voorwaarden zal worden gecontroleerd. Indien de
beschrijving van die voorwaarden en toetsingsmethoden omvangrijk is en
gebaseerd is op documenten die ter beschikking staan van de betrokken
ondernemers, kan met een samenvatting van de belangrijkste
voorwaarden en methoden en met een verwijzing naar de betreffende
documenten worden volstaan.
5. Geldigheidsduur van de erkenningsregeling en formaliteiten voor de
verlenging ervan.
6. Vermelding van het feit dat de mededeling dient als aankondiging.
7. Adres waar nadere inlichtingen en documentatie over de erkennings-
regeling kunnen worden aangevraagd (indien dat adres afwijkt van het in
punt 1 vermelde adres).
8. Naam en adres van de instantie die bevoegd is voor beroeps-
procedures en eventueel bemiddelingsprocedures. Precieze aanduiding
van de termijnen voor het instellen van een beroep, of, in voorkomend
geval, naam, adres, telefoonnummer, faxnummer en e-mailadres van de
dienst waar deze inlichtingen kunnen worden verkregen.
9. In artikel 56 bedoelde gunningscriteria, indien bekend: «laagste prijs»
of «economisch meest voordelige inschrijving». De criteria die de
economisch meest voordelige inschrijving opleveren en de weging ervan
of de volgorde van belangrijkheid van die criteria worden vermeld
wanneer zij niet in het beschrijvend document staan of niet aangegeven
zullen worden in de uitnodiging tot het indienen van een inschrijving of
tot onderhandelingen.
10. Indien van toepassing, andere inlichtingen.
C. Informatie die ten minste in periodieke indicatieve aankondi-
gingen dient te worden opgenomen
1. Rubrieken die in elk geval dienen te worden ingevuld
1. Naam, adres, telegramadres, e-mailadres, telefoon-, telex- en
faxnummer van de aanbestedende dienst of de dienst waar nadere
inlichtingen kunnen worden verkregen.
2. a) Voor opdrachten voor leveringen: aard en hoeveelheid of waarde
van de prestaties of de te leveren producten;referentienummer(s) van de
nomenclatuur.
Staatsblad 2005
409
95

b) Bij opdrachten voor werken: aard en omvang van de prestaties,
algemene kenmerken van het werk of van de percelen die betrekking
hebben op het werk;referentienummer(s) van de nomenclatuur.
c) Voor opdrachten voor diensten: totaal van de voorgenomen
aankopen voor elk van de in bijlage 3, onderdeel A, opgenomen catego-
rieën van diensten;referentienummer(s) van de nomenclatuur.
3. Datum van verzending van de aankondiging of van de aankondiging
van bekendmaking van deze vooraankondiging in het kopersprofiel.
4. Datum van ontvangst van de aankondiging door het Bureau voor
officiële publicaties der Europese Gemeenschappen (moet door het
Publicatiebureau worden verstrekt).
5. Indien van toepassing, andere inlichtingen.
2. Inlichtingen die dienen te worden verstrekt wanneer de aankondiging
dient als aankondiging of een grond vormt voor een verkorting van de
termijnen voor de ontvangst van de inschrijvingen
6. Vermelding van het feit dat belangstellende leveranciers de dienst op
de hoogte moeten brengen van hun belangstelling voor de opdracht(en).
7. Zo nodig vermelden of de aanbesteding bestemd is voor beschutte
werkplaatsen dan wel of de uitvoering ervan in het kader van
programma's voor dergelijke werkplaatsen plaatsvindt.
8. Uiterste datum voor de ontvangst van de verzoeken om een
uitnodiging tot het indienen van een inschrijving of tot onderhandelingen.
9. Aard en hoeveelheid van de te leveren producten of algemene
kenmerken van het werk of de categorie waartoe de dienst behoort, in de
zin van bijlage 3, onderdeel A, en beschrijving, vermelding of het om (een)
raamovereenkomst(en) gaat. Vermelding van met name de opties voor
latere aankopen en een voorlopig tijdschema voor de uitoefening van de
opties, alsook van het aantal eventuele verlengingen. Bij een serie
periodiek terugkerende opdrachten voorts vermelding van het voorlopige
tijdschema van de latere aankondigingen.
10. Vermelding of het een aankoop, lease, huur, huurkoop of een
combinatie hiervan betreft.
11. Uitvoerings- of leveringstermijn of looptijd van de opdracht en, in de
mate van het mogelijke, de datum van aanvang.
12. Adres waar belangstellende ondernemingen schriftelijk blijk moeten
geven van hun belangstelling.
Uiterste datum voor de ontvangst van de blijken van belangstelling.
Taal of talen waarin de aanvragen tot deelneming of inschrijvingen
moeten worden ingediend.
13. Vereisten van economische en technische aard, financiële en
technische waarborgen die van de leveranciers worden verlangd.
14. a) Vermoedelijke datum van aanvang van de procedures voor het
gunnen van de opdracht(en) (indien bekend).
b) Aard van de procedure voor het gunnen (niet-openbaar of via
onderhandelingen).
c) Bedrag dat voor het verkrijgen van de documentatie betreffende de
raadpleging moet worden betaald, en wijze van betaling.
15. Indien van toepassing, de bijzondere voorwaarden voor de
uitvoering van de opdracht(en).
16. Naam en adres van de instantie die bevoegd is voor beroeps-
procedures en eventueel bemiddelingsprocedures. Precieze aanduiding
van de termijnen voor het instellen van een beroep, of, in voorkomend
geval, naam, adres, telefoonnummer, faxnummer en e-mailadres van de
dienst waar deze inlichtingen kunnen worden verkregen.
17. De in artikel 56 bedoelde criteria die, indien bekend, bij de toewijzing
van de opdracht gehanteerd zullen worden: «laagste prijs» of «econo-
misch meest voordelige inschrijving». De criteria die de economisch
meest voordelige inschrijving opleveren en de weging ervan of de
Staatsblad 2005
409
96

volgorde van belangrijkheid van die criteria worden vermeld wanneer zij
niet in het beschrijvend document staan of niet aangegeven zullen
worden in de uitnodiging tot bevestiging van de belangstelling als
bedoeld in artikel 48, vijfde lid, tot het indienen van een inschrijving of tot
onderhandelingen.
3. Gegevens die ten minste vermeld dienen te worden in de aankondiging
in een kopersprofiel van een periodieke indicatieve aankondiging die niet
gebruikt wordt als eenaankondiging
1. Land van de aanbestedende dienst
2. Naam van de aanbestedende dienst
3. Internetadres van het «kopersprofiel» (URL)
4. Referentienummer(s) van de CPV-nomenclatuur
D. Gegevens die ten minste in aankondigingen van gegunde
opdrachten dienen te worden opgenomen
1. In het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen te publiceren
gegevens
1. Naam en adres van de aanbestedende dienst.
2. Aard van de opdracht (leveringen, werken of diensten en referentie-
nummer(s) van de nomenclatuur; indien van toepassing, vermelding of
het om een raamovereenkomst gaat).
3. Ten minste een beknopte beschrijving van de aard en hoeveelheid
van de producten, werken of diensten.
4. a) Vorm van de aankondiging (mededeling betreffende de
erkenningsregeling, periodieke aankondiging, aanbesteding).
b) Verwijzing naar de bekendmaking van de aankondiging in het
Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.
c) In het geval van opdrachten die zonder aankondiging worden
gegund, vermelding van de desbetreffende bepaling van artikel 37, derde
lid , of van artikel 29.
5. Gevolgde aanbestedingsprocedure (openbare procedure,
niet-openbare procedure of gunning via onderhandelingen).
6. Aantal ontvangen inschrijvingen.
7. Datum van de gunning van de opdracht.
8. Prijs die is betaald voor gelegenheidsaankopen uit hoofde van artikel
37, derde lid 3, onderdeel j.
9. Naam en adres van de ondernemers.
10. Indien van toepassing, vermelding of de opdracht in onderaanbe-
steding kon of kan worden gegeven.
11. Betaalde prijs, onderscheidenlijk prijs van de hoogste en de laagste
inschrijving die bij de gunning van de opdracht in aanmerking is
genomen.
12. Naam en adres van de instantie die bevoegd is voor beroeps-
procedures en eventueel bemiddelingsprocedures. Precieze aanduiding
van de termijnen voor het instellen van een beroep, of, in voorkomend
geval, naam, adres, telefoonnummer, faxnummer en e-mailadres van de
dienst waar deze inlichtingen kunnen worden verkregen.
13. Facultatieve gegevens:
­ waarde en deel van de opdracht die aan derden in onderaanbesteding
kon of kan worden gegeven;
­ gunningscriteria.
2. Niet voor publicatie bestemde gegevens
14. Aantal gegunde opdrachten (wanneer een opdracht over
verscheidene leveranciers is verdeeld).
Staatsblad 2005
409
97

15. Waarde van elke gegunde opdracht.
16. Land van oorsprong van het product of de dienst (uit de Gemeen-
schap of niet uit de Gemeenschap en in dit laatste geval uitgesplitst naar
land).
17. Gunningscriteria (economisch meest voordelige inschrijving, laagste
prijs).
18. Is de opdracht gegund aan een inschrijver die een variant voorstelt
op grond van artikel 33, eerste en tweede lid?
19. Zijn, overeenkomstig artikel 59, bepaalde inschrijvingen niet in
aanmerking genomen omdat zij abnormaal laag waren?
20. Datum van verzending van de aankondiging door de aanbestedende
dienst.
21. In het geval van opdrachten voor in bijlage 3, onderdeel B,
opgenomen diensten, instemming van de aanbestedende dienst met de
bekendmaking van de aankondiging (artikel 43, negende lid).
E. Informatie die ten minste in aankondigingen van prijsvragen
dient te worden opgenomen
1. Naam, adres, e-mailadres, telegramadres, telefoon-, telex- en
faxnummer van de aanbestedende dienst en van de dienst waar aanvul-
lende documentatie kan worden verkregen.
2. Beschrijving van het ontwerp (referentienummer(s) van de nomen-
clatuur).
3. Type prijsvraag: openbaar of niet-openbaar.
4. In geval van een openbare prijsvraag: uiterste datum voor de
ontvangst van de ontwerpen.
5. In geval van een niet-openbare prijsvraag:
a) beoogd aantal deelnemers, of minimum- en maximumaantal;
b) indien van toepassing, namen van reeds geselecteerde deelnemers;
c) criteria voor de selectie van de deelnemers;
d) uiterste datum voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming.
6. Indien van toepassing, vermelding of de deelneming aan een
bepaalde beroepsgroep is voorbehouden.
7. Criteria die bij de beoordeling van de ontwerpen zullen worden
gehanteerd.
8. Indien van toepassing, namen van de geselecteerde juryleden.
9. Vermelding of het oordeel van de jury bindend is voor de aanbe-
stedende dienst.
10. Indien van toepassing, aantal prijzen en waarde ervan.
11. Indien van toepassing, nadere gegevens over vergoedingen aan alle
deelnemers.
12. Vermelding of de winnaars recht hebben op eventuele vervolg-
opdrachten.
13. Naam en adres van de instantie die bevoegd is voor beroeps-
procedures en eventueel bemiddelingsprocedures. Precieze aanduiding
van de termijnen voor het instellen van een beroep, of, in voorkomend
geval, naam, adres, telefoonnummer, faxnummer en e-mailadres van de
dienst waar deze inlichtingen kunnen worden verkregen.
14. Datum van verzending van de aankondiging
15. Datum van ontvangst van de aankondiging door het Bureau voor
officiële publicaties der Europese Gemeenschappen.
16. Andere relevante inlichtingen.
F. Informatie die ten minste in aankondigingen van uitslagen van
prijsvragen dient te worden opgenomen
1. Naam, adres, telegramadres, telefoon-, telex- en faxnummer van de
aanbestedende dienst.
Staatsblad 2005
409
98

2. Beschrijving van het ontwerp (referentienummer(s) van de nomen-
clatuur).
3. Totaal aantal deelnemers.
4. Aantal buitenlandse deelnemers.
5. Winnaar(s) van de prijsvraag.
6. Indien van toepassing, toegekende prijs of prijzen.
7. Andere inlichtingen.
8. Verwijzing naar de aankondiging van de prijsvraag.
9. Naam en adres van de instantie die bevoegd is voor beroeps-
procedures en eventueel bemiddelingsprocedures. Precieze aanduiding
van de termijnen voor het instellen van een beroep, of, in voorkomend
geval, naam, adres, telefoonnummer, faxnummer en e-mailadres van de
dienst waar deze inlichtingen kunnen worden verkregen.
10. Datum van verzending van de aankondiging.
11. Datum van ontvangst van de aankondiging door het Bureau voor
officiële publicaties der Europese Gemeenschappen.
Staatsblad 2005
409
99

BIJLAGE 3
Onderdeel A. Diensten in de zin van artikel 28
Categorie Benaming
CPC-indeling CPV-indeling
1
Onderhoud en
6112, 6122,
50100000 tot en met 50982000 (met uitzondering
reparatie
633, 886
van 50310000 tot en met 50324200 en
50116510-9, 50190000-3, 50229000-6,
50243000-0)
2
Vervoer te land met
712 (m.u.v.
60112000-6 tot en met 60129300-1 (met
inbegrip van vervoer
71235),
uitzondering van 60121000 tot en met 60121600,
per pantserwagen en
7512, 87304
60122200-1, 60122230-0), en 64120000-3 tot en
koerier, met uitzonde-
met 64121200-2
ring van postvervoer
3
Luchtvervoer van
73 (m.u.v.
62100000-3 tot en met 62300000-5 (met
passagiers en vracht,
7321)
uitzondering van 62121000-6, 62221000-7)
met uitzondering van
postvervoer
4
Postvervoer te land en 71235, 7321
60122200-1, 60122230-0
door de lucht
62121000-6, 62221000-7
5
Telecommunicatie
752
64200000-8 tot en met 64228200-2, 72318000-7,
en 72530000-9 tot en met 72532000-3
6
Diensten van
Ex 81, 812,
66100000-1 tot en met 66430000-3 en
financiële instellingen: 814
67110000-1 tot en met 67262000-1
a) verzekerings-
diensten
b) bankdiensten en
diensten in verband
met beleggingen
7
Diensten in verband
84
50300000-8 tot en met 50324200-4, 72100000-6
met computers
tot en met 72591000-4 (met uitzondering van
72318000-7 en 72530000-9 tot en met
72532000-3)
8
Onderzoeks- en
85
73000000-2 tot en met 73300000-5
ontwikkelingswerk
(met uitzondering van 73200000-4, 73210000-7,
7322000-0)
9
Accountants en
862
74121000-3 tot en met 74121250-0
boekhouders
10
Markt- en opinie-
864
74130000-9 tot en met 74133000-0, en
onderzoek
74423100-1, 74423110-4
11
Advies inzake
865, 866
73200000-4 tot en met 73220000-0,
bedrijfsvoering en
74140000-2 tot en met 74150000-5 (met
beheer en aanver-
uitzondering van 74142200-8), en
wante diensten
74420000-9, 74421000-6,
74423000-0, 74423200-2,
74423210-5, 74871000-5,
93620000-0
12
Diensten van
867
74200000-1 tot en met 74276400-8, en
architecten; diensten
74310000-5 tot en met 74323100-0, en
van ingenieurs en
74874000-6
geďntegreerde
diensten van
ingenieurs bij
kant-en-klaar
opgeleverde projecten;
diensten in verband
met stedenbouw en
landschaps-
architectuur; diensten
in verband met
aanverwante
wetenschappelijke en
technische adviezen;
diensten voor keuring
en controle
13
Reclamewezen
871
74400000-3 tot en met 74422000-3
(met uitzondering van 74420000-9 en
74421000-6)
14
Reiniging van
874, 82201
70300000-4 tot en met 70340000-6, en
gebouwen en beheer
t/m 82206
74710000-9 tot en met 7476000-4
van onroerend goed
15
Uitgeven en drukken,
88442
78000000-7 tot en met 78400000-1
voor een vast bedrag
of op contractbasis
Staatsblad 2005
409
100

Categorie Benaming
CPC-indeling CPV-indeling
16
Straatreiniging en
94
90100000-8 tot en met 90320000-6, en
afvalverzameling;
50190000-3, 50229000-6,
afvalwaterverzameling
50243000-0
en -verwerking en
aanverwante diensten
Onderdeel B. Diensten in de zin van artikel 29
Categorie Benaming
CPC-indeling CPV-indeling
17
Hotels en restaurants
64
55000000-0 tot en met 55524000-9, en
93400000-2 tot en met 93411000-2
18
Vervoer per spoor
711
60111000-9, en
60121000-2 tot en met 60121600-8
19
Vervoer over water
72
61000000-5 tot en met 61530000-9, en
63370000-3 tot en met 63372000-7
20
Vervoersondersteu-
74
62400000-6, 62440000-8,
nende activiteiten
62441000-5, 62450000-1,
63000000-9 tot en met 63600000-5
(met uitzondering van 63370000-3, 63371000-0,
63372000-7), en 74322000-2, 93610000-7
21
Rechtskundige
861
74110000-3 tot en met 74114000-1
diensten
22
Arbeidsbemiddeling
872
74500000-4 tot en met 74540000-6 (met
uitzondering van 74511000-4), en 95000000-2 tot
en met 95140000-5
23
Opsporing en
873 (m.u.v.
74600000-5 tot en met 74620000-1
beveiliging, met
87304)
uitzondering van
vervoer per pantser-
wagen
24
Onderwijs
92
80100000-5 tot en met 80430000-7
25
Gezondheidszorg en
93
74511000-4, en
maatschappelijke
85000000-9 tot en met 85323000-9
dienstverlening
(met uitzondering van 85321000-5 en
85322000-2)
26
Cultuur, sport en
96
74875000-3 tot en met 74875200-5, en
recreatie
92000000-1 tot en met 92622000-7
(met uitzondering van 92230000-2)
27
Overige diensten
Staatsblad 2005
409
101

BIJLAGE 4
Internationale arbeidsnormen als bedoeld in artikel 68
­ Verdrag betreffende de vrijheid tot het oprichten van vakverenigingen
en de bescherming van het vakverenigingsrecht, 1948 (Verdrag Nr. 87
aangenomen door de Internationale Arbeidsconferentie in haar eenender-
tigste zitting); San Francisco, 9 juli 1948 (Trb. 1957, 183, Trb. 1965, 116 en
Trb. 1969, 188)
­ Verdrag betreffende de toepassing van de beginselen van het recht
zich te organiseren en collectief te onderhandelen (Verdrag Nr. 98
aangenomen door de Internationale Arbeidsconferentie in haar tweeën-
dertigste zitting); Genčve, 1 juli 1949 (Trb. 1972, 105)
­ Verdrag betreffende de gedwongen of verplichte arbeid, 1930
(Verdrag Nr. 29 aangenomen door de Internationale Arbeidsconferentie in
haar veertiende zitting); Genčve, 28 juni 1930 (Stb. 1933, 236)
­ Verdrag betreffende de afschaffing van gedwongen arbeid, 1957
(Verdrag Nr. 105 aangenomen door de Internationale Arbeidsconferentie
in haar veertigste zitting); Genčve, 25 juni 1957 (Trb. 1957, 210)
­ Verdrag betreffende de minimumleeftijd voor toelating tot het
arbeidsproces (Verdrag Nr. 138 aangenomen door de Internationale
Arbeidsconferentie in haar achtenvijftigste zitting); Genčve, 26 juni 1973
(Trb. 1974, 71)
­ Verdrag betreffende discriminatie in arbeid en beroep (Verdrag Nr.
111 aangenomen door de Internationale Arbeidsconferentie in haar
tweeëntwintigste zitting); Genčve, 25 juni 1958 (Trb. 1962, 41)
­ Verdrag betreffende gelijke beloning van mannelijke en vrouwelijke
arbeidskrachten voor arbeid van gelijke waarde, 1951 (Verdrag Nr. 100
aangenomen door de Internationale Arbeidsconferentie in haar vieren-
dertigste zitting); Genčve, 29 juni 1951 (Trb. 1952, 45)
­ Verdrag betreffende het verbod op en de onmiddellijke actie voor de
uitbanning van de ergste vormen van kinderarbeid (Verdrag Nr. 182
aangenomen door de Internationale Arbeidsconferentie in haar zevenent-
achtigste zitting); Genčve, 17 juni 1999 (Trb. 1999, 177)
Staatsblad 2005
409
102

Transponeringstabel
In de onderstaande tabel wordt aangegeven hoe richtlijn nr. 2004/17/EG
in het besluit is uitgevoerd:
Richtlijn nr. 2004/17/EG
Besluit aanbestedingen speciale sectoren
Artikel 1, eerste lid
Behoeft geen implementatie
Artikel 1, tweede lid, onderdeel a
Artikel 1, onderdeel k
Artikel 1, tweede lid, onderdeel b, eerste volzin
Artikel 1, onderdeel h
Artikel 1, tweede lid, onderdeel b, tweede volzin
Artikel 1, onderdeel g
Artikel 1, tweede lid, onderdeel c
Artikel 1, onderdeel i
Artikel 1, tweede lid, onderdeel d
Artikel 1, onderdeel j
Artikel 1, derde lid, onderdeel a
Artikel 1, onderdeel l
Artikel 1, derde lid, onderdeel b
Artikel 1, onderdeel m
Artikel 1, vierde lid
Artikel 1, onderdeel n
Artikel 1, vijfde lid
Artikel 1, onderdeel o
Artikel 1, zesde lid
Artikel 1, onderdeel p
Artikel 1, zevende lid, eerste alinea
Artikel 1, onderdelen d, e en f
Artikel 1, zevende lid, tweede alinea
Artikel 1, onderdeel eee
Artikel 1, zevende lid, derde alinea
Artikel 1, onderdeel bb en cc
Artikel 1, achtste lid
Artikel 1, onderdeel w
Artikel 1, negende lid
Artikel 1, onderdelen x, y en z
Artikel 1, tiende lid
Artikel 1, onderdeel aa
Artikel 1, elfde lid
Artikel 1, onderdeel fff
Artikel 1, twaalfde lid
Artikel 1, onderdeel dd
Artikel 1, dertiende lid, eerste alinea
Artikel 1, onderdeel ff
Artikel 1, dertiende lid, tweede alinea
Artikel 45, tweede lid
Artikel 2, eerste lid, onderdeel a
Artikel 1, onderdelen q en r
Artikel 2, eerste lid, onderdeel b
Artikel 1, onderdeel s en t
Artikel 2, tweede lid
Artikel 1, onderdeel q en s
Artikel 2, derde lid
Artikel 1, onderdelen u en v
Artikel 3, eerste lid
Artikel 2, eerste lid
Artikel 3, tweede lid
Artikel 2, tweede lid
Artikel 3, derde lid
Artikel 3, eerste lid
Artikel 3, vierde lid
Artikel 3, tweede lid
Artikel 4, eerste lid
Artikel 4, eerste lid
Artikel 4, tweede lid
Artikel 4, tweede lid
Artikel 4, derde lid
Artikel 4, derde lid
Artikel 5, eerste lid
Artikel 5, eerste lid
Artikel 5, tweede lid
Artikel 5, tweede lid
Artikel 6, eerste lid
Artikel 6
Artikel 6, tweede lid, onderdeel a
Artikel 1, onderdeel hh
Artikel 6, tweede lid, onderdeel b
Artikel 1, onderdeel ii
Artikel 6, tweede lid, onderdeel c
Artikel 6
Artikel 7, onderdeel a
Behoeft geen implementatie (zie artikel 24)
Artikel 7, onderdeel b
Artikel 7
Artikel 8, eerste volzin
Behoeft geen implementatie
Artikel 8, tweede volzin
Artikel 74
Artikel 9, eerste lid
Artikel 8, eerste en tweede lid
Artikel 9, tweede en derde lid
Artikel 8, derde lid
Artikel 10
Artikel 9
Artikel 11, eerste lid
Artikel 10, eerste en tweede lid
Artikel 11, tweede lid
Artikel 10, derde tot en met vijfde lid
Artikel 12
Artikel 11, tweede lid
Artikel 13
Artikel 12
Artikel 14, eerste lid
Artikel 38, eerste lid
Artikel 14, tweede lid
Artikel 38, tweede lid
Artikel 14, derde lid
Behoeft geen implementatie
Artikel 14, vierde lid
Artikel 38, derde lid
Artikel 15, eerste lid
Artikel 39, eerste lid
Artikel 15, tweede lid
Artikel 39, tweede tot en met vijfde lid
Artikel 15, derde lid
Artikel 39, zesde lid
Artikel 15, vierde lid
Artikel 39, zevende tot en met tiende lid
Artikel 15, vijfde lid
Artikel 39, elfde tot en met dertiende lid
Artikel 15, zesde lid
Artikel 39, veertiende en vijftiende lid
Artikel 15, zevende lid
Artikel 39, zestiende tot en met achttiende lid
Artikel 16
Artikel 13
Artikel 17, eerste lid
Artikel 14, eerste en tweede lid
Artikel 17, tweede lid
Artikel 14, derde lid
Artikel 17, derde lid
Artikel 14, vierde lid
Artikel 17, vierde lid
Artikel 14, vijfde lid
Artikel 17, vijfde lid
Artikel 14, zesde lid
Staatsblad 2005
409
103

Richtlijn nr. 2004/17/EG
Besluit aanbestedingen speciale sectoren
Artikel 17, zesde lid
Artikel 14, zevende tot en met twaalfde lid lid
Artikel 17, zevende lid
Artikel 14, dertiende lid
Artikel 17, achtste lid
Artikel 14, veertiende lid
Artikel 17, negende lid
Artikel 14, vijftiende lid
Artikel 17, tiende lid
Artikel 14, zestiende lid, aanhef en onderdelen
a tot en met c
Artikel 17, elfde lid
Artikel 14, zestiende lid, aanhef en onderdelen
d en e
Artikel 18
Artikel 15
Artikel 19, eerste lid
Artikel 16, eerste lid
Artikel 19, tweede lid
Artikel 16, tweede en derde lid
Artikel 20, eerste lid
Artikel 17, eerste lid
Artikel 20, tweede lid
Artikel 17, tweede en derde lid
Artikel 21
Artikel 18
Artikel 22, onderdelen a, eerste volzin, b en c
Artikel 19, eerste lid
Artikel 22, onderdeel a, tweede volzin
Artikel 19, tweede lid
Artikel 23, eerste lid
Artikel 1, onder mm
Artikel 23, tweede en derde lid, eerste alinea
Artikel 20, eerste lid
Artikel 23, derde lid, tweede alinea
Artikel 20, tweede lid
Artikel 23, derde lid, derde alinea
Artikel 20, derde lid
Artikel 23, vierde lid
Artikel 20, vierde lid
Artikel 23, vijfde lid
Artikel 20, vijfde lid
Artikel 24
Artikel 21
Artikel 25
Artikel 22
Artikel 26
Artikel 23
Artikel 27
Artikel 24
Artikel 28
Artikel 26
Artikel 29
Artikel 27
Artikel 30
Artikel 25
Artikel 31
Artikel 28
Artikel 32
Artikel 29
Artikel 33
Artikel 30
Artikel 34, eerste lid
Artikel 31, eerste lid
Artikel 34, tweede lid
Artikel 31, tweede lid
Artikel 34, derde lid
Artikel 31, derde en vierde lid
Artikel 34, vierde lid, eerste alinea
Artikel 31, vijfde lid
Artikel 34, vierde lid, tweede alinea
Behoeft geen implementatie (in nota van
toelichting opgenomen)
Artikel 34, vijfde lid, eerste alinea
Artikel 31, zesde lid
Artikel 34, vijfde lid, tweede alinea
Artikel 31, zevende lid
Artikel 34, vijfde lid, derde alinea
Behoeft geen implementatie (in nota van
toelichting opgenomen)
Artikel 34, zesde lid, eerste alinea
Artikel 31, achtste lid
Artikel 34, zesde lid, tweede alinea
Artikel 31, negende lid
Artikel 34, zevende lid, eerste alinea
Artikel 1, onderdeel ll
Artikel 34, zevende lid, tweede alinea
Artikel 31, tiende lid
Artikel 34, achtste lid
Artikel 31, elfde en twaalfde lid
Artikel 35
Artikel 32
Artikel 36
Artikel 33
Artikel 37
Artikel 34
Artikel 38
Artikel 35
Artikel 39, eerste lid
Artikel 36, eerste lid
Artikel 39, tweede lid, eerste alinea
Artikel 36, tweede lid
Artikel 39, tweede lid, tweede alinea
Behoeft geen implementatie (volgt reeds uit
het besluit)
Artikel 40, eerste lid
Artikel 37, eerste lid
Artikel 40, tweede en derde lid
Artikel 37, tweede lid
Artikel 41, eerste lid, eerste alinea, onderdelen a, Artikel 40, eerste tot en met vierde lid
eerste alinea, tot en met c
Artikel 41, eerste lid, eerste alinea, onderdeel a,
Artikel 45, eerste lid
tweede alinea
Artikel 41, eerste lid, tweede alinea
Artikel 40, vijfde lid
Artikel 41, eerste lid, derde alinea
Artikel 40, zesde lid
Artikel 41, eerste lid, vierde alinea
Artikel 40, achtste lid
Artikel 41, eerste lid, vijfde alinea
Behoeft geen implementatie (volgt reeds uit
het besluit)
Artikel 41, eerste lid, zesde alinea
Behoeft geen implementatie (volgt reeds uit
het besluit)
Artikel 41, tweede lid
Artikel 40, negende lid
Artikel 41, derde lid
Artikel 41
Artikel 42, eerste lid
Artikel 42, eerste lid
Staatsblad 2005
409
104

Richtlijn nr. 2004/17/EG
Besluit aanbestedingen speciale sectoren
Artikel 42, tweede lid
Artikel 42, tweede lid
Artikel 42, derde lid, onderdelen a tot en met c,
Artikel 42, derde lid
eerste volzin
Artikel 42, derde lid, onderdeel c, tweede volzin
Behoeft geen implementatie (zie artikel 46)
Artikel 43, eerste lid
Artikel 43, eerste tot en met vierde lid
Artikel 43, tweede lid
Artikel 43, vijfde en zesde lid
Artikel 43, derde lid
Artikel 43, zevende en achtste lid
Artikel 43, vierde lid
Artikel 43, negende lid
Artikel 43, vijfde lid
Behoeft geen implementatie (norm is gericht
tot de Commissie)
Artikel 44, eerste lid en tweede lid, tweede alinea Artikel 44, eerste lid
Artikel 44, tweede lid, eerste alinea
Artikel 44, tweede lid
Artikel 44, derde lid
Behoeft geen implementatie (volgt reeds uit
het besluit)
Artikel 44, vierde lid
Behoeft geen implementatie (volgt reeds uit
het besluit)
Artikel 44, vijfde lid
Artikel 44, derde tot en met vijfde lid
Artikel 44, zesde lid en zevende lid, laatste volzin Artikel 44, zesde lid
Artikel 44, zevende lid, eerste volzin en achtste
Behoeft geen implementatie (volgt reeds uit
lid
het besluit)
Artikel 45, eerste lid
Artikel 46, eerste lid
Artikel 45, tweede lid
Artikel 46, tweede lid
Artikel 45, derde lid
Artikel 46, derde tot en met het vijfde lid
Artikel 45, vierde lid, eerste alinea
Artikel 46, zesde lid
Artikel 45, vierde lid, tweede alinea
Artikel 46, zevende lid
Artikel 45, vijfde lid
Artikel 46, achtste lid
Artikel 45, zesde lid
Artikel 46, negende lid
Artikel 45, zevende lid
Artikel 46, tiende en elfde lid
Artikel 45, achtste lid
Artikel 46, twaalfde en dertiende lid
Artikel 45, negende lid
Artikel 46, veertiende lid
Artikel 45, tiende lid
Behoeft geen implementatie
Artikel 46
Artikel 47
Artikel 47, eerste lid
Artikel 48, eerste en tweede lid
Artikel 47, tweede lid
Artikel 48, derde en vierde lid
Artikel 47, derde lid
Artikel 48, vijfde lid
Artikel 47, vierde lid
Artikel 48, zesde lid
Artikel 47, vijfde lid
Artikel 48, zevende en achtste lid
Artikel 48, eerste lid
Artikel 49, eerste lid
Artikel 48, tweede lid
Artikel 49, tweede lid
Artikel 48, derde lid
Artikel 49, derde en vierde lid
Artikel 48, vierde lid
Artikel 49, vijfde lid
Artikel 48, vijfde lid
Artikel 49, zesde tot en met het elfde lid
Artikel 48, zesde lid, aanhef en onder a en b
Artikel 49, twaalfde tot en met het veertiende
lid
Artikel 48, zesde lid, onder c
Dit onderdeel behoeft geen implementatie,
omdat een fax reeds zonder bevestiging per
post of langs elektronische weg als «wettig
bewijs» van een verzoek tot deelneming geldt
Artikel 49, eerste lid
Artikel 50, eerste lid
Artikel 49, tweede lid
Artikel 50, tweede tot en met vijfde lid
Artikel 49, derde lid
Artikel 50, zesde en zevende lid
Artikel 49, vierde lid
Artikel 50, achtste lid
Artikel 49, vijfde lid
Artikel 50, negende en tiende lid
Artikel 50, eerste lid
Artikel 51, eerste en tweede lid
Artikel 50, tweede lid
Artikel 51, derde lid
Artikel 51
Artikel 52
Artikel 52, eerste lid, onderdeel a
Artikel 9
Artikel 52, eerste lid, onderdeel b
Artikel 53, eerste lid
Artikel 52, tweede lid
Artikel 53, tweede en derde lid
Artikel 52, derde lid
Artikel 53, vierde tot en met zesde lid
Artikel 53, eerste lid, en tweede lid, eerste alinea
Artikel 54, eerste en tweede lid
Artikel 53, tweede lid, tweede en derde alinea
Artikel 54, derde lid
Artikel 53, derde lid
Artikel 54, vierde en vijfde lid
Artikel 53, vierde lid, eerste alinea
Artikel 54, zesde lid
Artikel 53, vijfde lid, eerste alinea
Artikel 54, zevende lid
Artikel 53, vierde lid, tweede alinea en vijfde lid,
Artikel 54, achtste lid
tweede alinea
Artikel 53, zesde lid, eerste alinea
Artikel 54, negende lid
Artikel 53, zesde lid, tweede alinea
Artikel 54, tiende lid
Artikel 53, zevende lid
Artikel 54, elfde lid
Staatsblad 2005
409
105

Richtlijn nr. 2004/17/EG
Besluit aanbestedingen speciale sectoren
Artikel 53, achtste lid
Behoeft geen implementatie (zie artikelen 41,
50 en 52)
Artikel 53, negende lid
Artikel 54, twaalfde lid
Artikel 54, eerste tot en met derde lid
Artikel 55, eerste tot en met derde lid
Artikel 54, vierde tot en met zesde lid
Artikel 55, vierde tot en met negende lid
Artikel 55
Artikel 56
Artikel 56, eerste en tweede lid
Artikel 58, eerste en tweede lid
Artikel 56, derde lid
Artikel 58, derde en vierde lid
Artikel 56, vierde lid
Artikel 58, vijfde tot en met negende lid
Artikel 56, vijfde lid
Artikel 58, tiende tot en met twaalfde lid
Artikel 56, zesde lid
Artikel 58, dertiende tot en met vijftiende lid
Artikel 56, zevende lid
Artikel 58, zestiende en zeventiende lid
Artikel 56, achtste lid
Artikel 58, achttiende en negentiende lid
Artikel 57, eerste lid
Artikel 59, eerste en tweede lid
Artikel 57, tweede lid
Artikel 59, derde lid
Artikel 57, derde lid
Artikel 59, vierde en vijfde lid
Artikel 58
Artikel 60
Artikel 59, eerste lid
Artikel 68
Artikel 59, tweede tot en met derde en vijfde lid
Behoeft geen implementatie
Artikel 59, vierde lid
Artikelen 68 en 69
Artikel 60, eerste lid
Artikel 61
Artikel 60, tweede lid
Behoeft geen implementatie (zie artikelen 9 en
10)
Artikel 61
Artikel 62
Artikel 62
Artikel 63
Artikel 63, eerste lid
Artikel 64, eerste tot en met derde en vijfde en
zesde lid
Artikel 63, tweede lid
Artikel 64, vierde lid
Artikel 64
Artikel 65
Artikel 65, eerste lid
Behoeft geen implementatie
Artikel 65, tweede lid
Artikel 66, eerste en tweede lid
Artikel 65, derde lid
Artikel 66, derde lid
Artikel 66
Artikel 67
Artikel 67
Artikelen 69 en 70
Artikel 67, derde lid
Behoeft geen implementatie
Artikel 68
Behoeft geen implementatie
Artikel 69
Behoeft geen implementatie
Artikel 70
Behoeft geen implementatie
Artikel 71, eerste lid, eerste, derde en vierde
Behoeft geen implementatie
alinea en tweede lid
Artikel 71, eerste lid, tweede alinea
Artikelen 6 en 76
Artikel 72
Artikelen 71 tot en met 73
Artikel 73
Behoeft geen implementatie
Artikel 74
Behoeft geen implementatie
Artikel 75
Behoeft geen implementatie
Bijlage I
Behoeft geen implementatie;opgenomen in
lijst op internet
Bijlage II
Behoeft geen implementatie; opgenomen in
lijst op internet
Bijlage III
Behoeft geen implementatie; opgenomen in
lijst op internet
Bijlage IV
Behoeft geen implementatie; opgenomen in
lijst op internet
Bijlage V
Behoeft geen implementatie; opgenomen in
lijst op internet
Bijlage VI
Behoeft geen implementatie; opgenomen in
lijst op internet
Bijlage VII
Behoeft geen implementatie; opgenomen in
lijst op internet
Bijlage VIII
Behoeft geen implementatie Opgenomen in
lijst op internet
Bijlage IX
Behoeft geen implementatie; opgenomen in
lijst op internet
Bijlage X
Behoeft geen implementatie; opgenomen in
lijst op internet
Bijlage XI
Artikel 25
Bijlage XII
Bijlage 1
Bijlage XIII
Bijlage 2, onderdeel A
Bijlage XIV
Bijlage 2, onderdeel B
Bijlage XV
Bijlage 2, onderdeel C
Staatsblad 2005
409
106

Richtlijn nr. 2004/17/EG
Besluit aanbestedingen speciale sectoren
Bijlage XVI
Bijlage 2, onderdeel D, en (v.w.b. de voetnoot)
artikel 43, vijfde lid
Bijlage XVII
Bijlage 3
Bijlage XVIII
Bijlage 2, onderdeel E
Bijlage XIX
Bijlage 2, onderdeel F
Bijlage XX, onderdeel 1, onderdeel a, eerste
Artikelen 40, derde lid, 42, derde lid, 43, vijfde
volzin
lid, 44, eerste lid, en 64, derde lid
Bijlage XX, onderdeel 1, onderdeel a, tweede
Artikel 40, derde lid, artikel 44, eerste lid
volzin
Bijlage XX, onderdeel 1, onderdeel b
Artikel 40, zevende lid
Bijlage XX, onderdeel 1, onderdeel c
Behoeft geen implementatie
Bijlage XX, onderdeel 2, onderdeel a
Behoeft geen implementatie
Bijlage XX, onderdeel 2, onderdeel b
Artikel 40, vierde lid
Bijlage XX, onderdeel 3
Artikel 40, achtste lid, artikel 44, tweede lid en
46, achtste lid
Bijlage XXI
Artikel 1, onderdelen nn tot en met uu
Bijlage XXII
Behoeft geen implementatie
Bijlage XXIII
Bijlage 4
Bijlage XXIV
Artikel 49, tiende lid en artikel 65, derde lid
Bijlage XXV
Behoeft geen implementatie
Bijlage XXVI
Behoeft geen implementatie
Staatsblad 2005
409
107