Eerste Kamer der Staten-Generaal
1
Vergaderjaar 20062007
30 501
Regels voor het gunnen van
overheidsopdrachten door aanbestedende
diensten en opdrachten door
speciale-sectorbedrijven (Aanbestedingswet)
A
GEWIJZIGD VOORSTEL VAN WET
20 september 2006
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, rekening houdend met
richtlijn nr. 2004/17/EG van het Europees parlement en de Raad van de
Europese Unie houdende coördinatie van de procedures voor het
plaatsten van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening,
vervoer en postdiensten (PbEG L 134) en richtlijn nr. 2004/18/EG van het
Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 31 maart 2004
betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van
overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten (PbEG L 134)
dat het wenselijk is voor een goede en snelle uitvoering van Europese en
internationale verplichtingen betreffende het verstrekken van opdrachten
door aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven, voor de
bevordering van de integriteit van ondernemers, aanbestedende diensten
en speciale-sectorbedrijven, voor de bevordering van de gelijke behan-
deling van ondernemers, de concurrentie, de transparantie en de
innovatie, alsmede uit een oogpunt van doelmatigheid en doorzichtigheid
van de aanbestedingsregels, om de Raamwet EEG-voorschriften
aanbestedingen te vervangen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
HOOFDSTUK 1. BEGRIPSBEPALINGEN
Artikel 1
1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder aanbestedende dienst: de staat, een provincie, een gemeente, een
waterschap, een publiekrechtelijke instelling of een samenwerkings-
verband van deze overheden of publiekrechtelijke instellingen.
2. Onder publiekrechtelijke instelling als bedoeld in het eerste lid wordt
verstaan een instelling die is opgericht met het specifieke doel te voorzien
KST100776
ISSN 0921 - 7363
Sdu Uitgevers
's-Gravenhage 2006
Eerste Kamer, vergaderjaar 20062007, 30 501, A
1
in behoeften van algemeen belang, niet zijnde van industriėle of commer-
ciėle aard, die rechtspersoonlijkheid bezit en waarvan:
a. de activiteiten in hoofdzaak door de staat, een provincie, een
gemeente, een waterschap of een andere publiekrechtelijke instelling
worden gefinancierd,
b. het beheer onderworpen is aan toezicht door de staat, een provincie,
een gemeente, een waterschap of een andere publiekrechtelijke instelling,
of
c. de leden van het bestuur, het leidinggevend of het toezichthoudend
orgaan voor meer dan de helft door de staat, een provincie, een
gemeente, een waterschap of andere publiekrechtelijke instellingen zijn
aangewezen.
Artikel 2
1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder speciale-sectorbedrijf:
a. een aanbestedende dienst,
b. een overheidsbedrijf, of
c. een bedrijf of instelling waaraan door een aanbestedende dienst een
bijzonder recht of een uitsluitend recht is verleend, wanneer deze een bij
ministeriėle regeling aangewezen activiteit uitoefent.
2. Onder overheidsbedrijf als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan
een bedrijf waarop een aanbestedende dienst rechtstreeks of middellijk
een overheersende invloed kan uitoefenen uit hoofde van eigendom,
financiėle deelneming of de op het bedrijf van toepassing zijnde
voorschriften.
3. Overheersende invloed als bedoeld in het tweede lid wordt vermoed
aanwezig te zijn wanneer een aanbestedende dienst, al dan niet recht-
streeks, ten aanzien van een overheidsbedrijf:
a. de meerderheid van het geplaatste kapitaal van het overheidsbedrijf
bezit,
b. over de meerderheid van de stemmen beschikt die aan de door het
overheidsbedrijf uitgegeven aandelen zijn verbonden, of
c. meer dan de helft van de leden van het bestuurs-, leidinggevend of
toezichthoudend orgaan van het overheidsbedrijf kan aanwijzen.
Artikel 3
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. een bijzonder recht: een recht dat bij wettelijk voorschrift of bij
besluit van een bestuursorgaan aan een beperkt aantal ondernemingen
wordt verleend en waarbij binnen een bepaald geografisch gebied:
1°. het aantal van deze ondernemingen die een dienst mogen
verrichten of een activiteit mogen uitoefenen op een andere wijze dan
volgens objectieve, evenredige en niet-discriminerende criteria tot twee of
meer wordt beperkt,
2°. verscheidene concurrerende ondernemingen die een dienst mogen
verrichten of een activiteit mogen uitoefenen op een andere wijze dan
volgens deze criteria worden aangewezen, of
3°. aan een of meer ondernemingen op een andere wijze dan volgens
deze criteria voordelen worden toegekend, waardoor enige andere
onderneming aanzienlijk wordt belemmerd in de mogelijkheid om
dezelfde activiteiten binnen hetzelfde geografische gebied onder in wezen
gelijkwaardige voorwaarden uit te oefenen,
b. een uitsluitend recht: een recht dat bij wettelijk voorschrift of bij
besluit van een bestuursorgaan aan een onderneming wordt verleend,
waarbij voor die onderneming het recht wordt voorbehouden om binnen
een bepaald geografisch gebied een dienst te verrichten of een activiteit
uit te oefenen.
Eerste Kamer, vergaderjaar 20062007, 30 501, A
2
Artikel 4
1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder ondernemer: aannemer, leverancier of dienstverlener.
2. In het eerste lid wordt verstaan onder:
a. een aannemer: een ieder die de uitvoering van werken op de markt
aanbiedt;
b. een leverancier: een ieder die producten op de markt aanbiedt;
c. een dienstverlener: een ieder die diensten op de markt aanbiedt.
Artikel 5
1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder overheidsopdracht: een overheidsopdracht voor werken, een
overheidsopdracht voor leveringen of een overheidsopdracht voor
diensten.
2. In het eerste lid wordt verstaan onder:
a. overheidsopdracht voor werken: een schriftelijke overeenkomst
onder bezwarende titel die tussen een of meer aannemers en een of meer
aanbestedende diensten is gesloten en betrekking heeft op:
1°. de uitvoering of het ontwerp en de uitvoering:
van werken in het kader van bij ministeriėle regeling aangewezen
werkzaamheden, of
van een werk, of
2°. het laten uitvoeren met welke middelen dan ook van een werk dat
aan de door de aanbestedende dienst vastgestelde eisen voldoet;
b. werk: het product van een geheel van bouwkundige of civieltech-
nische werken dat ertoe bestemd is als zodanig een economische of
technische functie te vervullen;
c. overheidsopdracht voor leveringen: een schriftelijke overeenkomst
onder bezwarende titel die tussen een of meer leveranciers en een of
meer aanbestedende diensten is gesloten en betrekking heeft op:
1°. de aankoop, leasing, huur of huurkoop, met of zonder koopoptie,
van producten, of
2°. de levering van producten en slechts zijdelings betrekking heeft op
werkzaamheden voor het aanbrengen en installeren van die levering;
d. overheidsopdracht voor diensten: een schriftelijke overeenkomst
onder bezwarende titel die tussen een of meer dienstverleners en een of
meer aanbestedende diensten is gesloten en betrekking heeft op:
1°. het verrichten van bij ministeriėle regeling aangewezen diensten,
2°. het leveren van producten en het verrichten van diensten, bedoeld
in sub 1°, indien de waarde van die diensten hoger is dan de waarde van
de te leveren producten, of
3°. het verrichten van de diensten, bedoeld in sub 1°, en slechts
zijdelings betrekking heeft op bij ministeriėle regeling aangewezen
werkzaamheden als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, sub 1°.
Artikel 6
1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder opdracht: een opdracht voor werken, een opdracht voor leveringen
of een opdracht voor diensten.
2. In het eerste lid wordt verstaan onder:
a. opdracht voor werken: een schriftelijke overeenkomst onder
bezwarende titel die tussen een of meer aannemers en een of meer
speciale-sectorbedrijven is gesloten en betrekking heeft op het uitvoeren,
ontwerpen of laten uitvoeren van een werk of werken als bedoeld in
artikel 5, tweede lid, onder a;
b. opdracht voor leveringen: een schriftelijke overeenkomst onder
bezwarende titel die tussen een of meer leveranciers en een of meer
Eerste Kamer, vergaderjaar 20062007, 30 501, A
3
speciale-sectorbedrijven is gesloten en betrekking heeft op leveringen als
bedoeld in artikel 5, tweede lid, onder c;
c. opdracht voor diensten: een schriftelijke overeenkomst onder
bezwarende titel die tussen een of meer dienstverleners en een of meer
speciale-sectorbedrijven is gesloten en betrekking heeft op diensten als
bedoeld in artikel 5, tweede lid, onder d.
Artikel 7
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. concessieovereenkomst: een concessieovereenkomst voor diensten
of voor openbare werken;
b. concessieovereenkomst voor openbare werken: een overeenkomst
met dezelfde kenmerken als een overheidsopdracht of opdracht voor
werken, waarbij de tegenprestatie voor de uit te voeren werken in ieder
geval bestaat uit het recht het werk te exploiteren, al dan niet gecombi-
neerd met een betaling;
c. concessieovereenkomst voor diensten: een overeenkomst met
dezelfde kenmerken als een overheidsopdracht of een opdracht voor
diensten met uitzondering van het feit dat de tegenprestatie voor de te
verrichten diensten bestaat uit het recht de dienst te exploiteren, al dan
niet gecombineerd met een betaling;
d. raamovereenkomst: een overeenkomst tussen een of meer aanbe-
stedende diensten en een of meer ondernemers met het doel gedurende
een bepaalde periode de voorwaarden inzake te gunnen overheidsop-
drachten vast te leggen;
e. prijsvraag: een procedure die tot doel heeft een aanbestedende
dienst of een speciale-sectorbedrijf een plan of ontwerp te verschaffen dat
na een oproep tot mededinging door een jury wordt geselecteerd, al dan
niet met toekenning van prijzen;
f. integriteitsverklaring aanbesteden: een verklaring van Onze Minister
van Justitie dat uit een onderzoek met betrekking tot het gedrag van de
betrokken natuurlijke persoon of rechtspersoon ingesteld, gelet op het
risico voor de samenleving alsmede het risico van niet-integere beroeps-
uitoefening in het kader van het uitvoeren van overheidsopdrachten,
opdrachten, concessie- of raamovereenkomsten of het deelnemen aan
een prijsvraag en na afweging van het belang van betrokkene, niet is
gebleken van bezwaren tegen die natuurlijk of rechtspersoon;
g. eigen verklaring integriteit: een verklaring van een ondernemer dat
hij beschikt over een integriteitsverklaring aanbesteden, overeenkomstig
het model dat bij ministeriėle regeling is vastgesteld.
Artikel 8
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. aanbestedingsrichtlijn of -verordening: richtlijn, onderscheidenlijk
verordening als bedoeld in artikel 249 van het Verdrag tot oprichting van
de Europese Gemeenschap, die geheel of gedeeltelijk berust op de
artikelen 47, 55 en 95 van het Verdrag tot oprichting van de Europese
Gemeenschap en betrekking heeft op aanbesteden;
b. gedelegeerde richtlijn, gedelegeerde verordening of beschikking:
richtlijn, verordening of beschikking van de Commissie van de Europese
Gemeenschappen die berust op een aanbestedingsrichtlijn of
-verordening.
Eerste Kamer, vergaderjaar 20062007, 30 501, A
4
HOOFDSTUK 2. ALGEMENE BEGINSELEN DIE VAN TOEPASSING
ZIJN OP AANBESTEDENDE DIENSTEN EN
SPECIALE-SECTORBEDRIJVEN
Artikel 9
Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf neemt de
algemene beginselen in dit hoofdstuk in acht.
Artikel 10
Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf behandelt
ondernemers op gelijke en niet-discriminerende wijze.
Artikel 11
Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf handelt
transparant.
Artikel 12
1. Ter uitvoering van de artikelen 10 en 11 waarborgt een aanbe-
stedende dienst of een speciale-sectorbedrijf een passende mate van
openbaarheid voor potentieel belanghebbende ondernemers zodat het
gunnen van een overheidsopdracht of opdracht, het sluiten van een raam-
of concessieovereenkomst, of het uitreiken van een prijs op onpartij-
digheid getoetst kan worden.
2. Van het eerste lid kan door een aanbestedende dienst of een
speciale-sectorbedrijf worden afgeweken indien sprake is van:
a. bijzondere omstandigheden, of
b. objectieve rechtvaardigingsgronden.
3. Van het eerste lid kan voorts door een aanbestedende dienst worden
afgeweken indien sprake is van het sluiten van een schriftelijke overeen-
komst onder bezwarende titel met een natuurlijke persoon of rechts-
persoon waarop de aanbestedende dienst toezicht uitoefent zoals op zijn
eigen diensten en deze persoon tegelijkertijd het merendeel van zijn
werkzaamheden verricht ten behoeve van de aanbestedende diensten die
hem beheersen.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan nader worden
bepaald welke mate van openbaarheid voor welke gevallen passend is.
Artikel 13
1. Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf neemt het
beginsel van proportionaliteit in acht.
2. Ter uitvoering van het eerste lid stelt hij in ieder geval enkel eisen,
voorwaarden en criteria die gerelateerd zijn aan en noodzakelijk zijn gelet
op het doel, de aard en het voorwerp van de overheidsopdracht, opdracht,
raam- of concessieovereenkomst of prijsvraag, in het bijzonder bij het
stellen van:
a. technische eisen aan het voorwerp van een overheidsopdracht of
opdracht, een raam- of concessieovereenkomst, of een prijsvraag;
b. eisen aan de geschiktheid en draagkracht van een ondernemer;
c. criteria aan de hand waarvan hij een overheidsopdracht of opdracht
gunt, een raam- of concessieovereenkomst sluit, of een prijs uitreikt.
Eerste Kamer, vergaderjaar 20062007, 30 501, A
5
HOOFDSTUK 3. BEGINSELEN DIE VAN TOEPASSING ZIJN OP
OPDRACHTEN VAN BEPAALDE ORGANISATIES DIE GEEN
AANBESTEDENDE DIENST ZIJN
Artikel 14
1. Een houder van een concessie voor openbare werken die geen
aanbestedende dienst is stelt voordat hij een schriftelijke overeenkomst
onder bezwarende titel sluit waarop krachtens artikel 17 voorschriften van
toepassing zijn, die overeenkomst open voor concurrentie.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter
uitvoering van het eerste lid de bij of krachtens artikel 17 gestelde regels
van toepassing worden verklaard.
Artikel 15
1. Een subsidie-ontvanger die:
a. geen aanbestedende dienst is, en
b. valt binnen een op grond van artikel 17 aangewezen categorie,
stelt voordat hij een schriftelijke overeenkomst onder bezwarende titel
sluit waarop krachtens artikel 17 voorschriften van toepassing zijn, die
overeenkomst open voor concurrentie.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter
uitvoering van het eerste lid de bij of krachtens artikel 17 gestelde regels
van toepassing worden verklaard.
Artikel 16
Een natuurlijke persoon of rechtspersoon die:
a. geen aanbestedende dienst is, en
b. aan wie of waaraan door een aanbestedende dienst een bijzonder of
uitsluitend recht is verleend om openbare diensten te verrichten,
leeft wanneer hij in het kader van de onder b bedoelde activiteit een
schriftelijke overeenkomst onder bezwarende titel wil sluiten, daarbij het
beginsel van niet-discriminatie op grond van nationaliteit na.
HOOFDSTUK 4. IMPLEMENTATIE VAN EUROPESE EN
INTERNATIONALE VERPLICHTINGEN
Artikel 17
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden ter implemen-
tatie van:
a. een aanbestedingsrichtlijn of -verordening;
b. een gedelegeerde richtlijn, een gedelegeerde verordening of een
beschikking;
c. een voor Nederland verbindend verdrag of besluit van een volken-
rechtelijke organisatie, regels gesteld die betrekking hebben op
procedurevoorschriften, de geschiktheid van ondernemers, technische
eisen, gunningscriteria, het verstrekken van informatie, de geheim-
verklaring, en administratieve voorschriften betreffende de rechtsbe-
scherming ten aanzien van het:
1°. gunnen van een overheidsopdracht of een opdracht,
2°. sluiten van een raam- of concessieovereenkomst, of
3°. uitschrijven van een prijsvraag.
Eerste Kamer, vergaderjaar 20062007, 30 501, A
6
Artikel 18
1. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld ten
aanzien van het verstrekken van informatie door een aanbestedende
dienst of een speciale-sectorbedrijf aan Onze Minister van Economische
Zaken en aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen,
voorzover dit voortvloeit uit een aanbestedingsrichtlijn of -verordening.
2. Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf zijn verplicht
de op grond van het eerste lid gevraagde informatie te verstrekken.
HOOFDSTUK 5. WAARBORGEN GOEDE UITVOERING VAN
EUROPESE EN INTERNATIONALE AANBESTEDINGSVERPLICH-
TINGEN
Artikel 19
1. Een aanbestedende dienst of speciale-sectorbedrijf die tot een bij of
krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie
behoort is verplicht om ondernemers te vragen een integriteitsverklaring
aanbesteden te overleggen voordat hij een:
a. overheidsopdracht of opdracht gunt,
b. raam- of concessieovereenkomst sluit, of
c. prijsvraag sluit, die tot een bij ministeriėle regeling aangewezen
categorie behoort.
2. Aan de wijze waarop een aangewezen aanbestedende dienst of
speciale-sectorbedrijf voldoet aan de verplichting, bedoeld in het eerste
lid, worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur nadere
voorschriften gesteld.
3. De in het tweede lid bedoelde voorschriften betreffen in ieder geval
de volgende elementen:
a. het moment waarop een aangewezen aanbestedende dienst of
speciale-sectorbedrijf voldaan moet hebben aan de verplichting, bedoeld
in het eerste lid;
b. in welke gevallen en in welke fase kan worden volstaan met een
eigen verklaring integriteit.
4. Een aangewezen aanbestedende dienst of speciale-sectorbedrijf is
verplicht om een ondernemer uit te sluiten wanneer deze ondernemer niet
een integriteitsverklaring aanbesteden kan overleggen die niet ouder is
dan een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgesteld
aantal maanden.
5. Een aangewezen aanbestedende dienst of speciale-sectorbedrijf sluit
een ondernemer die een integriteitsverklaring als bedoeld in het vierde lid
kan overleggen uit indien:
a. de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf kennis heeft
van een onherroepelijke veroordeling die op grond van een
aanbestedingsrichtlijn moet leiden tot uitsluiting van die ondernemer, en
b. de onder a bedoelde veroordeling is uitgesproken na afgifte van de
integriteitsverklaring.
6. Een aangewezen aanbestedende dienst of speciale-sectorbedrijf kan
enkel op grond van het vierde en vijfde lid, een ondernemer om redenen
van integriteit uitsluiten.
7. De artikelen 1, 28, 29 en 32 tot en met 39 van de Wet justitiėle en
strafvorderlijke gegevens zijn van overeenkomstige toepassing op een
integriteitsverklaring aanbesteden, met dien verstande dat Onze Minister
van Justitie bij zijn beoordeling van de afgifte van die verklaring tevens
betrekt:
a. een boete als bedoeld in artikel 56, eerste lid, van de
Mededingingswet die onherroepelijk is geworden;
Eerste Kamer, vergaderjaar 20062007, 30 501, A
7
b. overige bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aange-
wezen gegevens omtrent de integriteit van ondernemers.
8. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels
gesteld worden op grond waarvan een aanbestedende dienst of speciale-
sectorbedrijf om dwingende redenen van algemeen belang kan afwijken
van de verplichting in het vierde en het vijfde lid.
9. Wanneer in het land waarin de ondernemer gevestigd is niet een met
de integriteitsverklaring aanbesteden vergelijkbare verklaring wordt
afgegeven, kan de ondernemer volstaan met een verklaring onder ede of
een plechtige verklaring die door betrokkene ten overstaan van een
bevoegde rechterlijke of administratieve instantie, een notaris of een
bevoegde beroepsorganisatie van het land van oorsprong of herkomst
wordt afgelegd en die niet ouder is dan het krachtens het vierde lid
vastgestelde aantal maanden. Bij regeling van Onze Minister kan
vrijstelling worden verleend van de verplichting om een verklaring af te
leggen.
Artikel 20
1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen grenzen gesteld worden
aan de door een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf te
stellen eisen, voorwaarden en criteria.
2. De regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen betrekking hebben op de
eisen, voorwaarden en criteria, bedoeld in artikel 13, tweede lid.
Artikel 21
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter
bevordering van de gelijke behandeling van ondernemers, de concur-
rentie tussen ondernemers, de innovatie en de transparantie met inbegrip
van passende mate van openbaarheid als bedoeld in artikel 12
voorschriften worden vastgesteld die een aanbestedende dienst of een
speciale-sectorbedrijf in acht moet nemen voordat hij een overheidsop-
dracht gunt, een raamof concessieovereenkomst sluit of een prijsvraag
sluit.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ter waarborging van een
goed verloop en van de uniformiteit van de aanbestedingsprocedure of
ter vermindering van administratieve lasten van ondernemers administra-
tieve voorschriften worden vastgesteld die een aanbestedende dienst of
een speciale-sectorbedrijf in acht moet nemen voordat hij een overheid-
sopdracht gunt, een raamovereenkomst of een concessieovereenkomst
sluit, of een prijsvraag sluit.
Artikel 22
Artikel 1020 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is niet
van toepassing op geschillen betreffende de naleving van deze wet of de
daarop gebaseerde bepalingen.
HOOFDSTUK 6. OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 23
De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens de
artikelen 12, 14, 17, 18, 19, 20 en 21, gezamenlijk of afzonderlijk, wordt niet
eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der
Staten-Generaal is overgelegd.
Eerste Kamer, vergaderjaar 20062007, 30 501, A
8
Artikel 24
De Raamwet EEG-voorschriften aanbestedingen wordt ingetrokken.
Artikel 25
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip.
Artikel 26
Na de inwerkingtreding van deze wet:
a. berusten het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten
en het Besluit aanbestedingen speciale sectoren op artikel 17, eerste lid,
van deze wet, en
b. berust de Regeling gegevensverstrekking overheidsopdrachten en
speciale sectoren op artikel 18, eerste lid, van deze wet.
Artikel 27
Onze Minister van Economische Zaken zendt binnen drie jaar na de
inwerkingtreding van deze wet, en vervolgens telkens na vijf jaar, aan de
Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van
deze wet in de praktijk. Een aanbestedende dienst en een speciale-
sectorbedrijf zijn gehouden aan deze evaluatie medewerking te verlenen.
Artikel 28
Deze wet wordt aangehaald als: Aanbestedingswet.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en
dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister van Economische Zaken,
Eerste Kamer, vergaderjaar 20062007, 30 501, A
9