Uitsluitend recht

Wanneer een aanbestedende dienst een overheidsopdracht voor werken, leveringen of diensten aan een andere aanbestedende dienst wenst te verstrekken dan geldt er in beginsel een aanbestedingsplicht indien de geraamde waarde van deze opdracht de toepasselijke drempelwaarde overschrijdt. Artikel 17 Bao voorziet in een uitzondering op het uitgangspunt dat opdrachten van een aanbestedende dienst aan een andere aanbestedende dienst onder de werkingssfeer van het Bao vallen: de uitzondering van het uitsluitend recht (ook wel alleenrecht genoemd).

Artikel 17 Bao bepaalt dat het Bao niet van toepassing is ‘op overheidsopdrachten voor diensten die door een aanbestedende dienst worden gegund aan een andere aanbestedende dienst of aan een samenwerkingsverband van aanbestedende diensten, op basis van een uitsluitend recht dat deze aanbestedende dienst geniet, mits dit uitsluitend recht met het EG-Verdrag verenigbaar is.’ Voorwaarde hierbij is dat het uitsluitend recht een wettelijke of bestuursrechtelijke basis heeft.

Een uitzondering op de aanbestedingsplicht op basis van het uitsluitend recht kan worden aangenomen indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  • er moet sprake zijn van een overheidsopdracht voor diensten;
  • die door een aanbestedende dienst aan een andere aanbestedende dienst wordt gegund;
  • op grond van een uitsluitend recht uit hoofde van bekendgemaakte wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen;
  • die bepalingen moeten verenigbaar zijn met het EG-Verdrag.

Downloads
opent in een nieuw venster HvJ, 10 november, C-360/96 (BFI/Gemeente Arnhem)      
opent in een nieuw venster HvJ, 18 december 2007, C-220/06 (Correos)