Aanbestedingswet
De Nederlandse wetgever is bezig met het ontwikkelen van een nieuwe Aanbestedingswet. Deze Aanbestedingswet moet het thans geldende Bao en Bass vervangen. De aanleiding voor het ontwikkelen van een Aanbestedingswet was een rapport van de Parlementaire enquêtecommissie bouwnijverheid (PEC), waarin de PEC pleitte voor een helder en meer eenvormig juridisch kader voor aanbestedingen. Naar aanleiding van dit rapport heeft het Kabinet een uniform juridisch kader toegezegd voor zowel overheidsopdrachten voor werken als voor overheidsopdrachten voor leveringen en diensten.
Voor deze Aanbestedingswet is in 2006 een eerste wetsvoorstel (TK 2006-2007, 30.501) bij de Tweede Kamer ingediend en op 20 september 2006 door de Tweede Kamer aangenomen. Dit wetsvoorstel voorzag in een raamwet die zou worden uitgewerkt in twee algemene maatregelen van bestuur. De Eerste Kamer heeft dit wetsvoorstel echter op 8 juli 2008 verworpen. Een belangrijke reden voor de Eerste Kamer om het wetsvoorstel te verwerpen was dat de voornaamste onderwerpen in lagere wetgeving - twee algemene maatregelen van bestuur - werden geregeld.
Het Ministerie van Economische Zaken heeft daarna een nieuw wetsvoorstel voorbereid. Dit wetsvoorstel is op 6 juli 2010 door de Minister van Economische Zaken aan de Tweede Kamer aangeboden.
De nieuwe Aanbestedingswet moet leiden tot:
- meer concurrentie,
- minder administratieve lasten,
- een meer uniforme aanbestedingspraktijk en
- een eenvoudiger afhandeling van klachten.
In aansluiting op de Aanbestedingswet stelt de Nederlandse wetgever aanvullend beleid voor. Eén van de voorgestelde beleidsmaatregelen zijn maatregelen met betrekking tot het proportionaliteitsbeginsel: eisen die aan een inschrijver worden gesteld moeten in verhouding staan tot de opdracht. Op dit moment wordt gewerkt aan de Gids Proportionaliteit. Deze gids wordt in samenwerking met Pianoo, aanbestedende diensten en ondernemers ontwikkeld.
Een ander voorbeeld van aanvullend beleid is de introductie van de eigen verklaring. In deze verklaring moet de inschrijver verklaren dat hij aan de gestelde eisen voldoet. Alleen de winnende inschrijver behoeft de bewijsstukken in te dienen. Dit bespaart tijd en geld voor de inschrijvers. Daarnaast wordt gewerkt aan richtsnoeren voor overheidsopdrachten voor leveringen en diensten, welke richtsnoeren zowel zien op Europese aanbestedingen als op nationale aanbestedingen.
Voor aanbestedingen van overheidsopdrachten voor werken bestaat reeds het ARW 2005, waarin het verloop van de aanbestedingsprocedure staat beschreven. Door het uitschrijven van procedures voor overheidsopdrachten voor leveringen en diensten beoogt de overheid te komen tot meer uniformering en een overzichtelijke aanbestedingspraktijk.
Het kabinet heeft op 28 maart 2011 via een nota van wijzigingen het wetsvoorstel nog wat aangescherpt. Ingevolge deze nota van wijzigingen mogen opdrachten niet meer zodanig worden geclusterd dat kleinere bedrijven geen kans meer maken op de opdracht. Ook is het niet toegestaan om onredelijke contractvoorwaarden te stellen. Hiermee moet worden voorkomen dat een kleine ondernemer alle risico’s van een bouwproject moet dragen, terwijl deze ondernemer zich hiervoor niet kan verzekeren.
Downloads
Aanbestedingswet
Memorie van Toelichting Aanbestedingswet
Nota van Wijziging Aanbestedingswet
