Europese aanbestedingsrichtlijnen
Het huidige Nederlandse aanbestedingsrecht is gebaseerd op de volgende twee vigerende Europese aanbestedingsrichtlijnen:
- Richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten, PB 2004, L 134/1 (Richtlijn Nutssectoren).
- Richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten, PB 2004, L 134/114 (Richtlijn Overheden).
Het doel van de Richtlijnen Overheden en de Richtlijn Nutssectoren is het openstellen van overheidsopdrachten binnen de Europese Unie voor alle ondernemingen, ongeacht hun nationaliteit. Een aanbestedende dienst mag geen overheidsopdrachten voorbehouden aan ondernemingen uit het eigen land.
Meer gespecificeerd zijn de doeleinden van de richtlijnen:
- de verdere totstandkoming van de interne markt (het vrije verkeer van goederen, diensten, kapitaal en personen) binnen de Europese Unie;
- het harmoniseren van de wetgeving van de afzonderlijke lidstaten van de Europese Unie.
Richtlijnen dienen immers te worden omgezet in nationale wetgeving, waardoor een minimumniveau van harmonisatie van aanbestedingswetgeving in de verschillende lidstaten wordt gecreëerd.
- Het stimuleren van de vrije, eerlijke concurrentie binnen de Europese Unie door openbare aankondiging van (voorgenomen) opdrachten en gunningen en daarmee de bevordering van de doorzichtigheid van de markt.
- Het bewerkstelligen van besparingen voor de opdrachtgevers (aanbestedende diensten).
- Het verzekeren van publicatie van ca. 20 % van het totale volume aan overheidsopdrachten dat ongeveer overeenkomt met 80 % van de totale waarde van de markt.


