Het EG-Verdrag
Overheidsinstellingen van lidstaten zijn voor wat betreft al hun handelen, dus ook in geval van het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten, onderworpen aan de bepalingen van het primaire gemeenschapsrecht: het EG-Verdrag.
Het EG-Verdrag is van toepassing op aangelegenheden die niet door de Europese aanbestedingsrichtlijnen wordt bestreken. Met name de bepalingen inzake het vrije verkeer van goederen (28 EG-Verdrag), werknemers (39 EG-Verdrag), vestiging (43 EG-Verdrag) en diensten (49 EG-Verdrag) zijn van belang. Alle genoemde bepalingen van het EG-Verdrag hebben directe werking. Dit betekent dat zij tegen overheidsinstellingen van de lidstaten kunnen worden ingeroepen. De bepalingen van het EG-Verdrag hebben voorrang op het secundaire gemeenschapsrecht – waaronder de Europese aanbestedingsrichtlijnen vallen – en op strijdige nationale wet- en regelgeving.


