Geschiktheidseisen

Geschiktheidseisen zijn eisen waaraan een inschrijver c.q. een gegadigde moet voldoen om voor gunning van een opdracht in aanmerking te komen. Het gaat daarbij om eisen met betrekking tot de financiële en economische draagkracht enerzijds en technische en/of beroepsbekwaamheid anderzijds. Bij een openbare procedure leidt het niet voldoen aan gestelde geschiktheidseisen tot uitsluiting van de aanbestedingsprocedure. Bij procedures met voorafgaande selectie – bijvoorbeeld de niet-openbare procedure – wordt een gegadigde niet tot inschrijving toegelaten indien niet wordt voldaan aan een gestelde geschiktheidseis. In dergelijke procedures gelden geschiktheidseisen als selectiecriteria.

Het Bao beperkt zich tot het regelen van de bewijsmiddelen aan de hand waarvan de geschiktheid van de inschrijver kan worden getoetst. Het Bao regelt niet de geschiktheidseisen als zodanig, omdat deze per afzonderlijke opdracht door de aanbestedende dienst zélf moeten worden vastgesteld. De enige randvoorwaarde van de door aanbestedende diensten te hanteren criteria is dat deze verband moeten houden met en in verhouding moeten staat tot het voorwerp van de opdracht (artikel 44 lid 3 Bao). Met andere woorden, geschiktheidseisen moeten proportioneel zijn.

De bepalingen met betrekking tot de beoordeling van de geschiktheid vormen een gesloten systeem. Dit houdt in dat de beoordeling van de geschiktheid van inschrijvers enkel mag geschieden aan de hand van de in de artikelen 48 en 49 Bao genoemde gegevens.

Veel aanbestedende diensten maken de fout dat zij in hun aankondiging enkel verwijzen naar de tekst van artikel 48 en 49 Bao, zonder dat een minimumeis wordt gesteld. Dit kan niet als het stellen van een geschiktheidseis worden aangemerkt. Feitelijk wordt immers geen andere eis gesteld dan het overleggen van een aantal documenten. Bijgevolg is dat een inschrijver die de betreffende documenten heeft overgelegd niet kan worden uitgesloten van de aanbestedingsprocedure wegens het niet voldoen aan de geschiktheidseisen. De beginselen van gelijke behandeling en transparantie staan niet toe dat gedurende de aanbestedingsprocedure alsnog minimumeisen worden vastgesteld.

Het transparantiebeginsel brengt mee dat aanbestedende diensten gehouden zijn de geschiktheidseisen in de aankondiging te vermelden. Verder geldt dat een aanbestedende dienst in een later stadium van de aanbestedingsprocedure geen aanvullende geschiktheidseisen mag stellen. Evenmin mag een aanbestedende dienst gedurende de aanbestedingsprocedure geschiktheidseisen wijzigen of laten vallen. Indien in een gerechtelijke procedure komt vast te staan dat een geschiktheidseis onwettig is, dan dient de aanbestedingsprocedure worden gestaakt en moet de aanbestedende dienst de opdracht opnieuw aan te besteden. Althans, indien hij de opdracht alsnog wenst te verstrekken (HvJ, 4 december 2003, C-448/01 (EVN/Wienstrom)).

Artikel 48 Bao bepaalt dat een inschrijver zijn financiële en economische draagkracht kan aantonen door middel van:

  • ‘passende bankverklaringen of het bewijs van een verzekering tegen beroepsrisico’s,
  • overlegging van balansen of van balansuittreksels, indien de wetgeving van het land waar de ondernemer is gevestigd, de bekendmaking van balansen voorschrijft, of
  • een verklaring betreffende de totale omzet en de omzet van de bedrijfsactiviteit die het voorwerp van de overheidsopdracht is, over ten hoogste de laatste drie beschikbare boekjaren, afhankelijk van de oprichtingsdatum of van de datum waarop de ondernemer met zijn bedrijvigheid is begonnen, voor zover de betrokken omzetcijfers beschikbaar zijn.’

Artikel 49 Bao regelt de middelen waarmee de technische en/of beroepsbekwaamheid van inschrijvers kan worden aangetoond. Artikel 49 bevat verschillende regelingen voor overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten.

Ingevolge artikel 49 lid 2 Bao kan de technische en/of beroepsbekwaamheid van inschrijvers worden aangetoond:

  • ‘aan de hand van een lijst van de werken die de afgelopen vijf jaar zijn verricht, welke lijst vergezeld gaat van certificaten die bewijzen dat de belangrijkste werken naar behoren zijn uitgevoerd en waarin het bedrag van de werken, de plaats en het tijdstip waarop ze zijn uitgevoerd vermeld wordt, en waarin wordt aangegeven of de werken volgens de regels der kunst zijn uitgevoerd en tot een goed einde zijn gebracht en die door de bevoegde instantie rechtstreeks aan de aanbestedende dienst worden toegezonden,
  • aan de hand van een lijst van de voornaamste leveringen of diensten die gedurende de afgelopen drie jaar werden verricht, met vermelding van het bedrag en de datum en van de publiek- of privaatrechtelijke instanties waarvoor zij bestemd waren. De leveringen en diensten worden aangetoond in het geval van leveringen of diensten voor een aanbestedende dienst, door certificaten die de bevoegde autoriteit heeft afgegeven of mede ondertekend of in het geval van leveringen of diensten voor een particuliere afnemer, door certificaten van de afnemer of, bij ontstentenis daarvan, eenvoudigweg door een verklaring van de ondernemer,
  • aan de hand van een opgave van de al dan niet tot de onderneming van de ondernemer behorende technici of technische organen, in het bijzonder van die welke belast zijn met de kwaliteitscontrole en, in het geval van overheidsopdrachten voor werken, van die welke de aannemer ter beschikking zullen staan om de werken uit te voeren,
  • aan de hand van een beschrijving van de technische uitrusting van de leverancier of de dienstverlener, van de maatregelen die hij treft om de kwaliteit te waarborgen en de mogelijkheden die hij biedt ten aanzien van ontwerpen en onderzoek,
  • in het geval van complexe producten of diensten of wanneer deze aan een bijzonder doel dienen te beantwoorden, aan de hand van een controle door de aanbestedende dienst of, in diens naam, door een bevoegd officieel orgaan van het land waar de leverancier of de dienstverlener gevestigd is, onder voorbehoud van instemming door dit orgaan; deze controle heeft betrekking op de productiecapaciteit van de leverancier of op de technische capaciteit van de dienstverlener en, zo nodig, op diens mogelijkheden inzake ontwerpen en onderzoek en de maatregelen die hij treft om de kwaliteit te waarborgen,
  • aan de hand van de studie- en beroepsdiploma’s van de dienstverlener of de aannemer of het kaderpersoneel van de onderneming en in het bijzonder van degenen die met de dienstverlening of de leiding van de werken zijn belast,
  • voor overheidsopdrachten voor werken of overheidsopdrachten voor diensten, aan de hand van de vermelding van de maatregelen inzake milieubeheer die de ondernemer kan toepassen in het kader van de uitvoering van de overheidsopdracht,
  • aan de hand van een verklaring betreffende de gemiddelde jaarlijkse personeelsbezetting van de onderneming van de dienstverlener of de aannemer, en de omvang van het kaderpersoneel gedurende de laatste drie jaar,
  • aan de hand van een verklaring welke de outillage, het materieel en de technische uitrusting vermeldt waarover de dienstverlener of de aannemer voor het verlenen van de overheidsopdracht beschikt,
  • aan de hand van de omschrijving van het gedeelte van de overheidsopdracht dat de dienstverlener eventueel in onderaanneming wil geven, of
  • wat de te leveren producten betreft aan de hand van monsters, beschrijvingen of foto’s, waarvan op verzoek van de aanbestedende dienst de echtheid kan worden aangetoond of aan de hand van certificaten die door een erkende organisatie zijn opgesteld, waarin wordt verklaard dat duidelijk door referenties geďdentificeerde producten aan bepaalde specificaties of normen beantwoorden.’

Downloads
opent in een nieuw venster HvJ, 4 december 2003, C-448/01 (EVN/Wienstrom)