Historie aanbestedingsrecht
Aanbesteden kent in Nederland een lange historie. In een Koninklijk Besluit van 11 november 1815 werd de Rijksoverheid voor het eerst verplicht om openbaar aan te besteden. Het doel van deze verplichting is aldus dit Koninklijk Besluit een doelmatig beheer van rijksmiddelen en het bestrijden van corruptie van ambtenaren. Over de wijze van aanbesteden zegt het Koninklijk Besluit echter niets. In de Comptabiliteitswet van 1927 zijn deze regels voor het verstrekken van overheidsopdrachten opnieuw gecodificeerd. In deze Comptabiliteitswet wordt eveneens slechts aangegeven dát er moet worden aanbesteed, maar niet hóe er moet worden aanbesteed.
Het huidige Nederlandse aanbestedingsrecht wordt gevormd door het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten (Bao) en het Besluit aanbestedingen speciale sectoren (Bass). Het Bao en Bass zijn gebaseerd op Europese aanbestedingsrichtlijnen. De huidige Europese aanbestedingsrichtlijnen – de Richtlijn Overheden (2004/18) en Richtlijn Nutssectoren (RN 2004/17) – kennen een lange voorgeschiedenis.
De eerste Europese aanbestedingsrichtlijn – Richtlijn 71/304 – dateert uit 1971. Ook kwam in 1971 het eerste Nederlandse Uniforme Aanbestedingsreglement (UAR 1971) tot stand. Voornoemde richtlijn en het UAR 1971 hadden enkel betrekking op overheidsopdrachten voor werken. In 1976 is vervolgens de eerste aanbestedingsrichtlijn voor overheidsopdrachten voor leveringen tot stand gekomen (Richtlijn 77/62). Met de totstandkoming van het UAR 1986, die het UAR 1971 verving, kwam het aanbestedingsrecht in Nederland pas echt tot bloei. Het UAR 2001 was weer de opvolger van het UAR 1986. Naast het UAR 1986 stelde de Nederlandse overheid ding het UAR-EG 1991 vast. Het Aanbestedingsreglement Werken (ARW 2004) vormde een reactie van het Rijk op de bouwfraudeaffaire. Het Aanbestedingsreglement Werken 2005 (ARW 2005) heeft het ARW 2004 vervangen.
Begin jaren 90 zijn deze twee oude richtlijnen (71/304 en 77/62) vervangen door twee nieuwe richtlijnen voor overheidsopdrachten en voor werken respectievelijk leveringen. Tegelijkertijd is een richtlijn voor diensten (92/50) en een richtlijn voor speciale sectoren (90/531) vastgesteld. Deze vier Europese aanbestedingsrichtlijnen zijn tot 1 december 2005 van kracht geweest:
- Richtlijn 93/36/EEG van de Raad van 14 juni 1993 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor leveringen (oude Richtlijn Leveringen).
- Richtlijn 93/37/EEG van de Raad van 14 juni 1993 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken (oude Richtlijn Werken).
- Richtlijn 93/36/EEG van de Raad van 18 juni 1992 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor dienstverlening (oude Richtlijn Diensten).
- Richtlijn 93/36/EEG van de Raad van 14 juni 1993 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en telecommunicatie (oude Richtlijn Nutssectoren).
De laatste modernisering vond plaats in 2004. In 2004 zijn de twee huidige aanbestedingsrichtlijnen - de Richtlijn Overheden (2004/18) en de Richtlijn Nutssectoren (2004/17) - vastgesteld:
- Richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten, PB 2004, L 134/114 (Richtlijn Overheden);
- Richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten, PB 2004, L 134/1 (Richtlijn Nutssectoren).
Op 1 december 2005 hebben deze twee richtlijnen de vier bovengenoemde richtlijnen uit de jaren 90 vervangen.
Lidstaten zijn verplicht om de bepalingen van richtlijnen om te zetten in nationale wetgeving. Het Nederlandse aanbestedingsrecht wordt gevormd door de wet- en regelgeving waarin de Europese aanbestedingsrichtlijnen zijn omgezet. De omzetting van de in de jaren 90 vigerende vier richtlijnen geschiedde door de Raamwet EEG-voorschriften van 31 maart 1993. Deze wet verwees in verband met de omzetting naar het Besluit Overheidsaanbestedingen (BOA) het Besluit Aanbestedingen Nutssector (BAN):
- Besluit van 4 juni 1993 – Stb. 1997, 436, gewijzigd bij Besluit van 27 augustus 1978, Stb. 542 en Besluit van 13 december 2002, Stb. 635 (Besluit Overheidsaanbestedingen);
- Besluit van 6 april 1993 – Stb. 1997, 437, gewijzigd bij Besluit van 17 december 1978, Stb. 743 en Besluit van 6 mei 2002, Stb. 246 (Besluit Aanbestedingen Nutssectoren).
Op grond van deze besluiten waren aanbestedende diensten verplicht om de voorschriften van de Europese aanbestedingsrichtlijnen toe te passen, wanneer opdrachten onder de werkingssfeer van de oude richtlijnen vielen.
Op 1 december 2005 zijn het Bao en Bass inwerking getreden:
- Besluit van 16 juli 2005, Stb. 408, zoals dit laatstelijk is gewijzigd bij Besluit van 5 juli 2008, Stb. 295 (Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten);
- Besluit van 16 juli 2005, Stb. 409, zoals dit laatstelijk is gewijzigd bij besluit van 5 juli 2008, Stb. 248 (Besluit aanbestedingen speciale sectoren).
Het Bao implementeert de Richtlijn Overheden en het Bass implementeert de Richtlijn Nutssectoren in de Nederlandse wet- en regelgeving. Met deze beide besluiten zijn het BOA en BAN vervangen. Anders dan het BOA en BAN vindt implementatie via het Bao en Bass niet meer plaats door verwijzingen naar de bepalingen van de Europese aanbestedingsrichtlijnen, maar door overschrijving van de bepalingen van de Richtlijn Overheden en de Richtlijn Nutssectoren in deze besluiten.
De eerste rechtsbeschermingsrichtlijnen zijn eind jaren 80 begin jaren 90 vastgesteld:
- de Handhavingsrichtlijn Overheden (Richtlijn 89/665 van 21 december 1989, houdende de coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toepassing van beroepsprocedures inzake het plaatsen van overheidsopdrachten, zoals gewijzigd bij Richtlijn 92/50, PbEG L395 van 30 december 1989); en
- de Handhavingsrichtlijn Nutssectoren (Richtlijn 92/13 van 25 februari 1992 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toepassing van beroepsprocedures inzake het plaatsen van opdrachten door diensten die werkzaam zijn in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en telecommunicatie, PbEG L76 van 23 maart 1992).
Eind 2007 zijn deze twee rechtsbeschermingsrichtlijnen vervangen door een nieuwe richtlijn:
- Richtlijn 2007/66 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2007 tot wijziging van de richtlijn 89/665/EEG en 92/13/EEG (verhoging doeltreffendheid beroepsprocedures inzake de plaatsing van overheidsopdrachten). Deze richtlijn is op 20 december 2009 in werking getreden.
Deze richtlijn is in de Nederlandse wet- en regelgeving geïmplementeerd door de Wet implementatie rechtsbeschermingsrichtlijnen aanbesteden (Wet implementatie rechtsbescherming aanbesteding ‘Wira’). Deze wet is op 19 februari 2010 in werking getreden. De bepalingen van de Wira zijn uitgebreid omschreven op deze website onder ‘Wira’.
De Nederlandse wetgevers is momenteel bezig met het ontwikkelen van een nieuwe Aanbestedingswet. Zie ’Bronnen van aanbestedingsrecht’ onder ‘Aanbestedingswet’.


