Overheidsopdracht voor werken

Een overheidsopdracht voor werken wordt in artikel 1 sub h Bao gedefinieerd als:
‘een schriftelijke overeenkomst onder bezwarende titel die tussen één of meer aannemers en één of meer aanbestedende diensten is gesloten en die betrekking heeft op:
de uitvoering of het ontwerp en uitvoering:

• van werken in het kader van en van de werkzaamheden, genoemd in bijlage 1, of
• van een werk, of
• het laten uitvoeren met welke middelen dan ook van een werk dat aan de door de
  aanbestedende dienst vastgestelde eisen voldoet.’

Het Bao hanteert derhalve een ruime definitie van het begrip overheidsopdrachten voor werken. Daaronder vallen zowel opdrachten die betrekking hebben op de uitvoering van een werk, als opdrachten die zowel het ontwerp als de uitvoering van een werk als voorwerp hebben, of het uitvoering van een werk dat aan de door de aanbestedende dienst gestelde eisen voldoet.

Het begrip ‘werk’ wordt in artikel 1 sub g van het Bao nader gedefinieerd als ‘het product van een geheel van bouwkundige en civieltechnische werken dat ertoe bestemd is als zodanig een economische of technische functie te vervullen.’

Het doel van deze definitie is het verzekeren dat werken niet kunstmatig worden gesplitst om aan de toepassing van de aanbestedingswetgeving te ontkomen. Zie bijvoorbeeld het arrest Commissie/Frankrijk (HvJ, 5 oktober 2000, C-16/98 (Commissie/Frankrijk)), waarin het Hof van Justitie zich heeft uitgelaten over de vraag of elektriciteitsnetwerken en straatverlichtingsnetwerken beschouwd moeten worden als één werk. Deze vraag moest volgens het Hof van Justitie beantwoord worden ‘op basis van de economische en technische functie van de betrokken elektriciteits- en straatverlichtingsnetten.’ Dat er meerdere aanbestedende diensten zijn en dat de werkzaamheden niet door één enkele onderneming kunnen worden uitgevoerd acht het Hof van Justitie een aanwijzing dat er sprake kan zijn van meerdere werken, maar acht dit gegeven niet doorslaggevend.

Het Hof van Justitie oordeelde dat de elektriciteitsnetwerken en de straatverlichtingsnetwerken ieder een andere technische en economische functie hebben en derhalve niet als één werk behoeven te worden beschouwd. Voorts oordeelde het Hof van Justitie dat de afzonderlijke opdrachten van de verschillende aanbestedende diensten ten aanzien van de elektriciteitsnetwerken wel, en ten aanzien van de straatverlichtingsnetwerken niet als één werk behoeven te worden beschouwd. De reden hiervoor is dat elektriciteitsnetwerken op elkaar kunnen worden aangesloten en eenzelfde economische en technische functie vervullen: het transport en verkoop van elektrische energie geproduceerd door Electricité de France. Straatverlichtingsnetwerken zijn niet onderling afhankelijk, omdat zij tot de bebouwde zones beperkt kunnen zijn en niet noodzakelijker wijs met elkaar verbonden hoeven te zijn. Ook in economisch opzicht is het mogelijk dat plaatselijke diensten ieder de financiële lasten van de exploitatie dragen.

De definitie van het begrip overheidsopdracht van werken in het Bao verwijst naar een in bijlage 1 bij het Bao opgenomen opsomming van werken die door middel van CPV-codes worden aangeduid. Zie voor een nadere uitleg van de CPV-codes onder ‘CPV-codes’. Het belang van deze bijlage is dat deze buiten discussie stelt welke werkzaamheden als ‘werken’ en niet als ‘diensten’ moeten worden aangemerkt. Het bouwrijp maken van grond en onderhoud van een bestaand bouwwerk moeten bijvoorbeeld als ‘werk’ worden aangemerkt.

Met de toevoeging van de zinsnede ‘het laten uitvoeren met welke middelen dan ook van een werk dat aan de door de aanbestedende dienst gestelde middelen voldoet’ aan de definitie van het begrip overheidsopdracht, wordt duidelijk gemaakt dat opdrachten die mede het ontwerpen en/of financiering van een werk omvatten onder de werkingssfeer van het Bao vallen.

Downloads
opent in een nieuw venster HvJ, 5 oktober 2000, C-16/98 (Commissie/Frankrijk)

terug