MSU+ model
Naast kwantitatieve gegevens die de positie van de inkoopfunctie binnen een organisatie bepalen, zijn er vanzelfsprekend ook kwalitatieve gegevens om dit te beoordelen. Sinds een aantal jaren gebruikt men hiervoor in Nederland vooral het Purchasing Excellence programma, dat door de beroepsvereniging van inkopers, de NEVI (Nederlandse Vereniging voor Inkoopmanagement) is opgezet. Binnen dit programma gebruik je het MSU+ inkoopmodel van Robert Monchka, dat hij ontwikkeld heeft op de Michigan State University (vandaar de afkorting MSU).
Doel Purchasing Excellence
Het doel van het Purchasing Excellence programma is via verbeterde inkoopprocessen de inkoopfunctie professionaliseren en aantoonbare kostenbesparingen realiseren. ‘Benchmarking’, ofwel het vergelijken van (inkoop-) processen met de ‘besten’ en onderling met andere deelnemers vormt een integraal onderdeel van het programma.
Met het MSU+- model kan je het volwassenheidsniveau van de inkoopfunctie binnen een organisatie, organisatieonderdeel of geheel van samenwerkende organisaties vaststellen. Verder kunnen organisaties zich vergelijken met het niveau van de besten ter wereld, het ‘Purchasing Excellence Niveau’. Op basis van deze meting kun je verbeteringstrajecten definiėren om de inkoopfunctie verder te professionaliseren. Het model stimuleert bovendien tot het uitwisselen van best practices (praktijkervaringen) binnen de eigen organisatie en/of daarbuiten.
Volwassenheidsmeting
De volwassenheidsmeting voer je uit op acht strategische processen en zes ondersteunende processen op het gebied van inkoop en supplymanagement. Waar heb je dat onderscheid meer gezien? Ook bin-nen de inkoopfunctie zelf is er dus sprake van primaire en ondersteunende processen. Voor elk van deze veertien processen zijn beoordelingscriteria ontwikkeld en niveaus van volwassenheid beschre-ven (niveau 1 tot 10, waarbij 10 het hoogste niveau is. Een proces dat niet van toepassing is scoort een 0).
Met de scores van je eigen organisatie kan je een vergelijk maken met de ‘best in class’ uit jouw branche en voor het betreffende proces.
Om nog even een misverstand uit de weg te ruimen: het is dus geen rapportcijfer. De organisatie moet zelf beslissen in welke mate een volwassenheidsniveau voldoende is. Voor de ene organisatie kan het cijfer zes voor een bepaald proces voldoende zijn, terwijl voor een andere organisatie het cijfer twee voor hetzelfde proces acceptabel is. Dit hangt onder andere af van het type organisatie en de branche of sector, waarin de organisatie opereert.
Strategische en ondersteunende processen
De acht strategische processen zijn de volgende:
- Nemen van een besluit over inbesteden (zelf doen) of uitbesteden;
- Ontwikkelen van een strategisch inkooppakket;
- Optimaliseren van het leveranciersbestand;
- Ontwikkelen en managen van de leveranciersrelatie;
- Optimaliseren van product-/procesinnovatie en –ontwikkeling;
- Integreren van leveranciers in het realisatie orderproces;
- Verbeteren van leveranciersprestaties en het bewaken en vergroten van kwaliteit;
- Uitvoeren strategisch kostenmanagement.

De zes ondersteunende processen zijn de volgende:
- Vaststellen van plannen en beleid voor inkoop;
- Inrichten van inkooporganisaties;
- Ontwikkelen van inkoopprocedures;
- Ontwikkelen van prestatie-indicatoren voor inkoop;
- Ontwikkelen van informatietechnologie voor inkoop;
- Ontwikkelen van humanresourcesmanagement voor inkoop.

De meeste bedrijven die al vele jaren bezig zijn hun inkoopprocessen te professionaliseren, realiseren een gemiddelde score van 4-5. Dit geeft aan dat het realiseren van Purchasing Excellence een zaak van doorzettingsvermogen en van een ‘lange adem’ is.
