20% van aanbesteding WMO eindigt bij rechtbank
24 november 2006
Het aanbesteden van thuiszorg door gemeenten loopt niet soepel na de invoering van de WMO. Zorginstellingen die de aanbestedingen niet krijgen toegewezen stappen naar de rechter om een nieuwe kans te krijgen. Volgens het onderzoeksbureau SGBO heeft ongeveer één vijfde van de aanbestedingen tot een rechtszaak geleid. Wanneer de rechter deze zorginstellingen in het gelijk stelt kan dit leiden tot nog meer nieuwe rechtszaken.
SGBO ontwikkelt in 2006 samen met ongeveer 50 gemeenten de benchmark WMO. Dit doet SGBO in opdracht van de VNG en met subsidie van het ministerie van VWS. In 2007 biedt SGBO een basisbenchmark aan die allen aspecten van de WMO behandelt.
In het Financieel Dagblad schrijft Raymond Hamar van SGBO de conclusie aan twee oorzaken toe. 'Een aantal gemeenten heeft de aanbesteding niet goed gedaan, maar het heeft ook te maken met de houding van de aanbieders van thuiszorg. Gemeenten hebben geen ervaring met het aanbesteden van huishoudelijke zorg. Bovendien zit er nog een aantal open eindjes aan de wetgeving. Pas na rechterlijke uitspraken komt daar duidelijkheid over'
De tekortkomingen liggen echter niet alleen bij de gemeenten. . 'Een deel van hen is heel naïef met de aanbesteding omgegaan. Zij hebben vaak 80% van de markt in handen en dachten dat ze het niet konden verliezen. Maar blijkbaar hebben veel gemeenten toch zuiver aanbesteed. Daar zijn de traditionele aanbieders ontzettend van geschrokken', zegt Hamar in het Financieel Dagblad.
Het komt ook voor dat zorgleveranciers buiten de lokale regio financieel aantrekkelijker zijn. Gemeente Rotterdam bijvoorbeeld, selecteerde niet de Stichting Thuiszorg Rotterdam omdat haar offerte op jaarbasis euro 18 mln. hoger lag.
De invoering van de WMO en de aanbesteding van huishoudelijk zorg in dit kader veroorzaakt onrust onder de werknemers van de zorginstellingen. De bonden vinden dat degene die de aanbesteding toegekend krijgt de werknemers van de verliezende contractant zou moeten overnemen. Dit zou dan effect hebben op de prijs van de goedkopere offertes. Staatssecretaris Ross van VWS vindt dat het aan de sociale partners is om hierover afspraken te maken.
Bron: Financieel Dagblad


