Flexibiliseer social return bij aanbesteding
Bron:
www.vhg.org - 1 juli 2011
Op 1 juli treedt het beleidsvoornemen van de rijksoverheid in werking om bij overheidsaanbestedingen groter dan € 250.000 'social return ' verplicht te stellen. Deze eis wordt door lagere overheden al steeds meer toegepast.
Branchevereniging VHG, voor ondernemers in het groen, onderschrijft het belang om mensen met een afstand tot de arbeidssector in te zetten.
Wel dringt VHG aan in een open brief aan de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, minister Donner van Binnenlandse Zaken, Minister Verhagen en staatssecretaris De Krom van Sociale Zaken op het flexibiliseren van de 'social return' bij aanbestedingstrajecten. Het is tijd voor een dialoog tussen de overheid en de sector.
Overheid als wetgever en opdrachtgever
De overheid kan door wetgeving en door beleid te voeren op het aanbesteden van opdrachten invloed uitoefenen op de doorstroom van arbeidsgehandicapten naar een reguliere functie. De onderstaande voorbeelden verduidelijken dat dit soms onbedoeld slecht aansluit bij de praktijk. De zogenaamde 'social return eis' bij overheidsopdrachten, het wetsvoorstel aanbesteden en de keuze van veel opdrachtgevers opdrachten te gunnen op basis van de laagste prijs.
Social return verplicht
Vanaf 1 juli is bij passende rijksoverheidsaanbestedingen (vanaf € 250.000) social return verplicht. Hierbij moet tenminste 5% van de aanneemsom of 7% van de loonsom worden aangewend voor arbeid door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Wat precies passende aanbestedingen zijn is niet altijd duidelijk.
Inkopen op laagste prijs
De gunning van overheidsopdrachten gebeurt nog altijd vaak op basis van de laagste prijs. Zelfs als social return of bepaalde certificaten worden gevraagd. Door de methode van aanbesteden kan de prijscomponent en het economisch voordeel voor de opdrachtgever zwaarder wegen dan sociale criteria. De koopman wint het dan uiteindelijk weer van de dominee. Voor de bedrijven die zich inspannen om aan de eisen van de gemeente te voldoen en daardoor wel hogere kosten heeft een frustrerende praktijk.
Wetsvoorstel aanbesteden
In de concept aanbestedingswet is het bestaande artikel over sociale werkplaatsen overgenomen. Artikel 2.82 uit de concept aanbestedingswet (voorheen artikel 19 uit de BAO) maakt het mogelijk overheidsopdrachten voor te behouden aan sociale werkplaatsen. Toepassing van dit artikel belemmert private ondernemers zich in te schrijven als hoofdaannemer, zelfs als hij veelvuldig samenwerkt met een SW bedrijf of structureel mensen uit de doelgroep inzet. SW bedrijven kunnen onderling wel concurreren, maar het is de vraag wie daarbij gebaat is. Als een regionale sociale werkplaats zijn mensen niet in kan zetten, omdat het werk wordt uitgevoerd door een sociale werkplaats uit een heel andere regio, is dat als wethouder sociale zaken lastig uit te leggen.
Bovenstaande voorbeelden tonen aan dat wet- en regelgeving niet juist worden ingezet om mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt aan het werk te krijgen. Ze verstoort de marktwerking en creativiteit en belemmert een constructieve samenwerking tussen ondernemers en SW bedrijven.
Werken met een afstand tot de arbeidsmarkt
Bijna 18.000 van de 47.000 werknemers binnen de groenvoorziening zijn momenteel werkzaam bij een SW-bedrijf. Dat gaat vaak uitstekend bij eenvoudig en gestructureerd werk en zolang ze maar goed worden begeleid. Voor de meer gecompliceerde werkzaamheden blijft de vakspecialist verantwoordelijk. De Sociale Werkvoorziening en de private ondernemer hebben beiden voordeel bij het inzetten van deze doelgroepen en zoeken elkaar daarom steeds vaker op om samen te werken en gezamenlijk opdrachten uit te voeren.
Veranderingen in de werkvoorziening
De komende jaren worden cruciaal voor de inzet van mensen uit de onderkant van de arbeidsmarkt. De SW-bedrijven hebben een stevige bezuinigingsopgave gekregen. En met de nieuwe Wet werken naar vermogen (Wwnv) zijn er forse veranderingen te verwachten in de inkomenszekerheid van deze doelgroep. Het doel om meer mensen door te laten stromen naar een meer reguliere baan is prima. Maar daarbij moeten er dan wel voldoende middelen beschikbaar blijven voor begeleiding, ontwikkeling en bemiddeling. Belangrijk voor de werknemers in kwestie, maar ook voor de bedrijven die met hen gaan werken en er verantwoordelijkheid voor gaan dragen. Hun risico's dienen overzichtelijk en acceptabel te zijn. En hun inspanningen moeten leiden tot voldoende opdrachten om juist deze doelgroepen aan het werk te kunnen zetten. Daarvoor is een goede dialoog tussen de sociale werkvoorziening en private ondernemers voor een herbezinning van taken en samenwerking belangrijk. Diverse betrokken organisaties waaronder VHG, CEDRIS en UWV zijn hierover al met elkaar in gesprek. Graag willen we daar ook de opdrachtgevers en sociale partners meer in betrekken. Het blijkt namelijk dat het beleid en de wetgeving niet altijd goed aansluiten bij de praktijk.


