Nieuw elan nodig bij aanbesteden

15-04-2009| Bron: Jan Telgen & Gert Wim van de Meent

Het ministerie van Economische Zaken is op dit moment een nieuwe aanbestedingswet aan het maken. Dit biedt naast het stroomlijnen van procedures ook geweldige kansen voor het geven van een stimulans aan de totale inkoop van de overheid en daarmee aan onze economie.

De Nederlandse overheid koopt jaarlijks voor een slordige € 60 mrd in. Dit is circa 20% van ons bruto nationaal product. Dat overheidsvraag en marktaanbod elkaar niet automatisch vinden, heeft de parlementaire enquête bouwnijverheid in 2002 duidelijk aangetoond. Zo bleek de toegankelijkheid van regelgeving, de integriteit van ondernemers en aanbestedende diensten, en de professionaliteit van de inkopende overheid veel te wensen over te laten. Bij de behandeling daarvan heeft het ministerie van Economische Zaken aangegeven met een nieuwe aanbestedingswet te komen. Deze zou de lappendeken aan regelgeving moeten vervangen. Na een langdurig wetgevingproces sneuvelde het wetsvoorstel uiteindelijk in de Eerste Kamer in de zomer vorig jaar.

Het ministerie werkt nu aan een nieuw wetsvoorstel. Het is te hopen dat Economische Zaken daarbij niet 'op zeker' zal spelen en zich beperkt tot het stroomlijnen en uniformeren van regelgeving en procedures. De nieuwe wet biedt namelijk geweldige kansen om meer te doen dan het stroomlijnen van de procedures. Het is nu het moment om ook een impuls te geven aan de professionalisering van de inkoop.
Hiervoor is ook nodig dat de inkoper de aanbestedingsregels meer als een instrument gaat zien om zijn inkoopdoelstellingen te halen. Als hij, zoals nu vaak gebeurt, de rechtmatigheid centraal stelt, is de belangrijkste toets of de aanbesteding conform de regels en procedures is verlopen. Als daarentegen de doelmatigheid centraal komt te staan, wat wij hopen, moet een aanbesteding vooral beoordeeld worden op de vraag of het beoogde doel - 'value for taxpayers money' -wordt bereikt. Vanzelfsprekend moet ook bij het gebruik van de aanbestedingsregels als 'inkooptool' de rechtmatigheid zekergesteld zijn, maar dat is niet langer het centrale doel. De nadruk verschuift daarmee ook van de vorm van de procedures en de bureaucratie er omheen naar de inhoud van de aanbesteding.

Voor inkopen boven bepaalde drempelbedragen, vanaf circa € 130.000 tot € 200.000 voor goederen en diensten en ongeveer € 5 mln voor bouwwerken, moeten overheidsdiensten de Europese aanbestedingsprocedures en -regels toepassen. Dat zal vanzelfsprekend in de wet opgenomen moeten worden. Maar de vraag is of de nieuwe aanbestedingswet ook betrekking zal hebben op inkopen onder de drempels. Het is wel te hopen. Nota bene: voor elke inkoop boven de drempels worden circa honderd inkopen onder de drempelwaarden gedaan. Een wet die gaat over één procent van het totaal aantal aan overheidsinkopen heeft natuurlijk niet veel effect: de gewenste doelstellingen kunnen - als het al gebeurt - dan alleen boven de drempel behaald worden.

Het realiseren van de doelstellingen kan gebeuren via het opnemen van een aantal basisprincipes. Als voorbeelden noemen wij er vier.
Ten eerste. Het is de verantwoordelijkheid van zowel inkopende overheid als van aanbiedende leveranciers om de administratieve lasten te minimaliseren - bijvoorbeeld alleen dat vragen wat echt nodig is. Dat moet voorop staan bij de keuze van procedures en de invulling daarvan.

In de tweede plaats moeten we het combineren of clusteren van opdrachten niet verplicht stellen of verbieden; het moet inhoudelijk gemotiveerd kunnen worden.

Ten derde. Ook onder de drempel moeten de basisprincipes van professionele inkoop van toepassing worden verklaard. Dat betekent de introductie van - een minimum aan - concurrentie. Ook kleine opdrachten moeten openstaan voor de markt.

En ten vierde moet de de inkoop transparant zijn. Oftewel, de belangrijkste inkoopbeslissingen moeten voorzienbaar, begrijpelijk en controleerbaar zijn.

Het is voldoende deze en soortgelijke principes neer te leggen in de nieuwe aanbestedingswet om een extra impuls te geven aan professionalisering van de overheidsinkoop. De uitwerking kan vervolgens plaatshebben in 'best practices' die circuleren in - bij voorkeur geïntegreerde - netwerken van inkopers (overheid) én verkopers (markt). Een frivole gedachte hierbij is gebruik te maken van een Wikipediastructuur waarbij - onder controle van deskundigen - best practices voortdurend worden verbeterd en actueel worden gehouden.

Een nieuwe aanbestedingswet volgens de hierboven geschetste lijnen zal inkopen misschien niet makkelijker maken, maar wel professioneler. Om dit te bereiken is wetgevend en bestuurlijk elan nodig. Uiteindelijk profiteert iedereen van professioneler inkoop: de overheid zélf (en dus burgers) en kwalitatief goede leveranciers. Dus waarom niet?

Terug